Overweging en verhaal viering 11 september

De kracht van verhalen

Elke avond, voor het naar bed gaan, worden mijn kleinzoon van drie jaar twee verhaaltjes voorgelezen. En dit gebeurt al vanaf dat hij nog maar een paar weken oud was.

Eén verhaaltje door zijn moeder, in het Zweeds. En één verhaaltje in het Nederlands, door zijn vader, mijn zoon. En regelmatig kan het gebeuren dat één van de figuren uit een verhaaltje dan zijn naam krijgt, Marley. Zo is het dan bijna alsof het verhaaltje over hemzelf gaat, hij wordt zelf deel van het verhaal. Hij kan er zich – zo zeggen wij dan – mee identificeren.

En misschien is dit dan ook wel de kracht die verhalen hebben, dat wij onszelf ermee kunnen identificeren.

open-boekVerhalen horen bij de kerk, verhalen horen bij ons leven, verhalen horen bij ons mens-zijn en komen in alle culturen en tradities voor. In november hebben we in de Kapel zelfs een speciaal event ‘We leven van verhalen’, van harte aanbevolen. U hoort er de komende tijd meer van.

In een goed verhaal liggen meerdere lagen besloten, lagen waarmee wij ons kunnen identificeren, figuren en situaties waarin wij onszelf kunnen herkennen. De verhalen uit de Bijbel en andere heilige boeken, sagen, mythologische verhalen en bijvoorbeeld sprookjes zijn niet zomaar verhalen, het zijn archetypische verhalen. Archetypische verhalen zijn verhalen die, door de hele mensheid heen, dezelfde oerelementen bevatten. Oerelementen die in het collectief bewustzijn bestaan, oerelementen die ook in ons persoonlijk bewustzijn besloten liggen.

De oude wijzen uit de verschillende tradities wisten dat de symbooltaal, waarin de heilige boeken, mythologische verhalen en sprookjes zijn geschreven, de diepere lagen van de luisteraar konden aanraken.

En in al deze verhalen van over de hele wereld zijn dan ook parallellen zichtbaar. Het is aan ons om deze te herkennen. En ik geloof dat zelfs als we ze niet bewust herkennen ze op het onbewuste niveau toch in ons werkzaam zijn wanneer we deze verhalen horen.

In de Veda’s – de eerste geschriften uit het hindoeïsme – wordt geschreven;

De waarheid is één, de sagen – de verhalen – vertellen er met vele namen over’. 

Die vele namen, de figuren en situaties  uit de verhalen, staan ergens symbool voor. En die symbolen zijn spontane voortbrengselen van de psyche, en iedereen draagt, ongeschonden, de kiemkracht van die oorsprong in zich mee. Zoals bijvoorbeeld de knuffel van een kind onbewust de veiligheid van-  en verbinding met de moeder verbeeldt. Ook in onze eigen dromen zijn deze symbolen werkzaam.

Twee verhalen hoorden we hier vanmorgen, twee spiegelverhalen. Van oudsher werden er in de kerk 2 lezingen gedaan, één uit het Oude Testament en één uit het Nieuwe Testament. Vaak ook spiegelverhalen. Het licht van het oude verhaal wordt als het ware gespiegeld in het nieuwe verhaal.

De Bijbellezing van vanmorgen kwam uit de Naardense Bijbel. In deze Bijbel staan prachtige foto’s van de gewelfschilderingen in de Grote Kerk van Naarden. Misschien hebt u deze weleens gezien, zo niet dan kan ik deze u echt aanbevelen! In het gewelf staan schilderingen van het Oude Testament en schilderingen van het Nieuwe Testament tegenover elkaar, spiegelverhalen. Bijvoorbeeld:
– Joab kust en dood Abner tegenover Judas kust Jezus bij zijn gevangenneming
– Het offer van Abraham tegenover de kruisiging van Jezus
– De hemelvaart van Elia tegenover de hemelvaart van Jezus

Vanmorgen heb ik voor spiegelverhalen uit verschillende tradities gekozen, verhalen die tegelijkertijd ook weer een spiegel kunnen zijn voor onszelf, voor onze eigen levens voor onze eigen verhalen. Ik had bijvoorbeeld ook voor De goddelijke komedie van Dante kunnen kiezen of het verhaal over Odysseus van Homerus of een Bijbelverhaal uit het Nieuwe Testament. Maar inmiddels zult u van mij weten dat ik graag de verschillende culturen en tradities naast elkaar leg en nader bekijk.

De verhalen die we hoorden zijn verhalen waar overeenkomsten in zitten, maar ook weer duidelijke verschillen. Twee verhalen van een groep die onderweg gaat, zoals wij al mensen ieder persoonlijk, globaal gezien als mensheid, maar ook bijvoorbeeld als Kapelgemeenschap onderweg zijn.

En elk verhaal bevat in zichzelf weer allerlei andere verhalen. Het zijn verhalen over een reis, verhalen over een focus, verhalen over hoop, verhalen over bevrijding.

De focus van de vogels is om hun koning te gaan zoeken. De focus van het joodse volk is om het beloofde land te vinden. Wat is onze focus, op onze levensreis? Wat is uw focus? Wat verwacht u aan het eind van uw leven? De hemel? Het nirwana? Er is niets? Een weerzien met hen die u zijn voorgegaan? Of; wat is uw focus, het doel van uw leven? Wat vult u daar in? Maar ook; wat is de focus van de Kapel? We hebben het er met bestuur en voorgangers twee weken geleden uitgebreid over gehad in onze beleidsvergadering. U gaat hier de komende tijd ongetwijfeld meer over horen.

In beide verhalen is er de beschrijving van een reis. Het verhaal van de vogels is een oosters verhaal op rijm van 4455 regels, vergelijkbaar met ons heldendicht.

De vogels gaan op weg, aangevoerd door de Hop, maar sommigen hebben nog belangrijke dingen thuis waardoor ze niet weg kunnen, anderen zijn angstig voor de reis of wanneer ze nog maar net op weg zijn en gaan terug. De reis zelf is moeilijk met allerlei ontberingen, een woestijn, bergen en dalen, honger, angst en bedreigende situaties.

Ook het verhaal van het joodse volk is een lang verhaal; De lezing uit Exodus is het begin van een reis die 5 Bijbelboeken beslaat, eer ze in het Beloofde land aankomen. Ook hier een aanvoerder, Mozes. Maar er komt nog een element bij wat in het verhaal van de vogels lijkt te ontbreken.

Een wolk gaat voor hen uit, een mysterie wat omhuld is.

Ook hier een woestijn, een zee die overgestoken – nee, doorgestoken – moet worden, honger en manna, het vereren van een afgod onderweg – het gouden kalf, een morrend volk, ze hebben dorst.

Ik herinner me dat ik een paar jaar geleden op de berg Nebo stond. Aan de ene kant Israël, aan de andere kant de plek waarvan gezegd wordt dat Mozes daar boos op de rots sloeg toen het volk weer morrend opstond. De weidsheid, de droogte, de onherbergzaamheid, wat kon ik me daar de boosheid van de Mozes uit het verhaal goed voorstellen. Het slaan op de rots met zijn stok.

En wij, onze levensreis? Ook wij hebben moeilijkheden, ziekte, verdriet en teleurstelling te overwinnen. Ook wij zijn soms gewoon boos.

De reis van de Kapelgemeenschap gaat soms ook over hobbels, er zijn irritaties – want samenwerken is soms moeilijk en vergt tact en luisteren – en soms zijn we op de top en is er euforie.

In de euforie zit ook een stukje bevrijding. Bevrijding die je bij de vogels ziet als ze zichzelf weerspiegeld zien in de Simorgh, de vogelkoning. Ze hebben zich onderweg ontdaan van hun ego en zijn – als het ware – één geworden. Dertig vogels. Si betekent dertig en Morgh betekent vogel. De dertig vogels die daar staan zijn verenigd in de Simorgh.

De Israëlieten zijn onderweg één volk geworden, het Joodse volk, en heeft zichzelf bevrijd van de onderdrukking.

Wij mogen hier in de Kapel samen een gemeenschap vormen, een gemeenschap die weer onderdeel is van de wereldgemeenschap.

In onze Kapelgemeenschap hebben wij elk onze eigen verhalen. Verhalen van angst, van boosheid, van hoop, van verdriet, van vreugde, van pijn, van focus.

Onze focus, dat wat ons leidt op onze zoektocht is een mysterie wat omhuld is. We vertellen elkaar er steeds opnieuw over.

Laten we elkaar onze verhalen blijven vertellen, laten we naar elkaar luisteren en ons in elkaar herkennen, elkaar troosten, steunen en blij zijn met elkaar. We mogen ons verwonderen, we mogen twijfelen  en elkaar bevragen op onze zoektocht. Dat kan bevrijdend werken.

Voor onze gezamenlijke reis is er leeftocht. Voor onze honger en dorst bieden we leeftocht – bieden we voedsel –  in de Kapel; we mogen ons verwonderen over de Bijbel, de andere wijsheidstradities, kunst en cultuur en elkaar.

Er ligt een nieuw seizoen met een mooi nieuw programma voor ons en we gaan vandaag van start!

Amen

Monika Rietveld

* * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * *

Een perzisch sprookje – De grote vogeltrek, op zoek naar de koning

vogelveer Eens, lang geleden, in een heel ver land, dwarrelde er uit de lucht een prachtige veer neer. Een veer zo mooi dat iedereen zich afvroeg waar deze vandaan kwam. Eén vogel wist het;  de Hop. Het is, zo zei hij, een veer van onze vogelkoning de Simorgh, die ver weg bovenop een hoge berg woont. De vogels van de wereld verlangden er allemaal naar om de vogelkoning te ontmoeten en zo verzamelden de vogels van de wereld zich voor de lange reis. Allemaal verschillende soorten vogels,  grote en kleine vogels, vogels in prachtige kleuren en vogels die bijna niet opvielen. En een hele kleine vogel was de leider, hij heette Hop.

Het was en gekwetter en gefladder van belang met al die vreemde vogels; mussen, papagaaien, eenden, nachtegalen en nog veel meer, ze gingen allemaal op reis. Op weg naar het paleis van  de vogelkoning, koning Simorgh. Een lange gevaarlijke reis over bergen en door zeven valleien. Ze vonden het reuze spannend, maar ze verlangden er zo naar om de koning te zien.

Toen sommige vogels hoorden dat het een hele lange moeilijke reis zou worden zeiden ze: Nee hoor, dat doen wij niet, wij blijven thuis en zij gingen terug naar huis.

Kom, zei de Hop en ze gingen op weg, een grote groep kleurrijke vogels, lopend,  fladderend en vliegend. Tot ze bij een grote zandvlakte uitkwamen; alleen maar zand, zover als ze konden kijken,  en af en toe een steen of een dode boom. Sommige vogels vonden het eng en werden bang en gingen terug naar huis. Maar een grote groep ging verder, aangespoord door de Hop. Hij zei: we gaan op weg naar koning Simorgh!

Maar de vogel die trots al zijn bezittingen had meegenomen kon niet verder, zijn mooie dingen waren te zwaar. En de verliefde vogel ging terug naar zijn lieve vogelvriendinnetje. En de nachtegaal wilde terug naar de rozen waar hij zo van hield en waar hij elke nacht voor zong. En weer andere vogels hadden andere zorgen en gingen terug.

Sommige vogels waren te moe om verder te gaan en bleven achter en andere vogels werden onderweg ziek en er waren er zelfs een paar dood gegaan. Het was moeilijk om verder te gaan en ze hadden honger en dorst en werden steeds vuiler naarmate de reis vorderde. Hun prachtige veren werden steeds slordiger door de lange moeilijke reis.

Zo gingen ze verder; over berg na berg, door vallei na vallei. De valleien waren wel het moeilijkst om door te komen.

Toen ze over alle bergen en door de zeven valleien waren gegaan waren ze nog maar met een kleine groep van dertig vogels overgebleven. Dertig slordige vogels stonden voor het paleis van koning Simorgh. Ze keken elkaar aan, zo slordig konden ze toch niet bij de koning komen? Maar er zat niets anders op en zowaar, de soldaten die op wacht stonden lieten hen doorlopen.

Ze liepen het paleis binnen tot in de mooie grote zaal in het midden van het paleis. Daar zou koning Simorgh vast op hen wachten. Vol spanning liepen ze verder.

En daar, in het midden van het paleis vonden ze de zaal, een zaal met grote spiegels rondom op de muren.  Ze keken rond en zochten de troon van koning Simorgh, die daar zat en wel helemaal van licht leek te zijn. Licht dat weerkaatst werd in alle spiegels.

En toen ze koning Simorgh goed aankeken zagen ze in zijn gezicht hun eigen gezicht weerspiegeld.

Ze keken weer naar zichzelf en; hoe was het mogelijk? In koning Simorg zagen dertig vogels zichzelf weerspiegeld.

Koning Simorgh zei: Wie hier komt  en mij aankijkt kijkt in de zon van mijn majesteit kijkt als in een spiegel. Wie hierin kijkt ziet zichzelf daar naar lichaam en ziel in weerspiegeld.

En de schaduw van de lange moeilijke reis loste zich op in de stralende zon.

Vrij vertaald naar: De samenspraak der vogels – Farid Ud-Din Attar. Uitg. Synthese