Overweging 4 december: Verbinding

verbinding spinnewebAdvent. Het woord is afgeleid van het Latijnse werkwoord advenire. Het betekent: het nadert, het komt eraan. Of: hij nadert, hij komt eraan. Iets, iemand waar je verlangen naar uitgaat. Een  verwachting gaat uitkomen. In het woord proef je zowel de hoop als de wanhoop. Het komt eraan, en het moet ook niet veel langer meer duren. Reikhalzend zien we uit naar verlossing. Het lijkt dit jaar vooral van toepassing op het maatschappelijk klimaat in heel de westerse samenleving. Er is angst, boosheid en wantrouwen. Veel mensen voelen zich bedreigd in hun bestaan, in hun manier van leven en wenden zich tot mannen die hun ongenoegen onder woorden brengen in harde, rancuneuze taal. Zij moeten een halt toeroepen aan wat gezien wordt als ongewenste toekomst. Zij moeten ons terugbrengen naar de tijd dat alles nog goed was. Make America great again. Give me back my country. De manifestatie van het ongenoegen kwam naar voren in verkiezingen in een referendum in Groot-Brittannië en presidentsverkiezingen in de VS en krijgt vandaag een vervolg in Oostenrijk en Italië. Volgend jaar komen Frankrijk, Nederland en Duitsland aan de beurt. De boosheid, het wantrouwen tegen alles wat boven ons geplaatst is, heeft zich dan kunnen uiten. Breekt er dan een nieuw begin aan, een tijd waarnaar we hebben uitgezien? Een messiaanse toekomst? Waarom zijn zoveel mensen boos en angstig, juist in de westerse wereld waar je het objectief gezien beter hebt dan waar elders op de wereld ook? 

Een begin van een antwoord kwam, wat mij betreft, toen afgelopen woensdag in het  programma De wereld draait door. Doorgaans word ik er erg onrustig van door het gejaagde spreken, de lawaaiige muziek. Maar toen even niet. Een oud-politicus, Jan Terlouw, mocht bij gelegenheid dat hij 85 jaar was geworden, een toespraak houden, zeven minuten lang maar liefst, zonder dat hij werd onderbroken door een journalist. Naast zijn grote zorg voor het vernietigen van de aarde, zag hij als een groot probleem dat we elkaar niet meer vertrouwen, de burger heeft een wantrouwen naar alles wat overheid is, naar de leraar, de politieagent, de politici. Volgens Terlouw moeten we terug naar de tijd van het ‘touwtje uit de brievenbus’, weet u nog, in de jaren 50 hing door de brievenbus een touwtje, zodat mensen bij elkaar konden binnenlopen. Terug naar de tijd waarin men elkaar vertrouwde. Het gebrek aan vertrouwen in de huidige samenleving is volgens hem de oorzaak van veel problemen. De burgers vertrouwen politici niet meer, maar ook elkaar niet. Waarom zouden we niet proberen weer eens niet bij voorbaat altijd van de slechtste intenties uit te gaan? Het klonk bijna als een preek. 

Een gebrek aan vertrouwen heeft veel te maken met een gebrek aan verbinding. Bij wie voel jij je veilig en geborgen, in wie kan je je vertrouwen stellen? In een verleden dat nog niet zo heel lang achter ons ligt, ontmoetten mensen van uiteenlopend opleidingsniveau en welstand elkaar nog wél. Dat was in de kerk. De Scheveningse nettenboeter zit er naast het Kamerlid, de directeur van Shell naast de tramchauffeur. En, net zo belangrijk, zij deelden het belangrijkste in het leven met elkaar, het geloof. Je voelde je samen verantwoordelijk voor een betere wereld, en je had dezelfde normen en waarden, omdat je in dezelfde God en hetzelfde normerende boek, de bijbel, geloofde. De snelle ontkerkelijking in de Westerse wereld, samen met de sterke individualisering .

Door het verdwijnen van deze gemeenschappelijke basis voelt een groot deel van de bevolking zich verloren. Men hoort nergens meer bij. Hoe nu verder? Kunnen we voorkomen dat de bevolking uit elkaar valt? Een woord dat zowel in de VS als in Nederland valt bij vele partijen is: verbinding. We moeten gaan werken aan een nieuwe verbondenheid. Je verbonden weten met de mensen om je heen, de samenleving en je verbonden weten met iets dat groter is dan jezelf, dat je je opgenomen weet in eeuwig zinsverband. Daarover wil ik met u nadenken vanmorgen. 

U hoorde zojuist een gedicht gehoord van J.A. Dèr Mouw. Dat was een filosoof die ruim honderd jaar geleden publiceerde. Hij kende een angst dat er buiten hem niets of niemand bestond. Hoe weet je eigenlijk dat er naast jou ook een ander is, met een eigen bewustzijn, dat de wereld die je ziet een zelfstandige realiteit is, die ook bestaat als jij slaapt of als jij er niet meer bent? Is de wereld en de ander geen product van je eigen bewustzijn ,,te voorschijn gekoortst door de onbegrijpelijke ziekte, die ik leven noem”?  Misschien is alles wat ik waarneem wel door mijn eigen bewustzijn geproduceerd. Als dat zo is dan ben ik dus alleen. Dat was voor hem een enorme angst.  
Leven met jezelf wordt wel heel beklemmend als er buiten jou eigenlijk niets anders is omdat alles om je heen gewoon het product is van je eigen voorstelling. Of zou er toch zoiets zijn als – wat hij noemt – een ondergrondse gemeenschap tussen individuen?  In zijn gedichten spreekt hij de andere mens dan ook bewust aan, bijna wanhopig zelfs: Kent iemand dat gevoel? Ben ik niet alleen, is dat wat ik denk of waar ik bang voor ben, ook bij anderen aanwezig? Door zijn gedicht ken je dat gevoel, waar je zelf misschien nooit écht bij stil had gestaan, maar dat ergens in je aanwezig is.  

J.A. Dèr Mouw zocht gedreven naar verbinding met de ander, met de goddelijke werkelijkheid die ons omhult, die geen projectie is, maar een zelfstandige eigen werkelijkheid. 

De vraag naar leven met God is tegenwoordig een heel andere dan een halve eeuw geleden. God is een abstract, afstandelijk principe van zuiverheid, perfectie, het goede, alwetendheid, onsterfelijkheid, oneindigheid. De altijd onzichtbare God, hij is degene die er is zonder te zijn, voorbij alle zijn. God is de naam voor een dimensie buiten deze wereld. Dat heeft een ingrijpende consequentie: God houdt op de mens dagelijks te manipuleren, maar geeft hem de vrijheid om zichzelf te ontplooien op aarde. Nu God ver van de wereld verwijderd is, krijgt de mensheid de vrijheid en verantwoordelijkheid om de wereld te beheren en in te richten.  

De vraag is wat jouw rolletje daarbinnen mag zijn. Zo stellen veel mensen zich de vraag naar de zin van hun eigen leven of van het leven in het algemeen. Het is een religieuze vraag en in een vrijzinnige gemeenschap zoeken we naar antwoorden en geloven niet dat ze voorgegeven zijn. 

Het hogere, het uiteindelijke, God, kan een spel voor het denken zijn. Het kan ook ervaren worden als iets of iemand, die mij aanspreekt, die mij wegroept uit mijn zelfgenoegzaam bestaan, die mij anders naar de dingen doet kijken, die iets van mij wil, waardoor ik een roeping heb. Er zijn mensen die zoiets hun leven lang al ervaren, en anderen die na een bijzondere of een ingrijpende gebeurtenis gingen ervaren dat ze tot iets geroepen werden dat boven hun kleine eigenbelang uitgaat. Een stem dus die riep: Vriend ga hoger op. Dat hoeft geen mystieke vervoering te zijn, een opgaan in het goddelijke, het kan juist een heel maatschappelijke wending zijn. Ik ga mij vanaf nu inzetten voor vluchtelingen of voor de voedselbank of een hospice. Zo gaat mijn leven ook betekenis krijgen voor anderen en zo leef ik met God en voor God. Daarbij kan je denken aan wat Christus zegt in Matteus 25: “Ik verzeker jullie, alles wat je voor één van deze minste broeders van Mij hebt gedaan, heb je voor Mij gedaan.” 

Leven met God is een tweerichtingsverkeer. Het andere kan je ervaren als Dé Ander, de grote Ander die jou op zeker moment in je leven aanspreekt, ja, je overrompelt, je leven op de kop zet, daarvan zijn vele voorbeelden. Het kan ook van jou uitgaan. Jij hebt een aanspraak nodig, iets of iemand, op een meer dan alledaags niveau, tot wie jij je wendt omdat andere aardse helpers je zijn ontvallen. Blijf mij nabij, wanneer het duister daalt, de nacht is ingevallen, waar geen licht meer straalt. Andere helpers, Heer, ontvallen mij.  Dan krijgt dat eeuwige, dat abstracte ineens een naam, wordt een iemand. Dat is in je nood. Dat is Jesaja 11, die we lazen. Hij komt, de verlosser, op wie Gods geest zal rusten, een geest van wijsheid en inzicht. Een geest van kracht en verstandig beleid. Dan zal een wolf zich neerleggen naast een lam. We hebben iemand nodig die een antwoord heeft op onze zorgen.  Het heeft te maken met de roep die in ieder van ons op de bodem van de ziel ligt: Luister naar mij, ken mij, steun mij, heb mij lief!  

De dichter Dèr Mouw had de angst dat alles om hem heen niet echt bestond, maar slechts een projectie was van hemzelf en hij dus alleen in een groot universum verkeerde. Misschien is dat ook de angst die veel van de zogenaamde boze blanke burgers beheerst: wie ziet mij nog, wie hoort mij nog, wie zijn ermee bezig dat ik er niet meer toe doe? De dichter maakte een opmerkelijke stap. Hij, die eigenlijk niets bewijsbaar aanwezig achtte, stapte over naar een nog veel onbewijsbaarder aanwezigheid van, zeg voor het gemak maar een God, die alles voortbrengt? En hoe kan iemand zich nog langer filosoof blijven noemen als hij zulke sprongen maakt en een denkend wereldbewustzijn veronderstelt, op niks af?
Dèr Mouw was buitensporig intelligent en buitensporig eerlijk. Hij veegde deze vraag niet onder het tapijt maar legde hem integendeel open en bloot op tafel. Er is geen weg van de kritische redelijkheid naar de mystiek, zegt hij, en wie doet of het wel zo is, houdt zichzelf en anderen voor de gek. 

Toch neemt de filosoof die stap naar het mystiek-religieuze levensgevoel wel. ,,Het is een wanhopig besluit” schrijft hij, steeds aarzelend nog. Zijn verlangen naar de ervaring van eenheid met de dingen, de mensen, met het eeuwige buiten hem, brengt hem ertoe. Wij maken de laatste jaren juist weer een opleving mee van de christelijke mystiek . God is in alles en alles is in God. Het is mogelijk als we maar ons ‘ik’ zouden loslaten en ons open stellen. Misschien ligt hier de uitdaging voor de komende jaren. Politici zoeken naar verbinding op een politiek en economisch vlak. Levensbeschouwelijke groeperingen zoeken naar verbinding op een bovenpersoonlijk en spiritueel vlak. Open stellen, zwijg en laat eerst God aan het woord komen. Het gaat niet om wat ik, maar wat de Eeuwige heeft te zeggen in de stilte. De stilte als heilige ruimte die ik openstel voor een leven met God.   Het heilige, het andere, God hangt over je, om je, als wolken over heide.    

Amen

ds Peter Korver