Tamarah Benima: religie is een spel

religie2Op maandag 14 maart konden we in De Kapel luisteren naar de lezing van een van de zes vrouwelijke rabbijnen die Joods Nederland rijk is, Tamarah Benima. Na afronding van een rabbinale studie aan het liberaal-joodse Levisson Instituut in 2008 werd zij in 2015 aangesteld als rabbijn van de gemeente Beit Ha’Chidush in Amsterdam. Datzelfde jaar verscheen haar boek Joodser dan dit krijgt u het niet. De levenskunst van de joodse beschaving.

Tijdens haar Kapellezing ontvouwde Tamarah een visie op godsdiensten, die zowel voor het Jodendom als voor het christendom of de islam geldt. Religie is een spel, een belangrijk spel. Zoals ook Sinterklaas een allerbelangrijkst feest is dat je speelt met je kind. Mensen gaan er in op. ‘Mens erger je niet’ is niet zomaar een spelletje. Het kan je opwinden, blij en boos maken, terwijl je weet dat het ‘maar een spelletje’ is. Het is de intentie waarmee gespeeld wordt, dat maakt dat je aan de andere kant van de werkelijkheid komt, een andere werkelijkheid binnen treedt. Zo wordt dat wat in wezen onzichtbaar en onnoembaar is toch tastbaar en bespreekbaar.

Het religieuze spel kent drie elementen waar alles om draait. Ten eerste: er zijn verhalen, mythische verhalen. Ten tweede: er zijn rituelen, vaste, herhaalbare handelingen. Ten derde: er is een plek, een heilige plaats.  Deze drie middelen helpen de gelovige om een oversteek te maken van het alledaagse, het zichtbare, het hier en nu naar de niet zichtbare wereld, voorbij het hier en nu. 

Bij alle secularisering is het erg dat een nieuwe generatie nauwelijks meer de verhalen kent uit de bijbel. Dat is erger dan dat ze zeggen niet in God te geloven. De rituelen, die altijd hetzelfde zijn, zijn vertrouwd omdat ze altijd op dezelfde manier herhaald worden, ons beschermen tegen de chaos van de wereld. Alles lijkt maar steeds te veranderen, maar de rituelen niet. Ze geven rust, troost en vertrouwen. De heilige plaats kan Jeruzalem zijn, of Rome, of je eigen kerkje.

Met de joodse heilige schriften springt Benima liberaal, vrij en eigenzinnig om. Ze moet erkennen dat de Tenach (het Oude Testament) veel gruwelijks bevat. Geen nood. Je hoeft niet alles letterlijk te nemen. Je hoeft als jood eigenlijk helemaal niks, je kunt zelfs het atheïsme omarmen, zo meent zij.

Bedelaars

Er is, helaas, elke dag voldoende nieuws dat ons verdrietig, of bang of boos kan maken. Je ziet in elk televisiejournaal vluchtelingen met kinderen in de kou, in natte tentjes, getraumatiseerd en zonder enig perspectief. Elke dag is er ergens wel een aanslag geweest. Hoe treurig ook, je raakt eraan gewend en het lijkt erbij te horen. Dat geldt ook voor het populisme. Veel politici laten de oren graag hangen naar wat ‘het volk’ vindt en slaan vervolgens stoere en dreigende en beledigende taal uit. Ook daar raken we aan gewend. (Donald Trump, die zich hierin een meester heeft betoond, vertrouwt ons nu echter toe ‘als ik president ben, dan ga ik mij beter gedragen….’)

Maar niet alles went. Eén nieuwsitem ontzette mij speciaal de afgelopen maand. Plaats van handeling: een plein in Madrid vol met Nederlandse voetbalsupporters die het zich kunnen permitteren om voor een wedstrijd even een vliegreisje te maken, een hotel te boeken en de dag drinkend door te brengen. Ze bespotten en vernederen bedelaars. Zij werpen muntjes in de groep als kruimels naar duiven en mussen en genieten ervan hoe de Roma vrouwen – als eendjes die gevoerd worden – elkaar verdringen om wat op te pakken. Een andere vrouw laten zij op haar knieën gaan en dan moet zij zich een aantal keren opdrukken in ruil voor een paar peseta’s. Er is er een die, onder gelach voor de ogen van deze straatarmen, een geldbiljet in brand steekt en de verkoolde resten dan tussen hen in laat vallen.

De tranen springen je in de ogen. Gebeurt dit echt?  Hoe kunnen mensen zo diep zinken dat zij plezier beleven aan de armoede en het vernederen van anderen? Maar ook de reactie achteraf van de voorzitter van de supporters-vereniging was opmerkelijk of moet ik zeggen treurig? Ja, hij vond het ook niet fraai, ‘maar de vrouwen hadden toch aardig wat geld opgehaald’.

En een officiële reactie van de Nederlandse ambassade in Spanje maakt gewag dat het om maar een kleine groep gaat die het voor alle anderen verpest. Is het minder erg als het een kleine groep is die het doet? En: zijn het de andere supporters die de eigenlijke slachtoffers zijn omdat voor hen het voetbalfeest verpest wordt? Ook hier ontbreekt iets van wat normaal zou moeten zijn:  heilige verontwaardiging en mededogen met mensen die kwetsbaar zijn en geminacht worden.

Peter Korver