Overweging: Eigen volk eerst?

De tegenwoordig sterk aanwezige populistische vraag naar ‘eigen volk eerst’ lijkt vandaag in het evangelieverhaal (Mat. 15 : 21-28) Jezus ook voor een vergelijkbare keus te stellen. Blijf ik bij mijn eigen soort, ben ik er alleen voor mijn eigen volk, of open ik mij voor mensen die daar buiten vallen? Is het ‘eigen volk eerst’ of vraagt zijn hemelse vader dat hij in ieder medemens een naaste ziet die met evenveel compassie tegemoet moet worden getreden? Het scheelt dat hij voor die vraag komt te staan op een moment dat hij in het buitenland verkeert, tussen mensen die anders zijn. Hij is als uitgewekene, als vluchteling, in het gebied van Tyrus en Sidon, twee steden in het buurland de Libanon. Toen was dat het land van de Foeniciërs, een zeevarend en handeldrijvend volk. Die steden stonden bij Israël in de kwade reuk stonden als heidense steden. Jezus is daar, niet op een stedentrip hij is daarheen uitgeweken lezen we en dat is omdat hij door de farizeeërs en schriftgeleerden zo onder druk wordt gezet dat hij maar beter even in de luwte kan verdwijnen. Even op adem komen, even je bezinnen hoe het verder moet gaan.

Je zou het als een genezingsverhaal kunnen zien, want aan het eind wordt verteld dat de dochter van de vrouw weer gezond is. Maar de meeste aandacht gaat toch naar iets anders uit: we leren net als Jezus om out-of-the-box te denken, om de geijkte paden van ons groepsdenken te verlaten, buiten het eng nationalistische en de eigen geloofsgroep.  Een vrouw, die niet bij de wij-groep hoort, maar de zij-groep komt naar voren en wil van Jezus dezelfde genade ontvangen, dezelfde genezing als hij betoont aan mensen uit zijn eigen groep.

De evangelist die dit vertelt, Matteüs, is een vrome jood. En hij wil zijn geloofsgenoten ervan overtuigen dat met Jezus echt een nieuw hoofdstuk begint voor het jodendom. Hij voert de Kanaänitische vrouw op om de boodschap van Jezus ook een plek buiten het jodendom een te geven. Het gaat niet meer om een boodschap die alleen bedoeld is voor eigen volk, nee, het is een universele, voor alle volken. Hij schrijft het zo op alsof Jezus zelf daar ook eerst een drempel voor over moest. Eerst reageert hij niet eens op de vrouw en  de leerlingen zeggen zelfs: “stuur haar toch weg,” en uiteindelijk zegt Jezus: “Ik ben alleen gezonden naar de verloren schapen van het volk Israël.” En vervolgens wordt het nog hondser: “Het is niet goed om de kinderen hun brood af te nemen en het aan de honden te voeren.” — De kinderen, dat zijn de kinderen van Israël, en de honden, dat zijn de ongelovigen, de niet-joden, de buitenlanders.

Een uitspraak die we niet van Jezus zouden verwachten, eentje die goed aansluit bij wat vandaag de dag in Europa en de Verenigde Staten tot de gebruikelijke retoriek van rechts-populisten behoort. Eigen volk eerst, niet die immigranten die onze banen, onze huizen, onze vrouwen inpikken. Maar de vrouw laat zich niet uit het veld slaan: “Zeker, Heer, maar het is honden toch ook geoorloofd de kruimels op te eten die van de tafel van hun baas vallen.” Mag ik niet een kruimeltje van wat u royaal aan anderen geeft. En Jezus wordt op dat moment bekeerd! Het is een cruciaal moment in het denken van Matteüs en ook in het denken van Jezus: Houd je het goede voor jezelf en je eigen groep? Schenkt God zijn genade alleen aan de groep waar ik zelf toe behoor?

De time-out die Jezus hier over de grens ondergaat, gedwongen door de omstandigheden thuis, heeft hem spiritueel op een goede nieuwe weg geplaatst. Door een ontmoeting met die buitenlandse vrouw, die ongelovige, waar hij niets goeds van kan verwachten, maar de schellen vallen hem van de ogen. Deze vrouw blijkt namelijk groter over God te denken dan Jezus zelf.

Dit evangelieverhaal kan van bijzondere betekenis voor onze tijd zijn. Hoe vaak sluiten mensen zich niet op in een groep met hetzelfde eigen gelijk? Je leest geen kranten meer met evenwichtige berichtgevingen, maar alleen nog de ideetjes en meninkjes binnen jouw Facebookgroep. Je twittert net als de president van het machtigste land alleen je eigen opvattingen de wereld in zonder daarover in gesprek of discussie te hoeven. Laten wij ons nog wel eens overtuigen door een ander die niet per definitie onze ideeën deelt? En gelukkig staat Jezus daar meteen voor open: “U hebt een groot geloof.” Het wordt hem duidelijk, er is ook geloof buiten zijn eigen gemeenschap, er is ook geloof buiten het eigen land, er is ook geloof buiten de kerk, en soms komt het uit wel onverwachte hoek en misschien ook in onverwachte gedaante. Als mensen in kwetsbare omstandigheden verkeren, gebeurt dat soms ook. Een islamitische man in een ziekenhuisbed die een christelijke geestelijk raadsvrouw ontmoet. Ineens herkennen ze elkaar in hun kwetsbaarheid en in hun mens zijn. Op een vliegveld waar letterlijk de hele wereld elkaar tegenkomt. Allemaal als mensen onderweg.

ds. Peter Korver