Overweging 17 maart 2013

Het zal je vriend maar wezen

Inleiding bij koralen uit de Johannes Passion van Johann Sebastian Bach Leipzig, 7 april 1724, Goede Vrijdag, eerste uitvoering van het oratorium “Passio secundum Johannem” de Johannes Passion. Lijden en sterven van Jezus zijn het onderwerp. Bach wil echter ook iets anders tot uitdrukking brengen. Hij wil Jezus muzikaal tonen als de krachtige persoonlijkheid die een boodschap te vertellen heeft. Evangelie, goed nieuws. In de Leipziger traditie was de passie in twee delen opgesplitst. Tussen de twee delen werd door de voorganger een preek gehouden van minimaal zestig minuten. Zo wilde het stadsbestuur het. En wee de voorganger die dacht dat hij in een korter vertoog de boodschap ook kon overbrengen… Hopelijk neemt u vanmorgen wel genoegen met een iets kortere overdenking. Het kapelkoor heeft samen met Annette van Tol en Annet Kloppert een aantal koralen ingestudeerd – en dat viel helemaal niet mee. Daarom wil ik nu alvast dank je wel zeggen voor jullie inspanning. De koralen die vanmorgen gezongen worden zijn steeds gekoppeld aan het Bijbelgedeelte zoals dat in de Johannes Passie staat aangegeven. Het Kapelkoor zingt bij enkele koralen eerst de baspartij, dan samen bas- en altpartij en vervolgens het geheel. Bij koraal “O grosse Lieb” zingen alle aanwezigen mee.

Bijbellezing: Joh. 18 : 1-8

OVERDENKING
Het zal je vriend maar wezen
Het is zo paradoxaal: luisteren naar magistrale muziek en zang – het groter genieten – en daarmee tegelijk gezogen worden in een dramatisch verhaal van 2000 jaar oud. Ach zo’n oud verhaal, er zijn wel meer oude verhalen. Wat is er toch met dit verhaal? We volgen een mens van geboorte tot dood. De weg van iedereen. Is dat wat ons boeit en bindt? Waarschijnlijk is er meer. In de hoofdstukken die Joh. Seb. Bach voor zijn passies koos, worden we deelgenoot van een schets van verraad. Een vriend en een vriend. Diepe verbondenheid, projectie en verwachting. Overgaand in teleurstelling, aanklacht, vriendenmoord. Het komt voor. We kennen het zelf, als we het tenminste niet ontkennen. Verkeerde vriend gekozen… In het duister van het verhaal doemt een andere vriend op. Een man van grote woorden, met een zwaard – een man om op te bouwen, solide als een rots. Maar als het er werkelijk op aan komt, in het huis waar de haan koning kraait…drie keer…dan verandert geweld van taal en zwaard in armoedige karaktermoord.
Twee menselijke verschijningsvormen. Iconen van de werkelijkheid met de namen Judas en Petrus. Waren het nou maar gewoon figuranten in een verhaal van de oude mensen en dingen die voorbijgaan. Maar nee, Bach haalt ze naar hier en nu, maakt van hem – de ander – een ik. Ben ik het, ja, ik ben het. Met die realisering zuigt Bach mij in het verhaal. Bach maakt dat ik er bij sta in de tuin en later bij de opperpriester en bij Pilatus. Hier wordt mijn zelfbeeld als in een spiegel getoond.
Het verhaal wordt vervolgens verbreed in een metafoor van individuele karakters naar een werkelijkheid op wereldschaal. In een schijnproces in het oude Jeruzalem doemt de realiteit van de strijd om macht in het huidig Midden-Oosten en delen van Afrika en elders op. Machten die elkaar in de greep houden van economische en militaire afhankelijkheid. Die berichtgeving over “de toestand in de wereld” hoef ik hier niet te doen – de vroegere AVRO-corifee, mr. G.B.J. Hilterman is lang niet meer onder ons. En de krant leest u zelf wel.
Vierhonderd jaar voor het levensverhaal van Jezus schreef Plato zijn boek over De Staat. Hij beschrijft daarin dat politieke leiders een schijn van rechtvaardigheid ophouden. Volgens hem brengt de ware rechtvaardige het op staatkundig gebied niet ver. Tweeduizend jaar na Plato laat Bach in koralen en aria’s horen hoe waar dat is als we het verhaal van een waarlijk rechtvaardig mens volgen in de vraag van de landvoogd: “Was hat er denn Übels getan?”

De landvoogd Pilatus zegt dan ook: In vind geen schuld in hem. En toch krijgt hij een bloedende kroon op zijn hoofd en wordt hij geslagen en bespuugd en op mensenscheppingsdag – de vrijdag, de zesde – wordt de mens van waarheid en rechtvaardigheid aan een paal genageld. Hij wordt het huiveringwekkend voorbeeld van alle kwetsbare, uitgeschudde en te schande gemaakte mensen. Mensen die worden ontmenselijkt als soldaten, priesters, economen, ideologen en overheidsdienaren meer gevoelig zijn voor hun hachje en macht, dan voor rechtvaardigheid.
Vanwege die haast ondraaglijke werkelijkheidswaarde is dat oude verhaal op goddelijke tonen gezet om gereciteerd en gezongen de feiten te benoemen. Diezelfde hemelse klanken zijn ook de verbeelding van een hemel die met de wereld verbonden wil zijn. En van die verbinding is Jezus als in een bloedverbond – een hemels memorandum of understanding – het hart. Hij leefde in een werkelijkheid, die hij in alle rauwheid liet zien en aan den lijve ervoer, omdat hij wist van en geloofde in een andere realiteit. Daarom kon hij leven en sterven voor mensen als u en ik om daarmee de paradox van aards en hemels zichtbaar te houden. Het verlangen naar de herschepping zou en zal tevens de kracht zijn om het bestaan op aarde rechtvaardiger te doen worden. Het ontluisterde leven van de aarde wordt uitgedaagd door de hemelse klanken. Niet om daar in te vluchten, maar om bemoedigd te worden. Om door het uitdagend liefdeswoord van bijbel en liturgie het werk van waarheid en vrede, rechtvaardigheid en liefde gesterkt ter hand te kunnen en willen nemen. En als je dat doet, dan mag je je vriend van Jezus en van God noemen.

Ds. Sybout van der Meer