Home » Overweging: Buitengewoon gastvrij

Overweging: Buitengewoon gastvrij

Overdenking bij de oecumenische viering in De Waaier

Uit het dramatische verhaal van de apostel Paulus die schipbreuk lijdt en aanspoelt op het strand van het eiland Malta komen twee zinnen naar voren die ons verwarmen en ontroeren: De bevolking gedroeg zich buitengewoon vriendelijk en de gouverneur onthaalde ons bijzonder gastvrij. Ze lijken niet van deze tijd. Ook nu worden er op de Middellandse Zee drenkelingen gered die aangewezen zijn op hulp. Maar het laatste wat gezegd kan worden is dat zij buitengewoon vriendelijk en gastvrij ontvangen worden. Woorden die beter passen bij de manier waarop ze nu onthaald worden zijn: ontmoedigen, terugsturen, kampen, procedures. We spreken van economisch vluchtelingen, oorlogsvluchtelingen, gelukzoekers en we voelen ons bedreigd in onze welvaart en onze veiligheid. We beveiligen de buitengrenzen van ons werelddeel, we spreken al van Fort Europa. Om ze buiten te houden en om onze rust en rijkdom te behouden. De vriendelijkheid en gastvrijheid waarmee wij vreemdelingen in nood ontvangen is er wel vanaf. Hoe minder, hoe beter en dan zo sober mogelijk, want een goede behandeling heeft, zoals dat heet, een aanzuigende werking. De gezichten van de politici die garen bij onze angst spinnen, staan in een permanente stand van boosheid, opstandigheid en verongelijktheid. De woorden van de Duitse kanselier Merkel, Wir schaffen das, klinken als een echo uit een ver christelijk verleden, de echo van een toen vanzelfsprekende compassie. Een christelijk mededogen dat toen vanzelfsprekend was en die wij in ons geloof regelmatig bevestigd kregen in de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan. Dat je tot in het diepst van je ingewanden de nood voelt van degene die langs de weg ligt en die niet eens tot jouw volk behoort en dat je dan helpt…

Buitengewoon vriendelijk. Bijzonder gastvrij. Op een eiland die zich tegenwoordig deze hartelijkheid niet meer kan veroorloven. In een gebied, dat van de Middellandse Zee, dat het niet meer aankan. In een werelddeel, Europa, dat liever wegkijkt en waar menigeen denkt: laten we een muur om ons eigen landje bouwen om de bedreigende wereld buiten te houden.

Maar eigenlijk zouden we wel vriendelijk en gastvrij willen zijn. Onze samenleving snakt toch naar meer vriendelijkheid en minder boosheid, agressie, verongelijktheid? Als we maar niet zo bang waren voor alles dat anders en vreemd en nieuw is. In het Nieuwe Testament worden we vandaag herinnerd aan het vertrouwen dat Paulus had te midden van storm en schipbreuk, aan het geloof, dat we steeds mogen hebben. We worden bovendien bepaald bij onze christelijke opdracht om compassie te hebben met degenen die vreemd voor ons zijn en hulp nodig hebben…

Wat gebeurt er in het verhaal dat we lazen? De apostel Paulus, als door een blikseminslag gegrepen door het evangelie van Christus, is zijn leven gaan inzetten voor de verspreiding van de goede boodschap. Hij brengt het buiten Israël, bij de volkeren. Drie reizen heeft hij gemaakt door Klein-Azië, Turkije nu, en naar Griekenland. Daar heeft hij gemeentes gesticht en is verder getrokken. We hebben brieven met adviezen en overwegingen die hij later aan ze heeft geschreven: de gemeente in Corinthe, Tessalonici, Filippi. En hij keerde na iedere reis terug naar Jeruzalem. De laatste keer werd hij daar gearresteerd.

Hij wordt ervan beschuldigd een “heiden” in de tempel te hebben gebracht. Er ontstaat opschudding en hij wordt door de Romeinen gearresteerd en gevangengezet in de kuststad Caesarea. Uiteindelijk doet hij een beroep op zijn Romeins burgerschap en op een oordeel van de keizer in Rome. En daarom worden Paulus en enkele andere gevangenen in het jaar 60 door Romeinse soldaten per schip naar Rome gebracht. Onderweg lijden de reizigers schipbreuk en komen ze op Malta terecht. ‘Ze’. Nu vormen ze één groep, die van opvarenden, reisgenoten, schipbreukelingen. Het lot dat hen allen treft, maakt ze één. Maar tot dit moment vormden ze drie groepjes, ongelijk in macht en afkomst. Romeinse soldaten, gevangenen en zeelui. Nog even hebben de soldaten overwogen die machtsverhouding in stand te houden. Door de schipbreuk zouden de gevangenen kunnen ontsnappen. ‘Laten we ze daarom doden’. Maar het gemeenschappelijke van het onheil dat hen treft, is sterker. En het maakt als ze aanspoelen ook niet meer uit. Koning, keizer, admiraal, de nood aan hulp hebben ze nu allemaal. Allemaal zijn ze aangewezen op genade, op hulp van de mensen bij wie ze onuitgenodigd aangespoeld zijn.

Zo arriveerden duizenden vluchtelingen de afgelopen jaren op het kleine Malta, via bootjes vanuit Libië. De meerderheid hoopt door te reizen naar Europa. Zoals Paulus en zijn medepassagiers dreigden velen van hen te verdrinken op de Middellandse Zee. Wat zouden vriendelijkheid en gastvrijheid hen goed doen.

Hoe is het als inwoners zich bedreigd voelen als al die vreemdelingen komen en hen in de ogen zien? Hoe is het als je als vluchteling in de ogen ziet van je gastheer en gastvrouw, die op zijn zachtst gezegd niet op je zit te wachten?  Voor de inwoners van Malta was de komst destijds van deze drenkelingen, deze armoedzaaiers, deze ontheemden ook de komst van het evangelie, het goede nieuws. Het evangelie betekent U zult de vreemdeling geen overlast doen, noch hem onderdrukken, want u bent vreemdeling geweest in Egypte’ (Exodus 22:21). In het Nieuwe Testament verwijt Jezus bij het laatste oordeel de slechte mensen, de bokken: ‘Ik was een vreemdeling en u hebt mij niet gastvrij onthaald …’  Het is kennelijk de christenplicht om vreemdelingen gastvrij te ontvangen.

Het verhaal van de schipbreuk van Paulus is niet een soort spannend reisverhaal. Niet ‘De avonturen van Paulus’. Het is hier een evangelische oproep tot, ja,  buitengewone vriendelijkheid, maar ook een uitdaging om mensen te durven ontvangen die anders zijn dan wij. Geldt dat voor vreemdelingen, het geldt ook voor medechristenen, in al onze verscheidenheid en verdeeldheid. De uitdaging past goed bij de Week van Gebed voor de eenheid. Laten we ook elkaar niet zien als bedreiging, maar laten we elkaar ontvangen als broeders en zusters in Christus. Er is één kerk of geen kerk, één mensheid of geen mensheid.

Ds. Peter Korver