Home » Ze zag Jezus staan, maar ze wist niet dat het Jezus was

Ze zag Jezus staan, maar ze wist niet dat het Jezus was

Emmausgangers Vermeegen

 

De Emmausgangers – Han van Meegeren (1889-1947)

In het paasverhaal van Johannes lezen we dat Maria Magdalena, een van de vrouwen onder de volgelingen van Jezus, op paasmorgen Jezus ziet staan, maar ze herkent hem niet, ‘ze wist niet dat hij het was’. Hij spreekt haar aan ‘Waarom huilt u zo?’ maar ze herkent ook zijn stem niet. Ze denkt dat hij de tuinman is.  Is dat niet vreemd? Je houdt met hart en ziel van iemand maar als je de geliefde tegenkomt en je hoort hem praten dan blijft deze als een vreemde voor je en je veronderstelt dat het de hovenier is…

Twee andere leerlingen zijn met Pasen onderweg. Ze hebben Jeruzalem, waar hun leermeester is gekruisigd en gestorven verlaten en ze lopen nu – dalen nu af – in de richting van het dorpje Emmaus. Ze zijn vol van het heftige en verdrietige gebeuren. En dan voegt Jezus zich bij hen, maar ze herkennen hem niet. ‘Hun ogen waren niet bij machte hem te herkennen’. Hoe is dat toch mogelijk?

Blind zijn wij allemaal wel eens. Een ander met wie jij bent, let wel op bepaalde dingen waar jij geen oog voor hebt. Die hoort vogels zingen waar jij geen aandacht voor hebt, ziet bepaalde bloemen waar jij overheen kijkt. ‘Zie je dat dan niet?’ vragen we wel eens  geïrriteerd als een ander een situatie niet zo ondergaat als wij dat doen. Dezelfde werkelijkheid wordt heel verschillend ondergaan. We zien niet allemaal hetzelfde. Voor de een is God een vanzelfsprekende werkelijkheid, een ander begrijpt niet dat hoe je kan geloven in een onzichtbare en onbewijsbare god.

Verdriet kan ook een ernstige, hopelijk tijdelijke, belemmering zijn om goede en mooie dingen en liefdevolle mensen te zien. Dat horen we van Maria Magdalena en van de Emmausgangers. Toch wordt hun verstarring doorbroken. Hoe?

Jezus noemt Maria bij haar naam. ‘Maria!’  Als je door een vreemde wordt aangesproken met je voornaam kijk je op. Die ander kent mijn naam, die kent mij. En nu kijk je die ander aan. Er is herkenning. Hoe belangrijk is het niet dat iemand je kent en je voornaam gebruikt! In een verzorgingshuis sprak ik een man van 96. Hij zei mistroostig: ‘Er is niemand meer die Jan tegen mij zegt, ik word alleen nog maar aangesproken met meneer De Wit’.

De leerlingen die naar Emmaus lopen hebben een heel gesprek met de Jezus, die ze niet meer herkennen als Jezus. Totdat ze met hem aan tafel gaan en samen eten. ‘Hij nam het brood, sprak de zegen uit, brak het en gaf het hun’. ‘Nu gingen hun de ogen open en ze herkenden hem’. In het samen delen van wat ieder mens het meest nodig heeft, brood, wordt Jezus herkend. Pasen vieren doe je door de ander bij de naam te noemen en samen te eten. Dan word je als mens gekend, dan herken je Jezus, dan zie je God.

Ds. Peter Korver