Overweging 4 september bij de belijdenis van Tim Steen

Veel mensen die dagelijks over de ’s-Gravelandseweg langs dit gebouw rijden of fietsen of lopen hebben geen idee wat er hier gebeurt. Ze kennen het allemaal wel als je zegt dat je werkt bij dat houten chaletachtige huis, dat een monument is. De bekendheid neemt met gerichte pr toe, zoals de twee beachflags aan de stoep die vertellen dat hier De Kapel is en dat men welkom is. Maar ook zonder dat valt het een aandachtig bekijker op dat er op het dak een torentje staat en daarin hangt een klok. Een beetje kerk heeft een klok die op gepaste momenten de wereld oproept om te komen bidden. Ons klokje heeft heel lang niet geklonken. Er waren wat praktische probleempjes om dat te doen, maar misschien ook de vrijzinnige terughoudendheid. Hebben wij de pretentie een boodschap voor de wereld te hebben, moeten wij mensen proberen over te halen om hier te komen bidden? Nee, aan zending doen we niet. Mensen zijn heel goed in staat om zelf keuzes te maken en al of niet hierheen te komen. Sinds enige tijd is er verandering gekomen. Er is een klokkenluider. Nee, niet een Klokkenluider van de Notre Dame, want hier is geen kathedraal, maar slechts een kapel. En aan de touwen wordt getrokken door iemand die geen enkele gelijkenis vertoont met Quasimodo, de mismaakte belletrekker uit Parijs, over wie Emile Zola in 1831 zijn vermaarde roman publiceerde. Onze klokkenluider is Tim Steen, die enkele jaren terug zijn weg hierheen vond en niet omdat hij de klok had horen luiden of dat hij wist waar de klepel hing. Hier zette hij zijn zoektocht voort naar geloof, naar dat wat er werkelijk toe doet in het leven. Samen met anderen, met name in een oriëntatiegroep. Een paar maanden geleden stelde hij voor de klok van De Kapel te luiden voor het begin van diensten en wilde zichzelf daarvoor beschikbaar stellen. Het is even nieuw voor velen van ons om de terughoudendheid te laten varen, om naar buiten te treden, om letterlijk van ons te doen horen. We doen het niet om ons of onze vorm van geloofsbeleving op te dringen aan een wereld die daar misschien helemaal niet op zit te wachten, maar als een uitnodiging: wees welkom, doe met ons mee op onze zoektocht naar dat wat betekenis kan geven aan het leven, naar dat wat inspireert en bijdraagt aan een wereld met meer vrijheid en verdraagzaamheid.

belijdenis doenVandaag luidt Tim de klok op een andere manier. Met de belijdenis die hij heeft afgelegd van wat voor hem wezenlijk is, wekt hij ons op om ook naar onszelf te kijken en ons af te vragen: en waar sta ik zelf eigenlijk? Wat geloof ik, wat verwacht ik van het leven en aan welke normen en waarden wil ik me eigenlijk verbinden? De insteek is het bijbelboek Prediker, geliefd bij vooral randkerkelijke en twijfelende of beter gezegd sceptische mensen. De oorspronkelijk Hebreeuwse titel van het boek is Kohelet en dat wijst op iemand die het verzamelde volk onderricht. Toen Luther het in de 16e eeuw vertaalde in het Duits werd het Prediker, en dat klinkt ons dus nogal prekerig in de oren. Wie leest komt er al gauw achter dat er geen zwarte betweterige predikant aan het woord is, maar een oud geworden iemand die een nabeschouwing geeft op dat wat hij ervaren heeft in dit leven. Een wijze. Hij heeft het leven en de wereld grondig onderzocht en komt tot de conclusie dat alles wat wij voor belangrijk houden uiteindelijk ijdel of ijl is, zinloos, lucht en leegte. De naam van God valt niet vaak, en het wereldbestuur van God is ondoorgrondelijk zodat het zich aan de mens voordoet als een noodlot. Het goede wordt niet beloond en het onrecht dat jou is aangedaan, wordt niet recht getrokken. Veel wijsheid heeft een mens niet, zodat hij de zin van de dingen niet kan doorzien. Wat hij ons vanmorgen voorhoudt in zijn gedicht over de tijd zijn twee dingen. Ten eerste de tijdelijkheid van alles wat zich aan ons voordoet. Er is een tijd om iets te doen, maar het gaat onvermijdelijk voorbij en dan kan het in zijn tegendeel verkeren. Je kan eerst liefhebben en de liefde kan overgaan in haat. Maar omgekeerd ook. Na een periode dat je hebt afgebroken, komt er een periode dat je opbouwt. Ten tweede: alles is verkrijgbaar in tegendelen en het één kan je niet krijgen zonder het ander. Grote vreugde is alleen mogelijk als je ook groot verdriet kan toelaten. Ga je verdriet uit de weg, duw je het weg, verdring je het, dan zal je ook niet meer voluit het geluk kunnen beleven. Er is nu eenmaal een tijd om te huilen en een tijd om te lachen. Ja, ook oorlog hoort erbij. Zonder dat geen tijd voor vrede.

Ja, de wijsheid van Prediker is down to earth, kijkt naar het leven zoals het zich aan ons voordoet en vervolgens is hij zowel sceptisch als pragmatisch. En zijn advies is: als alles toch tijdelijk is en de kwade dingen erbij horen, geniet dan zoveel mogelijk van de alledaagse dingen die vreugde geven.

Is dat het dan? Heb je als gelovige genoeg aan het boek Prediker? Kan je het laten bij een realistische levensbeschouwing? Andere bijbelboeken nodigen de mens uit boven zichzelf uit te stijgen, zich te verbinden met dat wat groter is dan hijzelf en minder tijdelijk, ja eeuwig is. De individualistische Prediker, met zijn gemijmer, nodigt daar niet zozeer tot uit. Dat een mens een zin en een vreugde kan vinden in een gerichtheid op het welzijn van de wereld en de mensen om hem heen, vinden we niet nadrukkelijk terug. Dat doen andere boeken wel en met name het evangelie van Christus: heb uw naaste lief als uzelf. Niemand heeft grotere liefde, dan dat hij zijn leven inzet voor zijn vrienden. Zalig de vredestichters, want zij zullen kinderen Gods genoemd worden. Heb je vijanden lief, doet wel degenen, die je haten; zegent wie jou vervloeken; bid voor wie jou smadelijk behandelen.

De kerk is de plek waar individuen met al hun vragen en scepsis samen mogen komen om daar te vinden waar het buiten aan ontbreekt: een gemeenschap, het doen van zinvolle dingen, gericht op een wereld beter en anders, idealen. Een God die ons leven draagt in goede en in kwade dagen. Een God die weliswaar onzichtbaar is voor onze ogen, en die niemand ooit heeft gezien. Maar hier vermoeden wij en geloven dat de Eeuwige ons draagt, dat Hij ons dient (om met Huub Oosterhuis te spreken, lied 275).

De kerken lopen leeg, steeds minder mensen binden zich aan een politieke partij of een vakbond, de plaatselijke toneelvereniging dunt uit en  de voetbalclub heeft steeds meer moeite om bestuursleden te vinden. De gemeenschapszin, die ooit zo duidelijk zichtbaar was, lijkt te verdwijnen. In het Nederland van nu lijkt het individualisme de hoogste norm te worden. Ik zeg wat ik denk, ik doe wat ik wil, ik stem voor mijn persoonlijk belang als oudere, als allochtoon, als bange en boze burger. Jij als persoon bent belangrijk. Het gaat er minder om, zoals vroeger, om wat anderen denken of van jou vinden. Nee, jij bepaalt vooral zelf wat mag en kan. ‘Dat maak ik zelf wel uit’ is een gevleugelde opmerking. Tegelijk kan een mens niet zonder anderen. De contacten worden minder gelegd in het buurthuis of de kerk. Op andere manieren gaan mensen verbinding aan. De digitale wereld introduceert nieuwe vormen van gemeenschapszin. Daar worden sociale netwerken opgebouwd. Op een individuele manier, jij achter je scherm. Daar heb je meer vrienden op Facebook dan dat je in het gewone leven kunt vinden. Meer verbinding is er te vinden dan ooit tevoren. Het is alleen minder zichtbaar. En er is geen gemeenschappelijk verhaal waar je elkaar in herkent en dat troost en inspireert. Nu voor de meerderheid van de mensen de kerk geen deel meer uitmaakt van hun leven is een schat aan gedeelde ervaringen verdwenen. De kerk was ooit het cement van de gemeenschap.

In De Kapel, in vrijzinnige gemeenschappen, wordt ruimte geboden aan individuen. Aan mensen die hun eigen verhaal, hun eigen opvattingen en ervaringen hebben en die koesteren. Maar die ook anderen opzoeken en willen luisteren naar wat die anderen ervaren en vinden. Om elkaar te inspireren en te troosten. Om met elkaar te zoeken naar dat wat ons allen overstijgt en richting kan geven. Er wordt niet gezegd hoe jij hebt te leven, hoe jij hebt te denken of te geloven. Maar wel wordt er gezocht naar antwoorden op belangrijke levensvragen. En ook hoe we samen kunnen werken aan een wereld waar meet vrijheid, verdraagzaamheid en rechtvaardigheid is.

De kerken zijn er niet in geslaagd, zo mogen we toch wel stellen, om die pleisterplaatsen te zijn die de moderne mens nodig heeft op zijn levenspad. Maar op veel plekken wordt gepoogd de verbinding weer tot stand te brengen. Verbinding van het individu met zichzelf, verbinding met medemensen en de natuur, verbinding met dat, met degene, die alles overstijgt en alles verbindt en die we God noemen. Dat proberen we ook hier in De Kapel, dat proberen jongeren bij Arminius, dat proberen andere kerken, groepen als Humanisten en Soefi’s en Vrijmetselaars.

We hebben nog klokkenluiders nodig. In de kerken zijn dat die betrokken leden, jonge leden, die benoemen wat er aan misstanden en achterhaaldheden bestaat, die opschudden en dat niet uit eigenbelang, maar om de kerk weer dienstbaar te maken aan de samenleving en aan dat wat wij God noemen.

We hebben klokkenluiders nodig die zich in dienst stellen van een wereld die met veel en grote problemen te kampen heeft. Die het geluid kunnen doen uitgaan dat geloven zo gek nog niet is, dat een geloofsgemeenschap er is tot zegen van mensen, van samen leven, tot vergroting van vrede en verdraagzaamheid.

Tim is een klokkenluider. Hij luidt de klok van dit kerkje. Om wie binnen zijn wakker te maken, om wie buiten zijn opmerkzaam te maken op een andere dimensie van het leven. Mogen de klokken klinken in ons allemaal.

Amen

ds. Peter Korver