Home » Overweging: Bevrijding

Overweging: Bevrijding

BevrijdingDeze weken staan we opnieuw stil bij ‘de eeuw van de drie oorlogen’, zoals historici de 20e eeuw zijn gaan zien. Het enorme drama begon in 1914, met het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, werd voortgezet in de Tweede Wereldoorlog en de Koude Oorlog, en eindigde met de val van de Berlijnse Muur en de ineenstorting van de Sovjet-Unie in 1991. Vorig jaar kreeg de Eerste Wereldoorlog royaal aandacht, nu staan we op 10 mei erbij stil dat de oorlog voor Nederland 75 jaar geleden begon en op 5 mei dat hij 70 jaar geleden eindigde. Nog maar een kleine minderheid kan spreken van eigen ervaringen. Enkelen, die nu zo´n 100 jaar oud moeten zijn, leefden tijdens die eerste wereldoorlog maar kunnen daar geen bewuste herinneringen aan hebben. 12 % van de bevolking leefde in de tweede wereldoorlog. Je moet 70 of ouder zijn en voor eigen herinneringen toch tegen de 80 lopen. Veel groter is de groep, een naoorlogse groep die heeft moeten leven met de ervaringen en trauma´s van hun ouders. Men spreekt dan wel van tweede generatieslachtoffers. Maar eigenlijk geldt dat wat wij ´de oorlog´ noemen bijna iedereen, hoe oud of jong ook, nog altijd bezig houdt. De belangstelling voor de dodenherdenking en de bevrijdingsdag nemen na 70 jaar niet af. De actualiteit van de jaren 39/45 ontgaat slechts weinigen.

Eén aspect, een indringend aspect wil ik vanmorgen noemen. Buitengewoon ontstellend is de rol die genocide is gaan spelen bij deze en andere oorlogen in de 20e eeuw. Ja, wat verstaan we daar precies onder? Het gaat, volgens een verdrag van de Verenigde Naties ‘inzake de voorkoming en bestraffing van genocide’ uit 1948, om ‘handelingen, gepleegd met de bedoeling om een nationale, ethische, godsdienstige groep, dan wel een groep, behorende tot een bepaald ras, geheel of gedeeltelijk te vernietigen’. De misdaad van de Holocaust, die als het absolute dieptepunt in de geschiedenis van de mensheid beschouwd moet worden, werd gepleegd met voorbedachte rade, met akelig kille precisie en techniek. Helaas was het niet de eerste en ook niet de laatste vorm van genocide van de afgelopen eeuw, maar wel de met akelige wetenschappelijke en technische precisie uitgevoerde. Er is helaas meer. Aan gedenkdagen hebben we deze maanden geen gebrek. Precies honderd jaar geleden begon de rechtstreekse moord en verdrijving van de Armeniërs door het toenmalige Ottomaanse (Turkse) bewind. De Turkse overheid vindt nog steeds dat er van genocide geen sprake is, ondanks het aantal doden van vermoedelijk een miljoen of nog veel meer. En zo zijn er nog steeds groepen zijn die ontkennen dat de Holcaust heeft plaatsgevonden, ondanks het ‘verdwijnen’ van zes miljoen Joden. Een van de machtigste Franse politici mag dat bij herhaling een ‘detail in de geschiedenis’ noemen. Voor nabestaanden is het gruwelijke lot van hun familie nog slechter te verwerken als de buitenwereld ook nog eens ontkent welk leed hen is toegebracht.

Na ‘de oorlog’, onze oorlog, was er vervolgens sprake van genocide in Cambodja door het bewind van de Rode Khmer tussen 1975-1979 en in Rwanda en Ruanda in 1994.

Het blijft voor de mensheid lastig om te gaan met verschillen. Meerderheden hebben de hele geschiedenis door het moeilijk gehad met het accepteren van de aanwezigheid van minderheden en nog lastiger om ze te respecteren. Mensen met een andere cultuur, van een ander ras, van een andere seksuele geaardheid, van een andere godsdienst maken ons kennelijk bang en onzeker. Ze trekken de vanzelfsprekendheid van onze eigen manieren van doen en onze eigen overtuigingen in twijfel. Kennelijk kan het allemaal ook anders dan we gewend zijn en kennelijk heeft de waarheid meerdere gezichten.In een volwassen democratie heerst echter niet de helft plus één over alle anderen. Een echte democratie herken je aan de manier waarop ze omgaat met de minderheden. Die krijgen bescherming en een rechtmatige plek. In minder democratische landen kunnen primitieve, duistere hartstochten soms vrij spel krijgen. Kerken en christenen zijn daar ook niet altijd van vrij te pleiten geweest. In het Oude Testament kan wie kwaad wil wel een voorbeeld vinden van het ontzeggen van bestaansrecht van een ander, een anders gelovend volk. Het evangelie echter geeft geen enkele aanleiding om anderen het recht op bestaan te ontzeggen. Kern voor een jood, een christen en een islamiet is dat zij zijn zich bewust moeten zijn dat het belangrijkste gebod is om God en de naaste lief te hebben.  Het omkijken naar andere mensen en het je verantwoordelijk voelen voor het welzijn van je medemens, ongeacht de specifieke kenmerken van die personen, zijn daar blijken van. Belangrijk bij de bijbelse naastenliefde is dat iedereen hieronder valt, niet alleen zij die tot hetzelfde volk behoren als jij, of dezelfde overtuiging delen. Het verhaal van de barmhartige Samaritaan (Luc 10) houdt ons dat indringend voor.  Jezus stelt ons de vraag wie de naaste is geweest van het slachtoffer van de beroving. Dat was iemand uit een andere groep dan die van de toehoorders, de geminachte Samaritanen, want hij was degene die het slachtoffer barmhartigheid had bewezen. De naaste is niet de ander in nood, maar dat bent u en ik als wij ons met compassie richten tot degene die anders is als wij.

Voor wie ben ik, bent u een naaste? Wie bevrijd ik, wie bevrijdt u van angst, van miskenning, van armoede en verdrukking? Door wie bent u in uw leven bevrijd? Waren dat de Canadezen in 1945 of waren andere, nog andere bevrijdende ervaringen waar een ander voor uw licht en ruimte bracht, waar het lang donker was? Daarover wisselen we zo dadelijk met elkaar van gedachten.

Ds Peter Korver