Home » Overweging – Advent is wachten

Overweging – Advent is wachten

Advent is wachten op wat komt. Steeds weer. Wachten op die Jezus die ruim 2000 jaar geleden kwam en op wie we elk jaar opnieuw wachten, dat zijn geest woning in ons maakt. Hij is die verlosser, op wie Israël al zo lang wachtte voor die eerste kerstnacht. Je ziet dat bij het begin van het eerste evangelie, dat van Matteus. Dat opent met een eindeloze lijst van zijn afkomst. Die gaat terug tot helemaal Abraham. Abraham kreeg een zoon: Izaäk. Izaäk kreeg een zoon: Jakob. Jakob kreeg zonen: Juda en Juda kreeg twee zonen: Perez en Zera. Perez kreeg een zoon: Hezron, enz. enz. Er komen tientallen namen, die ons niets zeggen, om dan uit te komen bij Jezus. Dat lezen we allemaal niet voor in een viering en dat slaat u over als u eens in de bijbel het kerstverhaal van Matteus zou willen lezen. Maar zijn lange lijst van voorouders is niet zomaar opgeschreven. Hij roept een besef van tijd op. Generatie na generatie is er toegeleefd, vanuit een verlangen naar anders, naar beter, naar verlossing, naar deze verlosser. Matteus noemt ons drie reeksen van veertien geslachten die uitlopen op Jezus. Eerst veertien geslachten tot het hoogtepunt van de geschiedenis van het volk Israël, namelijk de regering van koning David. Vervolgens veertien geslachten tot aan het dieptepunt van Israëls geschiedenis, de ballingschap van het volk in Babylon. Ten slotte veertien geslachten tot een nieuw hoogtepunt Jezus die uit Maria wordt verwekt. Wat is er gewacht, wat is er uitgekeken. En na al die van vaders op zoons, al die stamvaders is het verrassend dat er tussendoor de namen van vier stammoeders klinken, Tamar, Rachab, Ruth en Batseba. Vrouwen tellen wel mee op de weg naar Jezus. Het meest verrassende is het slot. Na al die mannen is het nog: Jakob verwekte Jozef, de man van Maria. Bij haar werd Jezus verwekt. Maar niet door Jozef, niet door een man, maar door de Geest. Al dat wachten, generatie op generatie, van vader op zoon, loopt uit op de verlosser waar geen van die mannen fysiek aan heeft bijgedragen. Er is alleen een moeder, een vrouw, die met Gods hulp moeder is geworden. Het wachten van al die eeuwen heeft geleid tot een ongedachte en onverwachte toekomst.

In deze overdenking wil ik met u stil staan bij de kracht die er zit in het vermogen om te wachten. En over de kracht van het samen zijn.

Advent is de tijd van het bewust wachten. We zien uit naar iets wat er niet is, maar waar we wel erg naar verlangen. Wat dan? Naar een leven dat anders wordt dan dat het nu is, naar een wereld waar het anders aan toe gaat, waar de schepping geëerbiedigd wordt. We wachten op God in ons midden, God met ons. In het Hebreeuws Immanuel. U ziet het staan op de omslag. We wachten op een verlosser, op een door God gezondene. We wachten op Jezus en zijn naam betekent: God redt. En we vertrouwen erop dat het gebeurt. Advent betekent komst. Zoals hij eens kwam, met kerstmis. Zo kan hij elke dag opnieuw in ons geboren worden.

We wachten en dat doen we met elkaar. In de geloofsgemeenschap, bij ons thuis. En we steken lichtjes aan om de duisternis te verdrijven en zingen Als alles duister is, ontsteek dan een lichtend vuur dat nooit meer dooft. Door samen te wachten, houd je moed en valt het wachten minder zwaar. Je wacht omdat er iets niet is in je leven en je ziet ernaar uit dat het komt. Soms zijn je verwachtingen hooggestemd, want je bent nog jong, je ziet mogelijkheden : een betere toekomst, liefde, geluk, gezondheid. Soms zijn ze lager gestemd: je bent al oud, je bent niet meer gezond, je liefste is je ontvallen, verloren aan de dood of verloren aan het leven. Je bent teleurgesteld door het leven en wacht op een beetje troost, een beetje afleiding, een beetje begrip van anderen.

Ons wachten heeft alles te maken met onvoldaanheid. Zoals het nu is, is het niet goed. Niet met mij, niet met ons, niet met de wereld. En we roepen Kom tot ons de wereld wacht. Heiland, kom in onze nacht. We wachten op iets in het vertrouwen van Immanuel, God met ons.

Advent is wachten en het is leren omgaan met wat nog niet is aan een leven dat zinvol en gelukkig is. De tijd van het jaar, de winter, met zijn kou en met al dat donker, houdt ons thuis en dicht bij onszelf. Net als de natuur wachten we op nieuw licht, op warmte, om te kunnen ontkiemen.  Met de zomer vieren we het leven uitbundig, naar buiten gericht, in de winter staan we stil bij dat wat voorbij is. De blaadjes vallen van de bomen, en in november herdenken we degenen die ons ontvallen zijn, met gedachteniszondag.  In een geloofsgemeenschap doen we dat bewust. In de aanloop naar Kerstmis, net als in de aanloop naar Pasen, keren we ons in en staan we stil bij wat het leven moeilijk, ingewikkeld en verdrietig maakt. Om daarna ook uitbundig weer het leven te vieren, met kerstmis en met Pasen.

Oefenen we in het geloof de kunst van het gelukkig zijn én de kunst van het ongelukkig zijn? De afgelopen maand las ik het boek van de inmiddels bekende Vlaamse psychiater Dirk de Wachter. De titel is: De kunst van het ongelukkig zijn. Dat is een intrigerende titel. Is het een kunst om ongelukkig te kunnen zijn? Je wilt dat toch niet zijn. En als je het wel bent, dan wil je er toch zo snel mogelijk vanaf. Want ongelukkig zijn is iets dat het leven verstoort, iets wat er niet hoort te zijn? De Wachter beweert iets anders.  Een beetje ongelukkig zijn hoort bij het leven. Echter, “mijn  wachtkamer zit overvol met mensen die niemand anders hebben om hun verdrietigheden mee te delen. Hoe komt dat?” vraagt hij zich af. Kunnen we nog wel omgaan met de gewone lastigheden van het leven? En steunen we elkaar wel voldoende in dat existentiële ongemak? We zouden wat meer elkaars psychiater moeten zijn, elkaar steunen.” Ongeluk is volgens hem toch waardevol. Ze is aanleiding tot nabijheid en nabijheid werkt gelukkig-makend. Het ikkerige geluk zoeken laat geen empathie toe. We moeten ons opnieuw meer inzetten op samen leven. Zonder een band met iemand anders, iemand die je vertrouwt, is het moeilijk om te leven, ja , om te overleven. Toch leven tegenwoordig veel mensen zo.

Een goede relatie met anderen is belangrijker en kostbaarder dan je eigen gezondheid. Een mens wordt heel flexibel en sterk als hij of zij samen is met anderen. Het zoeken naar geluk is vaak zo ikkerig, zo gericht op jezelf, zeg maar op egocentrisch genieten. Het zoeken naar zin is wezenlijker en gericht op samen met anderen en gelukkig makend.

Een tweede element naast dit nog-niet, iets wat we ook van de adventsperiode kunnen leren, is het wachten. Wat is wachten? Weten dat je niet onmiddellijk kan krijgen dat wat je graag wilt. Dat het niet goed is om dat te forceren, om dat met alle geweld naar je toe te halen. Heb geduld. Heb vertrouwen. Wacht eerst eens een poosje. Komt tijd, komt raad.

Wachten is een moeilijke levenshouding, want we willen verdriet zo snel mogelijk wegduwen. Maar het heeft de tijd nodig. Als je iemand verliest van wie je veel houdt, dan is dat ingrijpend. Het zet je leven op zijn kop, veel van je welbevinden, van je geluk, valt weg. Je voelt je alleen, je voelt je verlaten en ongelukkig. Dat is vreselijk. Maar, zegt De Wachter, je hoeft niet naar de psycholoog of naar de psychiater. Je hebt geen psychische ziekte, je hebt verdriet en dat is een normale reactie. Dat kost tijd, veel tijd en je moet daar doorheen om het een plaats te geven. Als het je lukt, is het beter om zo’n moeilijke fase niet te verpillen, niet te verdrinken. Wacht. Wachten is een moeilijke levenshouding, want we willen verdriet zo snel mogelijk wegduwen. Maar verdriet heeft tijd nodig en hoeveel tijd is niet te voorspellen. Dat zegt deze psychiater, Dirk de Wachter. Hij voegt daar met een zekere kwinkslag aan toe: “Mijn achternaam is in deze betekenisvol.”

Er is een beroemd toneelstuk dat daarover gaat. De Ierse schrijver Samuel Beckette publiceerde het in 1952, Wachten op Godot. Er gebeurt eigenlijk niets. Het gaat over twee mannen die wachten en wel op Godot. Er wordt tijdens het verhaal nooit uitgelegd wie of wat Godot nu eigenlijk is. Sommigen beweren dat Godot staat voor ‘God’. In het Engels zou deze theorie nog kunnen kloppen: God-ot. Vladimir en Estragon wachten vooral op antwoorden die Godot hen zou kunnen geven. Godot zou dus ook kunnen staan voor de zin van het leven. De personages wachten dus als het ware op iets wat hun leven zin zal geven. En ook al brengt Godot deze zin niet tot bij hen, het wachten op zich geeft hun leven ook al een zin. De twee mannen wachten, maar niet alleen, niet ieder op zichzelf. Ze wachten samen.

In het samen zijn, gebeuren veel goede dingen. De Wachter zegt: Zeker als er verdriet is. Een smiley sturen in een app helpt niet genoeg tegen verdriet. Je moet elkaar ontmoeten, de tranen van de ander zien, je moet elkaar kunnen omhelzen. Je moet samen op de bank gaan zitten, mekaar vasthouden en zeggen: ‘Ik zie u graag’. Dat is waar het echt om gaat. Zeker als er verdriet is.”  Is dat niet ook wat Jezus deed? Hij was er, bracht troost en genas de ziel van door het leven verwonde mensen. Wij mogen geduld hebben en wachten, want niet alles kan van onszelf komen. Ondertussen zijn we met elkaar in een samen, om elkaar te troosten en te helpen. Samen blij zijn. Samen leven, in het spoor van het kind van kerstmis die God met ons is, Immanuel.

Amen

ds. Peter Korver