Pasen : Hij is niet zwaar … hij is mijn broeder

Met Pasen veert het leven weer op. De dood die ons in de greep had, laat los. Er blijkt weer ruimte voor nieuw leven. En dat wat verloren leek te zijn, gaat toch door, op andere wijze. Christus is niet ten onder gegaan aan de moordzucht van zijn tegenstanders. Zijn lichaam konden zij doden, zijn geest niet. En hij is onder weer onder ons, anders dan eerst, maar indringender dan ooit. Het duister verliest zijn betekenis. Het is als in het gedicht van Ida Gerhardt. Het is paasmorgen. Het licht begint te wandelen door het huis en raakt de dingen aan. En wij eten ons vroege brood gedoopt in zon. We spreiden het witte kleed en hebben grassen in een glas gezet. De handpalm is geopend naar het licht.

Het is de kracht van het christelijk geloof, vind ik, dat het niet alleen maar mooie, hemelse plaatjes biedt van een leven vol innerlijke rust, sereen, met vrede en schoonheid. De rauwe kanten van het leven, de strijd, de pijn, het lijden, de dood, de plek laat innemen die het nu eenmaal heeft. De werkelijkheid wordt niet ontkend en we confronteren ons ermee. Maar wat overheerst is de keuze  voor het leven. Blij met het leven, ten eerste vanwege de liefde die je mag tegenkomen. Omdat er mensen zijn die om jou geven, om wie jij geeft. De warmte, de troost, het plezier dat je in liefde deelt. Blij met het leven omdat het je mogelijk maakt om er zinvol te zijn voor het welzijn van anderen, voor het welzijn van de aarde. Omdat je nodig bent. Omdat je vreugde kan brengen in het bestaan van anderen, ook als je niet meer een baan hebt, ook als je niet meer gezond bent, maar wel tijd en aandacht kan schenken aan anderen die dat zo nodig hebben. Blij met het leven omdat het vol wonderen is om je heen. Je mag op deze aarde een mensenleven lang zijn, kijken, genieten en je verwonderen om het schoons en moois dat er is en dat uiteindelijk opweegt tegen al het duister dat ook bestaat. Heb God lief, dat is: heb het leven zelf lief en de schepper van het leven. Het is het eerste en het grote gebod. En het tweede aan dit gelijk, is: Heb degenen met wie je bent, dichtbij en ver weg, lief, want hij of zij is als jij.  Een gebod dat tegelijk is de sleutel naar geluk. Hier ligt de kern van je gelovig staan in het leven.

Deze opvatting, dit geloof zo u wilt, wordt niet door iedereen gedeeld. Je treft ook de opvatting aan dat er geen God bestaat, dat het leven geen doel dient en dat je zoveel als kan moet genieten en het lijden uit de weg moet gaan. En in de afgelopen week las ik over de hedendaagse filosoof David Benatar, die de vraag centraal stelt: Is het verantwoord een kind op de wereld te zetten? En zijn antwoord is: “Nee, dat is niet verantwoord. Immers, het leven is vooral lijden. Hij schrijft: Je gaat van hernia naar kanker, het betekent per definitie het verlies van naasten, er is liefdesverdriet, er komen botbreuken, er is aftakeling en dan steven je af op de dood. Al die ellende was slachtoffers bespaard gebleven, als ze nooit waren geboren.” Het geluk dat een mens natuurlijk ook ten deel kan vallen in dit leven weegt volgens hem niet op tegen het leed. Je kan ze niet tegen elkaar wegstrepen. Je kan maar beter geen kinderen krijgen, doe ze het leven toch niet aan. Benatar concludeert dan ook consequent ‘De mensheid kan het best zo snel mogelijk uitsterven.’ Je kan daar tegenover stellen dat wie nooit ter wereld komt, ook nooit geluk zal ervaren. Toch is dat geen reden om maar kinderen te blijven krijgen, vindt de filosoof. Geluk en leed kun je niet tegen elkaar wegstrepen. Pijn vermijden is moreel gezien belangrijker dan de kans krijgen om genot te ervaren.

Wat kan filosofie soms ook deprimerend zijn! Wat opvalt is dat in deze opvatting alles draait om het individu moet genieten in het leven en dat niet mag lijden. Buiten beschouwing blijft de idee dat de zin van je bestaan niet zozeer in genieten versus lijden gelegen is, maar wellicht meer in je relatie met dat wat buiten jou ligt, een medemens, mensen, de natuur, je relatie met het wonder van het bestaan, God.

Er zijn bijvoorbeeld mensen die bewust het lijden aanvaarden om daarmee iets voor anderen te kunnen betekenen. Die daarvoor iets opofferen bijvoorbeeld een stuk vrijheid, bezit, rust, luxe. Wat ouders doen voor hun kinderen, wat kinderen doen als hun ouders oud en hulpbehoevend worden, wat vrijwilligers doen, wat wereldverbeteraars doen. De moeite, het lijden, dat ze daarvoor dragen, is ondergeschikt aan de voldoening, het geluk, dat ze met dat offer ook brengen.

In de Majellakapel in Bussum, daar waar mijn andere gemeente is, hangt naast de kansel het opschrift  Draagt elkanders lasten, en vervult alzo de wet van Christus (Galaten 6:2). Dat is een zinvolle herinnering voor iedereen die lid van een (geloofs)gemeenschap is. Deze oproep doet mij tevens denken aan een liedje van de Hollies dat een halve eeuw geleden een grote hit was: He ain’t heavy … he’s my brother. Ook andere zangers zoals Neil Diamond hebben het gezongen. Het is de naam van het beeld dat u op de foto ziet.

Het is het verhaal dat op een zekere nacht met hevige sneeuwval een pastor iemand hoorde kloppen op de deur van een weeshuis in Washington (Verenigde Staten). Toen hij open deed zag hij daar een licht geklede, ondergesneeuwde jongen met een jongetje op zijn rug. Ze hadden het overduidelijk koud en honger. Hun situatie vervulde de pastor direct met compassie. Hij liet ze binnen en zei tegen de oudste:

„Hij moet vast zwaar zijn“. Waarop de jongen zei: Hij is niet zwaar, hij is mijn broertje!

In feite waren de jongens niet eens broers, ze waren broeders van de straat.

De tekst van het lied gaat zo:

De weg is lang
heeft kronkelende bochten
die leiden ons naar wie-weet-waar.
Maar ik ben sterk,
sterk genoeg om hem te dragen.
Hij is niet zwaar, hij is mijn broer.
Dus gaan we verder;
zijn welzijn is mij een zorg.
Hij is geen last om te dragen.
We zullen er komen,
want ik weet
dat hij me niet zal belasten:
hij is niet zwaar, hij is mijn broer.

Wanneer men uit liefde handelt, dan voelt het helpen van de naaste niet als een last… het is vanzelfsprekend, je kan en wil niet anders! De liefde verdraagt alles, ze gelooft alles, ze hoopt alles en ze volhardt in alles, horen we in Paulus’ loflied op de liefde in 1 Cor. 13.

Een ouder weet dat als het gaat om het welzijn van zijn kind. Niets is dan teveel. Een echtgenoot in een goed huwelijk weet dat als het gaat om het welzijn van zijn of haar partner.

Er is nog zo’n verhaal van iemand die de last van een ander letterlijk op zijn rug neemt. Het is de legende van Christoffel, die nu de beschermheilige van alle reizigers is. Hij heette eerst Reprobus, was enorm groot en beresterk en wilde de sterkste koning dienen. En zo ging hij Christus dienen. Hij bouwde een hutje op de oever bij een woest stromende rivier, waar mensen vaak aankwamen en radeloos waren omdat ze naar de overkant moesten, maar daar geen mogelijkheid voor zagen. Christoffel echter wilde ze wel overzetten, hij droeg ze op zijn rug en waadde naar de overkant. Hij zette zijn krachten in voor Christus en zijn medemens. Op een nacht lag hij in zijn hut te rusten, toen hij een kinderstem hoorde roepen: ‘Kom naar buiten en zet me over.’ Hij liep naar buiten, maar zag niemand. Dat gebeurde nog een keer. De derde keer trof hij een kind aan op de oever, dat vroeg of hij hem over wilde zetten. Snel liep hij met het kind op zijn schouder het water in. Op datzelfde moment begon het water te stijgen, steeds hoger, en werd het kind zwaar als lood. Hij werd bang dat ze zouden verdrinken.

Toen hij met de grootste moeite aan de overkant kwam, zei hij: ‘Kind, wat was je zwaar! Het leek wel of ik de hele wereld op mijn schouders had!’ Het kind zei: ’Je droeg ook de hele wereld op je schouders. Ik ben Christus, de koning, die jij al die tijd hebt gediend. En ik geef je een nieuwe naam: Christophorus, Christus-drager. En ik zal steeds met je zijn.’

Het verhaal geeft aan dat kiezen voor het christen zijn geen keuze is voor een feel good religie, met alleen mooie, rustgevende ervaringen. Het is vrijwillig de last van de wereld op je nek nemen, omdat die wereld jou en je inzet nodig heeft. Maar hoe hoog het water ook stijgt, hoe zwaar de last ook op je drukt, je blijft overeind omdat je wonderlijk genoeg ook gedragen wordt door degene die je al het zware toevertrouwt. Hij draagt ook jou als je het moeilijk hebt. God zelf draagt jou. Jesaja laat God spreken: Tot jouw ouderdom zal Ik Dezelfde zijn, ja tot jouw grijsheid toe zal Ik je dragen’. 

Hij, Christus, is niet te zwaar voor je. Hij is je broeder.

Hij is geen dode, maar een levende.

Amen.

 

ds Peter Korver