Overweging Madelief Brok: Over uitvliegen en landen

Ja u heeft het goed gelezen op de site of het Kapelnieuws. Mijn startpunt voor het schrijven van deze preek was Paulus. Het is mij natuurlijk af geraden. Tijdens je proefpreek moet je shinen. En dat is nou net niet zo makkelijk met Paulus want Paulus heeft dingen gezegd die behoorlijk schuren met het vrijzinnige gedachtegoed.

De achtergrond is zo. Toen ik hier als stagiaire een paar maanden geleden binnen kwam, was al vastgelegd dat de bijbel cursus deze periode zou gaan over Paulus. Ik vond dat eigenlijk wel een uitdaging. Ik wist namelijk nog niet zoveel van Paulus en op zijn minst zou het mogelijk zijn naar de context te kijken waarin Paulus leefde en schreef.

Dus ik begon te lezen en dat gaf absoluut meer inzicht. Bijvoorbeeld dat het gedachtegoed van Paulus, nu vaak gezien als conservatief, toen, ook een bevrijdend element had. De liefdevolle boodschap van Jezus Christus was voor iedereen beschikbaar. Jood, niet Jood, van slaven tot Romeinse burgers. Dat er geen onderscheid bestond was toen een nieuwe gedachte. Een gedachte die de wereld van die tijd op zijn grondvesten deed schudden.

Zoals we weten kent Paulus veel regels. Deze regels, zo las ik, waren nodig en logisch in de context van waaruit hij opereerde. Niemand behoorde in de wereld van Paulus tot een religie, behalve natuurlijk de Joden. Mensen deden religieuze dingen maar behoorde niet tot een geloofsgemeenschap. Er bestonden wel duizenden Goden en je kon ze door elkaar heen eren en dienen door feesten en offers.  Paulus predikte dus niet zozeer een nieuwe religie maar een totaal nieuwe wereldorde. De verandering was enorm.

Maar goed, eerlijk is eerlijk. Het lezen over Paulus hielp om zijn ideeën te plaatsen. Maar echt vrijzinnig werd het er niet van. Wel milder, dat wel. Ik las verder en in mijn zoektocht naar informatie over Paulus en zijn brief aan de Romeinen stuitte ik op de gelezen column van Guus Kuijer.  Hoewel ik zelf, zoals vele van jullie weet ik inmiddels, geen orthodoxe achtergrond heb, voelde ik meteen sympathie voor de jongen. Ik gunde hem dat open raam om doorheen te vliegen en daarmee de vrijheid tegemoet te treden.  De vrijheid om te geloven wat je wilt. Ik zou hem ook een plek gunnen om weer te landen. Een plek waar hij zich thuis kan voelen.

Als God voor is wie kan er dan tegen ons zijn? Als God voor ons is wie kan er dan tegen ons zijn? Met deze vraag liep ik een tijdje rond. Op zich is het wel een prettige boodschap om dieper tot je door te laten dringen: dat God, de eeuwige, de bron, de onnoembare, niet tegen je is.

Tegelijkertijd deed het mij denken aan de retorische vraag die ik mijzelf toch regelmatig stel.  Als je op je 36e theologie gaat studeren dan moet je dat vaak uitleggen. En helemaal in totaal seculaire contexten is dat nog niet altijd even makkelijk.

Ik probeer mezelf dan wat moed in te praten als ik voel aankomen dat ik de vraag krijg waarom ik theologie ben gaan studeren. Het vrijzinnige gedachtegoed, daar kan toch niemand op tegen zijn?

Meestal klopt dat ook. Ik leg kort uit dat we geen dogma’ s kennen en geen vaststaande geloofsbelijdenis. Dat we al voor de Nederlands overheid dat deed homoseksuele stellen trouwen. En al snel gaat het gesprek dan over zingevingsvragen, over leven en dood, over angst en afscheid, loslaten en vasthouden. Gesprekken die we met elkaar moeten blijven voeren. Niet omdat we geen andere gesprekken meer mogen voeren. In de fase van mijn leven over huizen kopen, hypotheken, auto’s en luiers. Wel omdat we ons eraan moeten blijven herinneren dat dat niet is waar het uiteindelijk over gaat.

Maar ingewikkelder zijn de mensen die ik tegenkom en vragen naar mijn studiekeuzen en ik vertel dat ik in opleiding ben tot predikant, die wat dieper in de materie blijken te zitten en mij bijvoorbeeld vragen naar de verzoeningsleer van Paulus. In mijn vorige preek ging het er ook al over en ik wil niet in herhaling vallen. Maar als we het over Paulus hebben, komt het natuurlijk weer langs: Jezus die gestorven is aan het kruis voor ons. Tijdens de lezing las ik uit de bijbel in gewone taal:

God liet toe dat zijn eigen Zoon gedood werd. Hij leverde hem uit aan slechte mensen. Dat deed God voor ons allemaal.

Inmiddels heb ik genoeg materie in handen om te zeggen dat het al jaren geleden is dat de eerste vrijzinnige theologen afstand deden van het idee dat bij Paulus zo centraal staat: dat Jezus is gestorven voor onze zonden. Als ik er dan ook nog een beetje zo bij kijk van: wist je dat niet? Is de kans groot dat de kous daarmee is afgedaan.

Maar beter of in ieder geval eerlijker zou misschien zijn als ik zou zeggen: Wat goed dat je ernaar vraagt. Ik het vind het namelijk lastig. Ik geloof simpel weg niet alles dat Paulus heeft gezegd. Een van de gemeenteleden in de cursus Bijbel Centraal verwoorden het prachtig. Paulus had gedachtes. En omdat het maar gedachtes zijn kan ik er een ander gedachte naast zetten. Juist omdat God voor ons is mogen wij er best tegen zijn.

Ondertussen las ik het boek: Geloven zonder zekerheid. Het boek van Paul Rasor, die hier recent te gast was in de Kapel voor een lezing. Hij schrijft een kritische beschouwing over het vrijzinnige gedachtengoed van de 21e eeuw.

Hij schrijft:

Het theologische landschap van tegenwoordig is pluriform, vele stemmen doen verwoede pogingen om gehoord te worden. Sommige zoeken de dialoog en de verbinding, anderen proberen alleen zo hard mogelijk te schreeuwen. De vroege eenentwintigste eeuw is een tijd van toenemende dogmatische starheid, zowel in politiek als religie. We worden geconfronteerd met een wereldbeeld van simplistisch dualisme. Juist in deze situatie is er veel behoefte aan de profetische en bemiddelende stem van de vrijzinnige theologie.

Toen ik dit stuk las ging ik wat rechter in mijn stoel zitten. De profetische en bemiddelende stem van de vrijzinnige theologie. Ja, dit is belangrijk, wij hebben een boodschap.

In mijn sollicitatiebrief voor het remonstrants seminarium schreef ik:

In een wereld waar extremen lijken te winnen, waar verworven rechten voor sommige groepen weer bevochten moeten worden, voel ik mij thuis bij een vrijzinnige boodschap, voel ik mij thuis bij een boodschap van inclusiviteit. Sterker nog, ik denk dat we als vrijzinnig genootschap steeds weer opnieuw naar buiten moeten blijven brengen dat geloven ook kan zonder aanspraak te doen op de waarheid.

Dus stel, ik neem deze oproep van Paul Rasor ter harte. En ik schrijf een brief net als Paulus, net zo vurig, net zo vastbesloten, net zo profetisch, net zo utopisch. Wat zou ik dan schrijven? Wat zouden wij dan schrijven? Wat zou ik anderen willen vertellen over de vrijzinnige  gemeenschappen? Voor welke boodschap of wens zou ik kilometers te voet afleggen om hem profetisch te verkondigen?

Ik dacht weer aan de jongen die het raam uit vloog in 1958. Zou hij inmiddels ergens geland zijn?

De Brief aan de Jongen: deel 2

Van Madelief, in opleiding tot predikant, geroepen om een vrijzinnige en vredelievende boodschap te verkondigen.

Aan alle jongens, meiden, mannen en vrouwen die uit het raam gevlogen zijn en die misschien een rustpunt zoeken in hun schitterde reis. En aan allen, de meeste hier,  die al lang geland zijn en voor wie zingeving, gemeenschap en geloof erbij hoort. Omdat anders het leven niet helemaal compleet is.

Ons vrijzinnig gedachtegoed is belangrijk en daarom schrijf ik deze brief. Ik gun jou, jongen, een plek om de landen. Dat kan misschien bij ons, bij de vrijzinnigheid maar natuurlijk ook ergens anders. Maar het gaat verder dan dat. Ik gun de wereld meer vrijzinnigheid. Minder zwart wit, meer nuance.

Beste lezers, wat jullie nu in detail geloven vind ik eigenlijk niet zo belangrijk. Maar laat dat je niet afschrikken, want jij bent wel belangrijk. Daarom juist wil ik graag weten hoe je leven gelopen is, waar het pijn gedaan heeft, waar je gebroken bent en hoe je weer bent opgekrabbeld. Ook hoor ik graag waar je blij van wordt, wat je vreugde geeft.

En om dat van elkaar te kunnen horen hebben we gemeenschappen nodig, plekken waar we samen komen. Plekken van bezinning, plekken om stil te staan, plekken waar we vragen stellen in plaats van antwoorden consumeren. Plekken waar we het kwetsbare leven met elkaar kunnen en mogen delen.

Een oefenplaats voor geloof. Deze term leerde ik bij de Kapel in Hilversum. Dus dat is wat mensen hier doen. Oefenen, bezinnen, met elkaar in gesprek gaan. Gemeenschap zijn. Een plek waar we elkaar welkom heten.

Dat wordt gedaan omdat ik durf te zeggen: iedereen hier vindt het belangrijk om er voor elkaar te zijn. Dat is geen exclusieve waarden voor het Christendom.  Maar wel een die soms vergeten wordt in deze wereld. Iedereen hier vindt het belangrijk om te praten over de dingen die er toe doen. En dat is niet zomaar vanzelfsprekend.

En over geloof wordt ook gesproken. Natuurlijk. We zijn geworteld in het evangelie van Jezus Christus. We hebben allemaal een idee, beeld of gevoel bij God. Hij wordt bij de vrijzinnigen ook wel de Eeuwige, de Bron of de Liefde genoemd. Voor sommigen is God concreet voor anderen meer abstract.

Het ligt in de vrijzinnige aard om zaken te nuanceren, nog beter uit te leggen. Maar daar is deze brief niet voor bedoeld. Ik wil dan ook afsluiten met een statement een overtuiging. Waar het straks bij de koffie dan misschien over kunnen hebben.

Ik ben ervan overtuigd dat dood noch leven, engelen nog machten nog krachten, heden nog toekomst, hoogte nog diepte, of wat er ook maar in de schepping is, ons zal kunnen scheiden van de liefde van God.

Madelief Brok