Overweging 17 februari 2013

17 februari – Een geloof waarmee je niets doet, doet er niet toe.

Matteus 4
1 Toen werd Jezus door de Geest naar de woestijn gebracht om door de duivel op de proef gesteld te worden. 2 Na veertig dagen en veertig nachten vasten kreeg Hij tenslotte honger. 3 De beproever kwam naar Hem toe en zei: ‘Als U de Zoon van God bent, zeg dan dat deze stenen brood worden.’ 4 Hij antwoordde: ‘Er staat geschreven: De mens zal niet leven van brood alleen, maar van ieder woord dat uit de mond van God komt.’ 5 Toen nam de duivel Hem mee naar de heilige stad, zette Hem op de rand van de tempel, 6 en zei: ‘Als U de Zoon van God bent, spring dan naar beneden. Want er staat geschreven: Zijn engelen zal Hij bevelen U op hun handen te dragen, zodat U aan geen steen uw voet zult stoten.’ 7 Jezus zei hem: ‘Er staat ook geschreven: U zult de Heer uw God niet op de proef stellen.’ 8 Weer nam de duivel Hem mee, nu naar een zeer hoge berg. Hij liet Hem alle koninkrijken van de wereld zien met al hun pracht, 9 en zei: ‘Dit alles zal ik U geven, als U voor mij in aanbidding neervalt.’ 10 Toen zei Jezus hem: ‘Ga weg, satan. Want er staat geschreven: De Heer uw God zult u aanbidden en Hem alleen dienen.’ 11 Toen liet de duivel Hem met rust, en er kwamen engelen om Hem van dienst te zijn.

OVERWEGING
Het heeft misschien niet zo veel indruk op u gemaakt dat het vorig weekend en maandag en dinsdag carnaval is geweest. Hier, boven de rivieren, word je er in het journaal nog eens aan herinnerd en we horen opnieuw dat Eindhoven enkele dagen Lampegat heet vanwege Philips, Waalwijk Schoenlapperslaand vanwege de schoenindustrie en Den Bosch Oeteldonk vanwege nou ja, dat weet ik niet. In Hilversum merk je zo goed als niets van dit katholieke volksfeest. Internet vertelt me dat hier een plaatselijke carnavalsvereniging bestaat, De Sliertjes geheten, maar erg ontregelend hebben ze niet gewerkt op het leven hier. Dat is in het zuiden van ons land wel anders. Maar heel wat feestvierders ontgaat ook daar wat de achtergrond van het feestelijke uit je dak gaan is. Van oudsher is carnaval een eetfestijn, omdat het de laatste mogelijkheid was zich te buiten te gaan voor de vastentijd begon waarin je je beperken moet tot het minimaal noodzakelijke. Het woord carnaval komt uit het Latijn en betekent zoveel als “afscheid van het vlees”. Veertig dagen geen vlees eten en ook voor zoveel dagen afscheid nemen van de vleselijke lusten. Na alle pintjes en gekkigheid sluiten de leden van de carnavalsverenigingen het feest dan ook af op de woensdagochtend als ze met elkaar naar de kerk gaan voor het halen van een askruisje. De pastoor veegt met as een kruisje op ieders voorhoofd en zegt: “Gedenk, mens, dat je stof bent en tot stof zult wederkeren” en dan is het vasten begonnen. Alle grote godsdiensten kennen het vasten.

We zijn hier te lande bekend geraakt met de ramadan, de vastenmaand van de Islam. Het vasten is iets heel bijzonders en tegennatuurlijks. Je ontzegt je vrijwillig aangename dingen. Niet omdat je er geen geld voor hebt of er geen zin in hebt, nee, omdat je geloof dat van je vraagt. Veertig dagen een sober leven leiden om je te bezinnen op de weg die Christus voor ons ging, zijn lijden en zijn dood. Dat doet je stil staan bij je eigen lijden en je eigen tijdelijkheid. Het maant tot inkeer. Tot inkeer kom je door alle oppervlakkige vermaak en alle afleiding weg te doen, ja alle luxe om zo over te houden wie je werkelijk bent en je te bezinnen op wat werkelijk belangrijk is in je leven.

Soms dwingt het leven je tot een bezinningsperiode, dat je je terugtrekt uit de drukte en het lawaai van elke dag. Een drukke manager kan een sabbatical nemen, een periode van minimaal een aantal maanden waarin mensen hun gewone beroepsbezigheden onderbreken. Het voordeel hiervan zou zijn dat de verkregen nieuwe inzichten bijdragen aan een betere bedrijfsvoering. In de kunstwereld besluiten artiesten vaak om een tijdje te stoppen met optredens of producties om zich te herbronnen en nieuwe inspiratie op te doen. Predikanten krijgen iedere vijf jaar een studieverlof van drie maanden om afstand te nemen van alle taken en weer dicht bij de bron van hun geloof en hun motivatie te komen. Maar hoe vaak hoor je ook niet van mensen die zeggen een time-out nodig te hebben, op retraite te moeten gaan en zich dan terugtrekken in een huisje in de duinen of in hun eentje twee weken gaan wandelen in de bergen of zelfs een pelgrimstocht gaan maken door te gaan lopen en lopen en lopen naar Santiago de Compostella. Het komt steeds vaker voor dat iemand aan het begin van zijn pensioen dat gaat doen. Wandelen en de tijd hebben om tot je te laten komen wat je verder gaat doen met je leven.

In de godsdienst zijn zulke overgangsrituelen, zulke bezinningsmomenten, eeuwenoud. Tradities. Op de eerste zondag van de veertig dagen voor Pasen leest de kerk het verhaal van Jezus, die voordat hij begint aan zijn openbaar optreden zich eerst veertig dagen terugtrekt in de woestijn en daar vast en in gevecht gaat met de vele verleidingen die met name op een jong mens afkomen. Als een slang sissen ze je in het oor: jij bent bijzonder, de wereld ligt aan je voeten, jij kan daar heersen, de dingen naar je hand zetten. Duivels aantrekkelijk. Ze doen anderen en uiteindelijk jezelf tekort. Dat is de prijs. Dit verhaal, de verzoeking van Jezus in de woestijn, staat aan de basis van het vasten. Het christelijk geloof roept daarmee een ieder van ons elk jaar op tot inkeer, bezinning, tot een stil staan bij wat goed en wat kwaad is, tot wat er werkelijk toe doet.
Vrijzinnigen geloven niet in de duivel of in het Kwaad als een zelfstandige grootheid. Ze willen van nature graag relativeren. Maar ook zij zien hoe de humaniteit, de vrijheid en verdraagzaamheid bedreigd worden. Ook zij willen bijdragen aan een humaner wereld en willen zelf een beter, een completer mens worden.

U bent ooit lid van een geloofsgemeenschap geworden en dat betekent: ik hoor ergens bij. Met anderen deel ik verhalen, idealen en stel ik vertrouwen op iets dat groter is ikzelf. Het beïnvloedt je leven, het verandert je. Maar hoe dan? Wat betekent het voor je leven als je volgeling van Christus wilt zijn?
Het verhaal van Jezus in de woestijn geeft daar een zeker antwoord op.
Het houdt ons voor: bezin je regelmatig op wat je leven betekenisvol maakt. Daarom komen we zondags bij elkaar. Het houdt ons voor: Zorg ervoor dat je niet afhankelijk bent van luxe. Daarom hebben we een veertigdagentijd. Hecht niet aan macht en rijkdom en heers niet over anderen. Beoefen dus de deugd van bescheidenheid. Het geloof zegt voorts: Heb zorg en liefde voor anderen. Daarom is er pastoraat en zoeken we elkaar en anderen op bij vreugde en verdriet. Het roept ons toe: deel het goede met anderen. Daarom hebben we een diaconie. Het geloof vraagt: stel je hoogste vertrouwen niet op jezelf, weet dat je maar een klein onderdeel bent van tijd en eeuwigheid. Daarom bidden wij en zoeken we Gods aangezicht. En bij alles: we doen ons best om te leven vanuit de liefde.

Dat is het programma van het geloof. Dat is waar je voor wilt staan als je deel wilt zijn van een geloofsgemeenschap. De Kapel is geen centrum voor vrijblijvende lezingen, maar een plek waar mensen iets delen en iets doen waarmee er iets ten goede verandert. In ons eigen leven, in dat van anderen, ja waarmee we de aarde een beetje beter gaan achterlaten dan we haar aantroffen.

Het geloof? Naast een programma, een ideaal is er een leer. Daar hebben wij niet veel mee op. We hebben voor onze levenshouding, ons geloof, geen precies uitgewerkte theorie of leer nodig. We kunnen leven met onzekerheden en een steeds weer aangepaste voorstellingen. Naast een ideaal hebben we wel een praxis nodig. Een geloofspraktijk, een proeve van echt christelijk leven. Wat doe je als je eenmaal het geloof omhelst hebt? De Moslims hebben een echt doe-geloof. Er zijn vijf dingen die je moet doen. Dat is de geloofsbelijdenis uitspreken en die bestaat maar uit één zin: “Er is geen andere god dan Allah en Mohammed is zijn boodschapper”. Je moet vijf keer op een dag een gebed uitspreken. Dan moet je vasten in de maand ramadan. Dan moet je aalmoezen geven, de armen ondersteunen. Tenslotte één keer in je leven naar Mekka gaan. Doe dat en je bent een goed Moslim.

Maar wat betekent geloven voor ons? Wat doen wij met ons geloof? Zien jonge mensen dat vrijzinnige mensen iets doen waar deze wereld iets aan heeft? Is er iets waarin zij zich onderscheiden van niet gelovigen? Brengen wij iets dat inspireert, aanzet tot goed gedrag, een leven dat er toe doet. De VGH zou dat zichtbaar moeten doen. Zodat wij weten: door onze gemeenschap is de houding t.o.v. vluchtelingen en buitenlanders in Hilversum beter, verdraagzamer geworden. Door onze idealen raken jonge mensen geïnspireerd. Door onze inzet worden slachtoffers van de economische crisis in Hilversum geholpen. Er zijn leden van de VGH die al dan niet geïnspireerd door wat zij hier ervaren zich inzetten voor allerlei projecten, van armoedebestrijding in Hilversum, tot die in India. Of voor duurzaamheidsprojecten of voor vrede. Als VGH hebben wij een diaconie. Dat heeft niet elke vrijzinnige geloofsgemeenschap. Wij zetten ons deze 40 dagen in voor kinderen die op de vuilnisbelten van Cairo in Egypte leven. Het doel is om kinderen, van wie de ouders het vuilnis in de stad ophalen en op de vuilnisbelten sorteren, hoop te geven op een betere toekomst. Wij hebben van hun problemen gehoord, wij zijn ervan geschrokken en voelen ons aangesproken en we zijn aan de slag gegaan! We vasten of sparen of schenken om kinderen elders een school, een huis, een bestaan te schenken. Zo werkt de VGH mee, binnen haar beperkte mogelijkheden, aan een wereld die meer op de wereld van God lijkt.

Weet u, als wij besluiten invulling te gaan geven aan het vasten, dan is dat een zekere luxe. We kunnen als we willen royaal consumeren, maar we kiezen er vrijwillig voor een poosje te consuminderen. Een oefening in soberheid, in delen. Maar er is een toenemend aantal mensen dat vast, niet als keuze, niet uit godsdienstigheid, maar omdat het moet, omdat er armoede is. De hypotheekschuld kan niet meer gedragen worden. De zorg kan niet meer opgebracht worden. De uitkering is versoberd. Wie gelooft zal zich geroepen weten te helpen, in beweging te komen, te helpen en te delen. Dat is de praxis van ons geloof. Ons geloof doet er dan toe. Onze idealen van vrijheid en verdraagzaamheid doen er ook toe. Die kunnen wij volop uitdragen in onze omgang met anderen, onze houding ten opzichte van buitenlanders, moslims en andere groepen, want zo vergroten we compassie, mededogen. Dat is iets van uitdragen en van doen.

Uiteindelijk is geloven iets dat neerkomt op vertrouwen en op doen. Er is een lied dat dat uitdrukt:
God heeft twee sterke handen, ze zijn van jou.
Daarmee bouwt hij aan de Aarde,
jouw twee handen hebben waarde. God in jou.
God heeft twee scherpe ogen, ze zijn van jou.
Daarmee ziet hij méér in mensen,
kleine noden, grote wensen. God in jou.
God zegt je: “Jij hebt aanleg. Die is van mij!
Zo kun jij ook in jouw leven
iets van mij aan mensen geven. Beeld naar mij”.
Amen.

(ds. Peter Korver)