Overweging 23 september

Elke Bijbellezer loopt er tegenaan: Israël dat de Kanaänitische volken uitroeit. Niet als een vergissing, maar op bevel van God zelf. Je hoeft niet overdreven kritisch te zijn om daar moeite mee te hebben. Het zou veel makkelijker zijn als zulke teksten niet in de Bijbel stonden. Hoe kan het dat een God van liefde zoiets beveelt?

Israël krijgt de opdracht om de volken die in Kanaän wonen, uit te roeien. Het gaat in Deut. 7 echt om uitroeiing, niet ‘slechts’ verdrijving, zoals wel gezegd is. Dat is echter geen doel in zichzelf. Deze volken moeten niet verdwijnen, omdat Israël op die plaats wil wonen, of uit vreemdelingenhaat. De nadruk ligt op het doel van de uitroeiing: Israël bewaren bij de dienst van de Ene God alleen. Israël is immers een heilig volk, dat de Ene God moet dienen. Wanneer de Kanaänitische volken in leven zouden blijven, zouden ze Israël verleiden om de afgoden te gaan dienen (Deut. 7: 4).

Veel christenen voelen een licht ongemak zodra het thema ‘religie en geweld’ ter sprake komt. En dat thema is dagelijks aan de orde sinds terroristen in naam van Allah aanslagen plegen. Dan komt vervolgens niet alleen de Islam als geheel in discussie, maar de godsdienst als geheel. En ook het christendom wordt aangesproken op een mogelijk gewelddadig karakter. Nee, niet op aanslagen door christen-extremisten. En ja, wij hebben de kruistochten op ons geweten, maar is dat niet érg lang geleden? Toch lijken kerk en christendom daar vandaag niet mee weg te komen. Het verwijt blijft klinken. Het lijkt voor veel mensen te kleven aan elke vorm van godsdienst. Die gewelddadige verhalen in de bijbel. Het zou nog altijd onverdraagzaamheid, gelijkhebberigheid, fanatisme en geweld in de hand werken.

Laten we ons daar eerst maar eens rekenschap van geven.  Kerkgangers van de grote kerken, de PKN en de katholieke kerk hebben het wat dat betreft moeilijker dan vrijzinnigen. Waarom? Nou, zij volgen van zondag op zondag een vast leesrooster zodat de hele bijbel, en alle teksten, ook de meest gewelddadige, een keer in de drie jaar gelezen en besproken moeten worden. Het is immers allemaal woord van God? Vrijzinnigen lezen in de dienst alleen wat hen aanspreekt. Als een tekst hen tegenstaat slaan ze die gewoon over. En ze hebben geen enkele moeite om vreselijke teksten ook vreselijk te noemen. Het zijn uiteindelijk mensen die ze geschreven hebben, ze komen niet van God zelf. Om met Kuitert te spreken: elk spreken over boven komt van beneden.

Laten we eerst eens kijken naar de geschiedenis van het christendom. Het eerste is dat de eerste christelijke gemeentes het gebod Gij zult niet doden en Jezus woorden van geweldloosheid serieus namen. Zalig de vredestichters, want zij zullen kinderen Gods genoemd worden. Bij zijn arrestatie grepen de mannen van de hogepriester Jezus. Eén van zijn eigen leerlingen trok zijn zwaard. Hij raakte de slaaf van de hogepriester en hakte het oor van de man eraf. Maar Jezus zei tegen hem: ‘Doe je zwaard weg. Want mensen die geweld gebruiken, zullen door geweld sterven. Wie het zwaard gebruikt, zal door het zwaard omkomen.

In het NT staat dan ook helemaal niets over het gebruik van geweld om het koninkrijk van God uit te breiden. Geen jihad of zo. Een van de redenen dat er soms vervolgingen van Christenen waren in die eerste tijd dat de Romeinen de baas waren: ze waren geen goede Romeinen. Ze wilden de keizer geen goddelijke eer brengen en ze wilden niet dienen in het leger, het rijk dus niet met wapens verdedigen. Geestelijken, priesters en monniken mochten sowieso geen geweld gebruiken, en daarom ook geen wapens dragen. Zij dienen een geestelijke strijd te voeren, tegen de machten van het kwaad, en daartoe dienden zij een rein leven te leiden. Gebed en versterving werden minder krachtig als zij werden bezoedeld door bijvoorbeeld seksuele betrekkingen of het doen vloeien van bloed. Al in de vierde eeuw merkte Ambrosius, de bisschop van Milaan, op: ‘de lust om oorlog te voeren wordt nu geacht vreemd te zijn aan ons ambt’. Een eeuw later werd het verbod aan geestelijken om wapens te dragen verheven tot rechtsnorm. Maar het zegt ook iets dat het nog vaak herhaald moest worden.

Het ging fout toen de Jezusbeweging, het vroege christendom, zich ging verbinden met de keizer, met de staat en staatsgodsdienst werd. Toen moesten christenen wél in het leger dienen. Toen werd de kerk een machtsinstituut met alle gevolgen van dien. Het betekende zoveel als de zondeval van het christendom.

Dit jaar is het 90 jaar geleden dat de prominente Remonstrantse hoogleraar G.J. Heering zijn boek De Zondeval van het Christendom publiceerde, ‘een studie over Christendom, staat en oorlog’. Het boek wordt ook wel ‘de bijbel van de pacifisten’ genoemd, want Heering behandelt daarin een groot aantal onderwerpen en doet dat buitengewoon grondig.  Het is een vlammend protest tegen de oorlog. Dat leidde tot veel bevreemding en vragen bij de nette en burgerlijke vrijzinnigen, die het pacifisme maar iets bedreigends en iets socialistisch vonden. In De Zondeval beschrijft Heering wat hem motiveert. Het was de Eerste Wereldoorlog met al zijn gruwelen die Heering ‘bekeerd’ had. Het was zijn diepe overtuiging dat het christendom moet worden ‘losgeslagen van de oorlogsidee’.

Door de hele geschiedenis heen zijn er al mensen geweest (en niet alleen Christenen) die dachten dat God hen had geroepen om zijn doelen met geweld te volbrengen en Christenen zijn daar geen uitzondering op. Dat zou ons niet moeten verbazen. Alle mogelijke politieke systemen zijn eveneens verantwoordelijk geweest voor oorlogen, dood en vernietiging, en enkele van de meest brute geweldplegers waren atheïsten, denk aan Stalin of Hitler.

Bij de verbreiding van het christendom, de kerstening van Europa, werd geweld gebruikt. De missionarissen lieten zich beschermen door gewapende escortes en wisten zich op afstand gesteund door wereldlijke machthebbers die via de bekering op grote schaal een machtsbasis voor zichzelf creëerden. Eén volk, verenigd onder één gezamenlijk godsdienst en één vorst. Tegelijk betekende het christendom een tegenkracht voor het alom aanwezige eerwraak. Dat eindeloos wraak op wraak nemen werd door de kerk krachtig bestreden en dat gold ook voor riddertoernooien. Daarnaast was er weer het geweld tegen ketters, joden en heksen, de kruistochten, gesanctioneerd of georganiseerd door de kerk. Dat alles staat haaks op wat Jezus leerde. Marten Toonder, de schrijver van de Heer Bommelverhalen, noemde zich om die reden ‘anti-christelijk maar niet anti-Christus’. Mahatma Gandhi zei: Ik verwerp Christus niet. Ik houd van hem. Het is alleen dat zoveel christenen niet zo lijken op hun Christus.

Tegenover de Jezus die geen macht kende, geen bezit had, geweld afwees en geweld uit de weg ging, staat dus de kerk die een eigen weg ging, eentje van een machtsinstituut, met grote bezittingen en soms gewelddadige trekken. Daarbij komt haar heilige boek, de bijbel, dat naast de bergrede en andere pleidooien voor vrede ook gewelddadige verhalen kent. Ongeveer 10% van de teksten valt daaronder. Theologen moeten uitleggen waarom die tien procent geweld in de Bijbel staat. Daar is iets zinnigs over te zeggen.

Eén ding eerst. Het is zeer onwaarschijnlijk dat de slachtpartijen waarover de Bijbel spreekt inderdaad zo hebben plaatsgevonden. Ik denk dat we op dit punt het historisch onderzoek serieus moeten nemen en dat wijst als het gaat om het binnentrekken van het Beloofde Land meer in de richting van een geleidelijke, tamelijk vreedzame vestiging van stammen die zich later Israëlieten gingen noemen. De Bijbel beoefent geen geschiedenis in de moderne zin van het woord. Dat is één. En twee: wat de Bijbel op dit punt beschrijft, is een uitdrukking van het besef dat het heidendom weg moet: de eredienst aan de afgod Baäl, de vruchtbaarheidsreligie, de kinderoffers. Dat wist men destijds kennelijk niet anders uit te drukken dan in een verhaal over de vernietiging van deze heidenen. Ten derde: de Bijbelschrijvers zitten als ze deze verhalen opschrijven in de positie van de underdog. We hebben het dan over de periode voorafgaand aan en tijdens de Babylonische ballingschap. Dat is een spannende tijd voor het koninkrijk Juda. Vijandige legers bedreigen land, stad en tempel, en uiteindelijk ook het volk zelf. Dit brengt de felheid aan in hun woorden.

In de bijbel loopt ook een weg van geweld naar vrede. Zalig de vredestichters, want zij zullen kinderen Gods genoemd worden. Die uitspraak staat tussen de gewelddadige werkelijkheid die ook de bijbel schetst hoog verheven, als op een berg, als een licht, dat niet onder de korenmaat gezet kan worden.

Elke religie is een poging om een zinvolle invulling te geven aan ons bestaan en aan ons samenleven. Daarvoor doen ze een beroep op dat wat ons overstijgt, dat groter is dan wij en er al was voordat wij er waren en er zal zijn als wij er niet meer zijn. Een eeuwig beginsel, een eeuwige moraal. En terwijl de stichters van de grote godsdiensten en de schrijvers van de heilige boeken dat onder woorden aan het brengen waren, maakten zij gewoon deel uit van hun tijd, van de cultuur van toen en ondergingen ze de invloed van hoe er toen gedacht werd over goed en kwaad.

Vrede is een keuze. Je leeft niet met vrede omdat de bijbel dat eist, maar omdat je er bewust voor kiest. Je kunt er op elk moment voor kiezen niet (meer) terug te slaan. Maar voor die keuze is wijsheid, moed en doorzettingsvermogen nodig. Maar het goede nieuws is: vrede kun je leren. Er is een boekje verschenen met juist die titel Vrede kun je leren. “We weten hoe we ons moeten voorbereiden op oorlog, maar het is dringend noodzakelijk ons te trainen in vrede”, zo zeggen de schrijvers. Hun stelling is: vrede is een vaardigheid, een levensstijl. Je moet eraan werken met dezelfde toewijding waarmee je een nieuwe taal leert spreken, of leert voetballen. Het vraagt om training en aandacht. Vrede vraagt om discipline, zo zeggen zij, om te leren leven met jezelf en met de ander. Veel mensen pleiten daarom -net als bovenstaande schrijvers- voor meer vredeseducatie op bijvoorbeeld scholen, waar kinderen sociale vaardigheden leren (omgaan met conflicten) of kennis opdoen over mensenrechten. Maar ook mondiaal burgerschap: een houding van solidariteit en verantwoordelijkheid voor anderen in de samenleving en opkomen voor diegene die onrecht wordt aangedaan. Het is een ideaal dat we als geloofsgemeenschap handen en voeten kunnen geven. Ik besluit met de groet waarmee volgelingen van Franciscus van elkaar afscheid nemen: Pax en bonum, ofwel, Vrede en alle goeds!

ds. Peter Korver