Overweging 22 februari

MichelangeloOptimisme

God zag dat alle mensen op aarde slecht waren. Ze bedachten alleen maar slechte dingen. Hij kreeg er spijt van dat hij de mensen gemaakt had. Daarom zei hij tegen Noach: Ik ga een eind maken aan het leven van alle mensen. Want ze zijn slecht en oneerlijk. Daarmee begint in de bijbel het grootse epos van Noach en de grote overstroming, de zogeheten zondvloed.  Kunt u zich voorstellen dat mensen ooit begonnen zijn zo een verhaal te vertellen? Dat alles en iedereen wordt weggespoeld van de aarde, dat er een grote schoonmaak wordt gehouden en er eindelijk rust en vrede is. De gedachte ook dat de komst van de mens op de aarde niet zo’n goed idee geweest is, dat de mens er maar beter niet had kunnen komen.  En dat er dan een kracht is die boven al die mensjes uit gaat en zegt: het is nu wel mooi geweest, ik ruim de hele boel op.

Wie de afgelopen week het heeft aangedurfd om elke dag het nieuws tot zich te nemen, kan zich er vermoedelijk wel iets bij voorstellen. Dinsdag werd ons na zeventig jaar in herinnering gebracht wat er in Auschwitz ook alweer gebeurd was. De grootste verschrikking, ja misdaad die de menselijke soort heeft voortgebracht, uniek voor welk levend schepsel ook: het wreed en nodeloos martelen en doden van de eigen soort, met miljoenen tegelijk.  Een volstrekt irrationele haat tegen een groep weerloze mannen, vrouwen en kinderen met een eigen geschiedenis en cultuur, Joden.  En waar we denken dat we na dat orgie van geweld hier in ons eigen Europa nu ontnuchterd zijn en hebben gestameld ‘dit nooit meer’ daar maken we nu mee dat zeventig jaar later opnieuw in Europa joden wreed worden vermoord, omdat ze jood zijn en boodschappen halen in hun supermarkt.  En er zijn jonge mensen genoeg die met passie en overtuiging grootschalig geweld opzoeken en eraan meedoen om hun soms troosteloze, kansloze bestaan te ontvluchten, en voor de spanning.

Opvallend dat verhalen over de noodzaak om grote schoonmaak te houden al  meer dan 25 eeuwen terug zijn opgeschreven, niet alleen in Israël, maar ook in Irak, in het Gilgamesh-epos.Het is goed om te beseffen dat het verhaal van Gilgamesh en dat van Noach geen verhaaltjes of sprookjes zijn, maar serieuze zoektochten naar zingeving. Het gaat daarin om vragen die mensen zich stellen als ze om zich heen kijken. Ze zijn niet nieuwsgierig naar wat er gebeurd is in een lang verleden, maar willen begrijpen met welk doel alles om ons heen gebeurt. Waartoe is de wereld geschapen, waartoe is de mens er? Welke rol heeft de mens? De mens die toegerust is met het vermogen over zichzelf na te denken, de mens die een intelligentie heeft meegekregen waarmee hij kan ingrijpen in de natuur, de mens die kennis heeft van goed en kwaad.

Die vragen van waartoe toch spelen vandaag ook een rol in het verhaal van de Ark van Noach. Een prachtig en beeldend verhaal. Op de tweede scheppingsdag scheidde God het water onder het uitspansel van het water erboven. En het uitspansel noemde God hemel. Volgens de ene traditie ontstaat de vloed doordat het water boven het uitspansel zich vermengt met het water onder het uitspansel, waardoor de chaos van het begin weer terugkeert. Volgens de andere traditie (van Genesis 7) wordt de vloed veroorzaakt door een veertig dagen durende stortregen. Hoe ook, je ziet het voor je: hoe de hele aarde onder water loopt als alle bronnen van de diepte losbreken en de sluizen van de hemel opengaan. In gewone taal: als er overal water uit de grond komt en er water uit de hemel stroomt. De mensen klimmen in de hoogste bomen of vluchten naar de toppen van de hoogste bergen om  te ontkomen aan de vloed. In gedachten zie je de schitterende fresco’s, de schilderingen van Michelangelo in het gewelf van de Sixtijnse Kapel in Vaticaanstad.  Wanhopige mensen zoeken toevlucht op een bergtop, in de ijdele hoop veilig te zijn voor het wassende water. Anderen proberen onder een doek te schuilen tegen de regen. In het midden dreigt een bootje om te slaan. Op de achtergrond is de ark van Noach te zien, het enige schip dat de zondvloed zou doorstaan.

Het is een mythisch verhaal, dus niet zo gebeurd maar wel waar. Het verhaal is door mensen bedacht om in symbolentaal iets wezenlijks uit te drukken in een beeldende taal. Wat er doorklinkt: mensen we gaan aan onze slechtheid te gronde, het leven zelf wordt door ons egoïsme, onze hebzucht en naijver bedreigd. Hoe kunnen we het leven bewaren? Door terwijl het leven rondom ons ten onder gaat, het leven ook in de kiem te redden. Van ieder leven een mannelijk en een vrouwelijk exemplaar in een apart doosje te doen en te bewaren voor betere tijden. Een ark is niet een boot, zoals kinderbijbels dat tekenen en zoals de Bijbel in gewone taal ervan maakt, maar een kist. Daarin wordt het leven overgebracht van een voorbije wereld naar een nieuwe wereld, zoals ook het biezen mandje van Mozes, een kist is waarin hij en zijn volk overgaan van een slavenbestaan naar een vrij leven in een nieuw land. Het verhaal van de ark verwijst voor christenen ook naar het graf van Christus dat voerde van dood naar het leven. Daarmee ademen bijbelse verhalen steeds van nieuw uitzicht, nieuw leven, nieuwe toekomst. Ze hebben weet van ondergang, teloorgang, dood, van uitzichtloze situaties, die toch steeds weer doorgang betekenen voor toekomst.  Het feest van de uittocht uit de slavernij in Egypte, het Joodse feest Pesach, wordt gevierd in de lente, het christelijke Pasen als afgeleide daarvan ook. Nieuw leven.

De ark van Noach vindt weer vaste grond op een schoongespoelde, gezuiverde aarde en daar mag het leven opnieuw beginnen. En daar gaan ze: mannetje schaap en vrouwtje schaap, mannetje kameel en vrouwtje kameel, mannetje olifant en vrouwtje olifant, mannetje mens en vrouwtje mens en het hele circus mag het weer gaan proberen. Loopt het nu beter? Of is de mens onverbeterlijk? We weten wat er daarna allemaal kwam. Profeten waarschuwen tevergeefs tegen de wandaden tegen recht en vrede, de tempel wordt verwoest, het volk verspreid over de aarde, de diaspora. En we weten ook van de tijd na het voltooien van de bijbel, waartoe de mens dan in staat is. Tot aan Auschwitz toe, tot aan de verschrikkingen in Syrië toe. Maar de bijbel gelooft in het leven, in de bron van alle bestaan. Want God zal de mensheid nooit meer ten onder laten gaan in een vloed. ‘Ik plaats mijn boog in de wolken; die zal het teken zijn van het verbond tussen mij en de aarde. Wanneer ik wolken samendrijf boven de aarde en in die wolken de boog zichtbaar wordt, zal ik denken aan mijn verbond met jullie en met al wat leeft.’

Eind goed, al goed, dat verhaal. Want, wat er ook allemaal verder mis kan gaan, met zijn boog in alle kleuren aan de hemel heeft de Eeuwige beloofd, ons nooit meer weg te spoelen.

Toch zijn er mensen die dit optimisme niet delen. En wanneer wij enkele keren per dag met het journaal en met de krant alle kwaads en al het geweld van de hele wereld geconcentreerd bij ons binnen laten komen, dan kan het geloof in doem bezit van ons nemen. Dat kan niet lang meer goed gaan. Zou er voor onze kleinkinderen nog een toekomst zijn op deze aarde?  Is dit doemdenken realistisch? Of is optimisme realistischer?  Welnu, het laatste schijnt het geval te zijn.

Onderzoekers komen echter tot het inzicht dat de mens voortdurend vredelievender wordt. Natuurlijk zijn we in aanleg ook wraakzuchtig en wreed. Maar, zoals primatoloog Frans de Waal altijd betoogt: dieren en mensen zijn zowel agressief en xenofoob als meevoelend en sociaal.

Onze soort, Homo sapiens slaagt er steeds beter in, stelde socioloog Norbert Elias in Het Civilisatieproces uit 1982, om de kwade krachten in onszelf te beteugelen. Als gevolg daarvan neemt het geweld op straat af, net als het aantal verkrachtingen, het aantal oorlogen en de smerigheid daarvan.

Hoe komt dat? Er zijn legio verklaringen. Daar zitten verrassende bij. Diverse onderzoekers wijzen erop dat mensen door het lezen van romans hebben geleerd om zich in de ander te verplaatsen. Zo heeft De negerhut van Oom Tom van Harriet Beecher Stowe uit 1852 een grote rol gespeeld in de afschaffing van de slavernij.

Het ontstaan van de staat wordt door bijna alle deskundigen als cruciaal beschouwd. In primitieve samenlevingen stierven vijftig maal zoveel mensen door oorlog, moord en doodslag. Analyse van prehistorische begraafplaatsen, maar ook observaties bij huidige gemeenschappen van jagers annex verzamelaars leren dat bij hun oorlogen 20 tot 60 procent van de bevolking stierf, terwijl het aantal slagvelddoden in de twintigste eeuw minder dan 1 procent vormde van de oorlogvoerende volkeren. Voor er staten bestonden, vochten hele dorpen en volken met elkaar, daarna is het uitbesteed aan legers.

De wereld is kosmopolitischer geworden. Veel mensen voelen zich door al dat reizen, de televisie en Facebook niet alleen deel van een etnische of religieuze groep maar ook wereldburger. Daardoor is er meer empathie voor mensen die er anders uitzien en andere gebruiken hebben.

We zijn al een heel eind. In enkele tientallen jaren is Europa veranderd van een instabiel oorlogsgebied tot een unie. Een unie waar we een heleboel op aan te merken hebben maar die oorlog ondenkbaar heeft gemaakt. Er zijn dus aanwijzingen dat de toekomst voor de mensheid alleen maar beter wordt. Natuurlijk, regelmatig zal er een terugval zijn, een oorlog, een ramp, een epidemie, maar per saldo gaan we vooruit.

Over de aarde heeft God zijn regenboog gespannen. Alle kleuren gaan samen en geven met elkaar schoonheid en vrede. Van potten met goud aan de uiteinden wordt niet gerept in het bijbels verhaal. Daar verlangen  we ook niet meer naar als we vrede hebben gevonden met onszelf.

Amen.

ds. Peter Korver