Overweging 29-10-2017

Hineni, Hier ben ik!

Vandaag zegt Cees van den Heuvel in ons midden: Hier ben ik! Niet dat we hem voor het eerst zien, niet dat het nodig was dat hij zich nadrukkelijk presenteert, want zijn aanwezig zijn, zijn bijdrage aan de Kapel op allerlei gebied is niet onzichtbaar voor ons gebleven. We hoeven alleen maar zijn bijdrage aan het kunstteam te noemen, of zijn medewerking aan een aantal bijzondere diensten. Nee, als je belijdenis doet, dan zeg je op een andere manier ‘hier ben ik’, niet op de toon van ‘hallo, ik wil gezien worden door iedereen. Je zegt: hier ben ik, je mag me zien in wie ik ben en in wat ik ten diepste geloof. Ik wil er zijn, niet alleen voor mijzelf of mijn geliefden, maar ook voor jullie, deze geloofsgemeenschap, voor de wereld, ik ben er als er een beroep op mij wordt gedaan. Je zegt: hier ben ik, ik ben er omdat ik mij geroepen weet.

In de bijbel vinden we nogal wat verhalen waar mensen op zeker moment in hun leven geroepen worden, een stem horen en ze willen antwoorden. En ze spreken dan in het Hebreeuws krachtig uit: Hineni, hier ben ik! Dat is meer dan vragen: Heeft u mij geroepen? of ‘Is er wat?’

Het klinkt op verschillende momenten in de bijbel. Als God aartsvader Abraham roept om bereid te zijn zijn enig kind Isaac te offeren (Gen 22:1), antwoordt deze: Hineni, hier ben ik. Hij is bereid om dat wat hij het meest lief heeft, waar hij het meest naar verlangd heeft, op te geven als hem dat wordt gevraagd. Als vanuit een brandend braambos een stem roept ‘Mozes, Mozes’ dan antwoordt deze direct: Hineni, hier ben ik! Als God vraagt: wie zal ik zenden tot dit volk, dan roept Jesaja : Hineni, hier ben ik!  Ik ben er klaar voor, ik sta voor u klaar. Een persoon die hineni in de mond neemt, geeft niet alleen aan dat hij er is, nee, hij stelt zich onvoorwaardelijk beschikbaar, met alles wat hij of zij in zich heeft. Zo spreekt God een aantal keren nadrukkelijk iemand aan door tweemaal zijn naam te noemen: Abraham Abraham, Mozes Mozes, Samuël Samuël… … Zij veinzen geen aanwezigheid. Zij vluchten niet voor wat hun te wachten staat. Zij zeggen: ‘Hineni!’  Het is geen toeval dat dit woordje in de werken van de Frans-joodse filosoof Emmanuel Lévinas ook een meerwaarde heeft. Letterlijk betekent hineni: zie mij hier. En dat klinkt prachtig door in het Franse me voici, omdat ook daar het werkwoord ‘zien’ (voir) in zit. Het zien van de Ander roept compassie in mij op en verantwoordelijkheid.

Hier ben ik is iets anders dan hier stà ik, die beroemde woorden die Maarten Luther bijna 500 jaar geleden gesproken zou hebben toen hij zich moest verdedigen op de Rijksdag in Worms: ‘Hier sta ik, ik kan niet anders’. Dat was een uiting van onverzettelijkheid. Overigens, historisch zijn deze woorden niet, zo weten we nu. Een historicus heeft onlangs geschrevenHet is het meest gedenkwaardige dat Luther nooit gezegd heeft”.

Dit verschil tussen ‘hier ben ik’ en ‘hier sta ik’ zeggen, is wellicht ook het verschil tussen belijdenis doen vandaag de dag en hoe dat vroeger ging. Toen zei je ja tegen een reeks onwaarschijnlijke geloofswaarheden, je nam een standpunt in, je zei: hier sta ik, dit is mijn keus. Bij vrijzinnigen was dat eigenlijk ook zo, al mocht je op je eigen manier formuleren wat je geloofde. Nu hoef je geen duidelijk omlijnde opvattingen te hebben over wat je wel of niet voor waar houdt. Nu mag je zeggen ‘mensen, God, hier ben ik. Ik weet niet precies wat ik allemaal geloof, maar dit is mijn geschiedenis, dit zijn mijn idealen en op de een of andere manier ben ik beschikbaar voor God en mijn medemensen. Dat spreek ik uit in het midden van de gemeenschap.’

Moet je daarvoor eerst een stem gehoord hebben die je heeft opgeroepen dit te zeggen? Een mens kan door vele stemmen aangezet worden om iets te gaan doen, iets met hart en ziel te gaan doen. Het kan de stem van je ouders zijn, of van je vrienden, de stem van een charismatisch leider, de influistering van de Heilige Geest, of de stem van je eerzucht, wie zal het zeggen. Die stem kan je oproepen om de hoogste berg van deze aarde te gaan bedwingen, om minister te willen worden in een nieuw kabinet, of om als vredeswerker in een oorlogsgebied te gaan werken, of om voor IS te gaan vechten in het Midden-Oosten, of om verpleegster of dominee te worden of om je in te zetten om alle vluchtelingen en moslims het land uit te zetten. Het is belangrijk om goed te kunnen onderscheiden. Waar komt deze stem in mij vandaan? Is het de stem van mijn geldingsdrang, is het de stem van mijn geweten, is het de stem van mijn hang naar avontuur, of die van mijn innerlijke woede, of is het de stem van God? Of plak ik op de drijfveer van mijn eigen woede en geweld het etiket van de Allerhoogte, van God?  En hoe ijk ik dat? Wanneer is iets uit God en wanneer uit geheel andere en al te persoonlijke motieven? Jesaja helpt ons daarbij vandaag. Hij zegt: als je ingaat op de stem van God die kan klinken in je leven, dan is het resultaat dat je niet alleen een vroom werk doet als vasten, dus je onthoudt van voedsel dat je graag tot je zou willen nemen, nee, dan doe je veel meer en gericht op het welzijn van mensen om je heen. Dan zet je je in om mensen die gevangen zitten te bevrijden, dan maak je de boeien los van wie vastgeketend zijn. Dan help je allen die als slaven aan iets vast zitten hun vrijheid terug vinden. Dan zorg je dat niemand meer onderdrukt wordt. Dan deel je brood met mensen die honger hebben. Dan geef je arme mensen een plek in je huis. Dan geef je kleren aan mensen die onvoldoende gekleed zijn tegen de kou. Dan zorg je goed voor de mensen om je heen! Dat is Hineni zeggen, hier ben ik. En de Eeuwige zal dat dan ook tegen jou zeggen. Hineni, hier ben ik, kleine mens, ik ben er voor jou. Als jij er bent voor anderen, dan ben ik er voor jou als je me roept. Als jullie er zijn voor anderen, dan ben ik er voor jullie. Ja, zoals dat op de rand van de guldens ooit stond: God met ons. Maar dan in zaken die niets met guldens of euro’s te maken hebben!

Een boekje dat catechisanten vroeger wel cadeau kregen, had als titel: Belijden is doen. Dat is ook typisch joods. Geloven is een werkwoord, het uit zich in het doen van het goede. Het is niet zozeer een mooi verhaal op papier zetten en dat voorlezen. Het is je leven zo omgooien dat het in het teken komt te staan van je inzetten voor God en je naaste. God zegt hier tegen de Israëlieten dat ze goed voor elkaar moeten zorgen. Dan pas zullen ze echt gelukkig zijn. Ze vasten wel, maar dat heeft helemaal geen zin als ze niet goed voor elkaar zijn. De vraag aan ons is: op welke manier zorgen wij voor anderen? Jij, ik, individueel, maar ook als gemeenschap? Wij zijn geen geloofsgemeenschap als hier alleen maar mooie preken, prachtige lezingen en interessante cursussen gehouden worden. Ook als gemeenschap mogen we regelmatig belijdenis doen. Waar staan we ook alweer voor? Zorgen wij voor elkaar in deze kleine geloofsgemeenschap? Zorgen wij mét elkaar ook voor mensen buiten onze gemeenschap? Dragen wij eraan bij dat kanslozen, dat vluchtelingen, dat mensen met afwijkende opvattingen of levensstijl erbij mogen horen en van ons de kans krijgen zich te ontplooien? Laten we hen delen in onze liefde en in onze welvaart? Zijn wij een groene kerk die bijdraagt aan het behoud van, ik noem maar wat, de insecten, dus van het leven in al zijn uitingen?

Misschien onthoudt u van deze overdenking uiteindelijk maar één woord. Laat dat dan zijn: Hineni. Hier ben ik.  Mogelijk zou dat het tweede Hebreeuwse woord zijn dat u kent, naast sjaloom, vrede.  Rond deze twee begrippen  draait ons godsgeloof: vrede en er zijn als anderen je nodig hebben!

Amen

ds Peter Korver