Overweging: zo tollig

Zo tollig en zwarrig : wanneer de juiste woorden niet meer kunnen komen.

Toen Nico, van de ene op de andere dag, met de ernstige taalstoornis die afasie heet te maken kreeg, zei hij: Het wordt een tammende weg, met fijn en schik en zolf.” We hoeven het niet mooier te maken dan het is. De woorden en zinnen van Nico Broekhuijsen op zijn zeer oude dag hebben een klank en een vorm die van een zekere schoonheid getuigen. Ze hebben de kunstenaar Jan Stroeve geïnspireerd tot verbeeldingen, illustraties die onze fantasie prikkelen. Maar voor mij en wellicht voor de meesten van u staat de beklemming voorop. Je wilt er niet aan denken. Dat er een moment komt dat je aan een ander niet meer duidelijk kunt maken wat je bedoelt, dat er iets uit je mond komt dat niet meer kan overbrengen wat je graag aan de ander wil duidelijk maken, wat je met de ander wilt delen. Afasie. De oorzaak is een hersenbeschadiging, meestal een gevolg van een beroerte. Het kan echter ook ontstaan door bijvoorbeeld een hersentumor.  Je hebt problemen met taal. Soms heb je problemen met praten en soms heb je problemen met het begrijpen van taal. Nico had een vorm van Afasie waarbij je vloeiend kan spreken, maar waarbij de gebruikte woorden geen betekenis hebben en de zinnen niet kloppen niet. Hoe frustrerend moet dat zijn dat iets in je lijf weigert om over te brengen wat je bedoelt. Hoe beangstigend is het om opgesloten te worden in jezelf, dat anderen onbereikbaar, nou ja bijna onbereikbaar worden. Hoe beklemmend voor de mensen die met je te maken hebben. Je geliefden, de zorgverleners. Wat doen die hun best om je te begrijpen! Maar met de beste wil lukt dat maar nauwelijks.

 

Nico Broekhuijsen is hier, in deze Kapel, heel veel geweest. Hij was één van degenen die begin jaren vijftig betrokken waren bij de aankoop van dit koetshuis dat toen een autogarage was. Lid van de remonstrantse kerkenraad. Een man die buitengewoon taalbegaafd was. Hij las graag en veel en beschikte met een uiterst lenige geest over een vaardige spreek- en schrijfstijl. En van de ene dag op de andere veranderde dat. De taal waarmee hij zich uitte werd door anderen wel gehoord, maar niet begrepen. Hij kon ook anderszins niet meer voor zichzelf zorgen. De laatste anderhalf jaar van zijn leven verbleef hij in een woonzorgvoorziening. Hoe is het leven dan? Wie denkt er niet heimelijk: als het zover moet komen, dan hoeft het niet meer voor mij, dan stap ik eruit. Sommigen hebben dat bij gezondheid vastgelegd. Een euthanasie-verklaring. Dat geeft een merkwaardig rustgevoel. Zo van: dit gaat mij niet gebeuren.

Nico was een levenslustig mens. Toen hij 87 was begon hij aan een nieuwe relatie met een vrouw die bijna 40 jaar jonger was. In de tien jaar die volgden van hun LAT-relatie schreven hij en zijn vriendin honderden handgeschreven brieven. Hij schreef haar bijvoorbeeld: “Als ik mijn pen vasthoud terwijl ik je schrijf, is het alsof ik jou vasthoud.”  En toen, van de ene dag op de andere, veranderde dat radicaal. Geen brieven, geen gesprekken meer over boeken die gelezen waren, geen uitwisseling van gedachten over wat er in de wereld gebeurde of wat er verder maar in je omging. De gesprekken bleven, maar ze hadden geen logisch verloop meer.

Twee partijen. De eerste probeert begrepen te worden, wil kunnen uiten, wil gedachtes, ideeën en emoties delen, probeert de ander te bereiken. De andere partij voelt zich ongemakkelijk, onmachtig, schuldig. Ik zou meer moeten kunnen doen voor de ander, maar hoe? De neiging om weg te blijven, de confrontatie met het ongemakkelijke maar niet aan te gaan. De vriendin van Nico deed iets anders. Ze hoorde ineens een nieuwe taal, die niet was te duiden, maar die ze wel wonderlijk en mooi vond klinken. Soms grappig, verbazingwekkend en vaak ontroerend en poëtisch. Ze zei eens tegen hem: “Je zegt zulke mooie woorden en zinnen. Je lijkt wel een dichter op je ouwe dag!” En hij antwoordde: “Nou ga ik naast mijn sneup staan.”  Er ontstond een andere soort van communicatie, losgekoppeld van de gangbare. In het begin probeerde Elseline, de vriendin, koortsachtig de betekenis van de woorden te vinden. Wat zou hij bedoelen? En hij kon heel boos worden als de ander niet snapte wat hij bedoelde. Totdat langzaam iets anders gebeurde. Ze bleken elkaar toch veel te kunnen zeggen zonder de betekenis van de woorden. Ze bleven met elkaar in contact, een zielscontact. Je kan met een vluchteling die een taal spreekt die jij niet kent, toch contact hebt door de manier waarop je elkaar aankijkt, door het aanvoelen wat er in iemand omgaat, te letten op de gevoelslading van de onbegrijpelijke woorden van de ander, de uitdrukking op iemands gezicht, al die non-verbale informatie die iemand uitzendt. Zoals je ook kunt communiceren met je jonge kind dat nog geen gebruik kan maken van de taal van volwassenen. Zoals je zielscontact kan hebben met dieren. In onze zakelijk, hoog technologische samenleving is een snelle, rationele, verbale communicatie het meest productief, efficiënt. Maar veel van het gevoel, van het intuïtieve, kan vervluchtigen. Na afloop van deze anders-dan-anders dienst kan u wellicht denken: daar heb ik ook niet veel aan gehad. Een verzameling van onbegrijpelijke woorden en rare plaatjes en een fatsoenlijke preek ontbrak.

Afasie is een ramp als het je treft. Voor jezelf, voor je omgeving. Een ramp omdat allerlei vormen van contact en communicatie niet meer mogelijk zijn. Omdat je opgesloten wordt in jezelf. Omdat je afhankelijker wordt. Maar als het is zoals het is, dan getuigt het van levenskracht als je je best kan doen om eruit te halen wat er nog in zit, of wat er ook inzit. Communiceren door te kijken, te voelen, er te zijn. Zoals blinden of doven, beter gezegd: mensen met een gezichtsbeperking en een gehoorbeperking de grotere mogelijkheden van hun zintuigen inzetten. Wie niet horen kan, ziet veel beter, let beter op wat iemand laat zien. Wie niet zien kan, hoort veel scherper. Het is de levenskunst om niet te denken vanuit je onmogelijkheden, maar vanuit je mogelijkheden.  Het is zoals Nico zei:

“Het is een tammende weg, met fijn en schik en zolf.”

Ds. Peter Korver