Home » Overweging: Gezegend ouder worden

Overweging: Gezegend ouder worden

De vraag van het ouder worden – hoe doe je dat op een goede manier? – staat dit jaar volop in de belangstelling. En niet alleen in mijn belangstelling, omdat ik toevallig deze zomer 65 ben geworden. Nee, het begon al enkele jaren terug met de discussie over de AOW en de pensioenen. We worden verondersteld niet alleen steeds ouder te worden, maar ook steeds langer in staat te zijn om op een gezonde manier door te werken. Voor mij is dat tot 66 jaar en vier maanden, voor mijn jongere broers 67 en 67 jaar en drie maanden. Dat is een grote verandering. Van mijn oud-collega’s in het onderwijs herinner ik me dat ze in de VUT konden (Vervroegde Uit Treding) en zelfs de pre-VUT en het was niet raar als je ergens na je 55e ermee ging stoppen.

Er is veel ten goede veranderd voor ouderen. Ten eerste als het gaat om gezondheid. Veel kwalen kunnen medisch bestreden worden en we leven een stuk langer. We kunnen ons denk ik dan ook moeilijk herkennen in de waarschuwing van het boek Prediker: Geniet maar van je jonge jaren, want ze zijn al snel voorbij. Je bent oud voordat je het weet. Die jonge jaren zijn tegenwoordig helemaal niet zo snel voorbij. Toen trouwde men en kreeg men kinderen rond 16, 17 jaar; nu zijn verantwoordelijkheden van de volwassenheid steeds meer richting 30 opgeschoven. En dat je oud bent voordat je het weet? In de tijd van Prediker was het al heel mooi als je de 50 jaar haalde. Wij zeggen nog steeds: je hebt dan Abraham of Sara gezien, maar wij zijn tegelijk niet onder de indruk van dat getal. Wat is 50 jaar tegenwoordig nog? Jezus beweerde in discussie met de wetgeleerden ouder te zijn dan Abraham. En de Joden zeiden: hoe kan dat, ‘U bent nog niet oud, nog geen vijftig en u zou Abraham gezien hebben?’ ‘Waarachtig, ik verzeker u,’ antwoordde Jezus, ‘van voordat Abraham er was, ben ik er.’  Hij bedoelde dat in geestelijke zin. Hij is van alle tijden. Hoe ook, 50 was toen dus oud.

En die ouderdom heeft voor de Prediker weinig positiefs te bieden. Integendeel, ouderdom komt met gebreken. Hij meet ze in zijn gedicht breed uit met allerlei beelden om het verval van het menselijk lichaam te schetsen. Ouder worden is aftakelen, en dus is het beter om voordat het zover is  je hart niet met verdriet te belasten en je lichaam vrij te houden van kwalen.  In zijn tijd bestonden de zorgen van ouderen uit een korte levensverwachting, fysieke problemen en afhankelijkheid. In onze tijd is veel verbeterd. Zodanig veel dat er een steeds grotere groep ouderen is met een lange levensverwachting en een uitstekende gezondheid. In 1957 toen de AOW werd ingevoerd kon je vanaf je 65e op gemiddeld op nog 15 jaar rekenen en nu is dat al 20 jaar. Voor die groep gezonde jong-gepensioneerden heeft dagblad Trouw enkele maanden geleden een naam bedacht. Je bent dan een yep, dat is de afkorting van young elderly person, een jonge oudere. Weet u nog, we hadden al de yup, de young urban professional,  de hoog-opgeleide jongere met een goed betaalde baan in het bedrijfsleven, nu kennen we ook de yep. Beide groepen bevinden zich in een vaak benijdenswaardige positie. Er is welstand en er valt veel te genieten. De yeps worden ook wel de vitalo’s genoemd, de vitale ouderen. Ze hebben nog eens voor op de yuppen dat ze veel vrije tijd hebben en geen werkstress. Ze zijn na de jeugd, de volwassenheid in een nieuwe, een derde levensfase gekomen, die vroeger niet bestond of veel korter was. We worden steeds ouder en deze fase wordt gemiddeld langer. Niet voor iedereen natuurlijk, maar wel steeds vaker voor steeds meer mensen. Mijn eigen vader geniet al 32 jaar in gezondheid van zijn pensioen.

De vraag, de levensbeschouwelijke vraag, blijft wat de betekenis is van deze levensfase. Begint dan het grote genieten, de lange vakantie, het Zwitserleven-gevoel, zonder maatschappelijke verplichtingen? Mag je dan zeggen: Hoor eens, ik heb het lang genoeg gedaan, nu een ander maar? Of hebben deze gezonde, vrijgestelde ouderen een nieuwe, eigen taak in de samenleving? Mag die verwachten dat ze verantwoordelijkheden, verplichtingen op ze nemen?

Weerloos zijn de jonge ouderen niet. Zij hebben hun eigen volksvertegenwoordigers die over hun pensioenen waken, ze zijn gemiddeld kapitaalkrachtiger dan ooit tevoren en dus als consumenten een groep die naar de ogen gezien moet worden.  En dan horen we die beroemde regel uit dat gedicht van Lucebert: ‘Alles van waarde is weerloos’. Wie beweert dat? Boven het gedicht staat het antwoord. Een zeer oude zingt het. Het volgt op enkele raadselachtige regels die niettemin onheilspellend klinken: niet meer, weinig, onzeker, willoos, heilloos en ijlings. Alles van waarde is weerloos. Weinig dichtregels worden zo vaak geciteerd. Met grote neonletters prijken ze op het gebouw van een verzekeringsgebouw in Rotterdam.

Gaat dat  alles van waarde en die weerloosheid over die vierde levensfase, de hoge ouderdom, die waarin een mens afhankelijk is geworden? Over iemand die zou kunnen klagen: van 60 naar 80 is prachtig, van 80 naar 100 is bedonderd? Gaat het over de tijd waarvan het Johannes-evangelie (21:18) zegt: Waarachtig, ik verzeker je: toen je jong was deed je zelf je gordel om en ging je waarheen je wilde, maar wanneer je oud wordt zal een ander je handen grijpen, je je gordel omdoen en je brengen waar je niet naartoe wilt?” Boven het gedicht staat: een zeer oude zingt. Heeft die het over zichzelf? Ik ben van waarde, maar inmiddels weerloos geworden? Of geeft een zekere levenswijsheid het inzicht dat de dingen die er echt toe doen in het leven niet vanzelfsprekend zijn, teer, en ook zomaar teniet gedaan kunnen worden? Zoals: liefde, het leven, de natuur, goedheid, schoonheid? Niet wapens, niet welstand, niet geld, niet de harde feiten, die zijn niet weerloos, die kunnen terugslaan, zich verdedigen. Maar dat ene bloemetje dat in zich inde betonnen wereld van de stad toch tussen de tegels door zich naar boven heeft gewerkt en een zeldzame schoonheid laat zien. Maar dat ene gebaar van menselijkheid in een oorlogssituatie. Maar die ene liefkozing, dat ene lieve woord, daar waar de rest van de wereld over je heen valt. Maar die ene oudere die beperkt is geworden in gezondheid, maar als enige tijd en aandacht en liefde heeft voor degene die slachtoffer is van haast, haast, haast, geen tijd, geen tijd, er is geen geld, er is geen geld. Zij zijn kwetsbaar, maar van o zo grote waarde. Het is alweer lang geleden, maar ik had een tante die door een of andere akelige ziekte al sinds haar vijftigste niet meer van bed kon komen en bovendien alleen was. Televisie voor wat afleiding had ze niet. Ja, de radio. Weerloos was ze, mag je zeggen. Ze kreeg veel bezoek. Veel mensen die vonden dat ze er goed aan deden om een zieke op te zoeken. Dat is een van de werken van barmhartigheid. En deze tante luisterde. Naar alle verhalen die haar bezoekers meebrachten over hun leven in die voor haar onbereikbare wereld. Ze had de tijd voor hun verhalen, ze nam er de tijd voor. Puber neefjes en nichtjes die over hun problemen niet met hun ouders spraken, omdat die ouders vaak hun problemen waren, of over hun verliefdheden. En zij luisterde. De bezoekers, jong en oud, gingen steevast getroost en opgewekt de deur uit.

Op de omslag van de liturgie ziet u het prachtige schilderij van Rembrandt. Simeon is intens gelukkig dat hij op zijn oude dag de toekomstige Messias in zijn armen mag houden. Hij staat er met gesloten ogen zodat hij meer kan zien, voelt u wel. Het was hem door de Geest geopenbaard dat hij niet sterven zou voordat hij de heilbrenger van deze wereld gezien had. De ouders van het kind hebben het naar de tempel gebracht om het voor te stellen en om een offer te brengen. Simeon mag het in de armen nemen. Hier staat de oudere die de wereld spoedig zal verlaten om het kind dat kort geleden de wereld is binnen gekomen, te ontvangen, welkom te heten en het te zegenen met goede woorden. Is dat ook niet een belangrijke taak van de ouderen, van de yep die oppast op de kleinkinderen, die kinderen van asielzoekers taalles geeft, de taak van de mensen in de vierde fase, die veel dingen niet meer kunnen, maar wel liefde, tijd en aandacht schenken?

Dit schilderij is niet zomaar eentje in een lange reeks van Rembrandts werken. Het is heel goed mogelijk dat dit Rembrandts laatste schilderij is. Het werd na daags zijn overlijden in zijn atelier aangetroffen, onvoltooid. De vrouw op de achtergrond is waarschijnlijk later door iemand anders toegevoegd. Sommigen denken dat zij de profete Hanna was. De zeer oude van Lucebert. Ze was hoogbejaard, ze was al 84 jaar weduwe. Ze sprak over dit kind tegen alle mensen die hoopten op bevrijding. Ze was trooster voor de jongeren. Ze was een zegen voor de nieuwe generatie, net als Simeon. Beiden, man en vrouw, waren gezegend oud geworden.

Amen

ds Peter Korver