Pinksteren overweging

Met Pinksteren vieren we onze volwassenheid. Als mens en als christen. We hebben ons laten inspireren door de mens Jezus, hij heeft ons meegenomen met zijn wijze lessen en gelijkenissen. We hebben het nodige doorgemaakt in wat we deelden in wat hem is aangedaan, in zijn lijden en dood. Het confronteerde ons evengoed met ons eigen lijden en verdriet. We mochten in het geheim van de opstanding ervaren dat lijden en dood niet het laatste woord mogen en hoeven te hebben. Daarna werd het tijd dat we op eigen benen gingen staan. Niet langer afhankelijk van een voorbeeldfiguur. Zelf gerijpt ook door eigen levenservaringen. Dat is mooi verbeeld in het feest van Hemelvaart. Hij is er niet meer. Niet meer op deze aarde en wij hebben het nakijken. We zijn even verweesd. Zoals een jong volwassene gaat ervaren: niet langer kan of wil ik bij alles leunen op mijn ouders. Nu ga ik het zelf doen, nu wil ik verantwoordelijk zijn. Met Pinksteren staan de eerste christenen op eigen voeten. De ramen en deuren gaan open, ze zijn niet langer bang, ze trekken erop uit, spreken vrij over wat ze belangrijk vinden en zijn een zegen voor de mensen die ze tegenkomen. Ze steunen, genezen en delen. Volwassen mensen, gelouterd door het leven, wijsheid opgedaan, niet alleen maar met zichzelf bezig, maar open naar anderen, meelevend, helpend. Jezus heeft ze gevormd, nu zijn ze klaar voor de wereld die veel van hen te verwachten mag hebben.

Pinksteren is dan ook meteen het laatste grote feest in het kerkelijk jaar. Het kerkelijk jaar begint met adventsperiode en dan leven we toe naar kerstmis, geboorte, de komst van God in onze wereld, de geboorte van Christus. Daarna komt zijn leven, zijn voorbeeld,  dan het lijden en sterven aan de orde en vieren we Pasen, zijn opstanding, de overwinning van het leven op de dood. De paastijd duurt 50 dagen. Op de 40e paasdag is het Hemelvaart, dan wordt Jezus weggeschreven uit het verhaal, opgenomen in de hemel. De leerlingen blijven achter, voor hun gevoel als wezen. Als kinderen zonder ouders. Ze kijken naar boven, naar die lege hemel waar hij, die hun leven richting en zin gaf, verdwenen is en ze staan onzeker op de aarde waar zij aan toebehoren. Het doet me denken aan het verhaal van een andere bekende leermeester uit de geschiedenis: de filosoof Socrates. Het doet me denken aan de leerlingen van de Griekse filosoof Socrates. De Griekse filosoof Plato beschrijft zijn laatste uren. Socrates is ter dood veroordeeld, want hij heeft met zijn ideeën de jeugd van Athene vergiftigd, zo vindt de gevestigde orde, en moet een beker vol gif leegdrinken. Zijn beste vrienden en leerlingen zijn bij hem in deze laatste uren. Plato schrijft dan wat zij voelen: ‘wij waren het volkomen met elkaar eens, dat wij nu, als het ware van een vader beroofd, als wezen ons verdere leven moesten doorgaan’. De vrienden en leerlingen voelen zich als ‘wezen’. In de steek gelaten door hun meester.

Hemelvaart is ook geen feest. Het is het moment van ontreddering. We blijven achter, we staan er alleen voor, wat moeten we nou.  Dat gevoel dat wij wel kennen, als iemand weggaat van wie je veel houdt, die belangrijk voor je is geweest, met wie je jaren samen bent opgetrokken of samen hebt gewerkt. Hoe moet het nu verder? Wie jijzelf bent, je identiteit, is inmiddels zo vergroeid met die ander. Alsof je geamputeerd wordt. Dat kan zijn bij een scheiding, bij het overlijden van een geliefde, maar voor de leerlingen van Jezus voelde het ook zo. Jezus heeft dat voorvoeld en nog voor zijn lijden zegt hij tegen zijn leerlingen: Ik zal jullie niet als wezen achter laten. Denk niet dat ik jullie in de steek zal laten, als wezen zonder vader. Als er ergens nog met Hemelvaart een kerkdienst is, dan wordt dat gelezen, net als wij vandaag: ‘Ik zal u niet als wezen achterlaten; Ik zal u een andere Trooster geven, die bij u blijven zal’ (Joh. 14:16, 18). Een andere trooster? Het Griekse grondwoord dat de evangelist gebruikt, Parakletos, is afgeleid van het werkwoord parakaleo, dat ‘iemand erbij roepen betekent’. Het gaat om iemand die opgeroepen wordt om een ander, die hulp nodig heeft, met raad en daad terzijde te staan. De heilige geest troost en staat je met raad en daad terzijde. Geeft je nou net die hulp van buiten die je eigen kracht en reserves aanvullen. Dat is zijn Geest, dat is God’s heilige Geest. Die zal ze volwassen maken.

Tien dagen na Hemelvaart is het Pinksteren. Dan is het navelstaren voorbij, dan zijn onze medemensen, dan is de wereld aan de beurt. We voelen ons volwassen, nemen verantwoordelijkheid en ervaren dat we daarbij gesteund worden door die geest van Jezus’ leven, die ook Gods geest is. De verhalen in de bijbel reiken ons tal van beelden en vergelijkingen aan die ons duidelijk maken wat dat is als je je laat pakken door die inspiratie van het Jezus-verhaal. Dat je enthousiast wordt. Die twee woorden zeggen al veel. Inspiratie. Spiritus is Latijn en betekent geest. De spirit komt erin. Enthousiasme: dat woord komt uit het Grieks. En theos. In God zijn. God in jou. En dan de beelden die bij Pinksteren horen: vuur, wind, water, de duif.

Vuur. Johannes de Doper zegt tegen zijn toehoorders dat zij gedoopt zullen worden met de Heilige Geest en met vuur. Op de Pinksterdag hebben de discipelen vuurtongen op hun hoofden, dat gezien wordt als het ontvangen van de Heilige Geest. Het heilige vuur. Wie hoopt niet het heilige vuur te krijgen in zijn leven?

De wind. De komst van de Heilige Geest gepaard met iets dat voelt als het opsteken van een wind. “Plotseling klonk er uit de hemel een geluid als van een hevige windvlaag, dat het huis waar ze zich bevonden geheel vulde.” Een frisse wind, een wind die je bijna omver blaast, die je in beweging brengt. Ook Jezus zelf maakt een vergelijking tussen de Heilige Geest en de wind.

Water. de Heilige Geest, die Hij rijkelijk over ons heeft uitgestort door Jezus Christus, onze Heiland. Uitgestort als water, als levend water. Water dat leven geeft.

Een duif. De duif wordt overal gezien als het symbool voor de Heilige Geest. Het evangelie vertelt dat toen Jezus zelf gedoopt werd door Johannes, in de Jordaan, de hemel open ging en dat de Heilige Geest neerdaalde in de gedaante van een duif. Een duif staat voor vrede, maar ook voor beweging, voor fladderen, voor vliegen. We hoorden het gedicht van Dick Werner: “Ik wil vliegen als een vogel, vrij zijn in de grote, open lucht. Ik wil weer opnieuw gaan leven.”

Hoe werkt dat vuur, die wind nou door? Wat zie je daar nu concreet van terug in de wereld? Die onzichtbare geest?  Neemt die Trooster een concrete gestalte aan, bijvoorbeeld van iemand die jou inspireert en steunt? Zoiets als een engel? Kan u of ik die Trooster, die Geest zijn? Als een soort plaatsvervanger voor die Jezus die eens op deze aarde rondtrok, sprak, genas en de mensen lief had? Nou ja, niet altijd, misschien niet vaak, maar toch wel af en toe? Omdat u en ik ook een goddelijke vonk in ons hebben, op zijn tijd ook lichtdragers kunnen zijn? Na de hemelvaart van Jezus komt er een ander, komen er anderen, die zijn werk op aarde zal moeten voortzetten en voltooien.

Wij bijvoorbeeld. Hoe? Niet door de hele wereld te veranderen. Niet door een revolutie te beginnen. Maar in wie wij zijn, wat wij uitstralen en doen voor anderen. Er gaat een grote helende, genezende kracht uit van wat gewone mensen op een gewoon niveau laten zien. Denkt u nog eens aan majoor Boshard van het Leger des Heils die in Amsterdam present was onder daklozen, eenzamen en dronkaards of zuster Theresa, die zich inzette voor de armsten der armen in India. De congregatie die ze in 1950 stichtte telde in 1995 meer dan 3500 leden met 300 tehuizen in 25 landen. Beiden waren bepaald niet vrijzinnig in hun opvattingen en we zouden op tal van onderwerpen met hen behoorlijk van mening verschillen. Maar hoe belangrijk is dat als je ziet hoeveel hoop en troost en perspectief ze voor mensen brachten?

Laten we ook niet min denken over onze eigen mogelijkheden om een andere geest te laten heersen. Bijvoorbeeld in hoe wij met onze kinderen en met de buren over vluchtelingen spreken. In onze eerlijke pogingen om mensen bij elkaar te brengen en bij elkaar te houden. Door op een positieve manier te spreken. Door waarderende woorden te spreken. Laat die geest komen. Met Huub Oosterhuis kan je dan bidden: “Hierheen, Adem, steek mij aan. Jij bent mijn vriend, mijn schaduw. Overstroom de afgrond van mijn hart, jou zo vertrouwd. Verflenst mijn bloem – geef water, zalf mijn wonden. Niets ben ik zonder jou.”

Amen

ds Peter Korver