Overweging 1e Kerstdag

DE LANGSTE WEG IS DE WEG NAAR BINNEN

Als er één feest is dat we het liefst in een huiselijke en besloten kring vieren is het kerstmis wel. Het liefst zijn we in de kring van familie en degenen die het meest nabij zijn en dat we het goed hebben met elkaar. Verbonden, in vriendschap. Voor wie in een ver land verblijft voelt de heimwee vaak het meest met kerst. Als er iets is dat haaks staat op het feest dan is het oorlog en ver weg zijn van degenen die je dierbaar zijn. Dat is voelbaar in een bekend kerstlied dat is ontstaan tijdens de tweede wereldoorlog. Amerikaanse soldaten overzee droomden ervan thuis te kunnen zijn met kerst. De toen beroemde zanger Bing Crosby vertolkte hun gevoelens met het lied: I’ll be home for Christmas. De soldaat schrijft aan zijn familie een brief dat hij met kerst  thuis zal zijn en hij vraagt ze om te zorgen voor sneeuw, voor cadeautjes onder de boom. De song eindigt met een melancholieke zin: Ik zal met Kerstmis thuis zijn, al was het alleen maar in mijn dromen.

Thuis komen met kerstmis. De hoofdrolspelers van het kerstevangelie zelf leken meer op die gestreste soldaten dan op ons, romantische kerstvierders. Zij zaten niet gezellig thuis. Er wordt in het kerstverhaal heel wat onrustig gereisd. Als Maria van de engel de aankondiging heeft gekregen dat ze zwanger zal worden, gaat ze snel op reis, naar haar verwante, Elisabeth, dat is een reis van Nazareth in het noorden van Israël naar Jeruzalem, in het bergland van Judea. Daar blijft ze drie maanden en reist dan terug. In de volgende episode van het geboorteverhaal komt het bevel van de keizer om opnieuw naar Judea te reizen, nu met Jozef, naar een plaatsje, Bethlehem, niet ver van Jeruzalem, en verblijven noodgedwongen in een stal. Daar bevalt Maria van haar kind, maar rust is ze niet gegund. Een engel zegt in de droom van Jozef: Sta op. Je moet met Maria en het kind naar Egypte vluchten, want koning Herodes wil het kind doden. En zo is deze heilige familie gelijk een vluchtelingengezin. Het wachten is op de dood van de wrede koning en daarna gaan ze opnieuw op reis, nu terug naar Nazareth, naar huis. (…..)

Dat was dus kerstmis voor de hoofdrolspelers. Maar ook voor de bijrolspelers is er veel onrust en beweging. Er is druk verkeer vanuit de hemel.

  • De engel Gabriël daalt neer om Maria een kind aan te kondigen.
  • Een engel verschijnt aan de herders en een hemels leger van engelen daalt neer om God te eren en vrede te verkondigen voor alle mensen.

En dan zijn er de drie wijzen uit het oosten die uit het oosten zijn komen reizen, een ster achterna, om de nieuwe koning der Joden te begroeten. In Jeruzalem krijgen zij een opdracht van Herodes om het kind te zoeken en de verblijfplaats vervolgens te melden. Daarna wordt hun terugreis ook een soort vlucht voor deze koning.  Nee, het kerstverhaal is niet knus, huiselijk gebeuren. Het zit vol onrust en dreiging, gejaagdheid en vlucht. En nu, 2000 jaar later, is dat helaas heel herkenbaar voor wie kerst moet vieren op de schroeiplekken van deze aarde.

Konden wij met kerstmis maar even vluchten voor de hardheid van het bestaan. Thuis zijn, de gordijnen dicht, de open haard op behaaglijk warm, een goed glas wijn. De boze wereld buiten houden, geen kranten, geen tv, geen internet, geen Trump, geen vluchtelingen, geen aanslagen, geen Syrië, geen PVV.  Een escape uit de harde werkelijkheid, waar niet alleen de winter voor kou zorgt. Het maatschappelijke klimaat lijkt meer dan ooit kil te zijn. Mensen spreken elkaar in bitsige, bijtende taal toe. Verlangen we niet weer naar vriendelijkheid en naar vertrouwen in elkaar? De onvrede die zovelen voelen heeft lang niet altijd te maken met de anderen. De onvrede zit ook of vooral in jezelf. Kerstmis mag een aanleiding zijn om eens naar binnen te kijken. Hoe kom ik weer eens thuis bij mijzelf? Waar en wanneer kan ik in rust eens het gesprek met het leven kan aangaan, een echt gesprek hebben met mijzelf, met mijn partner of met God.

Mensen die Jezus ontmoetten voelden dat hij zo iemand was met wie je eens een echt gesprek zou willen hebben, dat gaat over wat er echt toedoet. U en ik komen in ons leven ook wel eens iemand tegen, iemand aan wie je je optrekt, die opeens een wereld voor je opent. Dat kan een bijzondere collega zijn, een vriend, maar ook een schrijver die je ontmoet in zijn werken.

Voor mij is de Zweed Dag Hammarskjöld zo iemand.  Hij was secretaris-generaal van de Verenigde Naties, een vermaard diplomaat met groot gezag en hij had nooit rust, zo leek het wel, hij reisde aan een stuk door, op vele vredesmissies, de hele wereld over. In het jaar 1961 kwam Dag Hammarskjöld op 56-jarige leeftijd in Afrika bij een vliegtuigongeluk om het leven. Hij was daar om een conflict bij te leggen in de toenmalige (Belgische) Kongo. Hammarskjöld was tijdens zijn leven een bekend en vermaard diplomaat, met groot gezag in de internationale politiek. Wat hem echter ten diepste bewoog kwam aan het licht, toen men na zijn dood in zijn flat in New York een soort dagboek vond met de titel Merkstenen. Opeens werd de ‘buitenkant’ van deze internationale politicus aangevuld met een tot dan toe onbekende ‘binnenkant’. Wat mensen van hem zagen was dat hij altijd druk, zeer druk was, van vergadering naar vergadering ging, van land naar land. Je zou denken: iemand die nooit aan zichzelf toekwam, geen stilte kende en alleen maar onderweg was, weg van zichzelf en geen gelegenheid had en zocht voor de weg naar binnen, naar dat wat er werkelijk toe doet in het leven. Maar die gelegenheid nam hij nadrukkelijk wél. Hij schreef in Merkstenen: de langste weg is de weg naar binnen. Jezelf vinden, God vinden, daarvoor moet je een reis naar binnen maken die meer tijd neemt, die meer hindernissen geeft dan welke andere taak je in de buitenwereld ook kent.

Hetzelfde kan je ook vragen aan de hoofdpersonen van het kerstevangelie. Voor ons een spiritueel verhaal over God en engelen. Maar hadden Maria en Jozef niet iets anders aan hun hoofd daar onderweg en in die stal? En werd de spirituele reis van de drie wijzen niet treurig verstoord door die koning Herodes? Een hoop onrust vanuit de wereld die ze afhielden van wat ze eigenlijk zochten?

Hammarskjöld beoefende vanaf zijn jeugd de bergsport. In het ruige bergland van Zweden trok hij in zijn eentje. Ervaren alpinisten leggen in een onbekend berggebied op belangrijke knooppunten een hoop stenen neer, als markeringen, als wegwijzers voor de weg terug. Merkstenen. De associatie met een bergtocht als beeld voor Hammarskjölds geestelijk zoeken ligt voor de hand. Het is een rusteloos dwalen met her en der een notitie, eenzame krassen in de harde wand van het menselijke bestaan.  Het dagboek begint met de volgende zinnen over de lange weg naar binnen:

Verder word ik gedreven, / een onbekend land in. / De grond wordt harder, / de lucht prikkelender, kouder. / Aangeraakt door de wind / vanuit mijn onbekende einder / trillen de snaren / in afwachting.

De kringen waarin Hammarskjöld zich bewoog hadden niets op met geloof en kerk. Men stond uiterst sceptisch tegenover de religie in het algemeen en bepaald vijandig ten opzichte van het christelijk geloofsgoed. Als student had Hammarskjöld volop dit rationale klimaat ondergaan. Het paste ook wel op een bepaalde manier bij hem, bij zijn buitenkant althans; afstandelijk, nogal koel, zakelijk, accuraat en to the point. Hij nam afscheid van deze dominante rationaliteit en ontdekte een geloof vanuit het hart, waarbij voor hem de hele mystieke wereld openging. ‘Ik wilde oprecht en ronduit een persoonlijk geloof opbouwen in het licht van de ervaring en van eerlijk nadenken.’ Dat is iets wat velen van ons herkennen.

Een persoonlijk ervaren geloof opbouwen is, zoals hij opschreef in 1950: “De langste reis is de reis naar binnen”. Hij koppelde vervolgens zijn innerlijke bezieling aan wat hem dagelijks bezighield: “De weg naar heiligheid gaat in onze tijd noodzakelijk via daden.” En hij werd een bruggenbouwer tussen mensen, tussen volken. Hij was een heel ander politicus dan een toenemend aantal in onze tijd die zich onderscheiden doordat ze muren willen bouwen, tegen Mexicanen, tegen Palestijnen, tegen vluchtelingen. Pinksteren 1961, vier maanden voor zijn dood, noteerde hij zinnen die beroemd zijn geworden en velen na hem hebben geïnspireerd: “Ik weet niet wie – of wat – de vraag stelde. Ik weet niet wanneer zij gesteld werd. Ik herinner me niet dat ik antwoordde. Maar eens zei ik ‘ja’, tegen iemand – of iets. Vanaf dat moment heb ik de zekerheid dat het leven zinvol is en dat mijn leven in onderwerping een doel heeft.”  Daarmee leek die lange weg naar binnen aangekomen te zijn op zijn bestemming. Hij kon de reis naar buiten gaan maken.

Kerstmis. Maria en Jozef, de herders, de wijzen, Dag Hammarskjöld. Ze waren allemaal onderweg en op zoek. Het was voor hen allemaal geen mooie, serene weg van stilte en schoonheid. Ze waren onrustig, opgejaagd en bedreigd, misschien net als wij.  Maar in de reis die ze naar binnen hadden gemaakt, vonden ze de route voor de weg naar buiten, in de heftige wereld. Kerstmis is een appèl op ons om voorbij de gezelligheid en romantiek en voorbij de hardheid van de buitenwereld de stilte te zoeken en daar de weg naar binnen te beginnen, een weg die ons stil maakt, iets van het goddelijk mysterie doet ervaren en op een verdiepte manier ons terugvoert naar de wereld die veel van ons vraagt en die veel van ons verwacht.

Amen

ds Peter Korver