Overweging 25 februari: Verraad

Er zullen weinig dingen zijn die we een ander zo kwalijk nemen als verraad. Die ander heeft eens gezegd: je kan op mij rekenen, ik ben er voor jou, als het moeilijk wordt kan je op mij terugvallen. En als het moment daar is, op het beslissende moment, laat hij of zij je in de steek. Het waren maar holle woorden geweest, uiteindelijk kiest hij of zij voor zichzelf, laat jou aan je lot over, of – het kan nog erger – spant samen met je tegenstander. Iemand die veilig voor je was, blijkt juist een gevaar.

Ieder van ons heeft mensen nodig op wie we kunnen rekenen, echte vrienden dus. Als je een huwelijk aangaat, dan praat je over ‘trouwen’. Je belooft elkaar trouw te zijn, wat er ook gebeurt, in goede en in kwade dagen, ja, ‘tot de dood ons scheidt’. Je belooft elkaar te helpen en te steunen waar dat nodig is.

Bij een huwelijksbevestiging in de kerk zegt de ene partner bijvoorbeeld aan de andere:

ik aanvaard jou, mijn man, mijn vrouw,
als een geschenk uit Gods hand,
en ik wil je liefhebben en trouw zijn,
in rijkdom en armoede,
in gezondheid en ziekte,
in lichte en donkere dagen,
ons leven lang.

De betekenis van trouw zit er niet in dat je er voor elkaar bent als je verliefd bent, als je het leuk samen hebt, zolang als je gezond bent, rijk bent, maar juist als het even niet meer zo leuk is. Het is dan ook ingrijpend als een ander zijn of haar trouw aan jou opzegt. Het is alsof het fundament waarop je staat, de vloer onder je voeten, wegvalt. Je kan die ervaring opdoen als een huwelijk stuk loopt, als een kind van je het contact verbreekt, een vriend je niet meer wil zien.

We op weg naar Pasen. Anderhalve week geleden, met As-woensdag, begon de 40-dagentijd. In deze periode staan we stil bij het lijden van Christus en bij thema’s als trouw en verraad. In het lijdensverhaal speelt dat een belangrijke rol. Petrus, die tot de intieme vrienden van Jezus behoort, is bang en doet als het erop aan komt alsof hij Jezus niet kent. Hij wil hem niet meer kennen en zegt dat tot driemaal toe. We zeggen dat hij Jezus verloochent. Maar is het niet gewoon een vorm van verraad? Een andere leerling, Judas, maakt het nog veel erger. Hij is bereid de vijanden van Jezus in het donker te loodsen naar de plek waar zij hem kunnen vinden en arresteren. Hij ontvangt daarvoor het bedrag van dertig zilverlingen, dat is het bedrag waarvoor je een slaaf kon kopen. Judas verkoopt zijn meester als een slaaf.

In de Grote Kerk van Naarden kan je het lijdensverhaal volgen door omhoog, in het gewelf te kijken. Daar vind je op houten panelen, als een stripverhaal, de opeenvolgende scènes afgebeeld. Zo leefde de gelovige bij ieder kerkbezoek mee met Jezus. Het was het ‘prentenboek’ voor het eenvoudige en ongeletterde volk, de Bijbel van de armen.  Op de omslag van de liturgie ziet u links de tweede afbeelding, Judas die in de hof van Getsemane komt met een grote bende, met zwaarden en knuppels bewapend. Die is door de hogepriesters gestuurd. Met hen heeft Judas een teken afgesproken. ‘Degene die ik kus, die is het, die moet je gevangen nemen.’ Hij slaat zijn rechterarm om de schouder van Jezus en met zijn andere arm trekt hij hem naar zich toe om hem een kus te geven. Judas is kleiner afgebeeld als Jezus en staat links van hem. Links is in de kunst de plek van de slechteriken. In het Latijn is het woord voor links sinister, een woord dat ook duister of bedreigend kan betekenen. De hoofdpersonen dragen lange kerkelijke gewaden, de bijfiguren 16e eeuwse burgerkleding. Een bendelid houdt dreigend een knots boven zijn hoofd. In die ene schildering zijn meteen de daarop volgende momenten afgebeeld. Jezus aan de handen gebonden. Links een van zijn leerlingen die voor hem wil opkomen en naar het zwaard grijpt. Volgens het evangelie van Johannes is het Petrus. Die heeft een zwaard meegenomen om zijn meester te beschermen en treft daarmee de slaaf van de hogepriester en slaat hem zijn rechteroor af. De naam van de slaaf is Malchus. Die naam doet ertoe, want die betekent koning. Dat is vreemd als je een slaaf bent. Hij ontmoet hier de ware koning, Jezus, die zich echter – als we Paulus lezen –  ontledigd heeft, de gestalte van een slaaf aangenomen, de mensen gelijk is geworden.  De wereld op zijn kop. We zien Malchus van pijn vertrokken neervallen. Hoe het met hem afloopt lezen we in weer een ander evangelie, dat van Lucas: Jezus raakte het oor aan en genas de man. Over het optreden van Petrus zegt Jezus nog: “Steek je zwaard terug op zijn plaats. Want wie naar het zwaard grijpt, zal door het zwaard omkomen.” Een uitspraak die nogal eens gebruikt is door pacifistische christenen die elke vorm van geweld en militarisme verwerpen. We kijken hier naar een dramatisch moment. Jezus, die gezien wordt als de zoon van God, de verlosser van de mensheid, wordt verraden door een van zijn intimi, terwijl een andere leerling vervalt tot geweld.

De schilderingen dateren uit 1518. Nu was in die tijd de theologische gedachte dat het evangelie al verscholen lag in de verhalen van het oude testament. Elke scene uit het lijdensverhaal heeft een voorafbeelding in die veel oudere joodse boeken. Het heilige boek van de Joden is in feite niet anders dan één grote verwijzing naar de Jezus die gaat komen. Joodse gelovigen zijn niet blij met die opvatting. Zo wordt onrecht gedaan aan de eigen betekenis van deze boeken. We kunnen ook snappen dat christenen vanuit hun geloof overal tekens zagen van hun verlosser. Op de omslag ziet u rechts hoe de schilder van het gewelf in Naarden, Jacob van Oostzanen, als voorafbeelding van het verraad van Judas een oudtestamentisch verhaal van verraad heeft geplaatst. Het is de geschiedenis van Amasa, rechts op de afbeelding. Hij dient in het leger van koning David. Als Absalom, de zoon van de koning, tegen zijn vader in opstand komt om de macht te grijpen, stelt hij Amasa aan als zijn legeroverste. Daarmee verraadt Amasa koning David. De opstand wordt echter neergeslagen. De legeraanvoerder van David is Joab. Hij moet met lede ogen toezien dat zijn koning na korte tijd Amasa in genade aanneemt en hem zelfs stelt op zijn plek. Hij, Joab, moet plaatsmaken voor de verrader. Als ze elkaar tegenkomen, wendt Joab verzoening voor. Hij nadert Amasa en roept hem al toe “Is alles goed met je Amasa?” We zien hier hoe hij met zijn rechter hand Amasa naar zich toe haalt om hem te kussen. Maar met de andere steekt hij hem met een dolk in de rug zodat hij sterft. De schilder permitteert zich een dichterlijke vrijheid, want in de bijbeltekst staat dat Joab hem met zijn zwaard in de buik steekt.

Is het lijdensverhaal van Jezus al een gruwelijk verhaal van verraad, marteling en moord, het verhaal van Joab en Amasa is dat evenzeer. De wereld van koning David wordt beheerst door geweld, verraad en wraak. Het is één grote strijd om de macht en mensenlevens lijken niet te tellen. Vanuit ons leven in het 21e eeuwse Nederland vinden we dit maar akelige verhalen. Wij kennen al driekwart eeuw geen oorlog, het leven hier is relatief rustig en vreedzaam en veel mensen zijn ongekend welvarend. Met afschuw horen we die gewelddadige bijbelverhalen en vragen ons af: kan een zo gewelddadig boek een heilig of inspirerend boek voor ons zijn? (Madelief, die zojuist het verhaal van Joab voorlas, mailde mij eerder, toen ze thuis kennismaakte met dit gedeelte: Wat een luguber verhaal van Joab…)  De vraag is wellicht of de bijbel niet veel realistischer is als het over de mens gaat dan wij willen zien. Als wij uit onze comfortzone stappen en werkelijk tot ons toelaten hoe de wereld in elkaar zit, en zien wat er gebeurt in Syrië nu, wat nog maar 75 jaar geleden hier in Europa plaats vond, kijkt misschien met meer herkenning naar wat de bijbel aan de orde stelt.  Vervolgens mogen we letten op wat de christelijke boodschap is dat uit al dit geweld naar boven komt.

Op de verraderlijke kus zegt Jezus slechts: ‘Vriend, ben je daarvoor gekomen?’

Op het geweld van Petrus die een oor afslaat bij Malchus: ‘Steek je zwaard terug op zijn plaats. Want wie naar het zwaard grijpt, zal door het zwaard omkomen.’

Als hij vals wordt beschuldigd als hij voor de hogepriester staat, dan gaat hij er niet tegenin: ‘Maar Jezus bleef zwijgen.’

Geweld is lang niet altijd op te lossen met tegengeweld. Soms kan volstrekte geweldloosheid het antwoord zijn dat geweldenaars verlegen en beschaamd maakt. Zoals Gandhi dat kon.

Amen.

ds. Peter Korver