Home » Oud Russisch Kerstverhaal

Oud Russisch Kerstverhaal

In een klein dorpje in Rusland verloren in de sneeuw woonde een oud vrouwtje, Baboushka werd ze genoemd. Wat ben ik blij dat ik niet naar buiten hoef, dacht Baboushka.  Terwijl ze lekker warm bij haar haard zat werd er toen  plotseling luid op de deur werd geklopt. Zij opende de deur en buiten stonden drie mannen in de sneeuw. Hun ogen straalden vriendelijk toen zij haar kaars ophief om hen eens goed te bekijken. Wij komen van ver Baboushka, zeiden ze, en we klopten bij je aan om je te vertellen dat er deze nacht een Koning is geboren in Bethlehem. Hij is gekomen om alle mensen te leren elkaar lief te hebben. Wij brengen hem geschenken, mirre, wierook en goud. Ga met ons mee Baboushka. 

russisch-kerstverhaalMaar Baboushka keek naar de sneeuw buiten en toen naar haar gezellige warme kamer en zei: Het is te laat voor mij om met u mee te gaan beste heren. Ze ging weer naar binnen en sloot de deur en de mannen reisden verder naar Bethlehem.

Toen zij weer in haar hoekje bij de haard zat, begon ze te denken aan het kleine Kerstkind, want ze hield van kinderen. Morgen zal ik hem gaan zoeken, dacht ze en dan zal ik speelgoed meenemen, wat heeft een kind aan geurstoffen en goud. Dus toen het weer ochtend was trok zij haar lange mantel aan, nam een wandelstok en vulde haar mand met allerlei aardige dingen waar een kind van houdt en zij ging zoeken naar het Kerstkind. Ze had echter vergeten aan de heren te vragen welke kant ze op moest om in Bethlehem te komen en zij waren haar te ver vooruit dat ze hen nog kon inhalen.

Ze liep door bossen en velden, langs vele wegen, langs dorpen en steden altijd weer vragend: Ik ga het Kerstkind zoeken, waar ligt dit kind? Maar niemand kon haar helpen en allen zeiden ze “verderop Baboushka, verderop”. Zo trok ze vele jaren, maar ze kon het Kerstkind niet meer vinden.

Men zegt dat Baboushka nog steeds door het land trekt. Wanneer het kerstavond is en de kinderen slapen, dan komt zij zachtjes aangelopen over de besneeuwde landen. Met haar stok klopt ze op de deuren, gaat naar binnen en houdt een kaars boven de gezichtjes van de slapende kinderen. 

Is het Kerstkind hier vraagt ze dan en dan keert ze zich bedroefd om en zegt verder, verder, maar voor ze het huis verlaat laat ze een stuk speelgoed uit haar mand achter. Uit Zijn naam, zegt ze zacht en dan zwerft ze voort op zoek naar het Kerstkind.

Overgenomen uit Kerstsproken en bewerkt door An van Poelgeest