Religie als bron van alle kwaad

innaamvangodGodsdienst staat in onze tijd van vele kanten onder druk. Een oudere generatie heeft veelal met pijn en frustratie afscheid genomen van een kerk die hen belastte met schuldgevoelens en die hen het recht ontzegde om zelf te mogen denken. Afscheid van kerk en geloof is niet zelden ervaren als een bevrijding. Het rationele denken en de nieuwe inzichten in het natuurwetenschappelijke denken en de psychologie hebben de zeggingskracht van vele godsdienstige voorstellingen en verhalen onder druk gezet. Geloof is voor velen noch aannemelijk, noch aantrekkelijk meer. Het is iets dat zijn tijd gehad heeft en dat we beter achter ons kunnen laten. Daar is sinds het begin van de 21e eeuw nog een andere opvatting bijgekomen: religie is gevaarlijk, want onverdraagzaam en gewelddadig. De aanslagen van ‘nine eleven’ 2001 in Amerika, de moord op Theo van Gogh in 2004, de fascinatie van Syrië-gangers voor religieus gemotiveerd geweld en de recente moordaanslagen op journalisten en klanten van een Joodse supermarkt in Parijs bepalen de visie op ‘het geloof’ van nogal wat mensen. Niet alleen wordt dan het moslimextremisme verworpen, maar tegelijk ook dé Islam, het christendom, dé religie. Dagblad Trouw hield onlangs een representatief onderzoek. Op de stelling ‘Religie brengt meer kwaad dan goed teweeg’ werd door 63% van de ondervraagden instemmend geantwoord.   Een boek van Guido Hayen uit 2007, ‘God, geloof, geweld’ bracht dat al treffend onder woorden: ‘Alle religies beweren te streven naar een wereld van vrede en geluk. ‘Vrede op aarde voor de mensen van goede wil’, is hun leidmotief. De praktijk toont echter aan dat juist het geloof veruit de belangrijkste oorzaak is van onderdrukking, geweld en moord.’

Ondertussen zijn u en ik lid of vriend of belangstellende van De Kapel, een geloofsgemeenschap. Voelen wij ons ongemakkelijk onder de religiekritiek? Weliswaar staan wij voor een vrijzinnige variant, voor een ‘vrij en verdraagzaam christendom’, voor een God die ‘mij zelf laat denken’, voor interreligieuze dialoog, maar toch… Ook u en ik worden wel eens meewarig aangekeken als we zeggen bij een kerk te horen.

Toeval of niet, juist aan het einde van de week vol van het Parijzer geweld verscheen het nieuwe boek van Karen Armstrong dat gaat over godsdienst en geweld. ‘In naam van God’ is de titel. Ze pleit ervoor genuanceerd over religie en politiek te denken. Godsdienst is voor haar niet de belangrijkste oorzaak van alle onrecht. Het boek is niet alleen een verdediging van de religie, maar ook een gedegen verkenning van de relatie tussen religie en de geschiedenis van het geweld. ‘Een erudiet en nauwkeurig boek, magnifiek in de breedte en in de historische details,’ schreef de Washington Post.

U kunt ervan op aan dat dit boek in de komende maanden aandacht krijgt in De Kapel. Drie belangrijke conclusies van de Engelse godsdienstwetenschapper en pleitbezorger van compassie, Karen Armstrong, wil ik hier alvast aantippen.

Ten eerste: de grootste massamoorden uit de geschiedenis staan niet op naam van godsdiensten, maar zijn aangericht door koloniale machten (de uitroeiing van de Indianen) en door politieke ideologieën als het nazisme (de Holocaust) en het zelfs expliciet atheïstische communisme.

Ten tweede: de huidige terroristen hangen een uitgeklede, fundamentalistische islam aan waarin de overgrote meerderheid van moslims in verleden en heden zich niet herkent. Het doden van burgers geldt juist als een taboe in de islam.

Ten derde: religie staat vaak aan de moreel goede kant. Het heeft in barbaarse tijden zorg gedragen voor compassie, streven naar vrede, vergeving, bestrijding van armoede en inzet voor gerechtigheid en barmhartigheid.

Ds Peter Korver