Home » Overweging 6 september 2020

Overweging 6 september 2020

De tweede lezing van vanmorgen komt uit de Gâthâ’s van Zarathoestra. Zarathoestra was een profeet die in Perzië leefde in de periode die tegenwoordig geplaatst wordt tussen 2000 en 1500 voor Christus.

Ooit moeten er honderden Gâthâ’s bestaan hebben, maar slechts vijf daarvan hebben, ook nog maar gedeeltelijk, de tand des tijd doorstaan.

De religie van Zarathoestra is monotheïstisch en God wordt Ahura Mazda genoemd, Heer van de Wijsheid. In veel teksten gaat het om de strijd tussen het goede en het kwade, en de drie pijlers van het Zoroastrisme zijn goed denken, goed spreken en goed handelen.

Want, uit goed denken vloeit goed spreken voort en uit goed spreken vloeit goed handelen voort.

Zarathoestra werd door Ahura Mazda gestuurd als helper op de roep van de Ziel van de aarde en omdat de Ziel van de Schepping vernietigd werd door haat, roof, vernedering en agressie  deze opnieuw in het Licht te verheffen.

Ik hou van de taal van deze Gâthâ’s, misschien omdat het –voor mij in ieder geval- dicht tegen sommige teksten van het Oude Testament aanligt. Voor mij vertrouwde taal is. 

Met de nu volgende tekst vangt de tekst die ons nu nog bekend is aan en ik vind het passend bij ons thema van vanmorgen en de actualiteit van deze tijd en bij onze Groene Kapel.

Wanneer de Parsi’s, de volgelingen van Zarathoestra die nu veelal in India wonen omdat ze in Iran vervolgd worden, hun godsdienstige oefening beginnen, zoals het lezen van hun heilige schrift, beginnen zij met het gebed

Met opgeheven handen en diepe ootmoed
smeek ik , o Mazda, bovenal om dit Ene,
de eeuwige steun van Spenta Mainyu, de Heilige Geest.

Laat al mijn daden in harmonie zijn met Asha, Uw Goddelijke Heer,
en schenk mij de wijsheid van Vohu Mana, de Goede Geest,
zodat ik de Ziel der Schepping tot licht moge brengen.

Gâtha’s van Zaratoestra – Yasna 29:1-3 

De ziel van de aarde hief klagend haar stem ten hemel: ‘Waartoe ben ik geschapen? Tot welk doel leidt mijn existentie?

Op mij wordt roofbouw gepleegd. De gaven van mijn vruchtbaarheid worden verkwanseld. Machtswellust en uitspattingen van menselijke willekeur kiezen mij tot doelwit. Niemand is mij tot hulp gesteld. Op geen erbarmen kan ik rekenen.

Zo wend ik mij tot U, o God, als mijn laatste toevlucht: Ontferm u over mij en mijn vruchtbare akkers.’

Daarop wendde de ziel van de aarde zich tot Hem, die de kosmische orde draagt, en vroeg: ‘Waar blijft Gij met uw gerechtigheid? Mijn lichaam lijkt slechts geschapen om vertrapt te worden. Waar is een hart, dat voor mij klopt? Waar is de macht, die mij te hulp kan snellen?’

Toen antwoordde Hij, die de kosmische orde draagt: ‘Ik zie geen helper voor u. De mensen lijden aan het misverstand, dat zij straffeloos kunnen kwellen datgene, wat zich niet verweren kan en geen stem heeft om te klagen.’

Wanneer ik die tekst hoor die we zojuist lazen, uit de Gâthâ’s van Zarathoestra, klinkt het mij in de oren alsof het een tekst is die van deze tijd is. Nee, niet vanwege het taalgebruik, dat is gedateerd, maar toch wel door de strekking van de woorden.

Want plegen ook wij geen roofbouw op de aarde? Verkwanselen ook wij haar vruchtbaarheid niet? En denken we niet dat wij macht over de aarde hebben en maar met haar te kunnen doen wat wij willen? Zijn wij het niet ook die de aarde vertrappen, ofwel, gebruiken wij haar niet als voetveeg voor onze behoeften?

Stel je voor, deze tekst  van 3½  à 4000 jaar geleden, is nog steeds actueel!

Ik stel me zo voor dat de aarde in die tijd nog welig tierde, en een fractie had van de wereldbevolking die we nu hebben.

Weidse natuur in overvloed, fladderende vogels, krioelende vissen, reptielen en grotere lopende dieren. Heerlijk geurende bloemen vol gonzende insecten erom heen. Paradijselijk. 

En toch, dan een klacht, een schreeuw van de wereldziel alsof het vandaag speelt.

De roofbouw die nu gepleegd wordt, de macht over- en het vertrappen van de aarde moet nu nog zo vele malen erger zijn! Dat vind ik eigenlijk heel schokkend. Dan schaam ik mijzelf. Want ik ben daar deel van.

En misschien, is alles wat er nu om ons heen gebeurd aan natuurrampen als overstromingen, branden, droogteperiodes of juist regenperiodes en misschien ook wel de oorsprong van pandemieën zoals nu door het Covid-19 virus, wel de huidige schreeuw van de ziel van de aarde.

Iedere keer wanneer het in de tijd nodig is staan er profeten op. Mensen die waarschuwen.  Onheilsprofeten. Profeten die onheil voorspellen. Maar de Bijbel leert ons dat wanneer er naar hen geluisterd wordt het tij kan keren. 

Al die profeten, en misschien hebt u de rijtjes vroeger ook geleerd; Jozua, Richteren, Samuel, Jesaja, Jeremia, Ezechiël, Joël, Amos, Obadja. Ze hebben allemaal een boodschap te vertellen omdat het niet goed gaat en doen voorspellingen van wat er kan gebeuren wanneer er zo wordt doorgeleefd.

Of denk aan Jona, die zo teleurgesteld was dat God de stad Nineve toch niet vernietigde omdat de mensen juist wel luisterden naar wat Jona had verteld.

Allemaal profeten die vertelden ‘keer je om van wat je doet, van de wijze waarop je leeft.’ En dan uiteindelijk natuurlijk Jezus.

Want door heel dat ons zo bekende boek de Bijbel worden mensen steeds opnieuw aangespoord hun levenswijze te wijzigen. We zijn kennelijk heel hardleers. Moeten dingen zelf aan den lijve ervaren voor we het belang van verandering inzien.

Een te grote voetprint, een ongelijke verdeling van wat er is, tekorten die ontstaan leveren een aarde, een natuur, een kosmos uit balans op.

En misschien, of wellicht is het niet eens een misschien maar meer een duidelijke noodzaak, misschien moeten we het eens over een andere boeg gooien.

De lezing uit Johannes (21:1-6) gaat daarover. Het kopje dat in de Bijbel boven deze tekst staat is; Verschijningen. Nadat Jezus gekruisigd was, in het graf gelegd en drie dagen later weer opstond waren er, voor zijn Hemelvaart, een aantal verschijningen van Jezus. Hij verbleef niet meer bij zijn vrienden, maar af en toe was zijn verschijning daar bij hen.

Het verhaal van de ongelovige Thomas, die zijn vinger op de littekens moest leggen, of de confrontatie met Petrus waar Jezus hem 3 maal vraagt of Petrus zijn vriend is. Zo ook het verhaal van het vissen op het meer van Tiberias. De hele nacht visten de mannen tevergeefs, niets vingen zij. Misschien hebben ze alle vis er eerder al uitgevist. Dan horen ze iemand van de kant roepen ‘Gooi het net eens over de andere boeg’.

Wat een onzin; het is immers hetzelfde water waar het net dan in gegooid wordt. Het zal heus niet zo zijn dat de vissen aan de éne kant van de boot wel zwemmen en aan de andere kant niet.

Toch, ze volgen op wat die man aan de kant geroepen heeft en gooien het net aan de andere zijde van de boot weer uit. En dan weten ze niet wat hen overkomt; het net scheurt bijna onder het gewicht van al die vissen. Zoveel vis vingen ze nog nooit.

Dit verhaal staat dan, volgens de traditie, symbool voor het vissen op mensen. De discipelen, die visser van beroep waren, werden toch vissers van mensen genoemd! En zouden velen in hun netten vangen.

Ik krijg daar beelden bij van ‘in de netten verstrikt raken’. Ik denk dat vrij-zinnigen niet veel met dat beeld op hebben. 

Ik kies voor een ander beeld, voor een andere associatie, en het zou natuurlijk zomaar kunnen dat u ook dat beeld niets vindt. Kies dan vooral een eigen beeld of associatie. En vertel dat op uw beurt weer eens aan mij of aan elkaar.

Als ik dit verhaal opnieuw bezie, herken ik in Jezus een profeet zoals de profeten uit het Oude Testament. Het zijn verschijningen.

Zij zeiden steeds opnieuw dat het volk Israël het anders moest doen, zich moest afkeren van de foute handelingen en de foute manier van leven. Ze moesten zich omkeren van waar zij mee bezig waren.

Zoals ook Zarathoestra door God als profeet, als verschijning, als helper van de aarde, werd aangesteld. Daar kom je achter wanneer je de Gâthâ’s verder leest.

Zowel Jezus als Zarathoestra zeggen eigenlijk ‘hé, doe het eens anders. Gooi het eens over een andere boeg’. 

En nu, in deze tijd, zijn er zoveel profeten die ons vertellen dat het anders moet. Verschijningen, als Jezus. Jaren geleden al. In de tijd dat ik, en vele met mij, hier nog totaal niet mee bezig was. 

Vorig jaar hadden we, samen met de Bethlehemkerk, Jan Terlouw in ons midden. Al zo lang actief op gebied van milieu en inmiddels op leeftijd, dit jaar hopen we Herman Wijffels, hoogleraar Duurzaamheid, te ontvangen en bij de jongeren is Greta Thunberg toch echt wel een iconisch figuur. Wie kent niet de prachtige films van David Attenorough waarmee hij mensen bewust wil maken. Of Al Gore, met zijn film ‘Een ongemakkelijke waarheid’  over de smeltende ijskappen.

Het draait bij al deze Verschijningen, deze profeten en activisten om bewustwording. En ik denk dat er een bewustwordingsproces op gang gekomen is dat een steeds groter wordende groep mensen raakt die zich betrokken voelen.

Want, om het net aan de andere zijde uit te gooien, om het over de andere boeg te gooien, moet je wel eerst in de boot stappen!

Afgelopen maand las ik het boek ‘Het zoutpad’ van Raynor Winn. Zij beschrijft een 1000 kilometer lange wandeling langs ‘The west coast path’ in Engeland die zij met haar man Moth maakt. 

Niet zomaar voor de lol. Nee, zij hadden geïnvesteerd via een goede vriend en de investering liep zo fout dat ze alles kwijtraakten. Het huis, de boerderij die ze samen hadden opgebouwd en hun inkomsten gaf. Al hun kapitaal. Werkelijk alles wat ze hadden. Tot overmaat van ramp kreeg Moth in dezelfde periode ook nog de diagnose corticobasale degeneratie, een ziekte die een prognose van ongeveer 6 jaar heeft en eindigt met de dood. Dit verklaarde de enorme pijnen en stijfheid waar hij al enkele jaren last van had.

Ray ziet in haar wanhoop maar één mogelijkheid en dat is lopen. En zo vertrekken ze met hun rugzak waar alles wat ze bezaten in zat. Hun leven over een andere boeg. Of ze nu willen of niet. 

Ze zijn dakloos, overnachten in hun tent. Door weer en wind.

En zo worden ze vaak ook tegemoet getreden en behandeld, als zwervers. Wat een moed. Moed der wanhoop.

Het is geen leven meer, maar overleven. Overleven als parias. Ze zien de andere kant van het bestaan. Leven van enkele ponden aan uitkering een leven in armoede. Overleven op noedels, thee en caramels. 

Het bijzondere is dat Moth door het lopen langzaam maar zeker een stuk van zijn gezondheid herwint en soepeler wordt, minder pijn krijgt. 

En na heel lange tijd, na maanden, komt er reflectie op het leven. Ray beschrijft het bloemrijk en indringend.

Langzaam maar zeker kunnen ze, na lange tijd, ook gaan genieten van wat de natuur en het leven hen nog wel biedt. Moth accepteert veel eerder dan Ray zijn ziekte.

Het boek eindigt met weer een dak boven hun hoofd, na een bijzondere ontmoeting, en een studiebeurs omdat Moth weer gaat studeren.

Een indringend boek, omdat je gaandeweg het veranderingsproces van deze twee mensen meemaakt. Mensen die het, tegen wil en dank, over een andere boeg moesten gooien. Die daar rijker van werden. Nee, niet in bezit maar wel in ervaring en karakter. In hun hele wezen. In hun manier van het leven beschouwen.

Als maatschappij moeten we het over een andere boeg gooien. Te lang al hebben we niet geluisterd naar de waarschuwingen van mensen, van profeten, van boodschappers. Verschijningen, zoals Jezus aan zijn discipelen verscheen.

En nu volgt het één het ander op; de natuur laat van zich horen. De aarde schreeuwt het uit ‘Ontferm u over mij’ en ‘Waar is een hart, dat voor mij klopt? Waar is de macht, die mij te hulp kan snellen?’

Er wordt een beroep op ons gedaan. En iedereen kan alleen maar voor zichzelf bepalen wat hij of zij kan doen. Zonder naar een ander te kijken of te wijzen. Laten we het vooral bij onszelf houden in wat onze eigen bijdrage kan zijn.

Als Kapel hebben we ons verbonden aan het project Groene kerk. We hebben zelfs een Duurzaamheid team. Maar doordat we als maatschappij stil kwamen te liggen kwam ook ons team Duurzaamheid en ons project, min of meer, stil te liggen.

Langzaam maar zeker pakken we die draad weer op. Bij de koffie, na afloop van de Viering, liggen er kaartjes gemaakt door het team Duurzaamheid. U wordt uitgenodigd over deze thema’s samen in gesprek te gaan.

En, net als Ray en Moth, worden we als maatschappij, worden we als Kapel, worden we als mens gedwongen om het over een andere boeg te gooien. Door alle maatregelen gaan dingen net even wat anders, moeten we meer nadenken over hoe we dingen doen, over hoe we toch vorm kunnen geven. Ook aan de activiteiten in onze Kapel, in ons nieuwe programma.

Dit willen we doen in afstemming met wat er om ons heen gebeurt, in de wereld dichtbij, in de wijde wereld, en in ons universum. 

Op velerlei wijze zullen we het over een andere boeg moeten gooien en we kunnen maar beter in het bootje stappen en meedoen.

We hopen op een vangst groot en rijk. Misschien alleen op een andere wijze dan we tot nu toe dachten of gewend waren.

Laten we het elk op onze eigen manier doen in ons eigen tempo, maar elkaar wel enthousiasmeren en samen op pad gaan. Alleen kunnen we het niet. God zij dank hebben we de ander, hebben we elkaar nodig.

Doet u mee? Gooien we het samen over een andere boeg.

Amen

Monika Rietveld