Overweging Soefidienst 13 april 2014

IF

Op weg naar Pasen vanuit interreligieus perspectief

De naam Hazrat Inayat Khan kende ik tot voor kort niet. Nu weet ik dat hij de oprichter is van het Universeel Soefisme, de beweging bij wie wij, van De Kapel, vandaag te gast zijn. Van hem kan je leren dat alle godsdiensten uit één en dezelfde goddelijke bron voortkomen en dat alle religies uiteindelijk op dezelfde God zijn gericht. Dat is een inzicht dat de tegenstellingen tussen de godsdiensten kan terugbrengen tot verschillen in cultuur. Uiteindelijk zijn alle mensen met elkaar verbonden doordat zij dezelfde schepper hebben, afhankelijk zijn van dezelfde God. Of, zoals veel vrijzinnigen al in hun jeugd leerden te zingen, Kinderen van één vader zijn.

Wij, als vrijzinnige gemeenschap, zien belangrijke overeenkomsten in religieus beleven met de Soefi’s. Het beginsel van godsdienstige verdraagzaamheid en openstaan voor mensen met andere inzichten, rituelen en gewoontes, verbinden ons. Van Hazrat Inayat Khan is deze houding begrijpelijk als je weet welke invloeden hij heeft ondergaan. Geboren in India had zijn grootvader, die moslim was, veel invloed op hem. De cultuur waarin hij opgroeide was gemengd hindoe / moslim. Door het milieu waarin zijn familie verkeerde, kwam hij in aanraking met brahmanen en parsi’s, aanhangers van de leer van Zarathoestra. Hij bezocht een Maharathi Hindoeschool. Daar openbaarde zich zijn mystieke en muzikale aanleg, hij trok zich vaak terug, zocht de stilte op. Een ziener zei: “Jij gaat naar het Westen…”  en inderdaad, vanaf 1912 trok hij door Europa en Amerika en hij bleek in staat het oosten en het westen te verbinden.

Volgens Khan heeft God vele benamingen en beleeft elk mens God op zijn eigen manier. Mensen zouden het idee moeten loslaten dat hún godsdienst de absolute waarheid vertegenwoordigt en dat zij zouden moeten proberen in te zien dat alle religies een deel van de waarheid vertegenwoordigen. Elke profeet en elke religie wordt dan ook in het universeel soefisme geëerd. Het soefisme is daarom op zoek naar ‘Eenheid in Verscheidenheid’.

Het christendom staat in zijn oorsprong niet ver van deze boodschap. Jezus van Nazareth verkondigde dat de God die Israël had leren kennen, de God van alle volkeren, van alle mensen wil zijn en zijn volgelingen brachten die universele opvatting buiten Israël, in Klein-Azië, Europa en later ook wereldwijd. Helaas ontbrak nog het inzicht dat andere culturen al hun eigen weg, hun eigen vorm hadden gevonden en dat die net zo veel recht konden doen aan de boodschap van het houden van je naaste en van God, van gerechtigheid, vrede, barmhartigheid.  Dankzij de moderne communicatiemiddelen, televisie en internet vooral, hebben we nu veel meer kennis, inzicht en begrip in dat wat voor anderen heilig of belangrijk is. Veelal is het inzicht doorgebroken dat het niet nodig is dat die ander precies hetzelfde gelooft als jij, hetzelfde heilige boek moet erkennen of op dezelfde manier moet bidden. Dat is winst. Dat brengt mensen en idealen bij elkaar.

Dat de wereld één groot plein wordt waar een gewoon mens een onvoorstelbare veelheid aan culturen en opvattingen tegenkomt, brengt hem of haar niet altijd tot groter begrip of verdraagzaamheid. Het kan ook onzeker maken, verwarren en de behoefte groot maken om je terug te trekken op wat je kent en wat je als normaal ervaart en je af te zetten tegen dat wat anders is.

Gemeenschappen die zich inzetten voor het vreedzaam naast elkaar leven van mensen die verschillend denken en geloven kunnen een positieve rol in de samenleving vervullen. Ik reken uw Soefi-gemeenschap en onze vrijzinnige geloofsgemeenschap tot die groepen.

Vandaag is het Palmpasen. Voor de christelijke gemeenschap is het de opmaat naar het Paasfeest dat volgende week zondag gevierd wordt.  Het verhaal van Palmpasen vertelt dat Jezus op weg was naar Jeruzalem om daar het Joodse paasfeest te vieren. Zijn leerlingen brachten een ezelin en legden er mantels op en lieten Jezus daarop plaatsnemen. Vanuit de menigte spreidden velen hun mantels op de weg uit, anderen braken twijgen van de bomen en spreidden die uit op de weg. De talloze mensen die voor hem uit liepen en achter hem aan kwamen, riepen luidkeels: ‘Hosanna voor de Zoon van David! Gezegend hij die komt in de naam van de Heer. Hosanna in de hemel!’

Toen hij Jeruzalem binnenging, raakte de hele stad in rep en roer. ‘Wie is die man?’ wilde men weten. Uit de menigte werd geantwoord: ‘Dat is Jezus, de profeet uit Nazaret in Galilea.’ Jezus ging de tempel binnen, hij joeg iedereen weg die daar iets kocht of verkocht, gooide de tafels van de geldwisselaars en de stoelen van de duivenverkopers omver en riep hun toe: ‘Er staat geschreven: “Mijn huis moet een huis van gebed zijn,” maar jullie maken er een rovershol van!’

Toen kwamen er in de tempel blinden en verlamden naar hem toe, en hij genas hen.

 

Drie dingen komen in dit verhaal naar voren. Jezus is niet gekomen met een compleet nieuwe filosofie of godsdienst. Laat staan dat hij de stichter is van een nieuwe godsdienst.  Hij staat in de traditie van zijn voorvaderen en voormoeders, het Jodendom en hij viert, net als iedereen, het feest van pesach, van uittocht uit slavernij, en het op weg zijn naar een beloofd land. Hij was een vrome Jood en is dat gebleven. Binnen zijn traditie was hij een vernieuwer, of misschien beter gezegd, iemand die een meer radicale interpretatie wilde geven. Het was voor hem niet genoeg als je je keurig gedroeg volgens de vele regeltjes die de godsdienst stelde. In de bergrede zegt hij:

Jullie hebben gehoord dat gezegd werd: “Je moet je naaste liefhebben en je vijand haten.” En ik zeg jullie: heb je vijanden lief en bid voor wie jullie vervolgen, alleen dan zijn jullie werkelijk kinderen van je Vader in de hemel.

Wat Jezus drijft is een religie die staat in de traditie, maar niet verstart, die niet is verworden tot een braaf je houden aan formele regeltjes. Het moet je van binnen uit bewegen om je met hart en ziel te geven aan God en aan je naaste. Dat laatste, de beleving van de religie, dat het wat met je doet, je in beweging zet, dat herkennen veel zoekende mensen van nu. Niet de kerk, niet het lidmaatschap van een beweging, niet het formele, niet maar jij, die in jouw vrijheid kiest, voor wat jou aanspreekt en waardevol lijkt. Het eerste, dat je daarbij blijft staan in de traditie, bij dat wat de generaties voor je als waardevol doorgeven, dat besef kennen velen niet meer.

Soefi’s betrekken dat wat is overgeleverd door vorige generaties nadrukkelijk wél bij de bezinning op het bestaan. Universeel, de grote tradities wereldwijd. Daar begint de universele eredienst mee. Vrijzinnig-christenen hebben daar waardering voor; ook zij staan graag open voor wat andere wijsheidstradities ons kunnen leren. We noemen dat interreligieus-bewustzijn. Zij oriënteren zich wel in de eerste plaats op de joods-christelijke traditie. Door de oude geschriften meer bij de overwegingen te betrekken, komen allerlei begrippen en ideeën over naastenliefde, vrede, gerechtigheid, God  in perspectief te staan. Je voegt vele eeuwen reflectie toe aan de ideeën die onze tijd ontwikkelt. Begrippen krijgen diepere wortels. Je haalt Gods aandacht voor de wereld uit de ervaring van hier, van nu en plaatst hem in het volle licht van de geschiedenis. Als we onze gedachten onderbouwen met citaten van schrijvers en denkers van nu, dan  baseren we ons op één moment, een spelden knop in de tijd. De heilige boeken van de grote tradities omvatten echter vele eeuwen van reflectie en religie. Wie refereert aan één enkel moment in de geschiedenis loopt meer risico van willekeur dan wie denkt volgens een lijn. Met het aanbrengen van de lijn komt de eigen gedachte automatisch in een perspectief te staan. Vergelijk het met het werk van een architect:
het bouwplan van een huis omvat niet alleen een tekening van de voorgevel, maar ook een uitwerking van het fundament. Vergelijk het met een psychiater: hij benoemt een probleem van een patiënt niet allen door het duiden van een crisismoment, maar door terug te grijpen op de biografie. Vergelijk het met de Deltawerken: je kunt het belang van de Oosterscheldedam niet beschrijven, als je ook niet spreekt over de watersnoodramp van 1953.

Een mens die geen rekenschap geeft van waar hij vandaan komt, zijn jeugd, zijn familie, de normen en waarden, de godsdienst die hij heeft meegekregen, zal niet geworteld en dwalend het leven door gaan. Een volk dat alleen in het heden leeft en zijn verleden niet kent, zweeft gevaarlijk doelloos naar zijn toekomst.

De traditie leert ons dat wij mensen niet de norm van alles kunnen zijn. Onze denkkracht is groot, ons technisch vermogen groeit alleen nog maar. Tegelijk mogen we inzien dat we begrensd zijn. Ons leven is eindig, onze mogelijkheden hebben hun beperkingen en veel ontwikkelingen kunnen we niet in de hand houden. De religies wijzen ons op dat wat ons overstijgt, de kracht van welke we afhankelijk zijn, de verhevenheid van God. In het Oude Testament komt dat goed tot zijn recht: het laat in proza en poëzie zien dat God een koning is met majesteit en met heiligheid. Als mens heb je geen toegang tot de plek waar hij woont; je kan alleen in respect erkennen dat hij je denken te boven gaat. De dichters van de Psalmen doen dat.

Jezus beweegt zich na zijn intocht in Jeruzalem tussen twee polen, die van de traditie waarin hij wil staan en die van loslaten van het verstarde, het zoeken naar nieuwe wegen. Hij krijgt het aan de stok als hij de gewoontes die er in de tempel zijn, kritiseert en dat op een heftige manier. Voor de priesters en schriftgeleerden staat de traditie centraal, die is heilig, terwijl Jezus het heilige, de Heilige, God, die hij intiem Vader noemt, in het middelpunt stelt.

In het verhaal van Palmpasen voegt zich naast deze twee elementen, die van trouw aan de traditie, die van een kritische benadering en een zuivering van die traditie, een derde element: het genezende effect die zij kunnen hebben op mensen in het hier en nu, die leven in een cultuur die verregaand geïndividualiseerd is, vaak verwarrend is en ziek maakt. Er staat: En toen kwamen er in de tempel blinden en verlamden naar hem toe, en hij genas hen.

Mogen zo onze gemeenschappen vanuit de rijke bronnen die ons voeden en de vernieuwing die we zoeken een heilzame invloed hebben op mensen die op zoek zijn naar liefde, geluk en zin.

Amen.

Zegen

Hierbij sta je met geheven handen tussen de twee andere cherags in.

“Moge Gods zegen op u rusten,
moge Zijn vrede bij u verblijven
en moge Zijn Tegenwoordigheid op u rusten, nu en voor altijd.”