Overweging 31 januari 2016

Op de drempel

Vandaag is het de laatste zondag van Epifanie. Epifanie; wat betekent een plotselinge openbaring of verschijnen.

Op deze zondag staat het verhaal van de presentatie van Jezus in de tempel centraal. Het verhaal dat we net gelezen hebben.

Veertig dagen na de bevalling werd in die tijd een baby in de tempel gepresenteerd, je zou kunnen zeggen ‘aan God zelf getoond’. Het kind werd opgedragen aan God en er werd een dankoffer gebracht.

Maar het is ook; Jezus die voor de eerste keer in Jeruzalem komt, de meest heilige plek voor de Joden. Fysiek, maar ook symbolisch. Je zou het kunnen zien als  een verwijzing naar het Pasen, waar God – of het goddelijke – volledig geopenbaard wordt. Het is de eerste officiële verschijning van Jezus in Jeruzalem.

IF
IF

Op de drempel tussen twee feesten staan wij in, twee lichtfeesten. Het Kerstfeest, waar in de donkerste tijd van het jaar het licht weer voorzichtig door het donker schemert en het Paasfeest waar het licht alweer volop schijnt.

Lichtfeesten worden door alle geloofstradities heen gevierd, vooral in deze tijd van het jaar; Het Joodse chanoeka feest, waar de tempelwijding met vuur werd gevierd. Het Imbolc van de Kelten, waar het nieuwe leven wat geboren werd in de natuur, in de lente, werd gevierd. Het Holi van de hindoes, waar kleurig poeder wordt gegooid. Zoals licht wat zich verspreid en wat door een prisma gebroken wordt in de kleuren van de regenboog.

Onderweg van feest naar feest, onderweg van licht met een kleine letter naar Licht met een grote letter.

Het licht dat rond kerst weer tevoorschijn komt. Zoals er in de donkere periodes van onze levens ook soms weer het licht voorzichtig tevoorschijn kan komen.

Kwetsbaar zijn wij, in die donkere periodes van onze levens. Wanneer leed ons overvalt.

En toch mag daar dan de hoop zijn van licht dat in ons opnieuw geboren wordt. Dat leven verder gaat, hoe moeilijk soms ook.

De kwetsbaarheid die we in de baby Jezus  zien is dezelfde kwetsbaarheid die in onszelf aanwezig is.

Ik en gij.

Rabbi Nachman, en met hem vele anderen, zeggen dat het pas licht is wanneer wij de ander in de ogen kunnen zien. Er is een verhaal dat Rabbi Nachman zijn leerlingen vraagt wie weet wanneer het precies dag is, wanneer het echt licht is? De een zegt Als je ’s ochtends vroeg een amandelboom van een olijfboom kunt onderscheiden een ander wanneer je ’s ochtends een hond van een geit kunt onderscheiden  en de Rabbi zegt hen dan Wanneer je een ander in de ogen kunt zien, dan is het dag, dan kan het licht worden. Als we elkaar in de ogen zien, dan zien we dat de ander mens is net als wij. In al onze kwetsbaarheid.

Het Paasfeest is feest van uitbundig Licht.  Daarvan dromen we, dat is waar onze hoop op gericht is. Dat is wat ons gaande houdt. Al weten we soms niet hoe we verder moeten.

En nu staan we op de drempel.

Op de voorkant van uw liturgie ziet u een drempel. Het is eigenlijk een doorkijkje waar je de volgende drempel alweer ziet liggen. En ik kan u vertellen, ook daarna liggen er weer drempels.

Net zo komen wij in onze levens steeds opnieuw drempels tegen.

Drempels waarop we kunnen vertoeven, drempels die we over moeten. Drempels die te hoog lijken. Drempels die achter ons liggen. Drempels markeren onze levens.

Onze drempels zijn gevat, of kunnen gevat zijn, in rituelen. Denk hierbij bijvoorbeeld ook aan het ritueel dat drie weken geleden hier in De Kapel plaatsvond; mijn bevestiging als pastoraal werker. Een ritueel om te bevestigen dat ik deze taak op mij neem en er in deze voor u wil zijn en te bevestigen dat deze kapelgemeenschap mij accepteert als pastoraal werker. Volgende week een ritueel waar Marijke belijdenis zal doen in de gemeenschap.

We kennen de bekende rituelen van doop, huwelijk en afscheid van een overledene. Maar ook scheiding, overgang van kind naar puber, afscheid van werk, gezondheid of anderszins, het inwijden of afscheid van een huis, het bewust alleen of samen je weg vervolgen zijn momenten die gemarkeerd kunnen worden met een ritueel of ceremonie. Of in de intieme kring of in de grotere gemeenschap.

We kunnen- bijvoorbeeld samen met een voorganger, of ritueelbegeleider –  zoeken naar wat goed is om achter te laten en wat belangrijk en/of waardevol is om mee te nemen. Dit wordt benoemt en daar wordt dan samen vorm aan geven. Alleen dit kan al een waardevol proces zijn. Overgangsrituelen kunnen kracht geven of rust herstellen. Je kunt weer verder en het kan weer lichter in en om je heen worden.

Het verhaal van Arjuna, wat we net lazen, is gebaseerd op de Bhagavad Gita, het heilige geschrift van de hindoes. Arjuna, de wagenmenner, zou je kunnen vergelijken met jezelf. Meester Kresno is Krishna, de gids van Arjuna. Vergelijkbaar met je innerlijke gids, of wellicht de Sjechina (uit het Oude Testament) of de Heilige Geest.

Het afscheid van Arjuna wordt met een feest gevierd.

Maar wanneer Arjuna op weg gaat overvallen hem onderweg steeds opnieuw angsten. Iedere keer opnieuw keert hij terug naar Kresno. En iedere keer krijgt hij iets mee voor onderweg, wat hem herinnert aan zijn meester; Zijn stok als steun. Zijn mantel als bescherming. Zijn lantaarn als licht. En wanneer dat nog niet genoeg blijkt gaat zijn meester zelf met hem mee.

Wat mij betreft verbeeld in het tekeningetje van mijn vader wat u in de liturgie vindt. De handen van God, de Ene, om ons heen.

Het is voor mijzelf zo herkenbaar uit de tijd dat ik vanuit Huizen naar Santiago de Compostella liep. Misselijk van spanning was ik de eerste week. Kon ik dit wel? Mijn hondje liep met me mee. Kon hij het wel? Moest ik terug naar huis gaan? De spookbeelden in mijn hoofd waren groot. Steeds belde ik met het thuisfront over wat ik zou doen. Net als Arjuna die steeds even terugkeerde naar de drempel van vertrek.

Er liggen ook drempels in het verschiet. Er is ook de einddrempel.

Wanneer je ongeneeslijk ziek bent, maar ook voor de ouder wordende mens, komt die einddrempel steeds dichterbij.

Een aantal weken geleden was er op TV een tweeluik dat werd uitgezonden onder de naam Kijken in de Ziel – Op de drempel Coen Verbraak interviewt hierin 8 mensen die uitzicht hebben op de laatste drempel in het leven, de drempel van de dood. Mensen die ongeneeslijk ziek zijn en de dood in de ogen kijken. Gesprekken over worsteling, loslaten en overgave. Ieder reageert daar op zijn of haar eigen wijze op. Een van de mannen vertelt op een bepaald moment dat zijn horizon zo verandert is dat hij niet meer vooruit kijkt. Hij stelt zichzelf voor in een roeiboot, waardoor hij niet meer vooruit kijkt maar ziet wat er om zich heen gebeurt, naast zichzelf en hoe zijn vaarspoor is.

Wanneer de interviewer dit aan een ander vertelt zegt zij; ja, ik vaar ook. Maar mijn horizon zie ik nog wel, ik vaar ernaar toe in een kano. Ik kijk nog vooruit.

En allen hopen zij dat de mens die zij waren herinnerd zal worden, dat er wat van henzelf, in hoe zij waren, achterblijft in deze wereld.

Ons leven speelt zich af in zowel circulaire- als lineaire tijd. Circulair omdat we het komen en gaan van de seizoenen beleven, de feesten die we ieder jaar weer opnieuw beleven.

Lineair omdat onze levens zich, voor ieder persoonlijk, afspelen tussen de lijn van geboorte en dood. We gaan voort in de tijd.

Het wordt steeds weer duister om ons heen en steeds opnieuw mag er licht doorbreken. Zo zijn kerst en Pasen thema’s die ons leven steeds opnieuw raken, omdat ze raken aan ons eigen menszijn.

De drempels in onze levens zijn momenten waarop we even stilstaan. We mogen wat loslaten en een nieuwe fase ingaan. We komen steeds nieuwe drempels tegen en worden steeds opnieuw bemoedigend aangekeken om verder te gaan, zoals meester Kresno Arjuna bemoedigend aankeek.

Van Kerstfeest naar Paasfeest, van klein licht naar groot Licht. Iedere keer opnieuw mogen wij ons oprichten. Voor mijzelf zijn momenten van Pasen ook als ik al mijn potentie tot leven laat komen. Als een mens zijn of haar potentie of talenten tot leven laat komen wordt het Pasen.

Met vallen en opstaan zijn wij in onze levens onderweg. De verhalen uit de grote tradities leren ons dat we worden gesteund, dat we worden gedragen.

Ik wil besluiten met een gedicht van Angela Berlis die het in de Adelaarspsalm zo verwoordt;

Adelaarpsalm

Als onder de vleugels van een adelaarvrouwtje
ben ik bij U geborgen, God
In Uw vlerken vind ik bescherming
voor alles wat me angst aanjaagt
Zoals een adelaarmoeder zorgt voor haar jong
behoedt Gij mij voor dreigend gevaar
En als de tijd gekomen is
leert Gij me wat vrijheid is
Ik probeer te vliegen en tuimel omlaag,
maar Gij verlaat mij niet.
Op Uw vleugels
voert Ge mij in de wijdte
Gij laat me vallen,
laat me vliegen
Afgronden
worden lucht die draagt 

Amen

Monika Rietveld