Overweging 17 mei 2015: Wat is geluk?

Happiness depends on what you can give. Not what you can get.

Kent u de naam nog van ds Dick Werner? Hij was hervormd predikant en lang de voorganger van de NPB in Wassenaar. Voor de radio sprak hij columns uit. Hij schreef veel dichtbundels. Bij velen van u is er thuis wel een te vinden. Over onze wens om gelukkig te zijn, schreef hij het volgende:

Vliegen als een vogel
Ik wil vliegen als een vogel
Vrij zijn in de grote, open lucht
Ik wil weer opnieuw gaan leven.
Boven de wolken van de tijd
In de vrije adem zweven.
Ik wil vliegen als een vogel
Op weg naar dat grote warme land
Waar de harten sneller kloppen.
Onbelemmerd vrij van zorgen
Met de toekomst in de hand
Vliegen
Tot het niet meer licht is
En ik niet meer vliegen kan

HeppieJa, vliegen als een vogel. Je ziet ze voor je, die meeuwen die met hun vleugels wijd uitgespreid zich laten meevoeren op de wind, vrij zwevend. We zeggen het van iemand die in alle opzichten tevreden en gelukkig is met zijn situatie: hij zweeft. Dat iemand zweeft, kan ook negatief worden bedoeld, in de betekenis van: hij is onrealistisch en wil de werkelijkheid niet zien zoals ze is. Het kan ook een positieve betekenis hebben: iemand ziet de dingen van enige afstand. Je ziet de dingen in een groter perspectief, je kan relativeren. Tegelijk kan je de dingen in een groter perspectief zien, hemelwaarts gericht. In dromen maken mensen nogal eens mee dat de kunnen vliegen. Ze komen los van de grond, stijgen op in de lucht en ervaren de lichtheid van het bestaan. De problemen daar beneden zijn ineens klein geworden, je bent er ineens niet meer in verwikkeld. Je bent niet langer gefixeerd op de problemen die je anders benauwen. Je hebt afstand geschapen en je bent de zwaarte kwijt.

Lukt u dat om af en toe los te komen van de zorgen en de vragen en afstand te nemen en licht te zweven? Waarom lukt het de ene meer dan de andere om ondanks tegenslagen en zorgen toch een lichte, een gelukkige houding te bereiken? Misschien waarderen gelukkige mensen meer wat ze op het moment zelf hebben. Een houding van: gisteren is er niet, het is voorbij. Morgen is er niet, moet nog komen. Wat ik heb is het nu. Nu leef ik en laat ik mij daar goed in voelen. Daarbij herinner ik me een uitspraak van ik weet niet wie die zei: wat je aandacht geeft, dat groeit. Richt je je op je negatieve gevoelens, geef je die de hele dag door de ruimte, dan groeien ze en worden ze alleen maar groter, ja ze worden buiten proporties groot. Richt je je op helpende en optimistische gedachten, dan gaan die je stemming en je handelen steeds meer bepalen en voel je je daarna ook gelukkiger… Waar je je aandacht op richt, wordt sterker in je leven.

Bij de vraag van vandaag naar geluk staat eigenlijk centraal: waar komt het op aan in het leven? Vraag het om u heen en de meeste antwoorden komen zo’n beetje neer op het volgende: dat je een beetje gelukkig bent. En wat is dat dan? Dat je je over een langere periode fijn voelt bij jezelf en dat tegenvallers niet in staat zijn om dat zomaar van je af te nemen. Geluk moet verinnerlijkt zijn, het komt niet van buiten.

Wat helpt om je gelukkig te voelen? Als je gezond bent, een lieve partner hebt, kinderen en kleinkinderen, werk waarin je jezelf kan bewijzen en jezelf kan verwerkelijken en voldoende geld. Is het omgekeerde ook waar? Dat als je ziek bent of gehandicapt, als je geen partner en kinderen hebt, als je werkloos hebt of arm bent, dat je dan ongelukkig bent of zou moeten zijn?

Er zijn vele voorbeelden van mensen die alles hebben en toch niet gelukkig zijn. En ook van landen waar rampspoed zich op rampspoed stapelt, natuurrampen, mislukte oogsten, epidemieën en waar toch veel gelachen wordt en genoten van het leven. Hoe kan dat?

Een jonge historicus uit Israël, Yuval Harari, schreef een bestseller, Sapiens, een kleine geschiedenis van de mensheid en daarin meldt hij: We zijn machtiger dan ooit tevoren, duizend maal sterker, met onze atoombom, het DNA en de reis naar de maan. Maar we zijn niet duizend maal gelukkiger dan in de middeleeuwen of langer geleden. Uit psychologisch onderzoek is gebleken dat niet gezondheid en salaris ons geluk bepaalt, maar… gemeenschapszin en relaties. Kijk naar ons rijke westen: een vervreemd leven in een kleine groep, vaak alleen met een partner en een paar vrienden. Hoe vaak ontmoet je je buren? Als jagers leefden we in een heel hechte gemeenschap. Wie was werkelijk gelukkiger?  En voor deze historicus is het antwoord: de jagers en voedselverzamelaars uit de prehistorie! De mensen in de kleine groep hadden elkaar hard nodig. Ze waren volkomen afhankelijk van elkaar, van hun samenwerking, om voedsel en veiligheid te vinden. Iedereen was nodig. Meedoen en elkaar accepteren waren geen keus, maar noodzakelijk voor iedereen.

Voor ons is dat anders. Je kan heel erg op jezelf zijn, uit eigen keus of omdat je ertoe gedwongen bent. Niet meer mogen of kunnen meedoen is helaas voor een groeiende groep mensen het vooruitzicht. Er is geen baan of je bent te oud voor een baan. Je hebt geen partner of geen partner meer. Je hoort niet vanzelf tot een kerk of een andere steunende gemeenschap. Je goed voelen omdat je samen met anderen bent, omdat je een belangrijke bijdrage levert aan het samen leven, is niet vanzelfsprekend en de vraag naar zin dringt zich steeds vaker op.

Kan je geluk nastreven of overkomt het je? Veel mensen wachten op het grote geluk. Ze zijn teleurgesteld wanneer het niet komt en zoeken online een partner, ze daten digitaal. Of ze kopen een zelfhulpboek, boeken over ‘persoonlijke ontwikkeling’, zoals bol.com ze noemt. Dat zijn boeken die langdurend relatiegeluk beloven, en rijkdom, en succes, en slank worden, en meestal alles tegelijk. Door één simpel recept: denk in het vervolg alleen nog maar gelukkige en succesvolle gedachten, en geluk en succes zullen je ten deel vallen. Niets is onmogelijk. Falen is een keuze. Je bent meester van je eigen lot. Is dat een opbeurende gedachte, dat je het in eigen hand hebt of je gelukkig wordt of is dat juist deprimerend? Ligt er dan niet een wel heel zware last op je schouders, ik moet het helemaal zelf doen, dat gelukkig zijn. Het is mijn eigen schuld als ik het niet ben. Het zijn de boeken van zelfhulpgoeroes als Eckhart Tolle, Louise Hay en dr Phil. Ze hebben titels als: The Secret; Het geheim van voorspoed en geluk, De kracht van het NU; Gids voor spirituele verlichting, Geen zee te hoog, Krijgen wat je wilt en willen wat je hebt, Niet morgen maar nu, 10 Geheimen van succes en innerlijke vrede, Vier vragen die je leven veranderen, Je kunt je leven helen en ga zo nog maar even door.

Alain de Botton, een spraakmakend filosoof, zegt: Ze helpen je van de regen in de drup, al die zelfhulpboeken. De enigen die er beter van worden, zijn de auteurs. Overigens heeft hij er zelf ook nog eens zes van uitgegeven.

Hier, in De Kapel, verdiepen wij ons in de religieuze traditie, in de eerste plaats die van het christendom. Wat heeft die te vertellen over geluk? Die stelt ons meteen in relatie. We zijn beeld van God, naar zijn beeld geschapen en, omdat het niet goed is dat de mens alleen blijft, schiep hij een tegenover, een partner, andere mensen. We zijn geen eilandjes, maar we zijn deel van een gemeenschap. Voor ons geluk zijn we aangewezen op samen. Niet de eenzaamheid maar de tweezaamheid, de meersaamheid brengen ons tot een goed leven.

De bergrede heeft het over twee dingen: ten eerste de kwaliteit van je ziel. In je ziel moet het besef aanwezig zijn dat je God nodig hebt, dat je je bewust bent van je verdriet, dat je vriendelijk bent, dat je goed bent voor anderen, dat je eerlijk bent, dat je erop uit bent om vrede te brengen, zelfs dat je bereid bent om te lijden voor een hoger doel. Gelukkig zal je dan zijn, God zal je zegenen. Aan deze kwaliteit van de ziel kan je werken. En werkende weg zoals dat heet, ervaar je geluk.

Ten tweede noemt de bergrede als een voorwaarde voor gelukkig zijn: dat je je inzet voor Gods andere wereld, een betere wereld.

U kent het verhaal van dr. Albert Schweitzer, de geniale filosoof, theoloog, Bach-kenner, organist, die buitengewoon succesvol was met het schrijven van boeken, met zijn concerten, als predikant en die dat allemaal opgaf omdat hij vond dat hij zijn talenten moest inzetten voor lijdende medemensen. En nadat hij al twee keer gepromoveerd was, besloot hij ook nog medicijnen te gaan studeren om daarmee in het oerwoud van Afrika, in Lambarene, een ziekenhuis te beginnen, daar waar geen enkele medische zorg was. En hij gaf zijn carrière op en vertrok. Was dat naïef dat je je geluk moet opgeven om de mensheid te gaan redden? Of hoogmoedig? Of was het ook gewoon stom om een goed en gelukkig leven hier op te geven en bewust de ellende elders op te zoeken?  We weten wat hij daar zelf van vond. Ondanks zijn zeer drukke werk onder onmogelijke primitieve klimatologisch zware omstandigheden schreef hij ’s nachts veel. Dat deed hij nadat hij eerst nog daar op een eenvoudig traporgel een uur Bach had zitten spelen. En uit zijn geschriften rijst een beeld op van een optimistisch mens, die zich door geen enkele tegenslag ook van slag laat brengen. Het leven was voor hem principieel gelukkig. Iedere seconde van ons leven is van nature gelukkig en echt niet omdat hij de hele dag rust, tevredenheid, liefde, gezondheid en welvaart om zich heen zag…

Mahatma Gandhi zei eens:

Happiness depends on what you can give. Not what you can get. Geluk hangt af van wat men kan geven, niet van wat men kan krijgen.

Amen.

ds. Peter Korver