Home » Overweging: Verleidingen

Overweging: Verleidingen

Het is eind februari. De scholen hebben de afgelopen week al voorjaarsvakantie gehad en volgende week zondag, het is dan 1 maart, begint de meteorologische lente. We kunnen ons eraan wennen dat we weer het licht en het nieuwe leven in de natuur tegemoet gaan. Maar de christelijke traditie bepaalt ons voordat we het nieuwe leven gaan vieren, eerst nog iets anders voor. Het stil staan bij de gebrokenheid van het leven, de macht van het kwaad en de dood, het lijden. Deze week begint de 40-dagentijd, vroeger ook wel de lijdenstijd genoemd. En centraal daarbij het lijden en de dood van Jezus van Nazareth, de Christus, die heeft geleden en is gestorven om die nieuwe wereld van vrede en recht, het Koninkrijk van God, mogelijk te maken.

A.s. woensdag is het aswoensdag, de eerste van de veertig dagen. In katholieke kerken, maar sinds ook protestantse kerken op zoek zijn naar zinvolle rituelen, ook wel daar, kunnen gelovigen die dag in de kerk een kruis met as op hun voorhoofd laten tekenen, het zogenoemde askruisje. Traditioneel zegt de voorganger dan tegen je: “Gedenk, mens, dat je stof bent en tot stof zult wederkeren”. De as staat voor boetvaardigheid. Je bent bereid om boete te doen, te betalen, iets goed te maken, van wat je verkeerd hebt gedaan. Het gebruik gaat terug op de bijbel. De boeteling ging dan vaak ook gehuld in een zak, die als boetekleed werd gedragen. Vandaar de uitdrukking “in zak en as zitten”.

Is dit alles nog van deze tijd? Dat je stil staat bij je fouten, bij je verkeerde gewoontes, bij de vraag of je anderen tekort doet, anderen benadeelt, of je iets goed te maken hebt?

Goed maken is iets anders, is veel meer dan sorry zeggen. Dat woord komt vaak al heel moeilijk uit ons mond. Het is toegeven dat je iets verkeerds hebt gezegd of gedaan, dat het je spijt, dat je het niet had moeten doen. Moeilijk. Sorry seems to be the hardest word, zo heet een mooi liedje van Elton John, het lijkt wel het moeilijkste woord om uit te spreken. Vaak wordt het gevolgd door een ‘maar’. Het spijt me, maar… en dan volgt een soort rechtvaardiging die dat woordje sorry direct ook weer grotendeels ontkracht.

We hebben het dan over de zogeheten sorrycultuur. Mensen, meestal politici, die geneigd zijn hun excuses aan te bieden voor door hen gemaakte fouten, maar die daar vervolgens geen consequenties aan verbinden, bijvoorbeeld door af te treden of ontslag te nemen. Ze nemen daarmee in feite geen verantwoordelijkheid.  Het is dus een cultuur waarin gemakkelijk sorry wordt gezegd om er vanaf te zijn.

Een oprecht ‘het spijt me’ kunnen zeggen is niet alleen groots, omdat je toegeeft ‘het was niet goed wat ik deed’, maar het is vooral ook helend. Je heelt de relatie met een ander, je kan weer samen verder. Je heelt ook de relatie met jezelf. Je hebt oprecht naar binnen gekeken, jezelf onderzocht, eerlijk durven zijn. Je komt tot een andere houding, tot een ander gedrag, dat recht doet aan de mensen met wie je werkt, de mensen van wie je houdt.

Niet alleen voor het christendom is een tijd van inkeer, boetedoening en herstel van relaties wezenlijk, het komt terug bij alle grote godsdiensten. Het Jodendom kent Jom Kippoer, de Grote Verzoendag. Zij baseert zich op een voorschrift uit het bijbelboek Leviticus:  Want op deze dag wordt voor u verzoening gedaan om u te reinigen. Van al uw zonden wordt u voor het aangezicht van de Heere gereinigd.[i] Het Hebreeuwse woord voor verzoening is kaparah en betekent bedekken/schoon wassen en toont Gods bereidheid de mens vergeving te schenken door de zonde te bedekken. Het spreekt dan als vanzelf dat als God daartoe al bereid is, wij het naar elkaar toe óók moeten kunnen opbrengen.

Is het alleen je trots die je verhindert om toe te geven dat je fout zat? Of is het ook angst dat je daardoor je eigen positie verzwakt, dat je dan kwetsbaar bent? Zien we het niet bij de meeste grote wereldpolitici? Zal een Poetin, een Trump, een Boris Johnson, een Xi Jinping ooit toegeven iets verkeerds te hebben gedaan? Ze gaan er integendeel met gestrekt been in. Anderen wordt voortdurend van alles verweten en zelf valt ze niets te verwijten.

Boete doen, spijt hebben, inkeer, ze volgen uiteraard als het kwaad geschied is. Er is niets meer aan te veranderen. Berouw komt na de zonde, zegt men. Maar dat betekent niet dat het dus eigenlijk zinloos is. Het dient toch tenminste twee doelen.

Ten eerste naar het verleden toe. Het kan je het brengen tot genoegdoening aan de slachtoffers die je hebt gemaakt. Een stukje herstel, gemeende excuses, waarbij je het leed voor de ander zo klein mogelijk probeert te houden en schuld op je neemt. Niets is zo erg voor iemand die iets is aangedaan dan dat de dader totaal ongevoelig, onaangedaan en zonder enig schuldgevoel zijn of haar leven voortzet en alleen jij, het slachtoffer, met het gebeurde moet doorleven.

Ten tweede naar de toekomst toe. Je berouw kan je helpen eenzelfde misstap te voorkomen en attent te zijn op de verleidingen die je daartoe kunnen brengen.

Beeldend kunstenaar Rick Lelieveld [1963] heeft op het schilderij dat u ziet op de omslag van de liturgie iets weergegeven van de verleidingen waaraan wij bloot kunnen staan. Ons dagelijkse leven verbeeldt hij vaak op een surrealistische wijze. Zijn figuren zijn vaak geplaatst in een vervreemdende omgeving in een droomachtige sfeer. Hier zien we een soort moderne zondeval. Een Adam en Eva onder de boom van kennis van goed en kwaad en de slang, het sluwste dier in de tuin. Maar hier is het niet de vrouw die luistert naar de slang, maar de man. Die sist hem in het oor : pluk toch de wrange vruchten van de welvaartsboom, de snacks, de snelle vette hap. Hij kan de verleiding niet aan en grijpt verwilderd. Zijn welvaartsboom rijst op uit het dode hout van een andere boom, die nu deel is van een ander gemaksproduct, het bankje. En dat wat zijn gezondheid goed zou doen, fruit en bruin brood is bij het afval gestopt. De afvalbak zelf heeft de vorm van een geschild appeltje aangenomen. Een andere vorm van verleiding is de vrouw die op bevallige wijze achter hem zit. Maar van haar gaat niet de slechte verleiding uit. Zij zit er te zijn en eet een gezond stukje fruit, een appel, die geen vrucht van deze boom is. Een plastic fles met gezond water is achteloos terzijde gelegd. In het verschiet zien we een schip dat gestrand is. Een soort waarschuwing, een apocalyptisch beeld?

Aan welke schadelijke verleidingen kan een mens bloot staan? De eerste: de verleiding van een directe behoeftebevrediging. Eten, ook als je geen echte honger hebt, vet en dierlijk, maar je kan en wil er geen weerstand aan bieden. Dat gaat ten koste van je eigen gezondheid, het gaat ten koste van dierenleed, het gaat ten koste van de beschikbare voedselvoorraad van deze aarde, ten koste van je zelfbeheersing. Jezus bereidt zich voor op een leven dat niet ten dienste staat van zelfzucht, maar van Gods toekomstige wereld van vrede en recht. De eerste verleiding echter waar hij op stuit is de meest primaire: die van voedsel. Hij heeft geen lekkere trek, maar honger. “Na veertig dagen en veertig nachten vasten kreeg hij tenslotte honger.”  Ja, vind je het gek. Maar wat geeft hij voorrang, zijn primaire behoefte of die andere, die hogere, die van een leven in verbondenheid met God? Het wordt de overweging: de mens zal niet leven van brood alleen. Een tweede verleiding is voor Jezus om God op de proef te stellen. Ik ben zo belangrijk voor Hem, Hij zal niet toestaan dat mij iets overkomt. Het was in 1985 in Colombia dat zo’n 21.000 mensen van een stadje slachtoffer werden van een vulkaanuitbarsting. Hoewel zij bijtijds gewaarschuwd waren om te vertrekken, bleven zij en kwamen vervolgens om in een stroom van vulkanische modder, ijs en keien die met donderend geraas naar beneden kwam. Sommigen waren banger voor plunderaars als ze zouden weggaan, sommigen wilden geen gevaar zien en er waren er velen die dachten dat God of de maagd Maria ten behoeve van hen tussenbeide zou komen. Een verleiding, een schadelijke. De verleiding om je eigen verantwoordelijkheid te ontlopen.

De derde verleiding waar Satan, de grote tegenstander, mee komt is wellicht de gevaarlijkste. De verleiding naar macht, naar roem, naar geld en bezit. Het drijft sommige politici en zakenlieden. Macht kan onmachtige mensen verdrukken en slachtoffer maken van misbruik, seksueel misbruik. Gewone, goed bedoelende mensen kunnen er in de greep van raken, of dominees. Ook heiligen, zoals de woestijnvader Antonius. In 1946 schilderde Salvador Dali een beroemd schilderij, de verzoeking van de heilige Antonius. Hij houdt een kruis op en probeert zo de verleidingen, in zijn geval seksuele, te weerstaan. Ook Jezus, zelfs Jezus, zelfs de zoon van God of juist de zoon van God kan ten prooi vallen aan de verleiding van de macht; dat alles en iedereen aan jouw voeten ligt, jouw bezit is, jou gehoorzaamt.

Vanaf woensdag worden wij in de verleiding gebracht om ons bewust te zijn van de verleidingen die de kwaliteit van ons leven in gevaar brengen. De verleiding om eens te zien of wij onze impulsen weerstand kunnen bieden. Of we kunnen ontspullen en kunnen consuminderen. Of we in staat zijn zo wilskrachtiger mensen te worden met meer compassie.

Amen.