Overweging: Veelkleurigheid

We hebben kerstmis inmiddels achter ons gelaten. Van het kindje uit Lucas 2 dat uit de hemel is neergedaald in onze aardse werkelijkheid, in armoedige omstandigheden van een stal tussen de schapen omdat er eigenlijk geen plaats voor hem is, schuiven we vandaag door naar Lucas 3 waar we een zonderlinge man tegenkomen die een roepende is in de woestijn. Deze Johannes is een half jaar eerder dan Jezus geboren en zijn moeder is Elisabeth, een verwante, een nichtje van Maria, Jezus’ moeder.

Nee, de romantiek van een kribbe met een pasgeboren kindje in de stille, heilige nacht, van engelenkoren, herdertjes en wijzen die een ster zien, is in dit nieuwe hoofdstuk geen sprake. Hier staat een boeteprediker een heuse donderpreek te houden. “Jullie zijn zondig! Jullie moeten je bekeren! Je hebt vergeving nodig! Addergebroed dat je bent! Denk maar niet dat je slim genoeg bent om te ontsnappen aan Gods straf!” Zijn boodschap is: nu is de tijd gekomen om je te bekeren, dat is: om te keren van de foute weg waarop je gaat en een weg in te slaan die heil brengt. De weg van God. Zijn toehoorders zijn helemaal uit de grote stad komen lopen, uit Jeruzalem, naar de rivier de Jordaan, dicht op de woestijn. Misschien willen ze die curieuze man wel eens zien, gekleed in een mantel van kamelenhaar, die zichzelf in leven houdt met het eten van sprinkhanen. Misschien verwachten ze dat hij hun leven op het juiste spoor zal zetten. En hij gaat maar door: God zal alle bomen zonder goede vruchten omhakken en in het vuur gooien. De bijl ligt al klaar. Een flamboyante man. Je mag zeggen dat Johannes niet bepaald een populist is, iemand die mensen naar de mond praat. Hij lijkt ze wel te provoceren, hun woede, hun tegenstand op te willen roepen. Een preek moet iemand dan veranderen. Een goede preek moet ergens pijn doen en het geweten wakker schudden. Dat lijkt hem te lukken. De mensen vragen hem: maar wat moeten we doen om goed te leven?

Ik had mijn overdenking bij dit verhaal al aardig in de steigers, toen er begin deze week iets gebeurde die mij opeens heel anders naar dit verhaal deed kijken.

Ineens was het daar. Een verklaring vanuit de meest conservatieve hoek van de Nederlandse kerken.  Er wordt aangegeven dat de wereld waarin we leven langs een hellend vlak op weg lijkt naar de ondergang. Dat heeft kennelijk niet te maken met de opwarming van de aarde, maar met de seksuele vrijheid van deze tijd. God heeft het huwelijk bedoeld als een levenslange verbondsrelatie tussen één man en één vrouw, waarbinnen seksualiteit een plaats heeft en waaruit kinderen kunnen voortkomen. Het is niet Gods bedoeling dat mensen zich bewust willen laten zien met een homoseksuele of transgenderidentiteit. Gods wil betekent voor alle mensen: reinheid buiten het huwelijk en reinheid en trouw binnen het huwelijk. In gewoon Nederlands: seks voor het huwelijk mag niet, buiten het huwelijk niet, je kan maar één keer in je leven trouwen en dan alleen met iemand van het andere geslacht, want er moeten kinderen van komen. Je bent die ander trouw tot de dood jullie zal scheiden. God heeft niet bedoeld dat je homo bent of transgender, dat is een grote zonde en ook wil Hij niet dat je dat openlijk uit. Blijf dus in de kast. Het zijn eigenlijk oude, bekende standpunten, waarvan we dachten dat die niet meer zo gehuldigd werden. Dat ze opnieuw in beton gegoten zijn is om voor de eigen groep een ijzeren identiteit te creëren die de wereld overzichtelijk verdeelt in wij en zij, maar wel ten koste van een kwetsbare groep binnen de eigen gelederen, degenen die toevallig niet hetero zijn. In naam van de Allerhoogste worden zij weer nadrukkelijk bestempeld als minder waardig.

De verklaring en de toelichting zijn als een boetepreek, alsof je Johannes hoort. Jullie zijn zondig! Jullie moeten je bekeren! Je hebt vergeving nodig! De opstellers weten dat veel mensen boos zullen zijn, maar dat is nodig om het geweten wakker te schudden. Johannes had het weliswaar niet over homo’s en transgenders, maar hetzelfde is dat hij net als de opstellers van de Nashville-verklaring meent met absoluut gezag zijn mening te kunnen poneren, omdat het niet alleen zijn mening is, maar toevalligerwijs ook de wil van God. En wie mag tegen dat uiterste gezag ingaan?

Hoe erg is het dat deze opvattingen bestaan en geuit worden? Mag ook deze minderheid op de rechterflank van de orthodoxie afwijkende ideeën er op na houden?

De afgelopen week reageerden verschillende mensen van De Kapel op de Nashville-verklaring. Zij waren niet alleen verontwaardigd, maar ook verdrietig dat het kennelijk nog altijd mogelijk is dat de ene groep in de samenleving een veroordeling uitspreekt over een andere groep, omdat die hun leven anders inrichten, andere voorkeuren hebben, andere opvattingen en daarbij ook nog menen God aan hun kant te hebben. Is het niet zo dat we in de kring van De Kapel, net als steeds breder in de samenleving, blij zijn dat LHBT’ers (lesbisch, homo, biseksueel en transgender) niet meer worden gediscrimineerd, veroordeeld of erger? Is het geen teken van vooruitgang, van beschaving, dat je kan aanvaarden dat er mensen en groepen zijn die er anders uitzien dan jij, die op een andere manier leven dan jij, die in andere dingen geloven en andere opvattingen hebben dan jij? Kan diversiteit je geen goed doen? Je leert ruimer te denken, te zien dat er meer waarheden zijn dan die van jezelf?

Tegelijk mogen wij ervoor waken ons te wentelen in zelfgenoegzaamheid. De vrijzinnige zelfgenoegzaamheid van ‘kijk eens hoe ruim wij denken, hoe tolerant wij zijn en anderen, zeker die orthodoxen, zijn helaas nog niet zo ver, ze zouden moeten zijn als wij!’ Verschansen wij ons ook niet gauw achter ons moderne gelijk?

We hebben het over orthodoxe gelovigen en over homo’s. Hebben we het dus over anderen? Schuilt in mij ook niet een beetje orthodoxie door vast te zitten aan opvattingen die ik niet kan loslaten, ook als daar aanleiding voor is? Is mijn tolerantie naar de LHBT’er niet ingegeven omdat, ook als ik niet tot die groep behoor, ik ook onzeker ben over mijn identiteit? Ben ik als man toch niet zo stoer, zo krachtig als anderen verwachten? Heb ik als vrouw minder behoefte om moeder te zijn, verzorgend en gevoelig als de maatschappij verwacht? Voel ik mij soms ook niet wel eens aangetrokken door mensen van mijn eigen geslacht?

Wat drijft nu die Nashviller? Nashville. Het is de hoofdstad van de blanke country muziek. Niet ver van Memphis, de stad van Elvis Presley. Men is hier republikeins en conservatief.  Het is geen toeval dat de tekst afkomstig is uit de VS, een sterk gepolariseerd land, waar conservatieven en progressieven, republikeinen en democraten, verbitterd tegenover elkaar staan. De ene groep kan meegaan met de vele en grote veranderingen die zich in de wereld voordoen. De andere groep ziet de eigen vertrouwde wereld verdwijnen.  Het eigen, christelijk geloof is niet meer vanzelfsprekend. De verhouding tussen mannen en vrouwen is anders. De rol van de eigen groep van blanke mannen wordt kleiner. Men voelt zich bedreigd. Er is behoefte om je met elkaar schrap te zetten tegenover die grote, boze en bedreigende wereld. Daar, in de VS, is het populisme graag een verbond aangegaan met de religie. Terug naar de tijd dat iedereen christen was en homo’s en transgenders niet bestonden. Terug naar de bijbel en daar houvast vinden. Alleen zoals het daar staat. Want daar spreekt God zelf en dat moet zo letterlijk mogelijk gelezen worden. Dat geeft vaste grond onder de voeten. Ga je daar vrijzinnig aan morrelen, waar blijf je dan? Sommige orthodoxe groepen in Nederland herkennen dat helemaal en door die Amerikaanse verklaring in luidkeels Nederlands om te zetten en de storm van kritiek te trotseren, voelt men zich weer even sterk met elkaar. Je kan dan het gesprek wel met anderen aangaan over bijvoorbeeld homoseksualiteit, maar, zoals een dominee zei, “er verandert voor mij dan niets aan de uitkomst. Het is duidelijk wat God wil.”

Dat is het voor vrijzinnigen niet. Wie is God en wat wil God? Wij weten het niet. We hebben vermoedens dat het te maken heeft met liefde, met het goede, dat het te maken heeft met verwondering en ook met de bijbel. Maar de bijbel is niet het boek dat door God geschreven is. Het is een boek dat over God gaat, maar door mensen is geschreven. En vaak hebben zij dat gedaan vanuit een bijzondere inspiratie. En vaak schreven zij wel erg vanuit hun eigen gedachtewereld en hun eigen emoties. Dan mogen wij denken: hier lezen we meer de voorstellingswereld van mensen van 2000 jaar geleden, uit een heel andere wereld, hier horen we meer over hun angsten en vooroordelen dan over het oneindig goede waarmee we God associëren.

Eén groep is nog niet genoemd. Dat zijn de mannen en vrouwen over wie wordt gesproken in de verklaring. Het gaat over de jongens die aan het ontdekken zijn dat ze vallen op jongens en de meisjes die merken dat ze vallen op andere meisjes en die niet opgroeien in een open, vrij denkende wereld, maar opgesloten zitten in het kleine wereldje van hun orthodoxe gemeenschap. Het leek alsof er ook daar meer begrip aan het ontstaan was. Nu keert de doem van zondigheid, van niet naar buiten kunnen komen met wie je bent, weer terug. En breken met die wereld is breken met je familie, met je hele sociale context. Naar hen moet onze compassie nu uitgaan.

Johannes riep op om je te bekeren. “Brengt dan vruchten voort, die aan de bekering beantwoorden, ofwel, laat eerst maar eens zien dat jullie je leven echt willen veranderen. Jullie moeten goede dingen doen.” Wat valt daar niet onder? Oordelen over anderen, anderen wegzetten en liefdeloos behandelen. Jezelf moreel hoogstaander achten. En wat is het dan wel? Doen wat Jezus deed. Leven vanuit de liefde. Laten we dat vooral doen. Amen.

ds Peter Korver