Overweging 27 september

Vliegende vogelWie zijn werk en zijn zorgen even achter zich wil laten en eens even helemaal uit wil waaien, die kan er voor kiezen een dagje of een week naar een Waddeneiland te gaan. Sta je eenmaal op het dek van de veerboot en glijdt het vaste land achter je weg en opent het wijde water zich, terwijl het eiland voor je opdoemt, dan krijg je al gauw gezelschap van de meeuwen. Zij vliegen met je op, hoopvol wachtend op jou, of meestal kinderen die stukjes brood naar ze zullen opgooien. Je hebt gelegenheid ze van dichtbij te bekijken. Je ziet hoe ze drijven op de wind en even gemakkelijk zich door de wind weer laten wegglijden. Wat bewegen zij zich vrij door het luchtruim! Het vakantiegevoel dat zich van je meester maakt, vermengt zich met het verlangen naar de vrijheid van deze vogels. En elke keer komt dan een gedicht in me boven dat jaren terug geschreven is door een bekende radiodominee van toen, ds Dick Werner. Hij schreef:

Vliegen als een vogel
Ik wil vliegen als een vogel
Vrij zijn in de grote, open lucht
Ik wil weer opnieuw gaan leven.
Boven de wolken van de tijd
In de vrije adem zweven.
Ik wil vliegen als een vogel
Op weg naar dat grote warme land
Waar de harten sneller kloppen.
Onbelemmerd vrij van zorgen
Met de toekomst in de hand
Vliegen
Tot het niet meer licht is
En ik niet meer vliegen kan

Hij was ook al tegen de 80 dat hij dit schreef. En viel het u ook op? Hij hoopt dat hij onbezorgd met de toekomst gaat leven totdat het niet langer meer kan. Jezus voegt er aan het slot van de bergrede aan toe: maak je geen zorgen voor de dag van morgen, iedere dag heeft voldoende aan zijn eigen kwaad. Dat klinkt wat negatief, maar hij bedoelt dat veel mensen zich bezorgd maken om de verkeerde dingen. Over wat je zult eten, of je de rekeningen kan betalen, hoe je je zal kleden. Dat alles is ondergeschikt aan wat dat alles te boven gaat, de komst van Gods andere wereld, het Koninkrijk van God.  Daar kan je een zekere onbezorgdheid over aannemen. Dat is Gods belofte. Wij zijn medewerkers aan die nieuwe wereld, maar die is niet afhankelijk van onze inzet en onze zorgen. Wij mogen vliegen als een vogel en ons laten meevoeren op de wind.

In Genesis 7 is de mensheid aan het verzuipen onder de eigen ongerechtigheid. De gevolgen van de problemen die ze zelf heeft veroorzaakt overspoelt hen letterlijk. En God weet het niet meer. In de menselijke ziel is iets ontketend waar geen enkel geneesmiddel meer tegen bestaat. Dat iets is het geweld, het destructieve, de neiging tot kapot maken van de schepping, de verzieking van onderlinge menselijke relaties, die uitloopt in moord en doodslag, oorlog. We zijn er de afgelopen maanden royaal aan herinnerd. 75 jaar geleden de oorlog, 70 jaar geleden de bevrijding, maar ook de atoombommen op Japan. En anders is er de actualiteit: Syrië, Jemen, Libië, de Koerden, het uitsterven van diersoorten, de opwarming van de aarde.

Het is verwarrend. In de regel denken we dat wijzelf aan de goede kant staan, dat het aan ons niet zal liggen. Dat het de anderen zijn die verantwoordelijk zijn voor het kwaad in de wereld. Het zijn de goede wij tegenover de foute zij. De afgelopen maanden heb ik mij om uiteenlopende redenen bezig gehouden met de geschiedenis van de dertiger, veertiger en vijftiger jaren. Ik vertrok daarbij met vanzelfsprekende afkeuren en voorkeuren. De afkeur van totalitaire en gewelddadige ideologieën die ik had, heb ik nog altijd. Maar het geloof in de zuiverheid en vredelievendheid die ‘wij’ steeds kenden, heeft de nodige deuken gekregen. Churchill was een held, een mens die het verschil maakte, die staande bleef in het verzet tegen het nazisme, die belangrijk heeft bijgedragen aan de overwinning van de vrije en democratische wereld. Ja, zeker, maar, zo is mij duidelijk geworden, ook een man die genoot en blij opgewonden was als het om oorlog ging. Bij wijze van vergelding gaf hij bevel steden als Hamburg, Dresden en Berlijn te bombarderen. Daarbij kwamen tienduizenden burgers om in vuurzeeën. Niet kan worden aangetoond dat er enige militaire noodzaak was.

Vorige week stonden we stil bij het feit dat 70 jaren geleden twee atoombommen op grote Japanse steden werden afgeworpen. Als gevolg daarvan kwamen circa 250.000 mensen om het leven. Als gevolg van stralingsziekte en kanker zouden nog enige honderdduizenden slachtoffers volgen. Waarom heeft de gruwelijke werkelijkheid van deze wapens mij nooit echt ontsteld? Ze vormen een absoluut dieptepunt in de geschiedenis van de mensheid. Wapens die zijn uitgedacht om tienduizenden mensen in één keer te doden en hele gebieden te verwoesten en onleefbaar te maken. Net als de meesten van ons wist ik niet beter dan: ‘Hierdoor kwam er in één keer een einde aan de oorlog. Zonder die bommen waren er nog veel meer slachtoffers gevallen.’  Het doel (een einde aan de oorlog) heiligt hier de middelen (het vernietigen, het opofferen van tienduizenden tegelijk). Treurig is dat historici ook hier hebben moeten vaststellen dat voor Japan de oorlog al zo goed als verloren was en noch atoombommen noch een invasie van het land nodig waren.

Ook pijnlijk: een nieuw wetenschappelijk onderzoek, zo lees ik gisteren in de krant, heeft aangetoond dat Nederlandse militairen in de periode 1945-1950 bij de onafhankelijkheidsverklaring van Indonesië ‘structureel en extreem geweld’ hebben gebruikt. Nee, het gaat niet om enkele betreurenswaardige incidenten, maar om structureel geweld. Hoe is het mogelijk dat jongens die net de terreur van de bezetting in eigen land hebben overleefd, in Indië zelf weer meewerken aan nieuwe gruwelijkheden?

Het vermogen om over te gaan tot geweld zit kennelijk in goede en slechte mensen, in iedereen. Het kan opgeroepen en gestimuleerd worden door gewetenloze regimes. Het kan voorgesteld worden als een noodzakelijk kwaad.

In het boek Genesis waaruit we lazen, is de Eeuwige in monoloog met zichzelf. Omdat de mensen uitsluitend slechte dingen denken en doen, omdat hun aard zo is, dient er geen hoop en verwachting meer in de mens te worden gesteld, het is definitief uit. Definitief? Toch niet. Steeds maakt De Ene een nieuw begin mogelijk. Er begint een spel om het leven in een gezuiverde toestand te redden en Noach wordt het symbool dat de mensheid niet wordt vernietigd, maar opnieuw zal opstaan. Een man alleen met zijn naaste familie, zit in zijn ark. Slechts door dunne houten wanden gescheiden van het onheil, de ondergang van de wereld. Hoe eenzaam, kwetsbaar en machteloos is hij speelbal van de elementen, drijft hij op de diepten waarin je zo gemakkelijk kunt ondergaan.

En zo hebben 75 jaar geleden met het uitbreken van de wereldoorlog en met de vervolging van de Joden zovelen uitgeroepen: Heer red ons, want wij vergaan. En vandaag roepen in Syrië hetzelfde tot Allah. Of, nog dichter bij, de vluchtelingen op hun kleine arkjes op de Middellandse Zee. En nee, niet allemaal redden ze het. Niet in Noachs tijd, niet in die van ons.

Als de chaos het grootst is waait de wind van de Eeuwige uit een ongekende hoek. Als de aarde nog woest en ledig is, zweeft de geest van God als een duif over de wateren van de chaos. Als de aarde onder water staat, mag een duif het nieuwe leven aankondigen, de vrede die komt. Noach zendt twee keer een duif uit als zijn ark, de kleine schutse tegen de ondergang, de duif mag nieuw leven, nieuwe vaste grond zoeken.

In het NT zendt God geen duif die voor ons een begaanbare weg en een bewoonbare aarde zoekt, maar stuurt Jezus. In de chaotische, niet leefbare, gewelddadige wereld van ons, wijst hij een andere weg, een zonder geweld, eentje van liever geweld ondergaan dan begaan. Een weg van geweldloosheid en verzoening. Zijn leven is daarvan het voorbeeld. De kerk, zijn kerk,  heeft zich helaas niet steeds begeven op dat pad. Maar toch is daar steeds ook een sterke irenische (vredes)stroming geweest die vijandige groepen tot elkaar probeerden te brengen, die geweldloos communiceren en mediation bevorderden.

Vanaf een andere berg dan de Ararat van Noach zal eens Jezus een veelkleurige toespraak van geloof en hoop spreken, die wij de bergrede noemen. Acht zogeheten zaligsprekingen. De nieuwe vertaling heeft het over gelukkigsprekingen. Hij houdt ons voor: al wie zijn leven fundeert op vertrouwen op God zal zalig genoemd worden. Ook voor jou zullen de sluizen van de hemel eens gesloten worden, eens zullen jouw tranen niet meer vloeien en zal je vaste grond onder de voeten krijgen. Dan word je opgetild en in Gods nabijheid worden gebracht.

Zalig die treuren, want zij zullen vertroost worden. Bij Jezus mag je je tranen naar buiten laten komen. Daar hoef je niet geforceerd sterk en opgewekt te zijn. Daar hoef je niet langer je verdriet, je boosheid, je niet gekend zijn, je werkelijke gevoelens te onderdrukken. Bij de Eeuwige vind je jouw vertroosting.

Je ziet ze voor je, die meeuwen, op de veerboot naar het eiland. Ze hebben hun vleugels wijd uitgespreid en ze laten zich meevoeren op de wind, vrij zwevend. Meeuwen zijn geen duiven, maar net als zij kondigen ze iets aan: bevrijding, vrijheid. Ze zien de dingen in een groter perspectief, ze hebben zich losgemaakt van het kleine wereldje. Tegelijk zijn ze hogerop gegaan, zijn ze hemelwaarts gericht.

Lukt u dat om af en toe los te komen van de zorgen en de vragen en afstand te nemen en licht te zweven? Waarom lukt het de ene meer dan de andere om ondanks tegenslagen en zorgen toch een lichte, een gelukkige houding te bereiken? Zeker, het helpt als je een goede jeugd hebt gehad en je omgeven was met liefde en veiligheid. Zeker, het helpt als je een lieve partner hebt, vrolijke kinderen, gezond bent en waardering krijgt. Maar zelden is dat allemaal ons deel. En sommigen moeten heel veel missen. Het is bij de profeet Amos dat wij God horen zeggen: Zoek mij en leef. Je hoeft de kunst niet machtig te zijn God te vinden. De Eeuwige zoeken is voldoende en Hij zal jou vinden.

Amen.

ds. Peter Korver