Overweging 26 augustus: De kracht van het Onze Vader

Van alles wat u in uw leven aan bijbelverhalen of liederen of gebeden heeft gehoord, is ongetwijfeld het Onze Vader toch het bekendste. Het enige gebed dat ieder kind uit het hoofd heeft moeten leren, althans vroeger, het enige gebed dat iedere zondag, in iedere kerk wordt uitgesproken. Je mag wel zeggen: een kerntekst in het christendom. In de kerkdienst op zondag bidden we het Onze Vader, maar doen dat nà het stil gebed. Dat zijn twee heel verschillende gebeden. Eerst spreken we in de stilte, onhoorbaar voor anderen, uit wat ons werkelijk bezig houdt, vooral geven we woorden aan onze zorgen, ons verdriet, onze onoplosbare problemen en mogelijk noemen we ook waar we blij of gelukkig mee zijn. Maar vaak blijft het vooral bij de zorgelijke kant van ons eigen leven en vragen we om een oplossing of tenminste steun. Het is een ik-gericht gebed. Het Onze Vader dat volgt, richt ons dan op wij, op de mensheid. Het is niet ‘mijn vader die in de hemel zijt’ maar ‘onze vader’. Het is niet ‘verlos mij van’, maar ‘verlos òns van het kwade’. God wordt niet aangeroepen omdat hij mij moet helpen, maar ik roep hem aan, wij roepen hem aan, om hem eer te brengen, Uw naam worde geheiligd, en ons te richten op het uiteindelijke doel, waar ik met mijn zorgen ondergeschikt aan ben: ‘Uw rijk kome’.  Dat relativeert. Dat plaatst mijn leven in een grotere context.

Het stil gebed richt zich op jouzelf en op degenen die belangrijk zijn in jouw leven. Het Onze Vader maakt je gezichtsveld groter, plaatst je in een wijdere kring, doet je richten ons, op de wereld en op de Eeuwige.

In de evangeliën komt dit gebed twee keer voor, In het evangelie van Matteüs en in het evangelie van Lucas. De versie van Lucas is het kortste. Matteüs heeft bij ‘Vader’ ´onze´ en ook ´in de hemel´ gevoegd. Het is niet alleen mijn hemelse vader, maar onze, die van ons allemaal. Hij is niet een werkelijkheid van hier beneden, maar een die ons te boven gaat, de hemelen. En dan staan er de regels

´Want van u is het koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid´. Dat is een lofprijzing die oorspronkelijk niet hoort bij het gebed, het is een latere toevoeging en dat wijst op het gebruik van dit gebed in de liturgie, al heel snel bij het beginnende christendom.

Maar ook voor jouzelf als individuele gelovige was en is het Onze Vader een bezit, iets dat je met je mee mag dragen, voor als de nood groot is en je de goede woorden ontbreken. Met het bidden leg je een direct contact met God en met woorden die altijd goed zijn, ze komen immers uit de traditie van 20 eeuwen. Op de lagere school was de betekenis van de woorden ons wel bijgebracht dankzij de catechismusles. In een catechismusboekje van meer dan een eeuw geleden werd dat ook heel zichtbaar gemaakt met illustraties zoals u op de liturgie ziet. Dat was de prentencatechismus.

Wat zien we? Het Onze Vader is samengesteld uit een korte inleiding, een aanroeping, Onze vader die in de hemel zijt en daarna wordt er om zeven dingen gevraagd. De eerste drie zijn vragen om zaken die de glorie van God vermeerderen; de volgende vier zijn vragen om zaken die bijdragen tot ons geestelijk geluk en ons materieel welzijn.

De inleiding wordt bovenaan de prent voorgesteld door de hemel waarin God aan de engelen en heiligen zijn heerlijkheid laat zien.

Onze Vader, wij zeggen er nu wel bij: het mag ook zijn Onze Moeder. Is de voorstelling die we van God hebben misschien niet eerder wat we moederlijk zouden willen noemen? Zorgend, invoelend, koesterend? De vrouwelijke kant van zowel mannen als vrouwen?

Dan volgen de zeven beden. We bidden om iets. De eerste: Uw naam worde geheiligd . Het moet zo zijn dat uw naam geheiligd, hoog gehouden wordt. Het is de aanvoegende wijs. Wij vragen hiermee dat God door alle mensen gekend en gediend moge worden. Deze bede wordt links op de prent voorgesteld door de genezing van de kreupele, aan wie Petrus zegt: “in naam van Jezus Christus de Nazoreeër, kom overeind en loop” . Door die woorden en de daaropvolgende genezing heiligde Petrus Gods naam, omdat hij de heiligheid en de goddelijke kracht van de naam van Jezus Christus inriep.

De tweede vraag is: Uw rijk kome . Wij bidden dat Gods wereld van vrede en rechtvaardigheid gauw mag doorbreken!

Op de prent wordt dat geïllustreerd door Tobit die een voorspelling maakt van het toekomende rijk van God, namelijk de kerk, met de woorden: “Jeruzalem, gij zult met een schitterend licht omgeven worden; de volkeren zullen in u de Heer aanbidden en de aarde als een geheiligde plaats beschouwen.”

De derde bede luidt: Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel . Niet lang geleden vroeg iemand van u mij: hoe kan dat nou staan in het OV, uw wil geschiedt op aarde. Die geschiedt toch helemaal niet, kijk eens om je heen! Nee, inderdaad. Er staat dan ook niet geschiedt maar geschiede, de aanvoegende wijs. Wij verlangen dat wij mensen hier op aarde net zo de wil van God volgen als die engelen in de hemel doen. De bede wordt centraal op de prent afgebeeld door Jezus die in zijn doodstrijd aan zijn Vader zei: “Mijn Vader, als het mogelijk is, laat deze beker dan aan Mij voorbijgaan. Maar niet zoals Ik wil, maar zoals U wilt.”

De vierde bede luidt: Geef ons heden ons dagelijks brood . Wij vragen van God alles wat onze ziel en ons lichaam nodig hebben en de dingen die we voor ons lichaam nodig hebben zijn: voedsel, kleding en een dak boven ons hoofd. Christus schrijft ons voor om enkel brood te vragen en geeft daarmee aan dat we tevreden moeten zijn met het noodzakelijke minimum. Op de prent links voorgesteld door de engel die in de woestijn brood brengt naar de profeet Elia.

De vijfde bede is: Vergeef ons onze schulden zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren . Wij vragen hier dat God onze schulden moge vergeven zoals ook wij bereid moeten zijn om vergeving te schenken aan hen die ons beledigd hebben.

Op de prent zien we dat in twee afbeeldingen. Christus die vergiffenis schenkt aan zijn beulen en aan wat heet de goede moordenaar die met hem gekruisigd werd en berouw toonde. En David die Saul spaart nadat deze hem had willen vermoorden.

Dan de zesde bede: Breng ons niet in beproeving . Dus dat we niet in de verleiding gebracht worden om verkeerde dingen te doen, door onze impulsen te volgen, te doen wat in ons opkomt, gedreven door seksuele drift, gedreven door onze woede of onze hebzucht. Maar: kan God ons verleiden om het verkeerde te doen? Ja, werd mij vroeger geleerd, hij doet dat om je te testen, om je te trainen het kwaad te weerstaan. Niet lang geleden deed nota bene de paus, Franciscus, een opmerkelijke uitspraak. Hij zei dat deze vertaling ‘breng ons niet in beproeving’ fout en misleidend is. Het is immers niet God die ons in verleiding brengt, maar Satan. Híj is de verleider. Zoals op het plaatje waar Jezus voor zijn openbaar optreden eerst 40 dagen in de woestijn, de eenzaamheid, verblijft en daar door de duivel, ziet u, die zwarte gedaante, verleidt wordt om het vasten op te geven, de duivel daagt hem uit van stenen brood te maken. Dan de verleiding om van de tempel te springen in het vertrouwen dat engelen hem zullen opvangen. En dan het aanbod heerser te worden over alle koninkrijken van de wereld in ruil voor één daad van aanbidding van de Duivel.

Niet God maar de duivel verleidt ons. De kritiek was  al eerder geuit door bijvoorbeeld Huub Oosterhuis: ‘God brengt helemaal niemand in beproeving. Dat komt niet van Hem.’ Daarom zou de recent aangepaste Franse vertaling navolging verdienen: ‘Ne nous laisse pas entrer en tentation’ (‘Laat ons niet ingaan op de beproeving’ of: ‘Sta niet toe dat wij in beproeving komen.’) De visie van de paus is om ervan te maken: ‘laat ons niet alleen in de verzoeking’.

De zevende bede tenslotte vraagt: Maar verlos ons van het kwade . Daar worstelen we allemaal mee in ons aardse bestaan. Het kwade, dat wat niet goed is. Vaak ons aangedaan door anderen, die ons negeren, kleineren, haten, beledigen, bestelen, geweld aandoen. Maar het kwaad heeft ook een onpersoonlijk gezicht. We worden getroffen door ziekte, door natuurgeweld. Ze doen ons kwaad. Op de prent zien we de profeet Daniël die in een kuil voor de leeuwen werd geworpen, maar er ongedeerd weer uitkwam. Hij werd verlost van het kwaad.

Het Onze Vader wordt al 20 eeuwen door alle christenen gebeden, zowel in goede als in slechte tijden. Toch staat het onder druk omdat veel mensen niets meer kunnen met ‘God’, als een persoon voorgesteld, die ergens in een hoge hemel verblijft en die al naar eigen believen ons gunsten kan bewijzen. Een collega van mij in de NPB heeft een alternatieve tekst geschreven. God is daarin geen vader of moeder, hij is niet in de hemel, en je kan hem niet van alles vragen, wel kan je hem danken en hopen dat hij in je blijft wonen.

Daarboven in de hemel
daar woon je niet meer God
Je wil is geen wet meer
en je rijk is nog niet gekomen

Maar je woont nu in mij
en daar zul je altijd blijven
Je rijk is nog niet uit
en al is je wil geen wet meer
jij leeft voort in mij

Ik dank je voor alles wat je me geeft
en voor alles wat je me vergeeft
nu al zoveel jaren
waarin je mijn verlangens af en toe vervult

Blijf in mij wonen
zodat ik kan blijven zoeken
naar de bron die jij bent
naar het leven dat jij voor ogen hebt

Amen

 

ds. Peter Korver