Overweging 5 oktober 2014

Vorige maand stond ik hier in het centrum van Hilversum, in een winkel voor kantoorartikelen en daar stond een standaard met prentbriefkaarten van de kunstschilder Marius van Dokkum. Ze vallen op omdat ze realistisch zijn en vaak met humor en mildheid kijken naar ouder wordende mensen. En ééntje fascineerde me en die ziet u op de omslag van de liturgie.

Dansje in de kerkNatuurlijk ook omdat ik dominee ben en iets heb met kerkdiensten.  In eerste instantie word je getroffen door een kind dat vrij en blij danst en dat in contrast met een groep oudere mensen die in zwarte pakken gestoken opgesloten zitten in een kerkbank. Hoe zijn zij daarin gekomen?  Ze hebben over drie smalle traptreden naar boven moeten klimmen en je ziet dat dat niet eenvoudig is, ook niet voor een jong en sterk iemand. Eéntje heeft zelfs een wandelstok nodig gehad en die hangt nu slordig over de rand. Stelt u zich voor hoe zij na de dienst weer uit de banken moeten komen. Met zijn allen zitten zij dan verschanst in een soort kerktoren.

En dan de dominee. Die heeft zich nog hoger boven het gewone leven opgesloten in een kansel. Zou hij daar ooit vanaf komen? Begeeft hij zich nog wel eens in het gewone leven? Dat lijkt onmogelijk, want er is geen trap die die hem weer beneden kan brengen, zodat hij met zijn voeten op de grond kan komen. Zie de kroonluchter die voor hem hangt. De kaarsen die het dichtste op zijn prediking staan, zijn spontaan gedoofd. Het is een zware kerk. Enkele kerkgangers vertonen voor mij een wat al te toevallige gelijkenis met orthodoxe politici van enige jaren terug. De man met het zwarte haar die ons aankijkt lijkt op Bas van der Vlies, een bonder, destijds fractievoorzitter van de SGP in de Tweede Kamer en rechts achteraan, het hoofd opzij buigend om ons aan te kijken, lijkt Pieter Jongeling, gereformeerd vrijgemaakt, destijds fractievoorzitter van het GPV. Links, met grijs haar en baard lijkt de kunstenaar te zijn.

Er is er maar één die kleur heeft, die in het licht verkeerd, die zich bewegen kan, en dat is het meisje. Wat beweegt zij zich vrij door de ruimte! Wat is zij bevrijdend aanwezig. Haar trui heeft een warme kleur, rood, de kleur die levenslust en hartstocht uitdrukt. Hoort zij hier niet thuis? Toch wel. Op haar trui staat een schaapje afgebeeld. Zij is een schaapje uit Gods kudde en er valt een cirkel van zonlicht op haar, waarbinnen zij de ruimte krijgt te dansen, in het volle licht! Zij leeft!  Haar vrij bewegen staat in contrast met de andere gelovigen die opgesloten zitten in de hoge banken, als haringen in een ton.  Ze is niet het enige kind in deze kerk. Achter de ontstelde aanwezigen staat een jongen, die niet let op het tafereeltje op de kerkvloer, maar onverstoorbaar , als enige het oog naar boven gericht houdt.

De afbeelding roept een vraag op. Wie vormt de kerk? Degenen die oud en ernstig zijn en luisteren naar het Woord van God dat vanaf een hoge kansel op hen neerdaalt of het kind dat vrij danst voor het aangezicht van God? Heeft Jezus zelf niet eens gezegd 3 en zei: ‘Ik verzeker jullie, als je niet verandert en wordt als kinderen, kom je het koninkrijk der hemelen niet eens binnen. Wie zich dus klein maakt als dit kind, die is de grootste in het koninkrijk der hemelen.

Wat leert dit kind ons? Verstoort zij de eredienst? Die bestaat er immers uit dat we met zijn allen op een stoel zitten, dat we luisteren, zingen en bidden. We zeggen liever dat we hier op zondag een viering hebben dan dat er een kerkdienst is. Dat vieren is wel een zaak van vooral woorden. We zijn wel erg ‘in ons hoofd’. Bij het zingen kunnen we ons uiten en soms ook blij voelen. Aan Augustinus wordt de uitspraak toegeschreven “Goed zingen is dubbel bidden”. Hij doelde met dat goed niet zozeer op zuiver zingen en maat houden, als wel op zuiver van hart zingen. Dat snappen we wel. Maar echt loskomen met ons lichaam is er niet bij. We zouden ons daarvoor ook wel wat generen, nog afgezien van de vraag of ieder van ons in staat is vrij te bewegen. Dansen in de dienst zou een taal zonder woorden introduceren in de dienst. Voor God gebruiken we altijd taal, terwijl het om een onzegbaar geheim gaat, zodat dansen net zo goed een bidden zonder woorden kan zijn. Het kan bereiken dat je losser wordt, de zwaarte van je leven, van het leven, even dropt, laat vallen en de lichtheid van het bestaan toelaat, een stukje mildheid, dat je het leven viert, blij bent dat je mag leven. Dansen is een vreugdegebed. De cabaretier Wim Kan zei het eens heel mooi: Dansen is bidden met de benen; marcheren is vloeken met de voeten. Voelt u het verschil? Bij marcheren ben je stram, strak, je neemt agressief ruimte in, iedereen in het gelid, met beslist geen vrijheid voor een individuele expressie. Bij dansen kom je los van de grond, voetjes van de vloer, je laat je armen, je hoofd, je lijf bewegen, dat wat opgekropt in jou zit, kan eruit.

Is dansen alleen voor pubers op dance festivals en daarna nog voor twintigers en dertigers? Hoe religieus is dansen? Een paar jaar geleden maakte de zangeres Liesbeth List – ze is inmiddels bijna 73 jaar – nog een cd en daarop staat het lied ‘Ik pluk de dag’. Ze zingt daarin:

Ik ga dansend door het leven, tot ik weg moet van het feest
Ik wil hoe dan ook voorkomen dat het zinloos is geweest
Dus wil ik walsen tot ik neerval, tot ik niet meer kan of mag
En dan het feest verlaten met een lach, ik pluk de dag…

Ik weiger te geloven dat ik hier ben zonder zin
Het leven is het diepe en ik spring er lachend in
Ik ben hier met een reden, ook al is mijn rol maar klein
De wereld draagt een ketting en ik mag een schakel zijn

Ja, Liesbeth List wil het leven blijven vieren, dansend. Wie het leven zo viert, dankt dat zij leeft. Wie blij is met het leven zingt en danst. De dans is misschien de meest volledige uiting van dank aan de Schepper. Alle delen van je lijf doen mee in een werveling van vreugde. Koning David danste voor het oog van heel zijn volk toen de kist met de twee stenen met de 10 geboden, de ark met de stenen tafelen, naar Jeruzalem, naar de tempel werden gebracht. En hij danste uit alle macht. Hij eert God met lichaam en ziel. Een beetje gênant ja, met alleen maar een linnen gewaad over het blote lichaam en dan je zo laten gaan. De dochter van zijn voorganger Saul, ziet hem vanuit haar venster voorbij komen. She is not amused. Ze gaat op hem af en zegt: ‘Als de eerste de beste dwaas heb je je voor de ogen van je slavinnen en onderdanen ontbloot en voor gek gezet!’

Ja, David danst zoals de hele schepping als het ware danst voor het aangezicht van God, een kosmische dans. Al wat leeft en beweegt prijst de Schepper. Gewoon, uit dank voor het naakte bestaan.  Psalm 98 zingt het uit: De zee bruise en de wereld en wie in haar wonen; dat de rivieren in de handen klappen en de bergen jubelen.  In een andere psalm 148 sluiten de hemellichamen zich met hun cirkelgangen aan bij deze reidans ter ere van de Maker van het al: Looft Hem, zon en maan, looft Hem, alle gij lichtende sterren.

In het Joodse geloof is de dans ook een liturgische handeling. Elk jaar wordt Simchat Tora, de Vreugde der Wet gevierd en dan danst de gemeenschap met de rollen van de Tora, als een bruidegom met zijn bruid.

Wij doen dat niet. Maar in Afrika wordt tijdens kerkdiensten wel gedanst en geswingd en de gospels brengen vreugde en er wordt geklapt. Is dat alles nutteloos? Ik denk direct aan een dansende bisschop, de aartsbisschop van Kaapstad, Desmond Tutu. Het was niet eens tijdens een kerkdienst, maar bij de opening van de Wereldkampioenschappen voetbal in 2010 in Zuid-Afrika. Daar stond hij en gaf een demonstratie van de Afrikaanse sfeer door uitgebreid te dansen op de eretribune. Is Tutu een lichtzinnig type?

Hij staat bekend om zijn ontwapenende lach, zijn vertrouwen in God, zijn boodschap van verzoening. Hij staat dan ook wereldwijd bekend als een vrolijke, vrome, vergevingsgezinde man.

Hoewel de gruwelen van apartheid voldoende aanleiding tot verbittering en geweld gaven, heeft het Desmond Tutu gevormd tot het wereldwijde boegbeeld van verzoening, geloof en rechtvaardigheid. Zijn woorden “Do your little bit of good where you are; its those little bits of good put together that overwhelm the world” galmen in alle talen de hele wereld over.

Zijn vastberadenheid,  passie voor gerechtigheid en boodschap van verzoening tekende zijn manier van actie voeren. Anders dan Mandela en andere anti-apartheidshelden die uiteindelijk het blanke geweld met verzetsgeweld beantwoordden, heeft Tutu zich altijd tegen geweld uitgesproken.

Zijn rotsvaste geloof in Gods liefde, geweldloos verzet, verzoening en vergeving staan een kritische en assertieve benadering dus niet in de weg als het om gerechtigheid gaat. Tutu neemt ook een gedurfde positie in als het gaat om homo-rechten. U weet dat dat thema heel gevoelig ligt in Afrika. Volgens Desmond Tutu is homophobia van hetzelfde misdadige karakter als apartheid. Hij zet zich onder andere actief in voor homo-rechten in Afrika, waar veel homoseksuelen geconfronteerd worden met discriminatie en arrestaties. Zuid-Afrika is het enige Afrikaanse land waar in de constitutie is vastgelegd dat homoseksuelen dezelfde rechten genieten als hetero-seksuelen. Volgens Tutu zijn we allemaal kinderen van God en even waardevol; blank, zwart, biseksueel of transseksueel.

Wanneer hij op de televisie is te zien met al zijn blijheid, zijn vrijheid, zijn liefde, dan springt mijn hart een beetje op in mij. Dan juicht de schepping. Dan dank ik God en zou wel een dansje willen maken. Als ik me daarvoor niet zo zou gêneren…

Amen.

Peter Korver