Van feesten tot vasten naar vrij-zijn

Enkele weken geleden barstte de carnavalsfeesten weer los, met name in het gebied onder de grote rivieren. Nog even de remmen los, om vervolgens na Aswoensdag de vastentijd in te gaan. Voor ons, boven de grote rivieren, staat dit toch verder van ons bed en zeker in de Vrijzinnige traditie hebben we daar niet zoveel mee.

Toch, het vasten wint ook terrein binnen het protestantisme, zelfs binnen de vrijzinnigheid. Misschien niet zo gek in deze tijd van overdaad, van ongelijkheid in de wereld en het uitputten van onze aarde. Ja, misschien past het dan juist ook wel weer binnen de vrijzinnigheid.

Het is misschien zo gek nog niet; een vorm van vasten komt eigenlijk in alle geloofstradities wel voor; in het hindoeïsme, het boeddhisme, het taoïsme. En dichterbij onze traditie en voor ons bekender; het jodendom en de islam.

Maar wat is vasten nu eigenlijk precies en waar onthoud je je dan van? Wanneer we het dichtbij huis houden en naar de Rooms Katholieke traditie kijken  – want daar ligt de christelijke oorsprong – dan gaat het over 40 dagen vasten. Van Aswoensdag tot Pasen, 40 dagen, want de zondagen tellen niet mee. Het gaat vooral over sober eten en sober leven in deze periode.

Verder weg, maar ons ook steeds bekender, is het vasten binnen de islam, de ramadan. Er wordt van zonsopkomst tot zonsondergang gevast, niets gegeten of gedronken. Het vasten wordt gebroken met het eten van een dadel, iets zoets in je mond opdat je zoete woorden zult spreken.

Eigenlijk gaat het in al deze tradities vooral over reiniging, zuivering en het besef dat een ander het misschien wel minder goed heeft dan jij, mededogen of barmhartigheid. Vasten gaat in het christendom en de islam ook over barmhartigheid. Over het geven van aalmoezen of de zakat (islam).

Het hebreeuwse woord voor barmhartigheid betekent onder andere ook moederschoot. Het Griekse woord voor barmhartigheid splagchnizomai betekent geroerd worden tot in mijn ingewanden. Wanneer ik niet, of minder, eet dan voel ik de leegte in mijn ingewanden en kan ik meevoelen met hen die niet voldoende te eten hebben.

Ik las het boekje Vasten van Anselm Grün. De ondertitel is je innerlijke bron vinden. Door te vasten, je van een gewoonte te onthouden, kom je dichter bij je innerlijke bron, bij je eigen kern. We kunnen innerlijke vrijheid bereiken, zo schrijft hij.

In vrijheid kun je dan kiezen waar je je van onthoudt, waarvan je wilt vasten, waarvan je even niet afhankelijk wilt zijn. Innerlijk vrij zijn van onze gewoontes van gehechtheid en verslaving.

Egypte is de prachtige metafoor van slaaf zijn van gehechtheid en verslaving. Vasten is de uittocht uit dit land. Door de woestijn naar het beloofde land, de vrijheid.

Dat kan zitten in heel kleine dingen; je dagelijkse kopje(s) koffie, een glaasje wijn, zoetigheid of soberder eten. Je auto eens wat vaker laten staan, minder televisie, smartphone of internet. Of bewuster te letten op wat je denkt of zegt.

Vasten gaat over bewust-zijn. Door bewust te zijn kun je in vrijheid weer opnieuw keuzes maken. Niet door anderen opgelegd maar vanuit mijn eigen bron. Een tijd van naar binnen keren, naar je eigen binnenkamer. In meditatie of gebed.

Zo zijn vasten, het geven (aan de armen) en gebed door alle geloofstradities heen geweven.

Ik vind het mooi om deze veertigdagentijd bewust te beleven met als hoogtepunt de Stille week met haar Vespers.

Wanneer ik in de komende tijd bij u op bezoek kom laat ik even het koekje of chocolaatje liggen. Bij het paasontbijt vier ik weer uitbundig mee!

Monika Rietveld