Home » Overweging 7 augustus 2016: Troost

Overweging 7 augustus 2016: Troost

Vraag eens aan iemand wat hoop jij van het leven te krijgen. Wat er in mensen opkomt bij die vraag is meestal: ‘gelukkig zijn’ of ‘liefde’. All you need is love, nietwaar. Minder vaak, maar toch ook: ‘een zinvol leven, dat ik iets beteken voor anderen’. Natuurlijk, het ligt voor de hand, we willen ons prettig voelen en dat lukt beter als je je geborgen weet in de liefde van anderen, als je lekker bezig bent – dat heet tegenwoordig: in een flow bent. Daar zijn nog wat randvoorwaarden bij: je moet een beetje welvaart en gezondheid hebben.  Een van de eerste zinnen van de Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring van 1776 zegt dat het najagen van geluk, de persuit of happiness, een van de onvervreemdbare rechten is van ieder mens. Gelukkig leven is niet iets wat voor het oprapen ligt, het is niet vanzelfsprekend, want iedereen komt tegenslag en verdriet tegen. Je moet er kennelijk op jagen. En ook als je een gelovig mens bent, die in vol vertrouwen op God leeft, weet dat hij op zijn tijd door een dal van diepe duisternis moet gaan, en vermoeid en gebukt zal gaan onder de last van het leven.

troost-2Hebben wij wat te klagen? Natuurlijk, ook in Nederland lijden mensen aan het leven. Ziekte, zowel lichamelijk als geestelijk, kan een gevoel van levensvreugde lelijk verstoren. Ook kunnen anderen je veel akeligs aandoen. Maar in het algemeen gesproken ben je bepaald niet slecht uit als je hier geboren mag worden en hier mag leven.  Volgens het vorig jaar verschenen World Happiness Report, staat Nederland op de ranglijst van landen waar mensen zich het gelukkigst voelen op de 7e plaats. De lijst wordt aangevoerd door het altijd gezellige maar peperdure Zwitserland, waarna (uiteraard) wat Scandinavische landen en Canada ons naar de kroon steken. Welke factoren zijn bepalend voor een hoge notering? Allereerst kijken ze toch naar het Bruto Nationaal Product per hoofd van de bevolking (geld maakt immers wel degelijk een beetje gelukkig), maar daarnaast kijken ze naar de sociale voorzieningen van het land, de afwezigheid van corruptie, aantal (gezonde) levensjaren van de inwoners, vrijheid om de eigen toekomst te bepalen en tot slot de vrijgevigheid van het land (zoals donaties en ontwikkelingshulp). Zou je die eis van dat BNP weglaten, dan zou ineens een landje als Bhutan scoren. Het ligt in de Himalaya, met maar 700.000 inwoners, de meesten zijn boeddhistisch. Er is weinig industrie en een goed deel van de bevolking leeft onder de armoedegrens van 2 dollar per dag. Maar wat die Bhutanezen wel genoeg hebben is geluk, althans zo wil de regering het naar buiten brengen. Dat ze gelukkig zijn is niet omdat er geen armoede geleden wordt, niet omdat ze niet ziek worden en niet dood gaan, maar omdat ze tevreden zijn, zich verzoenen met het leven zoals dat nu eenmaal is en omdat ze elkaar hebben. Of, zo mag je het ook zeggen, er wordt voldoende troost gedeeld. Want gelukkig zijn en verdriet hebben zijn twee kanten van de medaille.

Geluk en verdriet horen bij het leven. Als het ene er niet mag zijn, dan kan het andere er ook niet zijn. Als je liefde kan voelen voor een ander mens en daar gelukkig door bent, dan voel je ook het verdriet als de ander uit je leven verdwijnt. Wil je dit verdriet vermijden, nooit te hoeven ondergaan, dan moet je niet aan de liefde beginnen. Ga verdriet dus niet uit de weg, want ook het geluk verjaag je daarmee.

En daarmee komt de troost in beeld, die hebben we allemaal op zijn tijd nodig. Geluk wordt groter als je het deelt en verdriet wordt kleiner of beter te dragen als je het deelt. Wat is dat, troost? Troost is steun die je van een ander krijgt bij verdriet en pijn en daardoor wordt je verdriet minder erg.  Troost staat haaks op wat de overheid ons tegenwoordig zo vaak en zo graag voorhoudt, dat de zelfredzaamheid omhoog moet. Dat ouderen bijvoorbeeld zichzelf moeten kunnen redden, minder afhankelijk moeten worden van de zorg. Dat is goedkoper en mensen worden er zelfstandiger van. Mooi natuurlijk, maar niet als het betekent dat je emotioneel zelfredzaam moet worden. Als er geen mensen beschikbaar zijn die vragen: hoe gaat het met je, die zeggen: het valt ook niet mee hè, die aanbieden: kan ik iets voor je betekenen. Ze zijn nodig de mensen die met je meeleven en je laten voelen dat je er niet alleen voor staat. De kern van troosten is dat degene die getroost wordt zich niet alleen, niet verlaten voelt. Hij of zij wordt zo opgebeurd.  Troost biedt, uiteindelijk, een hernieuwde verzoening met het leven. Troost kan je nodig hebben bij drie soorten van moeilijkheden. Ten eerste: als in jouw leven verdriet en pijn gekomen zijn, als er geestelijk en lichamelijk lijden is. Ten tweede: als je lijdt aan het leven, aan de wereld, als je het leven niet aankan. Ten derde: als je lijdt aan de eisen die God aan je stelt, je kan niet voldoen aan de hoge normen, je voelt dat je altijd tekort schiet.

De troost die we het gemakkelijkst kunnen vragen of bieden is wanneer iemand ziek is, een operatie heeft ondergaan. Ziek zijn is akelig maar normaal, dat ondergaan we allemaal wel eens, de lijder kan daar in de meeste gevallen ook niets aan doen. We doen iets aardigs, sturen een kaart, een bloemetje of gaan langs. Is er een groot verdriet aan de orde, een overlijden bijvoorbeeld, dan kunnen we kunnen we merken dat we liever niet geconfronteerd worden met de dood, dat we dat uit de weg willen gaan en ook dat we niet weten wat we moeten zeggen. Lastiger wordt het als een ander een burned out heeft, overspannen is, een depressie heeft. Je kan weinig doen en de zwaarte van de problemen kan energie uit je wegtrekken. Als een ander niet weet waarvoor hij leeft, wat hij aan moet met al die vreselijke dingen die er gebeuren op deze wereld, de aanslagen, de oorlogen, de groeiende onleefbaarheid met smeltende ijskappen, de klimaatverandering, de overbevolking. Als je zelf dat allemaal een beetje in balans kunt houden, het net zelf een beetje redt, dan kan je vrezen door die ander mee naar beneden getrokken te worden.  Moedig de man of de vrouw die niet wegloopt voor de geestelijke nood van de ander. Die erbij is, die luistert en weet te zwijgen, die trouw is en die het met de ander weet uit te houden.  Die simpelweg kunnen zeggen of op een kaartje kunnen schrijven: In deze donkere dagen van pijn en verdriet wil ik je even zeggen, ik vergeet je niet.

En ze zijn er, zulke medemensen. Ze hebben er niet voor gestudeerd, zijn geen psycholoog of pastor, maar ze zijn er en ze blijven, ook als hun partner depressief is geworden, een terminale ziekte heeft. Als de relatie niet langer leuk meer is, als je veel van jezelf moet inleveren en vooral moet zorgen. Als het eigen kind mongoloïde blijkt te zijn, suïcidale trekken heeft. Als je moet zorgen en troosten en er alleen maar bent voor de ander. Het drukt op je omdat het een plicht is, op jou gelegd, je doet het met liefde, je laat de ander niet in de steek, daar niet van, maar .. hoe lang houd ik het vol?  Als je merkt dat anderen jou en je zorgen liever mijden, als je alleen maar stilletjes kan bidden: blijf mij nabij, want het duister is in mijn leven gedaald. De nacht is gevallen, waarin geen licht meer straalt. En andere helpers ontvallen mij. Daarom, wees mij nabij… God, Eeuwige, Grond onder mijn bestaan. Dan spreekt Christus in het evangelie, ook tot jou: ‘Vind je het moeilijk om te doen wat God wil? Is het een te zware eis voor je? Kom dan bij mij. Ik zal je rust geven. Doe wat ik je zeg, en leer van mij. Je moet vriendelijk zijn, net als ik, en jezelf niet het belangrijkste vinden. Wat ik van je vraag, is eenvoudig. Wat ik van je eis is niet zwaar.’

Gelukkig ben je als je die grond, die bodem onder je bestaan nog voelt, als je daar niet doorheen ben gezakt. Als je net als die psalmdichter kunt prevelen: Ook al ga ik door een dal van duisternis, ik vrees geen kwaad, Ik ben niet bang, ook al is er gevaar, ook al is het donker om mij heen. Want u bent bij mij, Heer. U beschermt me, U geeft mij moed.

Maar het is goed te weten dat we voor troost het nooit alleen van anderen of van de Ene moeten hebben. Cruciaal is dat ook een deel van onze troost van ons zelf komt. Van de trouw aan ons zelf. Dat je tegen jezelf kunt zeggen: maar ik wil dit aankunnen, ik ga door. Ik ga deze gevoelens als angst, verdriet, depressie, boosheid en schaamte, emotionele pijn kortom, verdragen. In plaats van te ontkennen, weg te praten, weg te drinken, weg te slikken.

U heeft het niet gemakkelijk in dit leven en ik ook niet. En er zijn er velen die het nog veel moeilijker hebben dan u en ik. Laten we daarom zacht zijn voor elkaar.

Ik besluit met een gedicht van Adriaan Roland Holst dat daarover gaat:

Zwerversliefde

Laten wij zacht zijn voor elkander, kind –
want o, de maatloze verlatenheden,
die over onze moegezworven leden
onder de sterren waaie’ in de oude wind.

O, laten wij maar zacht zijn, en maar niet
het trotse hoge woord van liefde spreken,
want hoeveel harten moesten daarom breken
onder den wind in hulpeloos verdriet.

Wij zijn maar als de blaren in den wind
ritselend langs de zoom van oude wouden,
en alles is onzeker, en hoe zouden
wij weten wat alleen de wind weet, kind –

En laten wij omdat wij eenzaam zijn
nu onze hoofden bij elkander neigen,
en wijl wij same’ in ‘t oude waaien zwijgen
binnen één laatste droom gemeenzaam zijn.

Veel liefde ging verloren in de wind,
en wat de wind wil zullen wij nooit weten;
en daarom – voor we elkander weer vergeten –
laten wij zacht zijn voor elkander, kind.

Amen.

ds. Peter Korver