Overweging Palmpasen

Duo-overweging Madelief Brok & Peter Korver

Verhaal van Madelief

Beste Peter en beste gemeente,

Ten eerste bedankt dat ik het vertrouwen krijg de Palmpasen dienst vandaag te mogen leiden. Het is waardevol om midden in mijn studie theologie al zo te mogen oefenen met het voorgaan in een gemeente. En dan ook nog Palmpasen.

Jij en ik komen beiden uit een Katholiek nest dus je hebt misschien wel net als ik goede herinneringen aan deze tijd? Mijn vader die de dag voor Palmpasen de stokken op zolder moest gaan zoeken en die nooit lagen op de plek waar mij moeder zei dat ze lagen.  En dan met een tas met crêpepapier, dropveters en dadels naar de kerk. Het mooiste was altijd het haantje met het rozijnenoog. En het spannendste of dat haantje dan bleef zitten op mijn stok als ik na het versieren trots de kerk in liep op weg naar het altaar.

Bij het eerste gebed zojuist koos ik een wat kinderlijk gedicht maar het raakte mij omdat het mij deed denken aan mijn jeugd en de beelden van de kindercatechisatie. Jezus op de ezel en de mensen met de takken en dat rare woord: Hosanna, Hosanna. Als kind dacht ik dat het zoiets betekende als: Let op allemaal, Jezus komt eraan.

Pas veel later leerde ik dat Hoshana een joods liturgische term is en gebruikt wordt voor een cyclus gebeden tijdens het loofhuttenfeest. In het christendom werd Hosanna de roep van lof of de bewondering in erkenning van het Messiasschap van Jesus bij zijn intrede in JeruzalemHosanna! Gezegend wordt wie in naam van de HEER komt! En dat is dan weer een verwijzing naar Psalm 118.

Maar waar ik als kind niet mee bezig was tijdens Palmpasen waren de dagen die komen na Palmpasen: de stille week, de lijdensweek met op goede vrijdag het sterven van Jezus aan het kruis. Als kind vond ik het al een moeilijk verhaal en nog steeds. Dat Jezus is gestorven is voor mijn zonde. Maar Peter, wat moeten wij er als vrijzinnige mee? Liever neem ik zelf de verantwoordelijkheid voor mijn daden. Of misschien beter gezegd, wat kan deze week van pijn en lijden in onze vrijzinnige traditie nog betekenen?

Toen wij een aantal weken geleden al sprake over deze dienst vertelde je over de overgang van de vreugde van de komst van Jezus naar de lijdensweek. De overgangen en betekenisgeving zitten verborgen in onze liturgie. De kleur paars van het kleed in de periode voor Pasen is daar een voorbeeld van zo legde jij mij uit.  De kleur staat voor soberheid en inkeer. En dat we vandaag een moment vieren van blijdschap en daarmee tegelijkertijd een overgang markeren naar een tijd van meer inkeer misschien wel van meer introspectie heeft betekenis.

En dan hebben we zoveel prachtige bronnen waar de komende week uit geput zal worden: liederen, gedichten en beelden. En ook de bijbel levert ons verhalen voor introspectie aan. Wij hebben samen gekozen om een verhaal van Petrus vandaag te lezen. Het maakt ook nieuwsgierig naar deze man, vriend van Jezus, wie was hij? Kan jij ons daar wat over vertellen?

En wat haal ik eruit? Petrus die tot drie keer toe Jezus verloochent. Petrus zegt drie keer over Jezus: Ik ken jou niet. Nee, ik ken jou niet, Ik zei toch dat ik je niet kende!

Hoe pijnlijk ook, deze ervaring kennen we allemaal, toch?

Het erkennen dat we het zelf doen soms: niet thuis geven. Er niet voor iemand zijn of zelfs hardop iemand afvallen. Petrus ging naar buiten en huilde bitter. Het besef van je eigen handelen kan soms inslaan als een bom. Au, dat is wat ik deed.

Of ervaren dat iemand jou niet blijkt te kennen er niet voor je is als je hem nodig hebt. Iemand die de vriendschap ontkent. Soms zijn er jaren nodig om de pijn daarvan te verzachten. En nog steeds is het dan voelbaar.

Wat Stef Bos in zijn lied over Petrus zo mooi beschrijft is dat die pijn onderdeel is van het leven. Iemand pijn en verdriet doen en pijn en verdriet voelen. Als we leven ontkomen we er niet aan. En sterker nog soms is de confrontatie opzoeken met het risico dat mensen geraakt zullen worden een betere optie dan de lieve vrede te bewaren.  Beter een oorlog dan gewapende vrede. Of is dat te makkelijk gezegd Peter?

En ik heb meer beloofd
Dan ik waar kon maken
Heb getwijfeld en heb soms
Mijn dromen verraden
Een vriend laten vallen
Mezelf vervloekt
Want ik ben een mens
Ik ben een mens
Van vlees en van bloed

Een vriend laten vallen: Die vriend zal jezus zijn.  Mezelf vervloekt: Petrus ging naar buiten en huilde bitter. Stef Bos maakt hier gebruik van zijn talent om met een zin een wereld aan beelden op te roepen en het meteen universeel te maken. Stef Bos zal hier met 1 zin verwijzen naar het verhaal dat wij vandaag gelezen hebben.

De zinnen daarna zegen zoveel: Want ik ben een mens. Ik ben een mens van vlees en bloed. Voor mij is dat geen kwestie van goed praten maar iets heel wezenlijks om ons te beseffen. Dat we fouten maken en daarmee soms mensen pijn doen maar dat we ondanks dat waardevolle mensen blijven.

Of Jezus nu wel of niet voor onze zonde aan het kruis is gestorven. De vraag naar schuld of onschuld is niet de belangrijkste. Je zult nu misschien denken, maar Madelief dat weten we als vrijzinnige toch al jaren?

Maar in ons eigen leven speelt de vraag denk ik vaak nog wel.  Als er iets mis gaat of je voelt verdriet dan is het fijn als iemand daarvan de schuld kan krijgen. En soms is dat misschien even nodig maar ik denk dat zoveel niet te maken heeft met schuld of onschuld maar met mens zijn. Een mens van vlees en bloed.

Madelief Brok

 

Antwoord Peter

Beste Madelief en beste gemeente,

Hosanna. Toen je als kind het verhaal van Palmpasen hoorde, Madelief, klonk dat woord hosanna feestelijk. Immers, er staat: Uit de menigte spreidden velen hun mantels op de weg uit, anderen braken twijgen van de bomen en spreidden die uit op de weg. De talloze mensen die voor hem uit liepen en achter aan kwamen, riepen luidkeels: Hosanna voor de zoon van David. Gezegend hij die komt in de naam van de Heer. Hosanna in de hemel. Jij verstond dat als ‘Let op allemaal, Jezus komt eraan’, ik hoorde het toen als ‘Hoera, hoera’, een uiting van pure blijdschap. We weten nu dat dat Hebreeuwse woord tegelijk een blijde verwachting uitdrukt als een roep, een hardop bidden is: ‘red toch’, ‘verlos nu’, ‘maak weer heel’, ofwel ‘geef ons heil’. De mensen zien in die profeet op dat ezeltje iemand die mogelijk het volk gaat redden, gaat verlossen van zijn onderdrukkers. Een messias dus. En het bijzondere is dat degene tegen wie ze dat roepen Jezus heet. Dat is op zijn Grieks, want Jezus is in het Hebreeuws Joshua of Jozua en die naam betekent: God geeft redding. Zijn naam geeft dus al het antwoord op datgene wat het volk roept. Wijst hij daarmee niet weg van zichzelf: niet ik, maar God is het die redt. Jezus als verwijzer naar een ander, de Ander. Met het zwaaien van de palmtakken, met het versieren van de weg waarover hij gaat met kleden verwelkomen zij hem, de messias, de gezalfde, de verlosser. Het is kort voor Pasen. Uit heel Israël zijn massa’s mensen naar Jeruzalem gekomen om Pesach te gaan vieren, de uittocht ooit uit Egypte. Het valt te begrijpen dat de Romeinen, de bezetters van het land, niets moeten hebben van groeiende menigtes die gaan roepen dat hun verlossing eraan komt. Ze vrezen een messias die mogelijk het begin van een opstand is. En niet alleen zij. Ook de hogepriesters vrezen voor een opstand van het volk, want dat kan wel eens betekenen dat de Romeinse bezetter land en volk zal vernietigen, inclusief hun tempel. Zij zeggen dan over Jezus: ‘Het is beter dat één mens sterft voor het volk dan dat het hele volk verloren gaat.’

En ook wij, in onze jeugd, vierden de komst van Jezus met een optocht met palmpasenstokken. De stok in de vorm van een kruis, Jezus’kruis, maar versierd in feestelijke kleuren van het crêpepapier, met daaraan gespannen touwtjes waaraan geregen de zoete chocolade lente-eitjes. In top een broodhaantje met rozen als ogen en die verwijst naar de haan die aankondigt dat Jezus’ trouwste leerling Petrus hem dan al drie keer verloochent heeft, drie keer gedaan heeft alsof hij hem helemaal niet kent, hem dus in de steek laat. In de palmpasenstok zit de vreugde, het kruis, het verraad. De week naar Pasen begint.  En daar beginnen de moeilijkheden voor jou Madelief en zeker niet alleen voor jou, ieder vrijzinnig mens kan met jou uitroepen Dat jezus is gestorven is voor mijn zonde, wat moeten wij er mee? Liever neem ik zelf de verantwoordelijkheid voor mijn daden. Het is alweer lang geleden, het was op Goede Vrijdag 1959, dat de vrijzinnig-hervormde theoloog prof. Piet Smits heel kerkelijk Nederland schokte door de zogenoemde verzoeningsleer door Paulus geformuleerd, dat de zondige mensen zich alleen met God konden verzoenen door het lijden en sterven van Jezus, op de hak te nemen. Hij schreef „Het is ook mijn eer te na, dat iemand voor míjn schuld zou moeten boeten. Ik wens te stáán voor de gevolgen van mijn eigen daden. En geef dan wat Paulus betreft mijn portie maar aan Fikkie.” Hij zou blijvend geassocieerd worden met deze uitspraak.

Het is ook een herkenbare ervaring dat het soms wel heel moeilijk is om zelf nog de gevolgen van je eigen daden te dragen. Mensen kunnen gebukt gaan onder schuldgevoelens. Ik had toen dat en dat moeten doen. Ik ben erg in gebreke gebleven en ik kan de gevolgen niet meer herstellen. Hoe kan je dan nog verder leven met enig gevoel van levensgeluk? Het antwoord mag niet zijn: dat kan als een ander de schuld van mijn fouten op zich neemt en daarvoor moet lijden en sterven. Het antwoord kan wellicht wél zijn: dat kan als ik de liefde mag ervaren van andere mensen die mij helpen om mij te verzoenen met het verleden, die mij helpen om nieuw op weg te gaan. Dat kan als ik mij openstel voor de liefde van de Eeuwige, die er juist is voor kleine, kwetsbare, arme en zondige mensen.

Petrus is zo iemand waar we ons allemaal wel op zeker moment in ons leven in herkennen. Ik ook, al was het maar omdat mijn eerste naam ook Petrus is. Maar meer omdat jij en ik ook wel eens, zoals Stef Bos zingt, onze dromen verraden, moeten verraden, denken we, door de realiteit gedwongen. Omdat we, als we eerlijk zijn, ook wel eens iemand laten vallen die ons nodig heeft, maar wij niet thuis geven, omdat we menen genoeg te hebben aan onze eigen zorgen. Ja, we kunnen soms met recht en reden ons schuldig voelen. Hoe helend, wat een opluchting, als er dan een mens is, een vriend, die tegen je zegt: Ach, je bent ook maar een gewoon mens, een van vlees en bloed. Maar je mag er zijn. Je bent meer dan je fouten en je feilen. Ik houd evengoed van je.

ds. Peter Korver