Home » De predikant heeft zijn langste tijd gehad

De predikant heeft zijn langste tijd gehad

Predikanten 2016Een opzienbarende kop boven een stukje dat geschreven wordt door uw eigen predikant? De titel is dan ook niet van mij, maar staat in een ‘blog’, zeg maar een column op internet, op de website www.vrijzinnigen.nl, (de NPB). De schrijfster is Wies Houweling, de algemeen secretaris, in een poging een discussie op gang te brengen. En niet alleen de beroepsgroep van voorgangers en pastoraal werkers wordt ter discussie gesteld, ook de leden krijgen een confronterend verzoek om naar zichzelf te kijken. Ik laat Wies aan het woord: ‘De Nederlandse gelovige is jarenlang verwend. De dominee of voorganger kwam op bezoek –  als het moeilijk ging – om een bemoedigend woord te spreken en hij of zij inspireerde op zondag met een intellectuele rede of een spiritueel verhaal voor de komende week. Er zijn steeds minder voorgangers, predikanten en dominees en dat is maar goed ook.

In de huidige tijd zijn mensen spiritueel mondiger en zijn heel goed in staat elkaar te troosten en te bemoedigen. Met een beetje hulp kunnen de meeste mensen het best zelf. Is het niet vreemd dat er voor een groep van 30 leden een parttime pastor wordt aangesteld? Kunnen we niet pastoraal naar elkaar omkijken? Is een predikant in zo’n situatie ook niet gauw een ‘excuus Truus’, om maar niet voor elkaar te zorgen?  Ritueel begeleiders doen goede zaken in onze samenleving, met huwelijken, begrafenissen en zelf initiatieriten. En vieren doen we ook we ook graag zelf.  Mensen delen graag met elkaar de maaltijd, in een kring of buiten in stilte. Een geloofsgemeenschap is een lerende gemeenschap. Op het gebied van spiritualiteit en wijsheid kunnen de gelovigen van elkaar leren. Natuurlijk ook van een voorganger, maar dat hoeft niet echt. Voor een mooie cursus kun je altijd iemand inhuren, sprekers genoeg.  Uitleg van de schrift? We luisteren tegenwoordig toch het liefst naar ervaringen van anderen. De preken zijn steeds meer persoonlijke verhalen, dat zou je toch heel goed aan leden zelf kunnen overlaten?’ 

U begrijpt natuurlijk ook wel waar deze discussie zijn oorsprong vindt. Veel afdelingen / gemeentes worden kleiner en kunnen zichzelf financieel met moeite redden. Dan is de voorganger meteen wel de grootste post op de begroting, de grootste last. In de loop van de jaren werd de voorganger al een stuk goedkoper. Een academische opleiding is bij Vrijzinnigen Nederland (de NPB) niet meer nodig, een Hbo-diploma volstaat ook. En als we haar (of hem) een dag minder aanstellen, dan scheelt dat ook. De volgende vraag is dan natuurlijk of een vrijgestelde en betaalde voorganger eigenlijk wel zo noodzakelijk is. Kan een geloofsgemeenschap ook zonder, kunnen de leden het met elkaar allemaal ook wel? Soms doet de situatie zich voor dat je het inderdaad (tijdelijk) met elkaar moet zien te redden, n.l. als er vacaturetijd is.  De zondagmorgen krijg je overigens ook best ingevuld door alleen nog gastpredikanten uit te nodigen. Het is natuurlijk wel speciaal dat het bestaansrecht van eigen voorgangers ter discussie wordt gesteld door de hoogste functionaris van de organisatie achter deze groep professionals. Het is als de werkgever die tegen zijn werknemer zegt: ‘Eigenlijk ben je helemaal niet nodig, ik kan het ook prima zonder je af’.

Wat vindt u? Voegt een professionele voorganger echt iets toe? Hebben de remonstranten gelijk die vinden dat een gemeente niet kan bestaan zonder een predikant, academisch opgeleid en het liefst gepromoveerd? Een echte theoloog. Is al die geleerdheid, al die Bijbelkennis echt nodig? Of is het belangrijker dat er een meer praktisch ingestelde voorganger met een Hbo-diploma pastoraat rondloopt? Of kunnen we ook die missen omdat de leden met elkaar ook voldoende kennis en vaardigheden in huis hebben om de gemeenschap inhoudelijk en pastoraal goed te laten functioneren. Een lekenkerk, een vrijwilligers organisatie dus. Voordeel is dat iedereen geactiveerd wordt en niemand het lui kan overlaten aan de betaalde kracht. Bij het Apostolisch Genootschap – dat tegenwoordig ook tot de vrijzinnigheid wordt gerekend – is het inderdaad zo geregeld. Er zijn voorgangers, maar die zijn ook gewoon lid van de gemeente en ze verdienen hun brood in een ‘gewone’ baan buiten de kerk. Zoals de apostel Paulus ook in zijn eigen onderhoud voorzag door tenten te maken.

In onze Kapel is deze discussie misschien nog theoretisch omdat we ons drie (parttime) voorgangers kunnen veroorloven. Er zijn echter ook plaatsen waar een groep alleen kan voortbestaan als ze geen ‘dure’ voorganger meer hoeven te betalen. Wies Houweling heeft het nodige los gemaakt, vooral bij de beroepsgroep, dat begrijpt u. Maar heeft ze een punt?

Ds. Peter Korver (uw hoog opgeleide en dure dominee)