Overweging 4 januari

A.s. dinsdag is het 6 januari, het feest van Driekoningen. De drie koningen die een ster volgden die hen brachten  bij de stal waar Jezus geboren was en die hem kostbare geschenken brachten: goud, wierook en mirre. In mijn jeugd bestond het feest hieruit dat wij kinderen ’s in ons bordje ochtendpap mochten zoeken wie van ons de koningsboon aantrof. Wie die had, was voor de rest van de dag ‘koning’. Hij mocht bepalen wat er ’s avonds gegeten werd en was vrijgesteld van huiselijke klusjes als meehelpen bij het afwassen. Behalve dat werden op 6 januari de beelden van de drie koningen een plek gegeven in de kerststal. Plus een kameel, want daarop hadden ze gereisd. En zo kreeg kerstmis, anderhalve week later, de vakantie was voorbij, we waren alweer naar school, een nafeestje.  Wat vertelt het feest van Driekoningen ons? Dat, om te beginnen, de traditie een eigen draai heeft gegeven aan het evangelie van Mattheus, want daar is helemaal geen sprake van koningen, maar van magoi, magiërs, zieners, astrologen. Koningen uit verre landen hebben weet van de komst van Gods zoon en knielen voor hem, erkennen zijn gezag, terwijl zijn eigen volk hem niet opmerkt en de eigen koning hem wil doden. Behalve de arme en geminachte herders dan.

Op het Byzantijnse mozaïek uit Ravenna zien we de drie koningen aankomen:

Ravenna drie koningen

Balthasar, Melchior en Caspar. Deze namen komen in de bijbel niet voor, de wijzen waren geen koningen en over het aantal wijzen staat niets vermeld. Wel dat ze “vanuit het oosten” waren gekomen omdat ze een ster hadden gezien. Uit de verschijning van de ster hadden zij opgemaakt dat de langverwachte, ware “koning der Joden” zojuist was geboren. Dit kwam de toenmalige koning der Joden, Herodes, ter ore. Herodes was zeer bevreesd voor troonpretendenten; hij liet zelfs zijn eigen zoons ter dood brengen uit vrees dat ze hem van de troon zouden stoten. De geboorte van een andere koning was dan ook slecht nieuws voor hem. Hij ontbood de schriftgeleerden en priesters aan zijn hof om te weten te komen waar de Messias geboren zou worden. Volgens de profetie was dat in Bethlehem. Daarna ontbood hij de wijzen en gaf hen de opdracht om de pasgeboren Messias in Bethlehem te gaan opzoeken. Hij speldde de wijzen op de mouw dat hij wilde weten waar het kind was, zodat hij hem zelf ook hulde kon gaan bewijzen, maar in werkelijkheid wilde hij een rivaal uit de weg ruimen.

Volgens Matteus zagen de wijzen, terwijl ze in Jeruzalem waren, de opvallende ster weer aan het firmament. De ster ging voor hen uit en bleef staan boven de plaats waar het kind verbleef. U ziet ze op het plaatje aan komen lopen. Ze vertegenwoordigen drie generaties en drie werelddelen. Van links naar rechts Balthasar. Hij is 40 jaar en komt uit Azië en heeft als geschenk mirre bij zich. Dat is zalf waarmee een nieuwe koning tot gezalfde, tot de Messias wordt. Naast hem Caspar, een jonge man van 20 jaar, die in de meeste tradities zwart is en Afrika vertegenwoordigd (hier dus niet) en wierook meeneemt. Wierook stijgt op naar de hemel en symboliseert de goddelijkheid van Jezus. Rechts zien we Melchior, 60 jaar, uit Europa, al een oude man met goud als geschenk. Goud staat voor het meest zuivere en kostbare, passend bij het koningschap van Jezus. De volkeren rondom Israël erkennen de Messias, maar Israël zelf niet. Daarmee sluit Matteus aan op een oude profetie van Jesaja: De os herkent zijn meester en de ezel zijn kribbe, maar Israël mist elk inzicht, mijn volk leeft in onwetendheid. Christenen die dit lazen vonden daarin aanleiding om in het kerststalletje een os en een ezel te zeten. Die herinneren er zo aan dat Israël elk inzicht mist en in onwetendheid leeft. Eigenlijk dus een anti-Joods element in dat romantische stalletje…

God waarschuwde in een droom de wijzen tenslotte niet naar Herodes terug te gaan. Ze keerden daarom langs een andere route naar hun land terug. Toen Herodes ontdekte dat hij bedrogen was, liet hij alle jongetjes in Bethlehem tot de leeftijd van twee jaar vermoorden  om er zeker van te zijn dat de pasgeboren voorspelde koning der Joden, Jezus, er bij zou zijn. Jozef was echter door God gewaarschuwd en had tijdig met Maria en Jezus de vlucht naar Egypte genomen.

Een dramatisch verhaal, dat in de vertelling van Lucas helemaal niet genoemd wordt. Je zou zeggen: zoiets tragisch en gruwelijks, dat laat je toch niet onvermeld. Het laat ook zien dat het hier om losse verhalen gaat. Ze proberen allemaal iets te zeggen over de betekenis van Jezus, en ze zijn geen van de twee journalistieke verslaggeving, geen weergave van wat feitelijk heeft plaats gevonden.  Het verhaal van de kindermoord in Bethlehem wil ons zeggen dat de tegenkrachten in deze wereld, Gods tegenstanders, er direct erop uit waren zijn komst tegen te houden, hem met geweld te verwijderen, ja te doden.

Het evangelie van Mattheüs zegt niet wanneer de wijzen Jezus bezochten (Mattheüs 2:16). In het westers christendom wordt dit echter op 6 januari gevierd, het feest van Driekoningen.

ds. Peter Korver