Overweging 5-11-2017

Gebroken spiegelglas. U ziet de scherven liggen in de schaal hiervoor, scherven die de pijn en de rauwheid van rouw verbeelden en waarin we steeds opnieuw, door anderen vaak onbedoeld, bezeerd kunnen worden.

U ziet de scherven ook voorop de liturgie, een foto die werd gemaakt door Joke Ubbink. Spiegels,versplinterd in duizenden scherven als kleine diamanten door de kunstenaar Marinus Boezem. Splinters die het plafond erboven reflecteren van de kerk waarin deze tentoonstelling plaatsvond.

De spiegels niet meer helder, omdat er een laagje stof op is gevallen. Spiegelglas, wat is  gemaakt van zand, van stof. En zo weer verwordt tot stof.

Wat we tegenover een spiegel plaatsen wordt daarin weerspiegeld. Wanneer wij onszelf in een spiegel zien worden wij zelf daarin weerspiegeld. Ik kam mijn haar, doe mijn make-up op, kijk of mijn kleding goed zit. ’s Ochtends na het opstaan of nog even gauw voor ik de deur uitga. Ik kijk naar mijzelf of ik eruit zie zoals ik dit graag wil.

Daar spreekt een zeker verlangen uit. Ik wil graag samenvallen met het beeld wat ik van mijzelf heb of het beeld waaraan ik graag wil voldoen. Niet alleen uiterlijk, maar ook innerlijk.

Jezelf in de spiegel zien. In de spiegel kijken. In verschillende geloofstradities komen we het voorbeeld tegen van God, die zichzelf wilde zien. God die zichzelf in de Schepping heeft verborgen. Zoals een kunstenaar iets van zichzelf verbergt in het kunstwerk dat wordt gemaakt en er zo iets van deze persoon wordt weerspiegeld in dat kunstwerk.

In de Islam is er over God een uitspraak, niet afkomstig uit de Koran, maar uit één van de Hadith’s – een uitspraak toegekend aan de profeet Mohammed –  Ik was een verborgen schat en wilde gekend worden, daarom schiep ik de wereld.

Wanneer ik op die uitspraak verder borduur, was er nog voor het begin van het scheppingsproces bij God, bij het zuivere Bewustzijn, bij de Ene, een verlangen. Een verlangen zichzelf te kunnen zien en een verlangen te ervaren. Vanuit dit verlangen ontstond het scheppingsproces. God legde iets van zichzelf, van zijn Wezen in de schepping. Er kwam een tegenover, zoals wanneer wij in een spiegel kijken, er komt een tegenover. Of zoals wij ons kunnen spiegelen aan elkaar.

In het mystieke Jodendom komen we ook dit idee van het spiegelen tegen; In het boek Ik die verborgen ben van de Joods-chassidische verteller Friedrich Weinreb, verhaalt hij over de Neshemah, de goddelijke bezieling van de mens. En God zo als de Shechinah in de wereld aanwezig is en zo met, in en door de mens meegaat in de wereld.

In het Hindoeïsme wordt de relatie van God met de wereld weergegeven als God die zijn schepping danst. God is de danser, de schepping de dans.

Deze teksten hebben een direct verband met de Bijbellezing die wij zojuist lazen in de brief van Paulus aan de Korintiërs  Nu kijken we nog in een spiegel, maar straks staan we oog in oog. Nu is mijn kennen nog beperkt, maar straks zal ik volledig kennen, zoals ik zelf gekend ben.

Zoals wij de wereld om ons heen ervaren en zien, is als kijken in een spiegel. Een spiegel van gebrokenheid, een gebroken en versplinterde schepping. Die gebrokenheid is pijnlijk, scherp pijnlijk. Zoals de scherven die u hier in deze glazen schaal ziet. En iedere keer opnieuw kan zo’n scherf ons weer bezeren. Gebrokenheid is pijnlijk. En we kunnen ons afvragen waarom de Schepper die gebrokenheid toelaat.

Zoals ouders een kind van baby naar volwassen wording opvoeden en dan loslaten, het kind steeds meer verantwoordelijkheid geven, hebben wij de verantwoordelijkheid voor de Schepping in handen gekregen. Wij hebben daar de zorg voor en wij veroorzaken zelf veel van de gebrokenheid door ons handelen;

– door vast te houden aan onze eigen waarheden en die van een ander af te wijzen

– door een aanslag te plegen op de natuur vanwege ons consumptiegedrag. En de natuur reageert terug door te protesteren in natuurgeweld.

– door mensen uit te sluiten en onszelf beter te vinden dan de ander die wij buitensluiten

– door onze roekeloosheid en ons egoïsme

Hoe pijnlijk verdriet ook is, het is de tegenover van vreugde. Vreugde kunnen we pas ervaren wanneer er ook verdriet is, als twee kanten van één medaille. Wanneer wij enkel in vreugde leven ervaren wij de vreugde niet meer werkelijk. Dan is dit een status quo.

Vaak, wanneer wij later terugkijken op een moeilijke periode van pijn en verdriet kunnen wij – als enige troost – zeggen dat we ook rijker aan ervaring zijn geworden en daaraan zijn gegroeid. Omdat wij verlangen naar heelheid, naar heel-zijn worstelen wij ons door de gebrokenheid heen. In het donker kan nieuw licht ontstaan. De zanger Leonard Cohen zong  There’s a crack in everything, that’s where the light comes in. Er is een barst in alles, en door die barst heen kan het licht weer binnenkomen. Dat licht is dan als het versplinterde glas als met diamanten van hoop in de tentoonstelling van de gebroken spiegels.

Bomen in de storm vangen klappen op en worden heen en weer geslingerd, komen steeds weer overeind en groeien verder, ook wanneer er takken vanaf gebroken zijn.

Nee, niet elke boom heeft die veerkracht. Sommigen vallen om. Zoals ook sommige mensen werkelijk breken en bezwijken aan wat hen overkomt.

Gebroken in de gebrokenheid van deze wereld.

Bij de gebrokenheid in deze wereld is het een gegeven dat wij mensen moeten missen. Het leven is een komen en gaan, een cirkelgang zoals de hele natuur een cirkelgang is in het wisselen van de jaargetijden, in het wisselen van dag en nacht. Het vallen van de bladeren en het nieuwe blad dat ontstaat.

Wij hebben verdriet en mogen verdriet hebben om hen die van ons zijn heengegaan. Geliefden die wij hier vandaag herdenken, namen die wij noemen, hardop of in onszelf. Omdat mensen, zolang wij hun namen noemen,  niet werkelijk dood zijn. Wij kunnen hen als het ware weer levend voor onze geest halen en zo gaan zij nog met ons mee.

Net zoals in de verhalen van de mystieke Islam en Jodendom God ook met ons meegaat in deze wereld. Hoe God met ons mee ervaart, met ons mee lijdt in de gebrokenheid van deze Schepping. En dan ook met ons meewerkt, met ons mee schept om deze wereld weer tot heelheid en tot eenheid te brengen.

Zou dit misschien een opdracht kunnen zijn van het scheppingsproces, om de gebrokenheid weer te helen?

Misschien herinnert u zich nog het andere joodse verhaal dat ik zo’n 3 jaar geleden vertelde en de kruik die ik toen brak. De kruik die de engel van God in bewaring kreeg en die de waarheid bevatte. De engel liet deze uit de handen glippen en viel op aarde in stukken en zo raakte de waarheid verspreid over de aarde.

Elk van de geloofstradities heeft een stukje van deze waarheid in handen, elk van ons mensen heeft een stukje waarheid in handen. Wanneer wij deze puzzel in elkaar passen dan kan er heling ontstaan.

Wanneer wij de ander aanzien, werkelijk aanzien, zien wij dat de ander is als wij en behandelen wij de ander zoals wij zelf behandeld willen worden en kunnen wij nabij zijn. De ander is als ikzelf. Soms als kijkend in een gebroken spiegel.

De joodse filosoof Emmanuel Levinas ziet de Ander als een weerloos schepsel dat een appel doet op mijn verantwoordelijkheid. De Ander met een hoofdletter omdat het goddelijke zich net zo in de ander manifesteert als in mijzelf. Paulus zegt: straks staan we oog in oog. Oog in oog. Het oog van mij in het oog van jou maakt dat die ogen samenvallen. De scheiding die er eerder was is niet meer.

Wanneer wij de ander aanzien en zien als dezelfde kwetsbare mens die wij allen zijn ontstaat er als vanzelf een gevoel van mededogen. Mededogen is het lijden met de ander uithouden, er zijn voor die ander in het leed wat er is. Zonder met mooie woorden of oplossingen te komen. Want die zijn er in groot verdriet vaak niet. Het is het mee uithouden en stapje voor stapje in het tempo van de ander mee gaan in zijn of haar unieke proces van rouw.

Zo kunnen wij rouw verlichten. Verlichten heeft twee betekenissen. De eerste betekenis van verlichten is  er licht op laten schijnen. Het is het erkennen van het verdriet wat er is en er gewoon voor die ander te zijn en te luisteren. Door het luisteren komen we bij die tweede betekenis. Door te luisteren naar het verhaal van de ander dat steeds opnieuw verteld mag worden dragen wij het leed van de ander een stukje mee en wordt het verdriet misschien langzaam maar zeker minder zwaar. Het is een proces waarin de ander zich gaandeweg weer kan oprichten, weer kan vallen en zich opnieuw op kan richten. Zo er te zijn met een uitgestoken hand of een arm om iemands schouder en een open oor. Zo kunnen wij helen en geheeld worden.

Daarom blijven wij namen van geliefden noemen, hardop of in stilte. Willen wij er zijn voor elkaar en een stukje meegaan met elkaar. Zo mogen wij ons getroost en gekend weten door God en door elkaar.

Amen

Monika Rietveld