Home » Overweging Witte Donderdag: Kwetsbaarheid en geborgenheid

Overweging Witte Donderdag: Kwetsbaarheid en geborgenheid

Het was afgelopen maandagavond dat hier de eerste vesper in de week voor Pasen plaats vond. Het thema was aangedragen vanuit de gespreksgroep Levensvragen : geborgenheid, dat is het gevoel van je veilig en zeker voelen. Geborgenheid zoek je en vind je vaak in een relatie, bij een geliefde of in spiritueel opzicht bij God, je schepper en beschermer. Geborgenheid vind je in een bepaalde omgeving, je huis dat een thuis voor je is of een gebouw dat grote betekenis voor je heeft, dat kan een kerk zijn waar je gedoopt bent, waar je relatie is ingezegend, je kinderen gedoopt of waar het afscheid plaats vond van een van je ouders. Terwijl we ons daarop bezonnen waren we ons niet bewust van het drama dat zich op dat moment ontwikkelde op 430 kilometer afstand, in het hart van Parijs, in het hart van Frankrijk. De Notre Dame, de kathedraal die iedereen zo voor de geest haalt met die imposante westgevel met haar twee torens, leek in vlammen op te gaan. Tijdens onze vesper, en wij waren ons van niets bewust, stortte de middelste torenspits brandend om. Miljoenen anderen volgden dat live op tv. De kathedraal is een belangrijk symbool van de Europese christelijke beschaving. Haar geschiedenis omvat bijna een millennium. Of je nou katholiek of christelijk bent of niet, veel mensen voelen zich geborgen bij zo’n gebouw dat vertrouwd is en hen verbindt met het tijdloze, dat hen verbindt met iets dat je eigen in tijd beperkte leven overstijgt. Eenmaal thuis bracht een Instagram bericht op mijn telefoon me op de hoogte. De televisie liet vervolgens zien hoe jonge Parijzenaars op hun knieën, in het aangezicht van de brandende kerk, aan het bidden en zingen waren tot de Moeder Gods: Nous te saluons, o toi Notre Dame. “Wij groeten u, Onze Lieve Vrouw, bekleed met de zon, gekroond met de sterren en met de maan onder uw voeten. In u wordt onze redding gegeven.”  En anderen, onbekend met dit lied, zochten haastig op hun smartphone de woorden op en gingen aarzelend meezingen.

Het is tussen dreiging en geborgenheid dat onze levens zich afspelen. Wij zoeken onze veiligheid en geborgenheid bij onze geliefden en bij de Moeder Gods, bij Boeddha off Christus en de kerk. Maar ook het heilige is kwetsbaar. Dat geldt voor een monument van de eeuwigheid, de kathedraal. Dat geldt voor Christus zelf. Op Witte Donderdag, bij die laatste maaltijd die hij heeft met zijn leerlingen, zegt hij: Ik verzeker jullie: een van jullie zal mij uitleveren.’ Dit bedroefde hen zeer, lezen we. Ja, de intieme vriendenkring, de kring waar je elkaar steunt en een groot ideaal deelt, die blijkt niet zo veilig, zo geborgen te zijn. Wie is betrouwbaar, op wie kan je ten alle tijden aan?

Kwetsbaar en betrouwbaar is deze Jezus van Nazareth. Kwetsbaar als mens. Hij kan opgepakt worden, beledigd, mishandeld en gedood. Betrouwbaar. Hij loopt niet weg, blijft staan voor zijn mens- en godlievendheid. Het ezeltje van zijn intocht belichaamt zijn eenvoud en nederigheid. Niet het zwaard, maar de vrede is zijn wapen. Niet de macht omarmt hij, wel de dienstbaarheid.

Als wij straks brood en wijn delen, zoals hij op die laatste avond, doen we dat om hem te gedenken. Te gedenken hoe hij kwetsbaar was met de kwetsbaren en daarmee iets liet zien van wie God voor hem is. Om hem te gedenken lees ik een sprekend verhaal voor, waarin hij opkomt voor een kwetsbare vrouw. Zij is op overspel betrapt. (Joh. 8 : 1-11).

‘Jezus ging naar de Olijfberg’ zo hoorden we aan het slot van de evangelielezing, zo horen we aan het begin van het verhaal dat ik zojuist voorlas. We horen dat vaker in het evangelie, Jezus die van Jeruzalem naar de Olijfberg reist. Het is deze bergrug ten oosten van de stad Jeruzalem waar veel bijbelse gebeurtenissen plaats vinden. Aan de voet ligt Gethsemane, de tuin, waar Jezus verraden zal worden door Judas. Het is op de berg waar de hemelvaart van Jezus verondersteld werd te hebben plaatsgevonden.   Nu, horen we,  brengt hij er de nacht door, om al vroeg op de dag erop terug te keren naar Jeruzalem, naar de tempel om daar onderricht te geven. Zijn optreden is een doorn in het oog van de elite van de schriftgeleerden die hier de baas zijn, maar ook van de Farizeeën. Deze laatsten staan dichter bij het volk. Ze zijn leken met een bijzondere vroomheid en een sociaal programma maar ook gebonden aan de religieuze wetten met alle regels. Jezus is een ongebonden leermeester, die onafhankelijk van de autoriteiten, ook van die van de tempel en de wet van Mozes, en vrij omgaat met alle wettische voorschriften van het geloof, spreekt van de wereld van God en daarmee breed gezag verwerft. Hij is een bedreiging van het gezag van de godsdienstige leiders; hij is een bedreiging voor de bezetter, de Romeinen, die steeds beducht zijn voor leiders die het volk op de hand hebben en mogelijk een opstand kunnen beginnen. Jezus heeft Iedereen tegen die macht heeft in de samenleving. Je vraagt je af of hij niet erg naïef is om maar vrij uit te blijven spreken met alleen de gewone mensen op zijn hand. De machtigen zijn uit op zijn ondergang. De schriftgeleerden en de farizeeën, twee groepen die elkaar bepaald niet lagen, treden gezamenlijk op en proberen hem te verleiden iets te zeggen dat tegen de wet van Mozes ingaat.

Dan brengen de schriftgeleerden en farizeeën een vrouw bij hem die, zo beweren ze, haar op heterdaad betrapt hebben van overspel. Deze godsdienstige leiders menen zich daarmee te moeten bemoeien. Een vrouw die overspel pleegt? Overspel plegen doe je toch met z’n tweeën? Een man wordt niet genoemd en niet ter verantwoording geroepen. De man kon zich toen blijkbaar veel meer permitteren. Een getrouwde man mag best vreemdgaan, zo was de opvatting, als het maar met een buitenlandse vrouw of een ongehuwde vrouw. Maar deze vrouw is wel gehuwd, de man kan ook in de opvattingen van toen niet vrijuit gaan. Toch wordt alleen de vrouw opgepakt. De overspelige man wordt waarschijnlijk niet als dader maar als slachtoffer aangemerkt. Hij kan het niet helpen, hij is verleid door de vrouw.  De moraal-politie die hier optreedt, weet ook wat er moet gebeuren. ‘Mozes draagt ons in de wet op zulke vrouwen te stenigen’. In die wet – die genoteerd staat in het boek Deuteronomium 22:22 staat echter: ‘Als een man wordt betrapt met een getrouwde vrouw moeten beiden ter dood gebracht worden, zowel de man als de vrouw met wie hij geslapen heeft. Zo moet u het kwaad dat zich bij de Israëlieten aandient in de kiem smoren’. Deze oude wet moet alleen op de vrouw toegepast worden. We horen hoe ze wordt vernederd, haar wordt niets gevraagd en ze krijgt geen enkele gelegenheid zelf iets in het midden te brengen. De wrede straf van het stenigen staat niet eens ter discussie. Die is, lijkt het wel, vanzelfsprekend.

‘Wat vindt u ervan?’ vragen ze Jezus en ze verlangen geen wijs oordeel, maar hopen op een antwoord waarmee Jezus zichzelf zal veroordelen. Wat zal hij antwoorden, wat zal hij zeggen? Hij kan meegaan met het betoog van zijn opponenten, hij kan boos op ze worden, hij kan hun werkelijke motieven bloot leggen, hij kan moralistisch worden. Voor dat alles zijn veel woorden nodig. Maar er gebeurt iets anders. Jezus toont geen emotie, hij wordt niet boos, hij schiet niet in de aanval of de verdediging, hij zwijgt en bukt zich en schrijft met zijn vinger op de grond of in de vertaling van de Bijbel in Gewone Taal: in het zand. En wat in het zand geschreven gaat, verwaait, wordt vergeten. In tegenstelling tot zoveel wetten die in steen geschreven werden. Bikkelhard. Versteend.

Wat schreef Jezus eigenlijk, zo willen nog steeds mensen weten. En theologen hebben wel suggesties gedaan. Jezus schreef vast die-en-die regel uit de profeet Jeremia. Misschien schreef hij geen woorden, misschien zorgde hij voor een moment van stilte, tot rust, tot bezinning komen. Omdat er niet altijd geredeneerd en op hoge toon gesproken hoeft te worden. Om mensen weer bij zichzelf te brengen. Om compassie kans te geven. Om die ander niet in de categorie slechte mens te laten vallen. Om weer te weten: heb je naaste lief als jezelf, want zij is net als jij. Even mooi, even goed, maar ook even kwetsbaar, even tekort schietend als jouzelf.  Wie zonder zonde is, die moet maar de eerste steen werpen. Die ander, die is net als jij. Wie dat beseft, die oordeelt minder hard, die veroordeelt niemand.

Nog weet Jezus zijn opponenten het zwijgen op te leggen. Het zal niet lang meer duren of ze zullen hem, met geweld, het zwijgen opleggen. Maar niet voor eeuwig zoals ze denken. Het wordt Pasen. Dan blijkt:

Hij heeft het licht doen overwinnen.
Hij spreekt nog altijd voort.

ds Peter Korver