Overweging Pinksteren

Pinksteren: na het zoeken naar zingeving het doen van geloof

Er zijn drie grote feesten in het christendom: kerstmis, Pasen en Pinksteren. In deze volgorde ook worden zij het meeste gevierd. Kerst, dat viert iedereen, gelovig of ongelovig. Misschien voor velen de kerstboom, de cadeautjes, het kerstdiner en de gezelligheid in eigen familiekring, maar ook de christelijke achtergrond doet nog heel behoorlijk mee: vrede op aarde, een kind dat wordt geboren en aan ons iets laat zien van God. Pasen wordt al minder gevierd , ja, de eieren, de lammetjes, de lente, het leven dat weer begint, en de gedachte dat het leven sterker is dan de dood, dat het doorgaat en dat een inspirerend mens als Jezus niet klein te krijgen is. En dan Pinksteren. Vraag eens aan zomaar mensen waarover dat gaat. Het wordt dan al gauw duidelijk dat het nauwelijks tot de verbeelding spreekt. Ja, iets met de heilige geest, maar wat dat nu is. Met Pinksteren is het verhaal van Jezus rond. Zijn geboorte met kerst, zijn dood en opstanding met Pasen, zijn afscheid van ons van deze aarde met Hemelvaart en dan vandaag de vervulling van dat alles. Dat wat Jezus ons heeft nagelaten: zijn geest, zijn spirit. In ons, wij die achterblijven. Daarmee gaan wij het doen, gaan wij ons inzetten voor wat Jezus ons bracht: vrede, naastenliefde, vergeving, compassie, eerbied voor het leven, geweldloosheid, het eren van God.

Er is een boeiend boek verschenen, geschreven door Yvonne Zonderop, journalist, ze was adjunct-hoofdredacteur van De Volkskrant. De titel is Ongelofelijk en ze beschrijft hoe Nederland het christendom bij het vuil zette. Zeggen dat je christen bent, is in sommige kringen taboe. Wie in Nederland boven de 50 is, links, intellectueel en misschien ook nog wel feministisch, gelooft zelden nog in God. Yvonne Zonderop verliet als zeventienjarige „stampvoetend” de katholieke kerk van haar jeugd. Ze rekende net als de meeste generatiegenoten af met het geloof en seculariseerde mee met de rest van Nederland. Herkenbaar. Ik ben van haar leeftijd en ook ik besloot toen ik 18 was om niet meer naar de kerk te gaan, maar mijn goddeloze fase duurde nog geen acht jaar. Voor Zonderop waren in de daarop volgende dertig jaar kerk, geloof en christendom in Zonderops omgeving geen gespreksonderwerp. En nu is zij 62. Maar na bijna een halve eeuw godloos leven is ze er weer mee bezig.

Ze heeft zich als zovelen van haar generatie zich lang bevrijd gevoeld door alles los te laten wat met kerk en God, met zonde en noem maar op te maken heeft. Daarna kwam de leegte. We wisten wat we allemaal niet meer geloofden en niet meer hoefden, maar wisten we ook wat dan wel? Of hoefde dat niet? Was genieten van de verworven vrijheid genoeg? Veel mensen zijn op zoek gegaan naar iets anders. Voor velen is het geen optie om het te zoeken bij het christendom. Zij proberen het te vinden in de oosterse spiritualiteit: boeddhisme, zen, meditatie, mindfulness. Dat biedt zeker ontspanning, rust in het hoofd, bezinning. De Beatles zetten de trend in de jaren zestig toen ze in 1968 af naar India afreisden om Transcendente Meditatie te leren van de Maharishi.  Deze vormen van spiritualiteit zijn vooral gefocust op het individu en het eigen geluk en welbevinden.  Deze vormen leren je hoe je balans in het leven kunt vinden en hoe je je goed kan voelen.

Yvonne Zonderop vindt het echter niet in de oosterse spiritualiteit. Misschien is er nostalgie naar vroeger, misschien een behoefte aan een christendom zonder de beklemming, de dwang van vroeger. Stom, vindt ze nu, om het christendom bij het oud vuil te hebben gezet. Te radicaal hebben we, zegt zij, afscheid genomen van wat 1500 jaar onze cultuur én moraal heeft vormgegeven. Met argumenten omkleed haalt Yvonne Zonderop het vuilnis weer binnen. Geloven, zegt zij, is zo gek nog niet. Maar ja, zomaar gaan geloven is niet eenvoudig. De interviewer vraagt: Geloof je weer in God? Nee, dat niet. Ga je zondags weer naar de kerk? Nee. Op hoogtijdagen dan? Ook niet echt. Wat gelooft ze dan? Nou niets. Ze gelooft niet in een god die de mens regeert, niet in de wijzen uit het Oosten die het kindeke Jezus verwelkomden en niet in een Rode Zee die spleet. „Ik geloof wél in de kracht van de verhalen uit het christendom.” Zoals dat van dat van de verloren zoon. Wat gebeurde er? „Het roerde me. Het raakt aan iets wat heel diep zit. Een groter verhaal waarvan ik, zelfs met die oppervlakkig christelijke opvoeding van mij, onderdeel ben.” Ze noemt zichzelf een cultuurchristen. Te lang, zegt Zonderop, hebben we in Nederland het gehad over de negatieve kanten van het geloof. We hebben ons vrij gemaakt van de beklemming van kerk en geloof.  Nu die basis weg is, is het moeilijker om vrij te zijn. Leven zónder god en gebod is niet zo eenvoudig, zegt zij. Er is een leegte ontstaan en dat wreekt zich.

Van afwijzend, via ongeïnteresseerd, is haar houding veranderd in onderzoekend, zegt ze. „Ik wilde er het mijne van weten.” En nu is haar bevinding dat het gaat over naastenliefde, compassie, solidariteit. Over gelijkwaardigheid, schuld en vergeving.

Herkent u haar verhaal? Misschien heeft u ook wel een periode gekend dat het u allemaal niets meer zei, of dat u vond dat godsdienst alleen maar bijdroeg aan onverdraagzaamheid en geweld, om daarna ook een gemis te gaan voelen. Vorig jaar was hier Claartje Kruijff, voor een Kapellezing. Ze is theoloog van het jaar geweest en studeert nu aan het remonstrants seminarium. Ze zegt: Ik herken een grote hunkering naar zin, betekenis, inspiratie en hoop. Er leven bij veel mensen grote vragen. Wat is mijn plaats in de wereld, hoe verhoud ik me tot de klimaatcrisis, tot vluchtelingen, hoe leef ik met moeilijke gevoelens en met mijn eigen kwetsbaarheid? Hoe ga ik om met gevoelens van schuld en vergeving? Ja, het is voor velen tijd om de leegte die er is gekomen na het verlaten van de geloofsgemeenschap, het afscheid van de beklemming en de malligheid van kerk en geloof, te gaan vullen. Kijken of er op een andere manier dan vroeger is te bouwen aan een geloof. Maar het opbouwen van een nieuw vertrouwen, een nieuw geloof, dat je niet is opgelegd, maar dat je jezelf verovert, is hard werken, is je ervoor openstellen. Ik zou zeggen: dat kan je het beste doen samen met anderen, in een gemeenschap. Kijken of daar een gezamenlijk, een collectief verhaal, te vinden is, dat aanmoedigt om met elkaar verantwoordelijkheid in de wereld te nemen. Ik denk dat het christendom zo in ieder geval een aanvulling kan zijn op meditatie en mindfulness, om te voorkomen dat je spiritualiteit teveel naar binnen gekeerd is. Het christendom en het jodendom verwijzen vrijwel meteen ook naar je medemens. Het is: heb God lief en je naaste als jezelf.  Je bent niet het middelpunt van alles, maar je mag leven in verbondenheid met God en andere mensen. En kerken zijn plekken waar je gemeenschap oefent. We komen hier niet alleen om voor onszelf iets te vinden, we zijn er ook voor elkaar en om samen iets te kunnen betekenen in de wereld buiten ons.  Zoals ik ergens las: geloof dat niets doet, doet er niet toe. De wereld moet er, zeg maar, wél beter van worden.

Pinksteren zegt: we hebben van God gehoord. We hebben het voorbeeld van Jezus van Nazareth gekregen. God en Jezus laten het nu aan ons. Nu gaan wij ermee aan het werk. Gegrepen als we zijn door de Geest die er van hen uitgaat. Pinksteren is ook een onzichtbaar feest. Want wat is nou Geest? We vergelijken het met vuur en wind, maar ook dat is weinig concreet en tastbaar. Maar we ervaren het vuur en de warmte en het fris doorwaaid worden. Vrijzinnigen hebben altijd al meer met de geest gehad dan met alle leerstellingen en zekerheden. Voor hen was de geboorte van de zoon van God en zijn opstanding uit de dood te akelig en onwaarschijnlijk concreet. Het is opmerkelijk dat in de belijdenis van de remonstranten, die zoals u weet niemand iets oplegt of voorschrijft, waar je rustig heel andere opvattingen over mag hebben, dat die eerst begint over de geest, in tweede instantie over Jezus en in derde instantie over God. Die volgorde. Die zegt:

geloven wij in Gods Geest
die al wat mensen scheidt te boven gaat
en hen bezielt tot wat heilig is en goed.
Wij geloven in Jezus, een van Geest vervulde mens,
het gelaat van God dat ons aanziet en verontrust.

Staat u al in vuur en vlam om te gaan werken aan een wereld waar het allemaal anders, eerlijker, rechtvaardiger, duurzamer aan toe gaat? We staan met Pinksteren voor de vraag: ben ik, met mijn betrokkenheid hier bij De Kapel bijvoorbeeld bezig met het geloof, met spiritualiteit of héb ik geloof? Ofwel: ben ik een geïnteresseerde toeschouwer bij wat er zich allemaal afspeelt op het veld van religie en spiritualiteit of ben ik deelnemer? Ben ik geraakt door Gods aanwezigheid in mijn leven, word ik geïnspireerd door de verhalen en gelijkenissen van Jezus van Nazareth, zet ik me met passie in voor een andere wereld, waar compassie is, waar vrede en recht regeren?

We gaan er nu en vooral ook weer na de zomer hard mee aan de gang als Kapel. Ja, we zijn klein, ja we zijn oud, en ja we zoeken weer contact met vluchtelingen, we werken aan een inclusieve samenleving, dus een samenleving waar mensen met een beperking mee kunnen doen, waar mensen die hierheen zijn komen vluchten erbij horen, waar mensen van allerlei kleur en diversiteit mogen zijn wie ze zijn. We zijn actief voor de vrede. We hebben vertrouwen, ja geloof, dat dat zinvol is. Kortom, Pinksteren bepaalt ons erbij dat we christenen zijn en dat wij het verschil willen maken.

Aan het slot van deze viering zal ik als zegenwens dan ook uitspreken:

moge de moed van uw Geest ons veranderen,
moge de mildheid van uw Geest ons begeleiden,
moge de gaven van uw Geest ons toerusten en ons op pad sturen, de wereld in,
vol liefde om te dienen, door onze inspiratie Jezus Christus.

Amen

ds. Peter Korver