Home » Jan Mankes en Anne Zernike: verstild en bevlogen

Jan Mankes en Anne Zernike: verstild en bevlogen

Het is dit jaar een eeuw geleden dat de kunstschilder en graficus Jan Mankes (1889-1920) overleed, dertig jaar oud. In Museum MORE in Gorssel is tot 25 oktober a.s. een overzichtstentoonstelling van zijn werk te zien. Jan Mankes was getrouwd met Anne Zernike (1887- 1972). Zij was de eerste vrouwelijke predikant in Nederland, eerst bij de Doopsgezinden, later bij de NPB. Beiden zijn nog altijd van grote betekenis voor vrijzinnigen.

Anne werd geboren in een onderwijzersgezin in Amsterdam en liet al tijdens haar schooltijd weten dat ze theologie wilde gaan studeren. De Doopsgezinde Broederschap was in 1905 het eerste kerkgenootschap in Nederland dat besloten had om het ambt voor vrouwen open te stellen. Anne, 18 jaar, begon daarom meteen aan haar studie theologie aan de Gemeentelijke Universiteit Amsterdam. Om toegelaten te worden tot het Doopsgezind Seminarium moest zij zich aansluiten bij de Doopsgezinde Broederschap, dat deed ze door zich op 22-jarige leeftijd daar te laten dopen. Na het proponentsexamen in 1911 kreeg ze in de Friese dorpsgemeente Bovenknijpe haar eerste gemeente. Ze maakte echter moeilijk contact met de dorpelingen, die, zeg maar, niet dezelfde culturele belangstelling hadden.

Toen kreeg Anne kennis aan Jan Man- kes die op een steenworp afstand van de kerk woonde. Samen verdiepten ze zich in literatuur, poëzie, schilderkunst, theosofie, anti-militairisme en vegetarisme. Maar, toen ze trouwden in 1915 betekende dat voor Anne, omdat zij vrouw was, dat zij moest stoppen met werken. En dus legde ze haar ambt neer.

De religiositeit van Jan kwam meer impliciet in zijn kunst naar voren. Hij wordt wel ‘Hollands meest verstilde schilder’ genoemd. Niets in zijn werk is groots en meeslepend. Hij zorgt ervoor dat je met verwondering naar het doodgewone kijkt. ‘Verstilde aandacht’ is een uitdrukking die door recensenten vaak gebruikt wordt. Mankes schilderde net zo lang tot het werk ‘een ziel’ kreeg, zei hij. ‘De werkelijkheid achter de werkelijkheid’. Je kunt het gerust mystiek noemen. In het schemerige landschap met die sierlijke hoge bomen (Bomenrij, 1915), dat hij in Bovenknijpe maakte, staan twee kleine figuurtjes. Vermoedelijk stellen ze hemzelf en Anne voor. Ze lopen samen, klein, in een enorme ruimte, terwijl de bomen reiken naar grote hoogte; ze grijpen naar de hemel. De plek van de mens in het universum is eenzaam, klein en kwetsbaar. Het is vol geheimzinnigheid om hem heen. Zo wordt de mens stil. Maar gelukkig is hij ook samen met een ander. Samen op weg, met een ander mens, samen in Gods schepping wandelend.

Jan Mankes was in 1915 al ernstig verzwakt door tuberculose. Hij overleed in april 1920, een week voor Annes 33e verjaardag. Toen zij zich later dat jaar opnieuw beroepbaar stelde, hield de Doopsgezinde Broederschap zich stil.
Ze kreeg tot haar verdriet geen beroep meer. Reden? Niet dat ze vrouw was; nee, ze was voor veel doopsgezinden té vrijzinnig, met té radicale opvattingen. In 1921 verhuisde ze naar het Rotterdamse tuindorp Vreewijk. Daar werd zij voorgangster van de net opgerichte afdeling van de Nederlandse Protestanten Bond (NPB). Dat zou ze blijven tot 1948. Later schreef ze hierover: “Daar ik altijd meer algemeen vrijzinnig georiënteerd was gebleven, dan speciaal doopsgezind, trok deze werkkring me aan.” In Rotterdam kreeg ze de mogelijkheid haar ervaringen en ideeën in de praktijk toe te passen. Ze zette zich in voor het antimilitarisme en predikte verdraagzaamheid. Bij haar emeritaat had de afdeling 500 leden.
De laatste jaren van haar leven heeft ze in het rusthuis ‘De Lichtenberg’ in Amersfoort gewoond.

Peter Korver

Wilt u naar de expositie? Dan kunt (moet) u online reserveren op www. museummore.nl