Home » Overweging: De Emmausgangers – over pessimisme en optimisme

Overweging: De Emmausgangers – over pessimisme en optimisme

Schilderij van Janet Brooks Gerloff ( 1947- 2008 ) 

Het paasfeest dat we vandaag beluiken of afsluiten heeft een optimistische boodschap. En die luidt: het leven wint het van de dood. Hij die ten onder ging aan de kwade krachten, die werd gemarteld en gedood, hij leeft! Hij is de redder en hij zal ook ons uit de dood redden. Uiteindelijk zal het goede het kwade overwinnen. Dat staat tegenover het pessimisme dat er van uit gaat dat uiteindelijk allemaal verkeerd afloopt. Je ziet het terug in het huidige klimaatdebat. De optimist zegt: we gaan er nu wat aan doen. Het heeft zin om bewuster te gaan leven. Minder auto rijden, geen vlees eten, minder lang onder de douche staan, duurzamer bouwen, zonnepanelen op het dak en internationale samenwerking om de regenwouden en de ijskappen te redden. Dat heeft allemaal zin en we geven zo een leefbare wereld achter voor onze kinderen en kleinkinderen. We geloven erin en we moeten er ook in geloven vanwege zij die na ons komen. Een pessimist zegt echter: het tij is niet meer te keren, de wereld wordt onleefbaar en denk niet dat we er nog wat aan kunnen veranderen, ook als we die vele honderden miljarden euro’s voor de klimaatplannen van de regering ophoesten dan zal dat slechts een onmeetbaar afkoelingseffect hebben van 0,00007 graden Celsius! Stop daarom met die klimaat-gekte.

Die twee leerlingen van Jezus behoren tot de pessimisten. Het is letterlijk een neergaande lijn. Ze dalen af van Jeruzalem naar een laag gelegen dorpje, waarvan de naam op geen enkele oude landkaart te vinden is, zo onooglijk was het. Van een stad naar een gehucht. Ze laten hun idealen vallen en gaan weer hun oude bestaan oppakken.  Het leek heel wat met die Jezus. Wij leefden in de hoop dat hij degene was die ons zou bevrijden, maar nee, ze hebben hem gedood. It’s all over now. Als ze onderweg aangesproken worden, nota bene door Jezus zelf, herkennen ze hem niet en blijven somber gestemd staan. Hun blik wordt vertroebeld en ze herkennen hem niet, zo lezen we. Als je in de stemming bent waarin zij verkeren dan zie je ook niet wat er concreet aan goeds en positiefs zichtbaar voor je staat.

Heeft het zijn voordelen om pessimist te zijn? Dus dat het in je aard zit om uit te gaan van het slechtste? Ja, dan kan het ook nooit tegenvallen. Als het dan inderdaad zo gebeurt, dan laat je weten ‘had ik het niet gezegd?’ Gebeurt het niet, dan smaak je het genoegen van dat het meevalt. Er bestaan overigens weinig mensen die zichzelf een pessimist noemen. Pessimistische mensen vinden ‘realist’ een mooier woord; zij zien optimisten het liefst als wereldvreemde naïevelingen.

Heeft het nadelen om pessimist te zijn. Ja, beslist. Mensen met een pessimistische kijk op de wereld krijgen volgens onderzoek minder voor elkaar, ze zijn vatbaarder voor depressie en burn-out en ze leven ook nog eens korter. Hun somberheid veroorzaakt vaak een negatieve afloop. De Amerikaanse industrieel en autoproducent Henry Ford was door zijn ouders voorbestemd om boer te worden, maar hijzelf bedacht dat hij veel meer kon en dat was ook zo. Hij zei ooit: ‘Of je nu denkt dat je het kunt of dat je het niet kunt, je krijgt altijd gelijk.’

Terwijl die twee leerlingen onderweg zo met elkaar in gesprek zijn, komt Jezus zelf naar hen toe en loopt met hen mee. Maar hoe lang ze ook met Jezus zijn meegetrokken, nu lijkt hij voor hun een vreemde. Jezus laat zich aanvankelijk zien als de begripvolle pastor. Stel je voor dat dit gesprek geanalyseerd zou worden in het kader van bijvoorbeeld een training in pastorale gespreksvoering. Het begint goed: Jezus loopt een eind met je mee op. Hij stelt open vragen en geeft alle ruimte om gevoelens te uiten en gedachten onder woorden te brengen. Hij onderbreekt niet. Maar daarna zit er opeens een enorme breuk in het gesprek. Een pastor oordeelt niet, maar Jezus doet dat wel. Een scherpe veroordeling. Een confronterende aanklacht. ‘Hebt u dan zo weinig verstand en bent u zo traag van begrip?’ Stelt u zich voor dat ik of Tom of Monika dat tegen u zou zeggen, in een pastoraal gesprek, dat zou misschien niet goed aflopen.

Dat zijn harde, bijna beledigende woorden voor deze leerlingen, afkomstig van een vreemdeling die ze nog maar net, zo menen ze, zijn tegengekomen. Het wonderlijke blijft dat ze ook nu in de vreemdeling niet Jezus herkennen en ook niet als hij uitgebreid de schriften gaat uitleggen. Toch worden ze wel geraakt door die uitleg van deze man, want als ze het dorp Emmaus naderen en Jezus alleen verder wil gaan, zeggen ze:  ‘Blijf bij ons, want het is bijna avond en de dag loopt ten einde.

Luther heeft die woorden overgenomen in zijn bekende avondgebed: Heer, blijf bij ons, want het is avond en de nacht zal komen. Blijf bij ons en bij uw ganse Kerk aan de avond van de dag, aan de avond van het leven, aan de avond van de wereld. En ook een bekend kerklied, dat als avondlied te boek staat en vaak ook bij uitvaarten gezongen wordt, lijkt gebaseerd op dit verhaal: Blijf mij nabij, wanneer het duister daalt. De nacht valt in, waarin geen licht meer straalt. In deze teksten is het de kleine mens die  bang is voor het duister en de bescherming van Jezus zoekt. Bij de Emmausgangers lijkt de zorg naar Jezus uit te gaan: blijf bij ons want de dag loopt ten einde. En nog altijd herkennen ze in hun gast niet de Jezus die ze zo van nabij hebben meegemaakt. Dat gebeurt pas als hij het brood neemt, het dankgebed uitspreekt, het brood breekt en het uitdeelt. Hij treedt op als gastheer, terwijl hij gast is van de twee anderen.

Het verhaal geeft ook de kerk van nu te denken. Wanneer ontmoeten wij deze Jezus in wiens evangelie bijvoorbeeld de remonstranten geworteld zijn? Dat is voor de Emmausgangers niet Dat is ook niet in het pastorale oor dat hij hen leent. Dat is niet in de strenge terechtwijzing. Ook niet in de uitgebreide catechese die Jezus onderweg geeft. Het is in het gebaar, in het doen, de maaltijd. Dan komt wat broodnodig is op tafel. En hij neemt een brood. Niet voor hem alleen. Hij dankt. Het brood is er niet vanzelfsprekend, je hebt er niet als vanzelf recht op, je mag dankbaar zijn. Hij breekt het brood, want hij houdt het niet voor zichzelf. Het moet gebroken worden om te kunnen worden uitgedeeld. Zoals je op momenten ook iets laat breken in jezelf om er te kunnen zijn voor anderen. Dat danken – breken – delen is kennelijk zo essentieel voor Christus dat je hem in dat vloeiende gebaar eerder herkent dan in een uitvoerige preek of theologie beoefening.

Nu worden hun ogen geopend en herkennen ze hem. Maar hij wordt onttrokken aan hun blik. Hij is niet langer nodig. Hun hart is weer geraakt en ze weten weer waarom het gaat: danken, breken en delen! Het pessimisme, het sombere gelaat maakt plaats voor een actief optimisme. Ze gaan meteen terug naar Jeruzalem staat er. Bijzonder, want het was inmiddels avond en dag was ten einde. Emmaus is een omweg geweest om toch uit te komen waar je moet zijn. Voor hun Jeruzalem waar de andere leerlingen zijn. Zoals ook wij in ons leven wel eens omwegen maken, dwaaltochten, de woestijn intrekken, soms met iemand die een eindje wil vergezellen. Om daarna beter te weten waar het ook allemaal om gaat, op de plek waar je hebt te wezen.

Laten wij tenslotte het schilderij in ogenschouw nemen dat u ziet afgebeeld op de omslag van de liturgie. Het is gemaakt door Janet Brooks Gerloff ( 1947- 2008 ) een Amerikaanse, geboren in Kansas en was kunstpedagoog.

Het hangt in de Benedictijner abdij in Aken. In 1992 werd daar een zuidvleugel gebouwd. De kunstenares beloofde een olieschilderij te maken. Wanneer nu de monniken zich voor een viering verzamelen aan het begin van de lange gang van deze vleugel dan wachten zij bij dit schilderij tot het klokgelui aangeeft dat zij in processie en zingend de kapel kunnen binnentrekken.  Zij zien dus eerst op naar beide Emmausgangers die gedesillusioneerd op weg zijn. Weg van Jeruzalem waar hun meester gekruisigd is, bezig nieuwe prioriteiten te stellen, waarop ze hun leven nu gaan oriënteren. Terwijl ze zo met elkaar in gesprek zijn, komt Jezus zelf naar hen toe en loopt met hen mee . De monniken zien op het schilderij niet de gezichten van de Emmausgangers, alleen hun gebogen ruggen. De Emmausgangers hebben een donkere, zwarte kleur. Een onbekende loopt met hen mee. Hij is alleen maar een contourtekening, doorzichtig en licht. Hij zal pas volledig zichtbaar worden, straks, in het breken van het brood. De wachtende monniken in Aken worden als het ware uitgenodigd achter die twee en die begeleider aan te lopen om straks te delen in het brood des levens dat hij zal geven.

Dat mag ook ons bemoedigen. Als je gebukt gaan onder de last die het leven je op momenten oplegt, kruip niet weg, ga op weg, laat iemand met je meelopen, met wie je kan spreken en laat de mogelijkheid open van een nieuw begin, dat gaandeweg zich aan je laat zien, aanvankelijk in vage contouren, maar helder als er eenmaal echt gedeeld wordt.

Amen.

ds. Peter Korver