Overweging: Dit is het begin – Begin van Jezus’ verkondiging 29-1-2017

Met het evangelieverhaal van vandaag begint het optreden van Jezus of, zoals in de traditie aangeduid, zijn openbare leven. Er is een ouverture geweest. Een ouverture is een instrumentaal muziekstuk dat gespeeld wordt voor het begin van een opera of een toneelstuk.  Het oorspronkelijk Franse woord betekent dan ook opening. Het moet het publiek alvast warm maken voor wat gaat volgen. In het geval van Jezus is de ouverture in de tijd van Advent en Kerst aan ons voorbij gekomen. De profeten die zijn komst al eeuwen lang hebben voorzegd. De aankondiging, de annunciatie door de engel Gabriël die Maria komt aanzeggen dat zij zwanger zal worden. Dan het verhaal van de geboorte in Bethlehem. Dan de verzoeking in de woestijn, waarbij Jezus zich voorbereidt op zijn taak en de duivelse verleidingen naar macht en aanzien weerstaat en dan is er de doop in de Jordaan door Johannes. Het is allemaal een grootse inleiding en voorbereiding op wat deze Jezus gaat doen en teweeg zal brengen. De verwachtingen zijn gewekt.

Welke verwachtingen waren dat ook alweer? Als wij ons even alleen bepalen bij de profeet Jesaja. Die heeft in de achtste eeuw voor Christus gezegd: de Messias zal geboren worden uit een maagd. (Jes. 7) De Messias is erfgenaam van koning David. Hij wordt genoemd Immanuel, God met ons. Een boodschapper zal de weg bereiden voor de deze Messias. De Messias zal spreken in gelijkenissen en hij wordt gestuurd om de gebroken te genezen. Hij zal deze namen dragen: Wonderbare raadsman, Goddelijke held, Eeuwige vader, Vredevorst. Hij zal mensen uit alle culturen en naties aantrekken (Jesaja 11:10) De dood zal worden verzwolgen tot in eeuwigheid, Er zal geen honger of ziekte meer zijn en de dood zal ophouden (Jesaja 25:8) Hij zal een boodschapper van de vrede zijn (Jesaja 52:7). De eerste christenen waren er zeker van dat Jesaja het daarmee had over Jezus van Nazareth.

Verwachtingen kunnen hooggespannen zijn. Dat kennen we van verkiezingen. Er wordt uitgekeken naar iemand met wie alles anders en beter zal worden. Ik herinner mij van zo’n veertig jaar geleden dat in Amsterdam. Na een chaotische periode werd ingezet op een super wethouder die krachtig zou besturen en zou opkomen voor de laagst betaalden en de woningnood zou opheffen. Overal in de stad hingen borden en affiches met een leus van de PvdA: Jan Schaefer komt. Dat was de bakker die zich had opgewerkt en staatssecretaris was geweest. Hij komt. ‘Jan Schaefer komt’aslof het om de messias gaat. Velen hadden zo’n verwachting met Pim Fortuijn. Dichter bij onze tijd kan  je denken aan Barack Obama. Veel zwarte kiezers in de VS hadden de hoogste verwachtingen toen deze de verkiezingen won en in het Witte Huis terecht kwam. En niet alleen de zwarte kiezers. Iemand met het hart op de goede plek, die zijn best doet, maar al gauw oploopt tegen de realiteit die beperkingen oplegt.

Wat dichter bij huis gebeurt het ook nogal eens in kerkelijke gemeentes. Maanden is een beroepingscommissie bezig geweest met het vinden van een nieuwe predikant. Ze hadden de keuze uit wel veertig kandidaten. En dan wordt vol trots de nieuwe herder aangekondigd. Hij of zij is charismatisch, bevlogen, geïnspireerd, en je leest van de gezichten van iedereen af : nu zal de gemeente weer groeien, de kerk zal weer vol zitten, er komt nieuw elan. Maar na een jaar dringt het besef door dat ook hij of zij een gewoon mens is, met eigen beperkingen, met hebbelijkheden en onhebbelijkheden. De diensten inspireren niet altijd en hij of zij is ook een beetje ijdel en bovendien niet altijd op tijd met zijn afspraken. Kortom, hij of zij blijkt gewoon mens te zijn. Sinds eergisteren is er een nieuwe president van de Verenigde Staten geïnstalleerd. Hij heeft een groot voordeel: de verwachtingen over het heil dat hij zal brengen, is bijzonder laag, zeker hier in Europa. Het kan op zijn best nog een beetje meevallen.

Verwachtingen zijn er aan twee kanten. Niet alleen mensen hopen dat het allemaal anders en beter wordt met de komst van een nieuwe politieke of geestelijke leider, ook de betrokkene zelf heeft iets voor ogen. Die kan verwachten dat hij of zij het is die vanaf nu de ontwikkelingen gaat bepalen en dat de mensen mee zullen gaan in wat hij wil en goed acht. Dat is dus de verleiding van de macht. Het kan zijn dat hij zich gedragen weet door een hoger ideaal en door een hogere macht en zich daarom niet steeds hoeft te laten weerhouden door mensen met andere en minder hoog gestemde opvattingen. Soms lijdt een leider aan een zogeheten messias-syndroom: ik ben het die de mensheid gaat redden. Het spreekt dat beide drijfveren, die van de macht en die van het willen zijn van de redder van de wereld, een gevaar inhouden voor anderen. Je moet gecorrigeerd kunnen worden. In een democratisch geregeerd land of een democratisch bestuurde vereniging of kerk is dat ook zo. Maar ook kan ellende voorkomen worden als een leider in staat is kritisch naar zichzelf te kijken en zichzelf niet beschouwt als de hoogste en laatste autoriteit.  Bij het aantreden van de nieuwe president van het machtigste land zien we iemand die zijn land weer groot wil maken en vooral ook zichzelf groot maakt, door het klein maken, het kleineren en wegzetten van groepen die anders zijn of anders denken. Letten wij er op hoe Jezus zich voorbereidde op zijn openbaar leven. Hij maakt zich eerst klein, laat zich meevoeren door Gods Geest naar de woestijn, daar waar absolute verlatenheid is en stilte, daar waar alle comfort afwezig is, daar waar er niemand is om je te bewonderen of te doen wat jij wil. Hij wordt er beproefd, hij lààt zich op de proef stellen. Hij krijgt daar een oefening in het houden van de menselijke maat. Juist omdat hij de messias, de door God gezondene is, kan hij in de verleiding komen om de menselijke maat uit het oog te verliezen. Ja, hij kan grote hoogten bereiken, zich verheven voelen boven anderen, leven als God in Israël. Dat is een duivelse verleiding. Jezus confronteert zich met zijn drijfveren en neemt daar ruim de tijd voor, veertig dagen. En Hij kiest. Hij kiest voor de naaste, die hij wil liefhebben. Hij wil leven voor God en niet als God. Zijn norm is niet het welzijn van zichzelf, maar van de ander, de mens tegenover zich, in wiens aangezicht de Eeuwige te herkennen is.

Onwillekeurig komt de vraag bij mij boven: hoe zou de nieuwe president van de Verenigde Staten zich hebben voorbereid op de verleidingen van de macht? Of stort hij zich daarop zonder na te denken? En dan komt het moment dat hij begint. Nu zal blijken wat er uit gaat komen van de verwachtingen van zowel voor- als tegenstanders.

Ook Jezus begint vandaag in het evangelie echt. Het eerste wat we nu lezen bij Matteus is de mededeling dat Johannes, de Doper, is gevangen genomen. Hij, die hem kort daarvoor gedoopt heeft. Dat is direct al een tegenslag voor Jezus’ zending. En Jezus acht het beter om uit te wijken. Net al als bij zijn geboorte, bedreiging, gevaar, uitwijken, toen naar Egypte, nu ver weg van de plek waar Johannes preekte, naar het noorden. En hij trekt van zijn vaderstad Nazareth naar een plaatsje aan de noordkant van het meer van Galilea. Dat is het gebied waar twee van de twaalf stammen van Israël wonen, Zebulon en Naftali. Daar begint hij. Het eerste wat hij doet is twee broers aanspreken die aan het werk zijn als vissers: ‘Kom, volg mij, ik zal jullie vissers van mensen maken.’ En zonder om enige toelichting te vragen, laten ze het werk direct hun handen vallen en volgen. U ziet het op de afbeelding. De kunstenaar uit Ravenna heeft zijn afbeelding in mozaïek verdeeld in twee helften. Op elke helft staan twee mensen. Op de rechter helft Jezus met achter zich een man in het wit. Op de linker helft Petrus en Andreas in een bootje; Andreas zit en roeit, Petrus staat en haalt het visnet op.

Jezus is herkenbaar aan zijn kruisnimbus. Hij draagt een purperen bovenkleed. Dat was indertijd slechts voorbehouden aan de hoogste vorsten. Zijn linkerhand houdt Hij verborgen in de plooi van zijn gewaad. Zo lieten keizers zich afbeelden, tot later Napoleon aan toe! Om Jezus’ majesteitelijke karakter nog meer te onderstrepen heeft de kunstenaar in de kruisnimbus kostbare edelstenen afgebeeld. Hier staat een machtig vorst. Achter Jezus verschijnt een dienaar. Ook hij dient vooral om te onderstrepen hoe verheven Jezus is. Het kan ons verbazen. Verscheen de Jezus, die zich daar in de woestijn niet had laten verleiden tot macht en grootse gebaren, zich bij een eerste publiek optreden tooien in een vorstelijk gewaad en zich gedragen als een keizer? Zouden Petrus en Andreas daarvan onder de indruk zijn en zodanig dat zij niets vragen, niets zeggen en gewoon meteen doen wat er gevraagd wordt?

De afbeelding is te vinden in Ravenna, de toenmalige keizerlijke residentie van het West-Romeinse Rijk. Wat was de boodschap van de kunstenaar met dit mozaïek? Zou de kunstenaar op deze manier aan de keizer hebben laten voelen dat Jezus de enige echte keizer was? Of heeft de keizer zelf opdracht gegeven Jezus zo af te beelden? Zodat hij in de kerk telkens weer tot nederigheid zou worden gestemd?

Dan viel er voor de keizer nog meer te kijken. Want op de afbeelding wendt keizer Jezus zich tot heel gewone arbeiders. Vissers. Hoogst ongebruikelijk voor de machtigste vorst ter wereld. Petrus hanteert het visnet, Andreas de roeiriemen. Mooi hoe hun ogen ergens anders zijn dan hun handen. Ze hebben geen aandacht voor de vangst in hun net. Hun ogen zijn bij Jezus en hun gelaatsuitdrukking drukt verbazing uit. De machtigste heerser komt naar hen toe. Naar hen, gewone volkse vissers. Met de woorden: “Ik zal vissers van mensen van jullie maken.” Vissers van mensen. Mensen redden van de verdrinkingsdood. Mensenredders zal Ik van jullie maken. Dit alles speelt zich af tegen een gouden achtergrond, de aanwezigheid van de hemel!

Twee wereldleiders vragen zo vandaag onze aandacht. Een politieke en een geestelijke. In de Christus afbeelding van Ravenna lijken God en keizer samen te vallen. Christus die onze koning is, maar geen heerser, geen keizer en geen president. Amen.

ds. Peter Korver