Home » Overweging

Overweging

Zou het niet makkelijk zijn, wanneer we allemaal één taal spraken? Of zou daarmee ook de charme verloren gaan van die andere taal spreken,  in het vakantieland waar we naartoe gaan, zoals ook de charme van het betalen met een andere munt – in ieder geval hier in Europa – verloren is gegaan?

In de Bijbel – met zijn prachtige beeldende verhalen om ons te helpen het onbegrijpelijke te bevatten of te verklaren – vangt de geschiedenis van de mens aan met twee mensen, Adam en Eva. Maar het loopt uit de hand en God ziet het met lede ogen aan. Er komt een grote vloed over de aarde en wie gered wil worden zal aan boord moeten gaan van het schip dat Noach, in opdracht van God, bouwt. Maar niemand anders dan Noach, zijn vrouw, zijn zonen en hun vrouwen komt aan boord. Wel van alle diersoorten een mannetje en een vrouwtje. De vloed komt en alles en iedereen op aarde verdrinkt, behalve mens en dier in de boot, in de ark.

En zo gaat dan met Noach en zijn vrouw, weer met twee mensen, de geschiedenis van de mens een nieuwe fase in. Eigenlijk weer van begin af aan.

Zeventig zonen worden geboren vanuit Noach en zijn vrouw; hun 3 zonen, hun klein- en achterkleinzonen. Zeventig volkeren kwamen daaruit voort.

Zeventig, een veelvoud van zeven, getal van de volmaaktheid.

Maar,  is het wel zo volmaakt?

Er werd, zo staat er dan, op de hele aarde één taal gesproken. Die ene taal staat symbolisch voor de éénheid, de eensgezindheid, het samen optrekken, het niet verdeeld zijn. Eén taal staat voor niet alleen het luisteren naar de ander, maar ook het echt horen en het echt verstaan van de ander. Van luisteren naar elkaar.

Dat onverdeeld zijn maakt ook dat je je samen één doel kunt stellen en daar naartoe kunt werken. Er is immers goed overleg. Samen werken aan een hoger plan. Zoals het samen bouwen aan een toren, hoger en hoger, tot in de hemel. Dan worden we beroemd, dan kan niemand ons iets maken, dan hebben wij macht, dan zijn wij macht. Zo dachten de mensen in Babel.

Er was een zucht naar meer en meer en er was angst. Want hoe meer je hebt, hoe meer je kunt verliezen. En wanneer je veel te verliezen hebt ontstaat er angst.

Wanneer we naar onze eigen, recente geschiedenis kijken – zeg van na de tweede wereldoorlog, waarna de economische vooruitgang zo’n vlucht nam dat de bomen wel tot in de hemel leken te reiken – werd er, min of meer, aan een gezamenlijk doel gewerkt.

Het kon niet op; de generatie van  voor- en in de oorlog had het nog zwaar, met de wederopbouw. Bij de generatie die erna kwam groeide het welstand niveau en velen werden rijker en rijker. Zij konden steeds meer consumeren en voila, onze wegwerpmaatschappij was ontstaan. We namen, we nemen meer dan dat er gegeven kan worden. Dan wat de aarde ons geven kan. We putten de aarde en ons eigen systeem uit.

En ook nu zijn hoge torens het symbool van macht. Torens die, denk maar aan 9/11, soms zomaar vernietigd worden. Omdat er verzet is tegen de macht. 

Nee, de bomen groeien niet tot in de hemel. Nee, de toren kan niet gebouwd worden tot in de hemel.

De ongelijkheid die ontstaat; een rijkere top die de macht bezit. De macht en het geld dat bij een steeds kleiner wordende groep ligt. Steeds meer groepen die gemarginaliseerd worden. Een ingewikkeld systeem wat ondoorzichtig en onpersoonlijk  is geworden. Tegelijk een voorzichtig ontwaken bij anderen. Een groeiend besef dat het zo niet kan doorgaan. Systemen falen. Er zijn leiders die hun macht misbruiken. Er zijn mensen die hen volgen uit angst te verliezen wat ze hebben.

Het is een kakofonie geworden. We spreken elkaars taal niet meer. We verstaan elkaar niet meer.

En dan, midden in die kakofonie, valt alles stil…

Ongekend, wat er in de eerste maanden van dit jaar gebeurde. Het leven wat werd stilgelegd door Covid-19. Letterlijk, en figuurlijk. Nooit eerder, op zo’n grote schaal.

De stilte dreunt nog na. De gevolgen van de stilte worden langzaamaan zichtbaar. Raken steeds meer mensen. En zal nog jaren zijn nasleep hebben.

De tijd van hebben is voorbij…Mag ik hopen.

Wat zou kunnen ontstaan is een tijd van zijn.

Zo halverwege de 3 maanden van Lockdown, in mei, stond er in Trouw een interview met Joke Hermsen. Zij is filosofe en schreef oa de boeken Kairos, Windstilte van de ziel en Stil de tijd. Het zijn boeken die gaan over tijd en tijdsbeleving. 

Onze tijdsbeleving was in de afgelopen maanden onmiskenbaar anders. We hadden immers allemaal opeens een lege agenda., en zeeën aan tijd. De activiteiten die normaal ritme gaven aan onze dagen en weken waren ineens verdwenen. 

Joke Hermsen stelt zich de vraag waarom we op zo’n gespannen voet zijn geraakt met de tijd en waarom we vaak denken dat we te weinig tijd hebben? Er schaarste is aan tijd.

Zij zegt dan dat dit gevoel van schaarste is ontstaan aan het eind van de negentiende eeuw, toen de industrialisering ontstond.

De kloktijd ging ons salaris bepalen. Tijd werd geld. En, zegt ze, wanneer tijd geld is geworden dan is de tijd niet meer van jou.

Geld, tijd en hebben zijn met elkaar verbonden.

De Lockdown maakte dat we ons tijdsbesef kwijt raakten. We moesten ons hebben loslaten omdat we niet anders konden. Er was alleen nog maar zijn.

Het gedicht van Ed Hoornik, Hebben en zijn, verwoordt het zo mooi;

Hebben is bij hem de materie, hard, lichaam, dorsten en hongeren naar aarde, naar de materie. En het is plicht.

Zijn is dan de ziel, is luisteren, is wijken, kind worden en naar de sterren kijken en daarheen langzaam worden opgelicht.

Zijn is dan geraakt zijn en je laten raken. In de verwondering om al wat er is, wat zich aandient. En ja, dat is soms ook pijn.

Kunnen we in de stilte vertoeven? Want hoe moeten we verder? Gaan we, nu er weer meer mag, weer door op de oude voet of zijn we wakker geschud dat er wat moet gaan veranderen? En als er wat moet veranderen, wat dan, en hoe dan?

Ik weet het niet, u waarschijnlijk ook niet. Ja, stukjes weet ik wel. Maar in ons oude, in ons huidige systeem haakt er zoveel in elkaar. Waar begin je en waar eindig je, en hoe?

Dat niet-weten, durven we daarin te vertoeven?

In Trouw van 27 juni werd André van der Braak, hoogleraar boeddhistische filosofie, gevraagd wat het boeddhisme ons in deze onzekere tijd te bieden heeft.

Hij noemde dat je in het Zen boeddhisme ‘grondeloos leven’ ontwikkelt. 

Wanneer je grondeloos leeft is dat geen holle leegte.

 De leegte die in grondeloos leven, in grondeloos zijn is, is dat je alles wat er in de wereld is ziet, hoort en voelt en tegelijk beseft dat geen van allen het hele perspectief, de hele waarheid is. En wat is er dan wel?

Dan is er soms ‘niet weten’. We kennen dat allemaal in ons leven, dat we het even niet meer weten.

We kunnen dan als een gek van alles gaan doen, organiseren en aanpakken. Ook nu zien we dat om ons heen gebeuren.

Maar durven we ook te vertoeven in het ‘niet weten’?

Of laten we ons leiden door de kakofonie die er in ons hoofd,  in onze paniek ontstaat.

Er cirkelt een stem in mijn hoofd,
zoals een vlieg zoemt in een verlaten huis
en een uitweg zoekt.
Ik open een raam en zit heel stil,
maar de vlieg ziet het niet, jaagt in grote bogen
door de kamer,
duikt, klimt weer omhoog,
vliegt tegen de dingen aan,
totdat hij uiteindelijk, toch nog,
door het raam ontsnapt
de frisse buitenlucht tegemoet.

Wanneer we dan gewoon durven te blijven zitten en niets doen, het stil en leeg laten zijn kan er in de leegte plots iets oplichten. Kan er lichtheid ontstaan. Juist wanneer we loslaten kan er iets heel nieuws ontstaan.

We kennen het toch allemaal, dat ons soms spontaan een idee invalt, ons zomaar ‘een lichtje opgaat’. Dat gebeurt in de momenten dat we ontspannen zijn, niet in een krampachtige zoekmodus zitten.

Laten we, met ons allen, stil zijn en vertoeven in ‘niet weten’. Zodat er een nieuwe wereld kan ontstaan, een nieuw Jerusalem, waar we eerlijk delen, naar elkaar luisteren en elkaar verstaan, waar geen onderscheid meer is , waar alle leven ertoe doet, mens, dier, plant en mineraal.

Laten we zaaien en bomen planten zonder dat we erop uit zijn zelf de vruchten ervan te plukken. Want, zoals Rabindranath Tagore, al zei

Degene die bomen plant,

zonder te weten of hij of zij ooit in de schaduw ervan zal vertoeven, 

begint de bedoeling van het leven te bevatten.

Amen

Monika Rietveld