Verbondenheid

Een van de belangrijkste Amerikaanse theologen uit de vorige eeuw was de monnik Thomas Merton (1915-1968), geboren in Frankrijk en opgegroeid in Engeland. Zijn levensverhaal lijkt op dat van een heilige: aan een voorbeeldig Godgewijd leven ging een liederlijk leven vooraf. Op zijn 18e jaar ging hij naar de universiteit. Daar begon een leven van plezier: veel uitgaan, roken, cafés, alcohol (hij was veel dronken) en kleren kopen. Hij had een eigen appartement en ontving er regelmatig meisjes. In 1934 liep het mis: een meisje werd zwanger van hem. Er werd een wettelijke regeling getroffen en Merton stak de oceaan over en vertrok naar New York. Vlak voor zijn afstuderen daar liet hij zich dopen. In de overgangsperiode na zijn doopsel veranderde hij zijn leven grondig. Hij had de ervaring naar de mis getrokken te zijn: “Go to Mass! Go to Mass!” en in het najaar van 1939 besloot hij priester te worden. Hij ging zich actief inzetten voor sociale activiteiten, met name de armenzorg. Hij begon eveneens zeer veel te schrijven en werkte zijn eerste romans af. Spoedig voelde hij roeping om in te treden in een kloosterorde. Om zich voor te bereiden stopte hij met roken en verminderde sterk met alcohol en uitgaan.

Hij meldde zich aan bij de Franciscanen, waar hij hartelijk werd ontvangen. Enkele maanden voor zijn intrede biechtte hij in een gesprek zijn vroegere leven op: drank, geld uitgeven, relaties en een buitenechtelijk kind. Hierna werd hij dringend verzocht zijn kandidatuur in te trekken.

Hij werd inmiddels sterk aangetrokken door het strengere trappistenleven, maar vreesde een nieuwe afwijzing. Hij meldde zich bij de abdij van Gethsemani in Kentucky en drie dagen later werd hij aanvaard als postulant (iemand die een tijd mag meeleven om te kijken of dit leven iets voor hem is). Hij vertelde heel zijn levensverhaal open aan de novicenmeester, die het besprak met de abt. Zij maakten er geen probleem van en aanvaardden hem zonder restricties.

Vervolgens ontwikkelde Thomas zich tot een belangrijk theoloog, dichter, auteur en sociaal activist, die zich sterk kantte tegen de oorlog in Vietnam. Een leven van stilte, gebed en teruggetrokkenheid wist zich te verenigen met een grote betrokkenheid op de wereld en de oecumene. Als sterk voorstander van oecumene trad hij in dialoog met vooraanstaande vertegenwoordigers van andere godsdiensten.

In een meditatief dagboek met teksten van hem las ik pas geleden over de verbondenheid die hij voelde met anderen: “De levens van al die mensen die wij ontmoeten en kennen, zijn vervlochten met onze eigen bestemming. Ook de levens van velen die wij nooit zullen kennen op aarde. Maar heel weinigen daarvan zijn onze intieme vrienden. Omdat wij met hen meer gemeenschappelijk hebben zijn wij in staat om hen met een bijzondere onbaatzuchtigheid lief te hebben: wij hebben meer te delen met hen. Zij zijn onlosmakelijk verbonden met onze eigen bestemming. Onze liefde voor hen bezit een uitzonderlijke heiligheid: God toont Zichzelf erdoor in onze levens.”

Ook een monnik die in stilte achter de muren van een klooster leeft kan zijn leven vervlochten weten met dat van andere mensen. Of juist een monnik? Moeten wij voldoende stilte en eenzaamheid in onze levens inbouwen om werkelijk medemens te worden en God te ontmoeten?

Peter Korver