Overweging 7 februari 2016

verbinding spinnewebVanmorgen beleven we met elkaar iets bijzonders. In ons midden is iemand, Marijke, die zich wil uitspreken over wat haar ten diepste beweegt, wat haar bezielt, waar zij haar kracht vindt en hoe zij zich wil verhouden tot de mensen en de wereld waarin zij leeft . Het gaat niet alleen over de zoektocht die zij maakt  en die ook na vandaag door zal gaan. Nu zij onderweg is, wil zij al keuzes maken die niet vrijblijvend zijn, die verbinden. Vandaag heeft zij gezegd: ik verbind mij met de christelijke traditie, met De Kapel, met de mensen die er deel van uitmaken en met de Remonstranten. Dat wil ik delen en uitspreken.  In de traditie heet dat: belijdenis doen. Dat is een gebruik binnen protestantse kerken waarbij een gelovige in het openbaar getuigenis aflegt van zijn of haar geloof. Dit gebeurt doorgaans tijdens een kerkdienst door het positief beantwoorden van enkele geloofsvragen. Bij remonstranten en doopsgezinden, dus binnen vrijzinnig-protestantse kerken zeg je geen ja tegen formuleringen vanuit een oude traditie, maar doe je verslag van wat je hebt gevonden op jouw zoektocht.

Wij zijn blij dat je bij dat zoeken ook iets gevonden hebt, iets dat sturing geeft aan je leven. Dat heb je gedaan samen met anderen. Met Annie, je partner, die een eigen weg gaat, maar wel in verbinding met de jouwe.  Je hebt ook veel gevonden in de Oriëntatiegroep waar nieuwe vrienden van de VGH het geloofsgesprek met elkaar zijn aangegaan. De voorlopige antwoorden die je nu hebt kunnen verwoorden op dit punt in je leven zijn ongetwijfeld ook beïnvloed door je werk bij het Leger des Heils.

Het is voor jou vandaag een bijzonder moment en dat is het ook voor onze geloofsgemeenschap. In de ruim vijftien jaar dat ik hier predikant ben, is het de eerste keer dat iemand belijdenis doet. Ik herinner mij wel dat Janneke Bouma belijdenis deed in de kerk aan de Boomberglaan, dat was nog voor de toetreding van de doopsgezinde gemeente tot De Kapel.

Belijdenis doen is je uitspreken over de verbinding die je maakt met God, met jezelf, met de samenleving.

Het lijkt erop dat het binnen de hedendaagse cultuur steeds moeilijker wordt voor mensen om verbinding te maken. Mensen worden niet meer graag lid van iets, niet van een kerk, niet van een politieke partij, niet van een vakbond, en ook niet van vrijetijdsverenigingen. Het geeft verplichtingen, je bent aanspreekbaar op wat daar gedaan en gevonden wordt en daarmee wordt je individuele vrijheid beperkt. Een jonger iemand zei laatst tegen mij: O, ik word nergens lid van en gaf zo trots uitdrukking aan zijn onafhankelijkheid.

Verbonden blijven is ook minder vanzelfsprekend. Zeg maar: trouw. We zijn minder lang verbonden met de partij waar we op stemmen. Waar mensen nog maar een generatie terug eigenlijk door geboorte al bij de socialisten, de liberalen of katholieke of christelijke partij behoorden en dat hun leven lang bleven, daar verandert bij iedere verkiezing het politieke landschap tegenwoordig drastisch. Huwelijken worden niet meer vanzelfsprekend gesloten tot de dood de partners scheidt.  De westerse cultuur geeft het individu veel keuzevrijheid, ruimte om het leven op eigen manier in te richten, maar er is ook veel eenzaamheid. Er is veel roep om een nieuwe verbondenheid.  Omdat we niet kunnen leven in eenzaamheid en aangewezen zijn op tweezaamheid, op meerzaamheid. Omdat we moeten leven op dezelfde aarde, van dezelfde levensbronnen. Om te overleven, om vriendschap en geluk te ervaren hebben we elkaar nodig. Zonder de een kan de ander niet bestaan.

Daar waar de moderne cultuur in veel opzichten lijdt aan vluchtigheid en onverbondenheid, daar wil de geloofsgemeenschap een oefenplaats zijn in verbinding maken. Want hier leeft het ideaal dat we willen leven in verbondenheid! De kerk is de plek waar we vervreemding en contactloosheid willen tegengaan, die ook in ons leven aanwezig kan zijn: het gevoel geen echt contact met anderen te hebben, problemen in je huwelijk of relaties, geen contact voelen met wie jij ook alweer wilde zijn,  geen verbinding hebben met de schepping.  Maar hoe doe je dat: verbinding maken?

De bijbel opent ermee, in het eerste verhaal al, dat van de schepping. Wat lezen we hier? Er is er één die als eerste verbinding zoekt. God, de Eeuwige, de Uiteindelijke, de Ene heeft in zichzelf en met zichzelf niet voldoende. Hij wil in relatie staan, schept zich een tegenover:  hemel en aarde, er moet licht en donker komen, land en zee, groen jong gras, zaadvormend gewas en vruchtbomen, zon maan en sterren. Krioelende dieren in het water, vogels in de lucht en tamme, kruipende en wilde dieren, soort na soort. Maar het is niet genoeg. Zijn eenzaamheid is nog niet opgeheven. Hij wil een verbinding aangaan met een wezen  naar zijn beeld, op hem gelijkend en dat wordt de mens. Bij je geboorte ben je al verbonden. En voordat jijzelf verdere verbinding kan leggen is er een tweede en een derde die al verbonden met jou zijn. Dat zijn jouw ouders. Ouders kunnen hun geluk niet op als zij het leven hebben gegeven aan een kindje, dat in veel opzichten op henzelf lijkt. Deze voorgegeven verbinding wordt nog wel eens beproefd. Als je opgroeit zal je eigen vrijheid opeisen, zo niet in opstand komen, een eigen weg willen gaan. En ook ten opzichte van God gaat de mensheid een eigen weg, opstandig, hem ontkennend, hem niet begrijpend of zelfs vervloekend. Het is zelden een echt einde aan de verbinding. Daarover hoorde ik vorige week het verhaal van dat Amerikaanse joodse gezin dat volledig geseculariseerd was. De vader moest niets meer weten van het religieuze joodse geloof en hij vond het prima dat zijn zoon naar Trinity College ging. Op goede dag kwam zoonlief thuis en zei tegen zijn vader: weet u wat de naam van onze school betekent? Trinity is de drieënigheid, God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest. Zijn vader werd nu boos, bijna driftig en viel uit naar hem: ‘Hoor eens zoon, God is niet drieënig, God is één en wij geloven niet in Hem.’  Het illustreert mooi hoe er verbondenheid blijft, of je wilt of niet,  of je afscheid hebt genomen of niet.

De Schepper is een relatie met mensen aangegaan, zo  is het Bijbelse geloof. Hij kiest Abram uit om een verbond met hem te sluiten en met zijn nakomelingen, en met een menigte van volken, want hij maakt Abram een vader van vele volkeren. Dat is precies ook wat die naam Abraham betekent. Voor ons westerse 21e eeuwers ook goed om te weten, want God is geen God van individuen, hij is een God van de volkeren, de mensheid, en een Heer van de schepping.  God is dus degene die zich met ons verbindt: ‘Ik zal jouw God zijn.’ En hij verlangt ernaar dat we daarin meegaan: ‘Leef in verbondenheid met mij!’ Dat gaat over contact op het niveau van het hart en de ziel. Horen, zien, aanraken.

Misschien hebben we het idee dat ieder van ons, als individu, steeds een eigen keuze maakt voor een verbinding met iemand. Jij bepaalt met wie je om wil gaan, met wie je bevriend wilt zijn en dat jij kiest met wie je een relatie hebt. Of dat je wel of niet iets hebt met God. Daarmee kan je er aan voorbij gaan dat de meeste verbinding in jouw leven al vastgelegd is bij je geboorte: je hebt ouders toegewezen gekregen, ze zijn niet jouw keus geweest. Hetzelfde geldt voor broers of zussen, voor de buurkinderen en je klasgenoten. Je hoort al bij een bepaald land en een bepaalde cultuur, al of niet godsdienstig . Ook als je hen afwijst of met hen breekt, dan nog sta je in een relatie, een verbinding, hoe negatief dan ook. We gaan daarnaast ook eigen verbindingen aan, in vrije wil. De kerk is daar één van. Tegenwoordig ben je daar niet bij omdat je dat van huis uit hebt meegekregen of opgelegd hebt gekregen, maar op grond van een eigen groeiproces.  De verbinding binnen de geloofsgemeenschap heeft een eigen grond. Met elkaar zoeken we naar God, die we herkennen in met name Jezus van Nazareth. We delen eenzelfde ideaal, het werken aan Gods nieuwe wereld, waar vrede en rechtvaardigheid is, een goed leven in vrijheid en verdraagzaamheid voor allen. Dat mag ons verbinden. Geloven zonder verbinding te maken met andere mensen is een bijbelse onmogelijkheid. Actief verbinding maken is uitreiken naar anderen, aandacht geven, delen van wat je hebt, de armen openen, op een ander toelopen. Daar tegenover staat het alleen maar consumeren, dat is naar jezelf toehalen, naar binnen werken. Verbinding maken is een geestelijke activiteit, vanuit ons hart, waarvoor de Gods Geest ons wil toerusten. Hoe werk je daaraan?  Ik denk zo: voer geloofsgesprekken, gesprekken die jou en de ander dichter brengen bij de betekenis van jullie levens, bij  jullie levensopdracht. Deel met elkaar de mooie en moeilijke momenten. Bid voor elkaar: bidden is verbinding maken met de ander voor Gods aangezicht.  En zo wordt iets zichtbaar van Gods andere wereld.

Amen

ds. Peter Korver