Overweging 28 oktober

Goed raad is duur

Vorige week waren veel mensen even geraakt toen ze hoorden dat Wim Kok was overleden. Hij was acht jaar minister-president, een politicus. Maar hoe anders dan veel politici van onze tijd. Vergelijk hem eens met de kandidaat die vandaag gekozen wordt als president van Brazilië, of de regeringsleiders van Italië, of de president van de VS, of de Brexiteers in Engeland… Wim Kok was ronduit saai, maar ook degelijk, verantwoordelijk en integer. Hij kende de dossiers uitstekend en was gericht op samenwerking en compromis. Geen bombarie, geen kretologie, niet inspelen op bedenkelijke emoties. Hij was dan ook meer een staatsman geworden dan een politicus. U weet: een politicus denkt niet verder dan de eerstkomende verkiezing die hij moet winnen en gaat voor onmiddellijke populariteit, een staatsman denkt aan de volgende generatie en durft ook impopulaire maatregelen te nemen. Als wij vandaag stilstaan bij de toekomst en de zorg van Moeder Aarde dan komt als vanzelf de vraag op naar beleidsmakers die met de lange termijn bezig durven te zijn.

Over de ontwikkelingen op de korte termijn mogen wij ons best zorgen maken. Tot 1985 kon moeder aarde alle behoeftes die de menselijke soort toonde gemakkelijk aan. Ze vulde alles wat genomen werd zonder problemen aan! Maar sinds 1986 nemen we elk jaar meer dan Moeder Aarde elk jaar kan geven. Dit jaar waren we al op 2 augustus door onze voorraad verse aardvoorzieningen heen. Dat was een nieuwe record: nog nooit vond de zogeheten Earth Overshoot dag  zo vroeg in het jaar plaats. Met andere woorden, elk jaar putten we de aarde weer iets sneller uit dan het jaar daarvoor en elk jaar zadelen we de aarde op met nog meer door ons geproduceerd afval. De mensheid is bezig de aarde uit te wonen. Dat is slecht nieuws vooral voor de generaties na ons. Want u weet: we hebben de aarde slechts te leen van hen. Het is geen prettig onderwerp, dat besef ik ook, maar als geloofsgemeenschap willen we deze ongemakkelijke en onaangename feiten niet negeren. We kijken wat wij, wellicht heel bescheiden, kunnen bijdragen aan een keer ten goede.

U heeft vast wel eerder gehoord van Thich Nhat Hanh. Hij is ooit als boeddhistische monnik uit Vietnam verbannen vanwege zijn activiteiten als vredesactivist. Hij woont sinds de jaren zestig in Frankrijk. Daar stichtte hij een klooster, Plum Village, dat het hoofdklooster van de internationale boeddhistische gemeenschap werd. Hij realiseerde daarmee zijn droom: het scheppen van een heilzame, voedende omgeving waar mensen kunnen oefenen om in harmonie met elkaar en met de Aarde te leven. Vorige week werd hij alweer 92 jaar. U hoorde hoe hij niet alleen over de aarde spreekt, maar ook met de aarde spreekt. ‘Lieve moeder’. Het is alsof hij tegen ons vertelt dat je eigenlijk niet op een afstandelijke, zakelijke manier tot haar kan verhouden. Daarvoor zijn we te intiem verbonden met Moeder Aarde. We komen uit haar voort, zij onderhoudt ons, wij ademen de lucht die zij maakt. We eten het voedsel dat zij verschaft. Zonder haar kan geen leven bestaan. Zij geeft ons het leven. Zij onderhoud het leven. Zij is onze moeder aarde. [i]  De aarde is niet iets instrumenteels, een ding dat je alleen maar op de goede manier moet gebruiken. We zijn er deel van, we zijn er uit voortgekomen. Het welzijn van de aarde is ons welzijn. Zij voedt ons. Daarom moeten we van haar houden als van een moeder. Maar moeder heeft koorts. Ze heeft verhoging van temperatuur. We merkten dat aan een te lange en een te warme zomer. We zetten met zijn allen Moeder Aarde teveel onder druk. Ze krijgt het er warm van.

Door de aarde als een lijdende moeder aan te spreken weet Thich Nhat Hanh niet alleen ons hoofd aan te spreken, maar ook ons hart. Zo worden we gestimuleerd om niet alleen rationele oplossingen te zoeken, maar wordt ook onze compassie wakker gemaakt en onze spirituele kracht aangesproken. De aarde is niet langer een ‘ding’ maar iets om lief te hebben, om mee in een bijna persoonlijke verhouding te staan. Vergelijkbaar met wat we God noemen. Die kracht van liefde, mededogen, vrede, rechtvaardigheid stellen we ons voor als een ‘iemand’ met wie we in een persoonlijk contact staan.

Een persoonlijk gemaakte goddelijk idee, een persoonlijk gemaakte aarde zijn geen dingen, geen abstracte ideeën, maar kwetsbare, gevoelige partners. Als u de foto bekijkt die op de omslag van deze liturgie staat dan voelt u wellicht net als ik mededogen met die kwetsbare aarde van ons. De bekende Nederlandse astronaut André Kuipers zei onlangs “Ik ben me meer dan ooit bewust van de kwetsbaarheid van onze planeet”. Maar die heeft dan ook onze aarde vanuit zijn ruimtevaartuig gezien als een klein kwetsbaar bolletje in die enorme ruimte.

Wat is ons antwoord? Welke houding nemen christenen met name aan?

Dat begint bij de geloofsverhalen die we met elkaar delen. De bijbel begint met twee scheppingsverhalen. Het verhaal gaat dat het universum, de aarde, het leven, dat wij er zijn, niet een toevallige uitkomst is van grillige processen, die ook best anders hadden kunnen uitpakken en die geen speciaal doel dienen. Het verhaal wil dat achter alles een Schepper schuil gaat, die een doel heeft met het leven hier.  In het eerste verhaal lezen we: God zei: Laten wij mensen maken die ons evenbeeld zijn, die op ons lijken. Wat kan dat betekenen, dat wij op God lijken? Kennelijk zijn wij niet alleen onderworpen aan de natuur. Wij kunnen die natuur beïnvloeden, er iets aan veranderen, verbeteren, zeg maar mede-schepper aan zijn en dus een beetje op God lijken. En dat blijkt ook uit de volgende zin. God neemt zich voor mensen te maken. Zij moeten heerschappij voeren over de vissen van de zee en de vogels van de hemel, over het vee, over de hele aarde en over alles wat daarop rondkruipt. Een andere vertaling van dit Hebreeuwse woord zegt: ze zullen de baas zijn (BGT) of ‘zij  zullen heersen’ (WV). Dat klinkt alsof wij ons alles mogen permitteren, naar eigen goeddunken ermee om kunnen omgaan. Maar dat zegt het verhaal natuurlijk niet. Er staat iemand boven ons. Die hele schepping is niet van ons, wel voor ons en ook voor andere schepsels. Andere vertalingen zeggen: de mensen zullen zeggenschap hebben over de vissen enz.(GNB). God zegent de mensen en geeft ze een opdracht: Wees vruchtbaar en wordt talrijk, bevolk de aarde en breng haar onder je gezag (NBV), onderwerp haar (HSV), bedwingt haar (NB).

God schept de mens naar Zijn beeld en zet hem heel apart van de rest van de natuur. Deze tekst geeft de mens dus een centrale positie en waardeert hem hoger dan de andere schepselen. Het laat zich begrijpen dat een dergelijke benadering opgevat kan worden als vrijbrief om de natuur geheel naar onze hand te zetten en de dieren ongebreideld voor eigen doeleinden te gebruiken. Ze zijn immers toch van een lagere orde dan de mens.

In het tweede scheppingsverhaal staat dat God de mens een plaats geeft in de tuin van Eden, het paradijs. Dat is de ideale wereld. Daar heeft hij de opdracht om die te bewerken en erover te waken, zegt de NBV. Om die te bewerken en te onderhouden, zegt de herziene Statenvertaling .Om voor de tuin te zorgen zegt de Basisbijbel. Om haar te dienen en haar te bewaken zegt de Naarder bijbel. De bijbel in gewone taal maakt ervan: de mens moest voor de tuin zorgen en erop passen. Hier wordt ons dus gevraagd zorgzaam te zijn voor iets dat ons niet toebehoort. We zijn zeg maar rentmeesters. Een rentmeester beheert het bezit, het land van de eigenaar als deze langdurig afwezig is.

Deze twee benaderingen, die van heersen en van zorgzaam zijn, vind je beide terug bij christenen. Er zijn christenen in de politiek die hun kiezers vinden bij de boeren en die daarom zo weinig mogelijk milieueisen voor hen willen eisen. Er zijn orthodoxe christenen met een zekere onverschilligheid ten aanzien van de schepping. Want voor hen ligt de nadruk op de verlossing van de ziel. Het lichaam en ook de natuur doen er eigenlijk weinig toe. En niet wij, maar God zal op Zijn tijd een nieuwe hemel en een nieuwe aarde laten komen. Maar ook zijn er christenen die dat rentmeesterschap centraal stellen. Zij zijn actief in acties die de heelheid van de schepping beogen. Zij willen van hun gemeentes en parochies ‘groene kerken’ maken.

De bijbel is geen politiek programma. Het is ook geen handleiding voor het oplossen van klimaatproblemen. Een pasklare milieu-ethiek treffen we niet aan in ons oerboek.  Wat dan wel? Vooral de Verwondering om het bestaan, teksten waarin de schoonheid van de schepping wordt bezongen. En dat we deze voor God mogen bewaken.

Goede raad is duur zegt een bekende uitdrukking. De problemen zijn inmiddels bijna te moeilijk om raad te kunnen geven. En zoals we hoorden uit het boek Sirach: wees op je hoede voor iemand die raad geeft, ga eerst na wat zijn belang is. Een politicus die zegt wat mensen graag willen horen om zo hun stem te krijgen, zal roepen dat er helemaal geen probleem is, hooguit een normale schommeling in het klimaat, en dat we ons gedrag niet hoeven aan te passen. En, zoals Sirach zo treffend zegt: vraag geen raad aan iemand die jou niet recht in de ogen kijkt. Bij wie kan je wel terecht? ‘Ga steeds naar een vroom mens,’ zegt Sirach, een toegewijd en oprecht mens die God betrekt in zijn keuze, dus zich niet alleen verlaat op eigen inzichten en belangen, maar het zoekt bij wat groter is dan hijzelf, bij dat wat zijn eigen meningen relativeert. Alleen zo kunnen wij voorbij onze eigen kortzichtige belangen erkennen dat het niet zo kan blijven dat het rijke westen met 10% van de wereldbevolking 60% van alle energiebronnen opmaakt.

Men sprak Rabbi Pinchas van Korez eens over de grote nood in de wereld. Hij werd droevig, maar richtte zich toen op en zei: Laat ons, riep hij uit, God in de wereld betrekken, en er zal vrede komen. God woont daar, waar men hem toelaat.

ds. Peter Korver