Home » Hoop

Hoop

Twee soldatenHet is nu precies honderd jaar geleden. Europa had zich overgegeven aan een collectieve waanzin. Tal van landen stortten zich enthousiast in een oorlog. In Duitsland verheugde de bevolking zich op een korte frisch-fröhlicher Krieg.

Op Kerstavond in het jaar 1914 vroor het aan het Westfront. De modder was hard geworden, de kapotgeschoten bomen waren afgezet met rijp  en in niemandsland was de afschuwelijke stank van rottend mensenvlees vervaagd. De vriesnacht was helder, schoon en over het algemeen rustig. Aan het front ten zuiden van Ieper klonk vanuit de Britse linies nog wat verspreid vuur, maar toen bleek dat er geen aanval op komst was, zwegen de geweren.

De Duitsers begonnen als eersten Kerst te vieren. Ze wisselden schnapps en sigaretten uit. Hier en daar verscheen een verlicht kerstboompje of een lampion boven de loopgraven. Ergens begonnen de Duitsers ‘Stille nacht, Heilige nacht’ te zingen.

Een Britse soldaat herinnerde het zich na de oorlog nog: „Nadat ze waren uitgezongen, vonden we dat we iets terug moesten doen en zongen ‘The first Noel’. Toen we klaar waren applaudisseerden ze, om vervolgens ‘O Tannenbaum’ in te zetten, een van hun andere favorieten. En zo ging het maar door.”

Ook op andere plekken aan het front gebeurde iets dergelijks. Een kanonnier herinnert zich dat de Duitsers riepen: „Kom hierheen. We willen jullie spreken.” Er werd heen en weer geroepen: „Hallo Tommy, Hello Fritz!” Een Britse durfal klom uit de loopgraaf en liep richting de Duitse linies. Een Duitser kwam hem halverwege tegemoet. Ze gaven elkaar een hand en deden heel vriendelijk tegen elkaar. Toen de Engelsman even later terugkeerde en vertelde wat hij had beleefd, durfden anderen eveneens de Duitsers te bezoeken.

De volgende dag, op Eerste Kerstdag, kwamen aan beide kanten van het front de soldaten hun loopgraven uit. In het volle zicht van de vijand werden velddiensten gehouden zonder dat er een schot werd gelost. Beide partijen zwaaiden naar elkaar en enkele moedige soldaten liepen het niemandsland in om elkaar te begroeten. Aanvankelijk vormden zich kleine groepjes, vervolgens steeds grotere, totdat op sommige plekken honderden soldaten bij elkaar stonden. Er werden handen geschud, men bood elkaar een vuurtje aan en wisselde geschenken uit: sigaretten, Duitse worsten en sigaren, ingeblikte hutspot, tabak, familiefoto’s en Londense kranten.

Op diverse plaatsen in België vonden dit soort verbroederingen plaats. Vermoed wordt dat het Kerstbestand op tweederde van het Westfront in acht werd gehouden. Het bestand duurde minstens tot het einde van Tweede Kerstdag. Op sommige plaatsen duurde het tot de jaarwisseling of zelfs tot ver in januari 1915. De legerleidingen waren fel tegen deze ‘pax noel’. Een spontaan bestand was uiterst ongewenst en tastte de discipline aan: de soldaten konden immers gaan denken dat de vijand ook maar een mens was. Het zorgvuldig opgebouwde vijandsbeeld moest koste wat kost in stand worden gehouden. Niemand had ook gedacht dat de spontane Kerstvrede lang zou aanhouden.

Al spoedig begon het te regenen, de modder keerde terug en de stemming sloeg om. De legerleidingen kregen hun zin: de soldaten keerden weer terug naar hun loopgraven en de strijd zou spoedig weer worden hervat.

De Eerste Wereldoorlog zou na Kerstmis 1914 nog zo’n kleine vier jaar duren en nog vele honderdduizenden slachtoffers eisen. Toch was er even vrede op aarde geweest. Het zijn soms in de meest onmenselijke omstandigheden dat mensen hun zachte kanten toelaten en weer medemensen worden. Dat de geweren en kanonnen een moment mogen verstommen. Dat is onze hoop.

Ds. Peter Korver

Het verhaal is gebaseerd op een artikel van drs. G.J.J. Weegink van de Stichting Studiecentrum Eerste Wereldoorlog (2006)