Overweging: Gods glimlach

U weet nog van Moeder Theresa? Ze was een katholieke zuster, een non, die getroffen door het lot van de talloze dakloze zieken en stervenden, zwervende kinderen, hongerigen en leprozen in India besloot zij zich te wijden aan deze armsten der armen. Ze was ooit ingetreden in een klooster en verliet het met toestemming van de paus om zich in te gaan zetten in Calcutta. Het werd een wereldwijd bekend werk onder de armsten.  Onvermoeibaar en tot na haar tachtigste jaar trok zij dagelijks met haar medezusters de slumps in en zag zieken en stervenden in de ogen, verzorgde en troostte hen. En je vraagt je af hoe dat is vol te houden, zowel fysiek als emotioneel.

Was zij een beetje vrijzinnig? Nee, verre van. Ze was uitgesproken tegenstander van iedere vorm van anti-conceptie en kwam op voor de beschermwaardigheid van het ongeboren leven, wat dus wil zeggen dat ze tegen abortus was. Doet dat iets af aan haar betekenis? Nee. Haar praxis, dat wat zij concreet deed voor mensen overtuigt en is vele malen belangrijker dan welke opvattingen ze huldigde. Datzelfde heb je ook bij een instelling als het Leger des Heils. De geloofsopvattingen zijn tamelijk orthodox, maar wie kan dat wat schelen als je ziet wat ze doen voor anderen. Aan de vruchten herkent men de boom, is het niet. En omgekeerd was het ook zo met Albert Schweitzer, de oerwoud dokter. Vanwege zijn theologisch zeer vrijzinnige opvattingen wilde het zendingsgenootschap hem niet naar een post in Afrika sturen, maar ging toch overstag, want wie kan beweren dat iemand die zo belangeloos anderen helpt geen goed christen is?  

Nu kunnen wij onszelf natuurlijk niet vergelijken met zuster Theresa of een dokter Schweitzer. Wij zoals we hier zitten zijn gewone mensen die echt wel hun best willen doen om goede mensen te zijn. Voor – zeg maar – alle mensen van goede wil had zuster Theresa onder veel andere dingen een eenvoudige handreiking, die ik u niet onthouden wil. Ze zei: Iedere keer dat je naar iemand glimlacht, is dat een daad van liefde, een geschenk aan die persoon, een prachtig iets. 

Dat was niet een gratuite opmerking, een gemakkelijke, een niet verplichtende dooddoener, die geen geld of inspanning kost al lijkt dat het wel. In haar werk was de glimlach misschien wel haar krachtigste middel. Wat kon zij betekenen voor iemand die niet meer te redden was, voor wie elk uitzicht ontbrak? Goede zorg ja, maar het eerste en wat het meeste bijbleef was de glimlach die zij schonk. Alsof even een straaltje zon door de ellende van de ander heen brak.  Ineens even verbinding van mens tot mens. Even gezien worden als mens. Even iets van compassie. Als dat het laatste is wat een mens ontvangt aan het einde van zijn leven, dan kan je wellicht in vrede gaan.

Wat is de betekenis van de glimlach? Je kan tegen de glimlach aankijken als een half gelukte lach. Dat zit een beetje in het woord. Een glimpje van een lach. In het Duits: lächeln, een beetje lachen. In het Frans: sourire, het zit nog onder een echte lach. Het is het net niet. Je glimlacht als je ook had kunnen lachen, maar de mop maar half geslaagd is. 

Maar een glimlach kan op een ander moment een grote betekenis hebben. Het is dan een gebaar van verstandhouding, een meer intieme ontmoeting tussen twee mensen. De glimlach heeft geen woorden nodig, maar opent het contact tussen twee mensen. Je geeft aan dat je de ander hebt gezien, dat je hem of haar toelaat en welwillend tegemoet wil treden en hem bemoedigt of aanmoedigt. Het is jammer als mensen elkaars blik ontwijken, als je een ander niet echt durft aan te kijken. Uit onzekerheid bijvoorbeeld, of ongemakkelijkheid. Want vaak is een ander bereid je een glimlach te schenken, ook mensen op straat, die je niet zo kent. Dat maakt altijd even blij. Ik ben gezien, ik mag er zijn, een ander schenkt mij vriendelijkheid. Een glimlach die iemand mij schenkt, kan mij even optillen uit mijn zorgen. Vlak voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog werd er een liedje gepubliceerd met de titel The sunshine of your smile, de zonneschijn van jouw glimlach. 

Dear face that holds so sweet a smile for me,

Were you not mine, how dark the world would be!

Soms, als je glimlacht, is dat niet omdat je een gebaar naar een ander maakt, maar meer vanwege iets dat voor jou speelt. Een binnenpretje of een plotselinge relativering. Of een grapje dat niet direct tot een schaterlach leidt, maar wel een glimlachje op het gezicht tovert. Of misschien is het een droeve glimlach. De 19e eeuwse dichter Piet Paaltjes, die ook NPB-voorganger van Schiedam was, had het over ‘snikken en grimlachjes’. Het is niet echt duidelijk of de gedichten werkelijk over diep lijden gaan, of dat ze juist de spot drijven met de overgevoeligheid van de romantiek. Omdat ze heel humoristisch zijn lijken ze de draak te steken met gevoeligheid, maar tegelijkertijd is die kwetsbaarheid toch aanwezig. Dat alles kan in een glimlach verborgen zitten. 

Nog weer anders is de beroemdste glimlach ter wereld, die van de Mona Lisa. Leonardo da Vinci schilderde het portret van een jonge vrouw met op de achtergrond een berglandschap. Rond haar lippen speelt een glimlach die toeschouwers al eeuwenlang in zijn greep houdt. Haar handen liggen gekruist op de leuning van de armstoel en ze lijkt klaar om een kindje in haar armen te dragen. Wat drukt die mysterieuze glimlach uit? Onthoudt ze ons iets, een binnenpretje? Is het een innerlijke vreugde, over bijvoorbeeld het geheim dat zij een kindje in zich draagt? Is het een serene glimlach die duidt op een innerlijk evenwicht en welbevinden? Of, om het vroom of mystiek te zeggen, is het een rusten in God? 

In haar tijd keken de geportretteerden langs de toeschouwer heen, maar Lisa kijkt ons recht in de ogen. De glimlach deelt ze met ons, maar we weten niets van de betekenis en zo houdt zij al eeuwen vele mensen in haar ban. 

Drie typen van glimlach zijn nu gepasseerd. De eerste is die we zelf willen voortbrengen om daarmee een boodschap te geven aan degene die we ontmoeten. We zeggen daarmee: ik wil jou welwillend en vriendelijk tegemoet treden. De tweede laat de ander voelen dat er iets in mij omgaat, iets moois, maar ik geef het nog niet prijs. Soms glimlachen we voor onszelf, omdat iets wat we horen ons enigszins bespottelijk voorkomt. Zoals Sara in haar tent. Die dag, zo lezen we in het verhaal uit Genesis, verschijnt de Eeuwige opnieuw aan Abraham. Dat betekent er gaat dus iets bijzonders gebeuren! Vader Abraham zit vóór de tent en op het heetst van de dag ziet hij verderop plotseling drie mannen staan. Wie zijn dat? Reizigers in de woestijn? Zijn het engelen of is het God zelf? Dat kan je niet weten. Ze worden gastrijk ontvangen, zoals nomaden altijd doen. Want gastvrij zijn kan daar in de woestijn levensreddend zijn en je bent in de woestijn aangewezen op de hulp van anderen. ‘Waar is Sara uw vrouw’ vragen de mannen. Hoe weten zij van haar en hoe kennen ze haar naam? Wij, de lezers, de bijbelkenners weten het natuurlijk wel. Ze is de vrouw van aartsvader Abraham, ze is inmiddels 90 jaar en altijd is zij onvruchtbaar geweest. ‘Over een jaar zal jouw vrouw Sara een zoon hebben’. En Sara hoort dat, verborgen als ze zit achter het tentdoek en ze lachte in zichzelf. Ja, het idee! ‘Ik ben immers verwelkt en mijn man is al oud’. Toen vroeg de Eeuwige: ‘Waarom lacht Sara? Is ook maar iets voor de Eeuwige onmogelijk?’ Ze is betrapt, haar lachen is gezien en nu vergaat het lachen haar. ‘Ik heb niet gelachen’. Maar hij zei: ‘Ja, je hebt wel gelachen’. Het lijkt in dit bijbelverhaal erop dat lachen niet iets onschuldigs is. Wel begrijpelijk dat iemand moet lachen uit ongeloof, maar dat ongeloof hindert dat de voortgang van Gods weg met jou. Toen eenmaal, een jaar later, hun zoon Isaak geboren werd, had Sara reden tot een vrolijk lachen en ze zei: “God maakt dat ik kan lachen, en iedereen die dit hoort zal met mij mee lachen.” Isaak betekent in het Hebreeuws ‘gelach’ of ‘hij die lacht’.

Het woord glimlach komt in de bijbel niet voor en lachen slechts een keer of veertig. Meestal spreekt de Bijbel van blijdschap, dat is een woord dat ik zou willen vertalen als een ‘innerlijke glimlach’. Je bent blij, er leeft in jezelf een glimlach… Ook bij tegenspoed kan die innerlijk glimlach blijven. Het is het vertrouwen dat je geloof zal meewerken ten goede en je zal helpen geestelijk te groeien.

Vandaag is de laatste dag van de boekenweek. Het thema is: De moeder de vrouw. In het christelijk geloof is er één wezenlijke moeder-de-vrouw, dat is Maria, de Moeder Gods, de Madonna.  Hoe vaak is zij niet op een ontroerende manier geschilderd, moeder en kind, en steeds ook anders.  Maar mijn favoriete schilderij is dat van Botticelli, hier kijken Maria en het kindje elkaar aan. Maria wijst op haar borst, alsof ze zeggen wil: drink maar, er is overvloed. Kindje Jezus kijkt naar haar op, vol vertrouwen en in liefde. Maria kijkt met een uiterst tedere, liefdevolle blik op hem neer. Een lichte glimlach speelt rond haar mond. Niets kan moeder en zoon scheiden, terwijl wij weten hoe dat op Goede Vrijdag toch wreed gebeuren gaat. Maria en Jezus wisselen op dit moment echter eeuwige liefde uit. Wie herinnert zich niet de eerste glimlach van zijn kind? Een jonge moeder vertelde mij: ‘Hij was zes weken oud, en had gedronken aan mijn borst. Hij reageerde met een voldane glimlach. Ik wist niet dat baby’s al zo jong konden glimlachen en was opgetogen. Daarna zou ik nog vaak genieten van zijn – vooralsnog tandeloze – lachjes. Wat een moedergeluk heb ik ervaren!’ 

Wat is een glimlach een kostbaar geschenk om te ontvangen! Wat een kostbaar mens kunnen u en ik zijn, wanneer wij in staat zijn anderen een glimlach te schenken! Wie met een glimlach de wereld rond kan gaan, brengt een troostend licht daar waar zoveel ruwheid en harde woorden zijn, daar waar liefde en mededogen vergeten worden. Moeder Theresa geef ik hierover het laatste woord: Vrede begint met een glimlach en een glimlach is het begin van de liefde. Laten wij elkaar vooral een glimlach schenken.

Amen.

ds Peter Korver