Overweging: Christus beelden

Ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Dat is het visioen, het droombeeld, het vergezicht dat een zekere Johannes, volgeling van Jezus, heeft, een kleine 100 na Christus. Zijn situatie is vrij hopeloos. Hij is naar het eiland Patmos verbannen. Dat is een klein eiland in de Aegeïsche Zee, op ongeveer achtenveertig kilometer van de kust van Klein-Azië. Het is een rotsachtig oord waar veel slangen, hagedissen en schorpioenen huizen. Voor de handel is het van weinig betekenis en daarom is het door het Romeinse Rijk nuttig bevonden om een strafkolonie te zijn voor misdadigers en politieke gevangenen. En voor lastige christenen, die de keizer niet de vereiste goddelijke eer willen brengen. Er hebben al verschillende vervolgingen plaats gevonden. Het is inmiddels zeker zo’n zestig jaar dat hij en andere christenen wachten op de terugkeer van Jezus, op de wolken  van de hemel, om te komen oordelen de levenden en de doden en het Koninkrijk van God te vestigen. De zogeheten wederkomst des Heren. Dat is de situatie waarin hij verkeert en die beelden oproept van de wereld die niet is, maar komen moet, met een nieuw Jeruzalem dat uit de hemel neerdaalt.

Steeds hebben mensen geleefd onder de spanning van een aarde die niet is zoals hij zou moeten zijn, zoals die bedoeld is en de hoop, de verwachting, het visioen, dat het eens wel zal worden zoals de schepping bedoeld is. Op sommige momenten mag een mens iets ervaren van hoe de aarde, de schepping bedoeld is. Bijna extatisch zingt de dichter van psalm 8 dat uit: Hoe groots en schitterend is het heelal, de hemel, de zon en de sterren. Hoe groots en machtig zijn wij mensen wel niet door God geschapen. Kijk eens naar de rijkdom aan leven dat er is: de schapen, de dieren op het veld, de vogels aan de hemel, de vissen in de zee. Hoe heerlijk is uw naam!

Kennen wij die blijheid en onbezorgdheid die ook bij dit geloof hoort? Of voelen wij ons meer vertrouwd met de zorgelijke kanten van het leven, het kwaad, onze tekortkomingen, ziekte en dood? Is Pasen voor ons niet veel meer de Matthäus Passion dan het blijde en schitterende paasoratorium van Bach met zijn blijde, vreugdevolle trompetten? Nog altijd bevinden wij ons in de paastijd. Die duurt niet alleen de eerste en de tweede paasdag, maar zelfs 50 dagen, 7 weken van 7 dagen en dan de vijftigste, op zijn Grieks pentecoste, is het Pinksteren. Dan gaat de geest van de opgestane, die de geest van God is, ons leven leiden.

Na Pasen, na Pinksteren, leven wij met Jezusbeelden. Met hoe hij geweest moet zijn en met hoe hij nu voor ons is. En we leven met beelden van die wereld die nog altijd niet is wat ie zou moeten zijn en waar we toch op hopen. Op de omslag van de liturgie ziet u het monumentale beeld Cristo del Pacífico, Christus van de Stille Oceaan. Afgelopen zaterdag trof ik een foto ervan aan in mijn krant. Het staat aan een baai en kijkt uit op de stad Lima, de hoofdstad van Peru, een stad waar veel mensen moeten leven in hopeloosheid. Het staat er nog niet zo lang, sinds 2011 en is meer dan levensgroot, 22 meter en het staat dan nog eens op een sokkel van 15 meter. Jezus strekt zijn armen uit over alles en iedereen die daar is. Beschermend, ontvangend. Wie vanuit de stad opkijkt voelt de  zich veilig in Jezus armen. Wat er beneden ook aan de hand mag zijn, Jezus waakt en biedt bescherming. Dat is mooi. De bouw van het beeld was een initiatief van de toen vertrekkende president Alan García, die droeg zelf financieel bij aan de bouw, al is het grootste deel van het beeld gefinancierd door een Braziliaanse bedrijf dat een transoceanische snelweg heeft aangelegd tussen Brazilië en Peru. En daar beginnen de beperkingen van dit beeld, van wellicht elk beeld dat wij maken van mensen, van situaties. De een die zegt dat dit beeld teveel een kopie is van dat andere, beroemdere beeld is bij Rio de Janeiro, in Brazilië, Jezus de Verlosser.  Het bedrijf dat het gesponsord heeft,  staat in de reuk van corruptie. Vanuit heel andere hoek wordt gezegd dat hier niet een Joodse Jezus staat, maar een lange blanke westerse man. Zo raakt het beeld van Jezus bezoedeld. Ieder kijkt met andere ogen omhoog. En toch staat Jezus hier als een toonbeeld van rust, sereniteit, beschermend, voor iedereen. Geen Jezus aan het kruis, maar een levende, die er is voor ons allemaal. Hij staat op een plek waar eind 19e eeuw een bloedige veldslag tussen Peru en Chili werd uitgevochten. Daar staat Jezus nu, op één van de schroeiplekken van deze wereld, waar mensen hopen op een wereld die komen moet. En wie naar hem opziet, mag herinnerd worden aan de woorden uit het Johannes-evangelie: Ik ben de opstanding en het leven. Wie in mij gelooft mag dan wel sterven, toch zal hij leven en iedereen die leeft en in mij gelooft, zal in eeuwigheid niet sterven.’

Een ander Christus-beeld, voor mij althans, is dat van Martin Luther King. Geen joods, geen blank Jezusbeeld, maar een zwart beeld. Doet dat ertoe? Ja, het doet ertoe dat Christus in onze wereld verschijnt in een voor iedere herkenbaar beeld. Het was afgelopen 4 april precies vijftig jaar geleden dat Martin Luther King werd vermoord. Misschien heeft u de indrukwekkende documentaire op tv die avond gezien. Deze zwarte dominee werd beroemd in de jaren 50 en 60 vanwege zijn geweldloze verzet tegen de rassenscheiding in de VS. Daar, in Memphis, in het zuiden van de VS, was hij om op te komen voor de stakende, arme zwarte vuilnismannen. Terwijl hij daar op het balkon van het motel stond werd hij dood geschoten door een sluipschutter. Nog maar 39 jaar oud. Een man van de vrede en van gelijke burgerrechten. Een man die vertelde over de hoop op een nieuwe wereld waar mensen niet langer op grond van hun huidskleur beoordeeld zouden worden. Tijdens een massale demonstratie naar Washington, minder dan vijf jaar daarvoor, sprak hij over zijn droom.

Ik zeg u vandaag, mijn vrienden, dat ondanks de moeilijkheden en frustraties van nu, ik nog altijd een droom heb. Ik heb een droom dat op een dag dit land zal leven naar de ware betekenis van haar credo: ‘Wij beschouwen deze waarheden als vanzelfsprekend; dat alle mensen gelijk geschapen zijn.’  F I L M.

Ik heb een droom dat op een dag op de rode heuvels van Georgia de zonen van vroegere slaven en de zonen van vroegere slavenhouders naast elkaar kunnen zitten aan de tafel van broederschap.

Ik heb een droom dat mijn vier kleine kinderen op een dag in een land zullen leven waar ze niet zullen worden beoordeeld op de kleur van hun huid maar op hun karakter. Ik heb een droom vandaag.

Ik heb een droom dat op een dag de staat Alabama omgevormd zal worden in een plaats waar kleine zwarte jongens en zwarte meisjes hand in hand kunnen gaan met kleine blanke jongens en blanke meisjes en samen kunnen lopen als broeders en zusters. Ik heb een droom vandaag.

Ze hebben deze geweldloze man met veel geweld kunnen doden, maar zijn droom van een andere wereld niet. Een dag eerder had hij in een toespraak aangegeven dat hij voorvoelde dat hij niet lang meer te leven had. Er waren bedreigingen tegen zijn leven. Maar hij bevestigde dat hij niet bang was om te moeten sterven. Hij sprak: “Ik weet niet wat er gaat gebeuren. Er komen moeilijke dagen, maar dat kan mij niet echt schelen, want ik ben boven op de berg geweest. Net als ieder ander wil ik leven – een lang leven. Maar daarover ben ik nu niet bezorgd. Ik wil alleen Gods wil doen. En Hij heeft mij toegestaan om de berg op te gaan. En vandaar heb ik het beloofde land gezien. Ik zal niet met jullie daar binnengaan. Maar ik wil dat jullie weten dat wij als een volk het beloofde land zullen binnentrekken. Daarom ben ik blij vanavond. Ik maak me over niets zorgen. Ik ben bang voor niemand. Mijn ogen hebben de glorie gezien van het komen van de Heer.

Een dag later werd hij doodgeschoten. Maar daarmee was hij niet dood. Nu, een halve eeuw later, is hij nog springlevend. Hij inspireert en zet ons aan te blijven geloven in de liefde, in geweldloos verzet tegen onrechtvaardigheid en in de komst van een rechtvaardiger wereld, in het koninkrijk van God.

Het is een paaservaring. Iemand die meer in Gods koninkrijk wil geloven dan in een lang leven. Die een vroegtijdige dood niet wilde ontlopen, omdat er iets wezenlijkers van hem werd gevraagd.

In het evangelie van Johannes vind je een bijzonder beeld voor de spiritualiteit van het loslaten en durven verliezen vanuit de overtuiging dat juist dan het dood- lopen kan veranderen in een nieuw begin. Jezus zegt: ‘als een graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft het één graankorrel, maar wanneer hij sterft draagt hij veel vrucht.’

Dat is Pasen. Hier staan we in de 50 dagen van het paasfeest bij stil. Een collega van mij, Aard van Lunteren, heeft eens de paasboodschap bondig kunnen samenvatten in niet godsdienstige taal:

Het kan

Wij willen dat het zo is
Wij hopen dat het zo wordt
Wij denken dat het niet kan
Wij zingen dat het zal zijn
En als er liefde is
Dan zal het, al kan het niet
Dan kan het, omdat het moet
Omdat het zó niet meer kan.

Amen

ds. Peter Korver